Zuurzoete balans van de Europese verkiezingen

FM
Facebooktwittergoogle_plusmail

Vrolijk wordt je er niet van. Uitpers schreef al eerder over hoe gemarginaliseerd de radicaal linkerzijde werd in het Europees Parlement. Drie weken na de verkiezingen kwamen de verschillende partijen bijeen om een balans te maken. Hoopgevend, ja, maar toch ook een beetje deprimerend.

Enkele jaren geleden toonde ik op een debat tijdens de Gentse Feesten de neergaande curve van de linkerzijde in Europa sinds de jaren ’50. Het werd me erg kwalijk genomen want, nee, in België klopte dat niet, de PVDA ging vooruit en vooruit. Dat klopt natuurlijk, maar tel de verschillende linkse krachten bij elkaar – PVDA, sociaal-democratie en Groen! – en je krijgt een vergelijkbaar resultaat. Links faalt. Het heeft geen voordeel gehaald uit de grote recessie van 2008-2009. Dat de PVDA nu wint is erg positief, maar het mag ons niet blind maken voor de Europese ramp achter deze – beperkte – nationale cijfers.

Waar staan we?

Radikaal links is in het Europees Parlement verenigd in de fractie van Verenigd Links/Noords-Groen Links. Die fractie komt van 10,7 % van de stemmen in 1979 – toen er enkel Franse en Italiaanse communisten waren die nota bene apart vergaderden – naar 5,5 % van de stemmen vandaag. Een eerste neerwaartse knik kwam er in 1989 met het verdwijnen van de Italiaanse communisten, en een tweede knik in 1994 na de val van de muur. Het kwam niet meer goed.

De nieuwe fractie telt slechts één (Tsjechisch) lid uit Midden-Europa! Ze is een kwart van haar stemmen verloren en zal in totaal wellicht 41 of 42 leden tellen, de onderhandelingen zijn nog bezig. Tenzij er aan de rechterzijde nog een fractie uit de bus komt – met NVA en de Vijfsterrenbeweging bvb – wordt Verenigd Links de kleinste fractie in het Parlement. Dat het nauwelijks aanspraak kan maken op belangrijke functies is slechts kleine pijn. De politieke invloed zal zo goed als nihil zijn tegenover het geweld van het centrum en van het rechts populisme. De grote EVP-fractie zal er alles aan doen om ‘de extremen’ af te wijzen, links en rechts, en de Groenen zullen zich daar niet tegen verzetten. Dit wordt nog verergerd door het feit dat nauwelijks de helft van de fractieleden tot een partij behoort die ook lid is van de Europese Linkse Partij. Het zal dus opnieuw niet mogelijk zijn met één stem te spreken. Ook in het verleden was de fractie van Verenigd Links degene die het meest verdeeld aan de stemmingen deelnam.

Land na land

Op de vergadering in Wenen werd verslag uitgebracht over een twaalftal landen. Zo goed als overal werd vastgesteld dat de thema’s in de campagne van rechts kwamen, vooral immigratie en veiligheid. Klimaat kwam uitvoerig aan bod, maar leverde vooral stemmen aan de Groenen. In veel landen moest met pijn in het hart worden vastgesteld dat meer en meer jongeren voor extreem-rechts kozen.

Pijnlijk was vooral het verslag uit Griekenland, waar Syriza boog voor de ‘troika’ en veel te laat met nieuwe sociale maatregelen kon uitpakken. De prijs is zwaar.

Links was vooral erg versnipperd, in Frankrijk met zes lijsten, in Italië met acht klein-linkse groeperingen. Dat is vragen om te verliezen. In Frankrijk is een groot deel van de linkse kiezers gewoon verdwenen, hetzij naar de Groenen, hetzij naar het Rassemblement National.

Opmerkelijk was ook hoe slecht België is gekend in linkse kringen. Het was de allereerste keer dat ons land werd besproken, en dan nog door een Vlaming (uw dienares). Drie zinnen uitleg over de moeilijke institutionele set-up en de betekenis van rechts in Vlaanderen heeft veel misverstanden uit de wereld geholpen.

De laatste dag kwam André Crespin van PTB (PVDA) zijn uitleg geven. België is het enige land waar radicaal links er flink op vooruit gaat. Er is dus erg veel belangstelling voor de manier waarop dit is kunnen gebeuren, hoewel er ook voor gewaarschuwd werd dat na Syriza, Podemos en Bloco er niet echt behoefte is aan nieuwe ‘kampioenen’. Het lange proces dat aan deze verkiezingsoverwinning vooraf ging, doet wel vermoeden dat PVDA/PTB meer dan een eendagsvlieg is.

Discussies over de EU

Klein en versnipperd, dat is het beeld dat de linkerzijde vandaag te zien geeft. Eén van de redenen van de versnippering is de verdeeldheid over de Europese Unie zelf.

Het klopt, zo werd gezegd, dat sommige landen misschien beter af zouden zijn buiten de EU of de Euro, maar ze zitten er nu eenmaal in en kunnen er onmogelijk op een positieve manier uit. De economische en electorale prijs zou gewoon te hoog zijn.

Tegelijk bleek eens te meer dat heel wat leden de EU-instellingen en hun beleid niet echt kennen. Er doen heel wat gewoon foute analyses de ronde en té weinig mensen zijn echt geïnteresseerd om van binnen uit te gaan kijken.

Daarom was één van de analyses van een Grieks politiek wetenschapper wel zeer boeiend. Hij week gewoon af van de gekende boutades over de oppermachtige Commissie en de superstaat-in-wording om te wijzen op de gefragmenteerde macht binnen de instellingen. De macht is ook minder in handen van partijen dan wel van nationale regeringen en die kunnen geen oplossingen aanbrengen. Er is ook, vreemd genoeg, een tekort aan macht. De EU kan inderdaad de soevereiniteit van landen ondermijnen, maar is niet bij machte om een federale soevereiniteit uit te bouwen. Er moeten permanent compromissen gesloten worden, waardoor de politieke stabiliteit in gevaar komt en er geen vernieuwing mogelijk is.

Tenslotte, zo werd onderstreept, is het gewoon onmogelijk om een sterke executieve macht uit te bouwen met een begroting van nauwelijks 1 % van het Bruto Binnenlands Product.

En extreem-rechts?

Er werden twee analyses voorgesteld over het succes van extreem-rechts en hoe er kan tegen opgetreden worden.

Dat was zeer interessant maar helaas veel te theoretisch om er mee aan de slag te kunnen. Links is nog steeds op zoek naar een politiek subject om de revolutie uit te dragen en analyseert uitsluitend in marxistische of gramsciaanse termen.

Er moet worden vastgesteld dat bewezen racisme de rechterzijde niet schaadt, dat corruptie- en andere schandalen dat evenmin doen, en ja, er schuilt een contradictie in de steun voor Rusland van sommige rechtse partijen, of in de roep naar nationale soevereiniteit, maar is dat niet ook aan de linkerzijde het geval?

Te makkelijk wordt nu naar ‘anti-fascisime’ gewezen om linkse partijen te overtuigen dan toch deel te nemen aan de macht. Maar in Italië werd de linkerzijde op die manier vermoord want ze was verplicht om mee te werken aan het soberheidsbeleid.

Hoe moet het dan verder?

We claimen te weten wat ‘progressief’ is, maar de mensen zien dat niet noodzakelijk zoals wij dat zien. De manier waarop we dromen van en verlangen naar een samenleving met meer gelijkheid, spreekt de mensen in veel gevallen niet meer aan. De linkerzijde is een deel van haar geloofwaardigheid verloren.

Gabi Zimmer, ex-voorzitter van de fractie van Verenigd Links, nam geen blad voor de mond. Té veel partijen weten niet eens waarom ze verloren hebben, zelfkritiek staat niet op hun agenda. Er was géén solidariteit tussen de partijen tijdens de campagne, er werd géén steun gegeven aan de ‘Spitzenkandidaten’. Sommige partijen voerden campagne tégen migratie, wat toch gewoon ondenkbaar zou moeten zijn.

Als radicaal links een toekomst wil hebben, zal het een nieuwe politieke cultuur moeten ontwikkelen en zal het in het reine moeten komen met de standpunten over de EU.

Of de EU hervormbaar is of niet is een irrelevante vraag, want de EU is een politieke realiteit waar we inzitten en waarin we een politieke strijd moeten voeren. Toegegeven, met nauwelijks 5 % wordt dat heel moeilijk. Maar wat is het alternatief? Alleen met een duidelijk en scherp politiek profiel kan aan een gedegen samenwerking, binnen en buiten de instellingen worden gewerkt.

Er kwamen geen concrete actiepunten uit de bus, hoewel er makkelijk lijstjes kunnen gemaakt worden van die dingen waar alle partijen het moeiteloos over eens zijn.

Dat is het positieve aan deze al bij al deprimerende balans. De oplossingen liggen voor de hand, meer samenwerken, meer samen actie voeren, meer contact zoeken met andere bewegingen zoals Diem25, maar iemand moet het effectief doen. Iemand moet het initiatief nemen in plaats van bang over de schouder naar de ander te kijken. Misschien is het wachten op een nieuwe generatie, hoewel, is die er niet al?

Wie weet, misschien kan de PVDA nu tonen hoe het moet, met openheid en transparantie, met informatie over het reilen en zeilen van de politieke dossiers in het Parlement, met samenwerking met andere progressieve groepen, met intern en extern debat. Mocht dat lukken dan mag de partij inderdaad tot nieuwe held worden uitgeroepen.

(Voor een analyse van de Europese verkiezingen in België: https://www.rosalux.eu/topics/euro19/european-elections-in-belgium-big-shifts-small-changes/?L=626

en

https://www.rosalux.eu/topics/euro19/european-elections-in-belgium-two-countries-in-one/?L=626 )

 

 

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.