Een eerste stap

Facebooktwittergoogle_plusmail

Zelden kreeg een boek een meer gepaste titel dan dit: ‘Kapitalisme voor beginners’. Vivek Chibber, hoogleraar sociologie aan de New York University schreef een boekje bijeen met de belangrijkste principes die ieder rechtgeaard en dus marxistisch anti-kapitalist moet kennen om de wereld te begrijpen.

Hij is daar wonderwel in geslaagd. In drie delen worden de basiselementen van het kapitalisme uitgelegd, wordt verteld waarom de Staat altijd aan de kant van de rijken staat en wordt duidelijk gemaakt waarom de klassenstrijd onmisbaar is.

Alles staat er in duidelijke en begrijpelijke taal zodat niemand kan stellen dat het veel te ingewikkeld is.

Drie stellingen

Kapitalisten en werkers hebben sterk verschillende belangen. Kapitalisme is een economisch systeem van een welbepaalde klasse die minder door hebzucht wordt gedreven dan door de druk van de markt. Ondernemingen zijn privé-bezit en mensen worden verplicht te werken voor een loon. Ze worden zo volledig afhankelijk van hun bazen die enkel streven naar winstmaximalisatie. Ook die bazen staan onder druk, met name van de concurrentie en worden zo verplicht de kosten en dus ook de lonen zo laag mogelijk te houden. Dit is de kern van de relatie tussen arbeid en kapitaal. Vandaag vloeit de productiviteitswinst ook in steeds grotere mate terug naar de kapitaalbezitters zodat de werkers in onzekerheid achter blijven. ‘Precaire tewerkstelling is ingebed in het systeem’ (p. 41). Het genereert systematisch onrechtvaardigheid.

Men zou kunnen denken dat de Staat als ‘neutrale’ instelling kan streven naar een beter evenwicht tussen arbeid en kapitaal maar niets is minder waar. Niet enkel komen de meeste politici zelf uit de hogere klassen, maar daarenboven zijn ze van de kapitaalbezitters afhankelijk om hun eigen toekomst veilig te stellen. Vandaar dat de werkende klasse altijd aan de verliezende kant staat, en dat weet ze zeer goed. De rol van de lobbyisten is voldoende gekend en andere drukkingsgroepen, zoals vakbonden, kunnen daar nooit tegen op. Bovendien zijn politici ook structureel afhankelijk van privé-investeringen om zichzelf te kunnen reproduceren. Want het is niet de Staat die de productiemiddelen controleert, wel privé-eigendom (p. 85). Van zodra er niet langer geïnvesteerd wordt daalt de groei en zakt de werkgelegenheid weg. En zullen ook de politici moeten inpakken. De Staat blijft dus noodgedwongen een klassenorgaan (p. 88). De echte macht ligt bij de economie en het kapitalisme ondermijnt de democratie.

Het enige wat hiertegen te doen is, is het werken aan een arbeiderspartij die de belangen van de werkers effectief verdedigt. Het kapitalisme zal nooit reageren zolang er geen echte dreiging is. Werkers moeten zich daarom organiseren want individueel staan ze veel te zwak. En ook andere sociale bewegingen kunnen bijdragen tot de noodzakelijke verandering. Eén ding staat vast: een rechtvaardige maatschappij zal er niet komen door kapitalisten op te roepen zich wat te gedragen, maar door politieke strijd en machtsopbouw. ‘De focus op arbeid als draaischijf voor sociale verandering’ is cruciaal. Er is collectief verzet nodig.

Honger

Er staat in dit boek niets waar iemand met het hart op de juiste linkse plaats het oneens mee kan zijn. En toch laat het me ietwat op mijn honger. En wel hierom:

In de eerste plaats is de ‘juiste’ marxistische analyse altijd zo volmaakt en alomvattend, dat de maatschappij, de economie en de politiek er als natuurverschijnselen uitkomen. Niets kan de wetenschappelijk uitgestippelde weg verstoren, het kapitalisme heeft een onveranderlijk DNA. Dat is natuurlijk niet zo, wel integendeel. Het systeem heeft de afgelopen anderhalve eeuw veelvuldig bewezen erg flexibel te zijn en de analyses van toen zijn niet echt meer van toepassing op de financiële sector of op de informaticagiganten van vandaag. Sommige werkgevers doen alles om het de werknemers naar de zin te maken terwijl er tegelijk alsmaar minder loontrekkers zijn. Daarmee is de uitbuiting niet weg, zeker niet, maar het valt moeilijker om met die oude redeneringen jonge mensen van vandaag te overtuigen. Zij leven in een andere wereld waarin ze, mits wat scholing, wel mogelijkheden hebben.

Ten tweede leidt die redenering ook tot de onvermijdelijke conclusie dat er slechts één oplossing is: weg met het kapitalisme. En opnieuw, iedereen zal het ermee eens zijn dat er een eind moet komen aan de grenzeloze accumulatie van rijkdom, het uitbuiten van mens en natuur en het onbeperkt stelen van alle collectieve goederen. Het kapitalisme vervangen door socialisme? Graag, maar welk socialisme? En waar is er een goed voorbeeld te zien? Wie over die vragen ernstig nadenkt, merkt meteen dat nog heel wat antwoorden ontbreken.

Ten derde moet duidelijk zijn dat een klassenstrijd inderdaad broodnodig en onontbeerlijk is, maar volgens de auteur staat die boven elke andere vorm van strijd. Racisme en seksisme worden verklaard door de klassentegenstellingen, waardoor je onvermijdelijk in het doodlopend straatje komt van enkel de arbeidersvrouwen of de laaggeschoolde migranten. Er werd, zo dacht ik toch, al lang aangetoond dat, hoe belangrijk de klassenstrijd ook is, er nog andere, evenwaardige tegenstellingen zijn. Gender en diversiteit, zonder meer, maar ook mens en natuur, iets waarover de auteur niets heeft te zeggen, en dat is jammer. Bovendien heeft de jongste geschiedenis aangetoond dat er nog andere drukkingsmiddelen bestaan, denk b.v. aan Brunei waar de doodstraf voor homo’s snel werd ingetrokken toen enkele Hollywood-figuren met een boycot dreigden.

Er zijn in de wereld van vandaag ook andere vormen van verzet aan de gang, zoals bijvoorbeeld de hele commons-beweging of de sector van de sociale en solidaire economie. Daar zit nog erg veel kaf tussen het koren, maar het zijn interessante en zelfbeheerde pogingen om b.v. voorbij ‘eigendom’ te denken of te komen tot een ‘vrije associatie van werkers’. Geen pasklare antwoorden, zeker niet, maar wel ernstige oefeningen om ‘beyond Marx’ te denken en de sociale realiteit van vandaag om te buigen.

Meer werk

Toegegeven, deze drie bondige puntjes van kritiek verdienen meer uitleg en meer denkwerk. Beschouw ze daarom als een uitnodiging om verder te gaan op de weg van Vivek Chibber. ‘Kapitalisme voor beginners’ is wat de titel zegt, een inleiding tot het denken over hoe economie en politiek zich tot elkaar verhouden, hoe arbeid en kapitaal ontegensprekelijk in conflict zijn en waarom collectieve actie van (ik zou zeggen o.m.) de arbeidersbeweging noodzakelijk is.

Het is een zeer lezenswaardig boek, een aanrader voor wie al die basisprincipes op een bevattelijke manier wil leren kennen en vandaar, hopelijk, nog een stap verder zal willen zetten om in de samenleving van vandaag een actieve rol te spelen, samen met anderen.

 

 

Kapitalisme voor beginners
Vivek Chibber
EPO / Lava
2019
155
The ABCs of Capitalism
Marina Mommerency
Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.