Italiaanse schutskringen bezweken lang geleden

Berlusconi, de grote omarmer van uiterst-rechts. (money.it)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Cordons sanitaires, schutskringen rond uiterst-rechts? Die zijn in de EU al lang bezweken. Italië, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Kroatië, Bulgarije en recent ook Spanje en Estland, met Hongarije op het programma. Nederland waar premier Rutte gedoogsteun van Wilders aanvaardde, Frankrijk waar rechts al vorige eeuw regio’s bestuurde met de stemmen van het FN. Italië was er wel een van de eerste bij, en dat was het werk van o.a. Silvio Berlusconi, EVP.

Schutskringen kunnen overbodig worden omdat het vermoede besmettingsrisico verdampt is. Wat met de Italiaanse communisten gebeurde.  Of het risico wordt onderschat, het cordon wordt opgeheven, zoals met de Italiaanse neofascisten gebeurde. De communisten zijn verdwenen, de neofascisten werden postfascisten, en sommigen die hen uit de schutskring haalden, zijn nu de rechtse radicalen van de 21ste eeuw. Of: Wie communisten liet mee regeren, zoals ook Mitterrand in Frankrijk, beroofde ze van hun charme en bestaansreden. Wie het cordon met uiterst-rechts verbrak, werd besmet.

Schone handen

Magistraat Antonio Dit Pietro kon op 17 februari 1992 niet beseffen hoe de operatie Mani pulite (Schone Handen) het politieke landschap op korte tijd grondig zou wijzigen. Di Pietro en zijn collega’s legden een gans systeem van corruptie en graaicultuur bloot, maar nieuw was dat allemaal niet. Dat zou vroeger nooit tot een aardschok hebben geleid, maar de omgeving was veranderd. Het cliëntelisme was in crisis omdat de systematische corruptie de staatskas had leeggehaald. De nieuwe EU-regels stelden de kwetsbare Italiaanse economie open voor zware Europese concurrentie. En de internationale situatie was door elkaar geschud, de Sovjet-Unie en het Sovjetstelsel waren ineens geïmplodeerd

Het politieke bestel bezweek onder de verontwaardiging over de omvang van  Tangentopoli (“smeergeldstad”) . De socialistische PSI, die een  kwarteeuw lang buitenmate had geprofiteerd van haar partnerschap met zo machtige Democrazia Cristiana (DC), implodeerde. Die DC zelf ging ook over kop. De rest ervan smolt in 2007 samen met erfgenamen van de ooit zo machtige communistische PCI tot Democratische Partij (PD).

Ongewenst

Communisten en neofascisten waren  tot aan Mani pulite altijd buiten de macht gehouden. Ze waren wel frequenteerbaar, maar ongewenst als partners. Niet in dezelfde mate evenwel. De PCI behoorde tot de zogenaamde “constitutionele boog”, de partijen die na de overwinning op het fascisme samen de democratische grondwet hadden geschreven. De neofascistische partij MSI (Italiaanse Sociale Beweging) was uitgesloten

Die PCI maakte een grote bocht in 1968. Toen de Sovjettroepen een einde maakten aan de ‘Praagse lente’ lanceerde ze het “Eurocommunisme”; dat neerkwam op een sociaaldemocratisering zonder echter haar historische wortels te verloochenen. Mede daardoor bleef de PCI onaanvaardbaar voor de DC en haar westerse partners, Washington voorop. Italië was politiek “beperkt soeverein”.  Geheime genootschappen als Gladio en de samenzweerderloge P2 (waarvan zakenman Silvio Berlusconi deel uitmaakte), waren in de eerste plaats anticommunistische gezelschappen die wél openstonden voor neo- en ander fascisten. In die clubs was geen sprake van een cordon tegen fascisten.

Historisch compromis

PCI-leider Enrico Berlinguer pleitte intussen voor een compleet nieuwe koers, voor een ‘compromesso storico’, historisch compromis tussen DC en PCI. Het leverde electoraal het ene succes na het andere op. Rechts vreesde voor een ‘sorpasso’ – dat de PC I sterker zou worden dan de DC en op den duur ‘incontournable’. In 1976 was het zover, bij de verkiezingen voor het EU-parlement scoorde de PCI – vlak na de dood van Berlinguer – meer dan 34 %, iets meer dan de DC.

De christendemocratische voorman Aldo Moro  was gewonnen voor dat historisch compromis. Tot de Rode Brigades, een uiterst-linkse groep die politici, zakenlieden, magistraten, syndicalisten, journalisten doodde en verminkte, hem in 1978 ontvoerden. De DC-regeerders weigerden ook maar een vinger te verroeren, ze gaven Moro bewust op. Velen waren ongetwijfeld blij dat die Rode Brigades, al dan niet gemanipuleerd door westerse diensten, hem ombrachten. Zijn lijk werd, erg symbolisch, achtergelaten tussen de hoofdkwartieren van DC en PCI in Rome.

De PCI zat op dat ogenblik in een merkwaardige positie. Bij de parlementsverkiezingen van 1976 had ze meer dan een derde van de stemmen, maar veel kiezers hadden hun neus dichtgeknepen en DC gestemd om een sorpasso te voorkomen. Bij de DC zat een politicus met de zeer toepasselijke bijnaam “de vos”, Giulio Andreotti. Hij vormde een monocolore DC-regering, maar betrok de communisten bij de meerderheid: de PCI stemde in het parlement mee met de regering, werd betrokken bij beslissingen maar kreeg geen ministers. Pietro Ingrao, voorman van de linkervleugel van de PCI, werd wel Kamervoorzitter.

Het cordon was daarmee gelost, maar de PCI had daarmee haar alternatief imago verspeeld. Met de verkiezingen van 1979 begon de neergang, voor het eerst zakte de partij. De PCI jaagde rechts geen schrik meer aan, maar ze verloor haar aantrekkingskracht. En haar slagkracht. Het jaar daarop stapten 40.000 personeelsleden van Fiat op in een anti-syndicale optocht, een teken dat de wind keerde. In 1984 verloor de linkse vakbond CGIL het referendum tegen de afschaffing van de scala mobile (een  indexeringsysteem voor lonen en uitkeringen dat nivellerend werkte). Het waren serieuze nederlagen in de klassenstrijd – waarover de PCI het trouwens minder en minder had.

Na de implosie van de Sovjet-Unie zou de partij enkele keren van naam veranderen  om tenslotte op te gaan in de PD. De erfgenamen van de PCI hebben de voorbije kwarteeuw vaak eerste en andere ministers geleverd. Ze zijn zodanig naar het centrum opgeschoven dat men hen hoogstens bij centrum-links plaatsen. De linkse strekking die droomde van een  heroprichting, Rifondazione Comunista, is ten onder gegaan aan regeringsdeelname. Na haar deelname aan de regering Prodi (2006-2008) verdween ze uit het parlement.

Berlusconi’s omarming

De neofascistische MSI behoorde niet tot de “constitutionele boog’ en werd buiten het normale politieke leven gehouden. Haar aanhang bleef lang beperkt tot de nostalgische oud-fascisten, onder wie de “zwarte adel” van Rome die bij de eenmaking van Italië in 1870 de kant van de paus koos. De MSI, bij verkiezingen tussen 5 en 8 %, was onfrequenteerbaar en zeker niet incontournable. Wat niet belette dat nogal wat fascisten op hoge posten in belangrijke instellingen zaten, zoals de spionagediensten en de strijdkrachten. En zoals vermeld bij de loge P2 van de uiterst-rechtse Licio Gelli.

Het isolement van de neofascisten zou veranderen met de schokken na Mani Pulite. De crisis van de ‘traditionele partijen’ schept grote mogelijkheden op voorwaarde dat we het oude gewaad afschudden, vond  MSI-kopstuk Gianfranco Fini die in 1993 de Nationale Alliantie lanceerde. Eind 1993 kreeg hij als kandidaat-burgemeester in Rome ineens steun van een rijke zakenman, Silvio Berlusconi, die onder meer enkele nationale tv-zenders had, niet onbelangrijk is een verkiezingscampagne. Fini haalde het niet, maar 45 % van de stemmen was wel indrukwekkend voor een politieke strekking die er tot dan niet aan te pas kwam. In Napels haalde Alessandro Mussolini, kleindochter van de fascistsische duce, evenveel. Het cordon was geschiedenis.

Berlusconi had intussen ook, in het geheim, een politieke machine uitgebouwd om het gat op te vullen dat Schone Handen had geslagen. Hij haalde Fini en diens nieuwe Nationale Alliantie maar al te graag uit hun isolement. Fini noemde in 1994 Mussolini nog altijd wel een  groot staatsman, maar kort daarop gooide hij het fascisme althans verbaal overboord. In de media sprak men weldra van ‘postfascisme’ in plaats van ‘neofascisme’. Post: wat was.

Berlusconi lanceerde kort daarop met een  spectaculaire tv-show zijn ‘Forza Italia’, een voetbalkreet als naam voor een partij van ‘il nuovo’, het nieuwe, terwijl hijzelf een typisch product was van  het oude Tangentopoli. Het oude systeem implodeerde inderdaad en de kiezers werden eind maart 1994 naar de stembus geroepen. Berlusconi’s Forza Italia met twee bondgenoten: in het noorden de Lega Nord van Umberto Bossi, in het centrum en zuiden de Nationale Alliantie.

Coi fascisti mai

Jaak Vandemeulebroucke, Volksunie, was toen in het EU-parlement voorzitter van de Regenboogfractie waartoe ook de Lega Nord behoorde. De aard van het regionalisme van die Lega riep wel vragen op– de Lega trok fel van leer tegen de ‘terroni’, de Italiaanse zuiderlingen die massaal naar het industriële Noord-Italië waren gemigreerd. Zouden ze het aan durven met die fascisten van de Nationale Alliantie te regeren als hun partner Berlusconi premier zou worden? Vandemeulebroucke trok naar Milaan om het te vragen. Ik was er getuige van hoe Bossi hem zeer uitdrukkelijk verzekerde ‘coi fascisti mai’ – nooit met de fascisten. Een maand later zaten zowel Fini als Bossi in de regering Berlusconi.

Het cordon was nu helemaal geschiedenis, de “postfascisten” regeerden. Maar er kwam ene merkwaardig vervolg. Die Nationale Alliantie, of toch de strekking rond Fini, werd op den duur een  soort gematigde linkervleugel van een rechts kartel dat steeds meer naar uiterst-rechts opschoof. Fini zelf werd gemarginaliseerd en er zelfs uitgegooid. Intussen is het wel Antonio Tajani, nauwe medewerker van Berlusconi en uittredend voorzitter van het EU-parlement, die de lof van Mussolini zingt en treurt om de verloren Italiaanse gebieden in Kroatië en Slovenië…Enkele erfgenamen van de MSI zitten nog in Salvini’s  wachtzaal, de Fratelli d’Italia, goed voor ca 6 % van de stemmen. Intussen teisteren fascistische knokploegen van CasaPound en Forza Nuova de randwijken van Rome en andere grote steden.

Lega

De Lega Nord is een ander verhaal.  Haar xenofobie tegen de ‘terroni’ deinde uit tot een veralgemeende vreemdenhaat. Sinds vorige eeuw nodigt ze voor elk congres steevast het VlaamsBlok/Belang uit, Gerolf Annemans is er al zeer lang een welgeziene gast. De Lega Nord stond voor een onafhankelijk Padania, op een partijcongres werd gepraat over de aparte genenstructuur van de Padanen, zo verschillend van die uit het zuiden.

Gedaan daarmee. Met Matteo Salvini is er geen sprake meer van Nord, alleen van Lega. De partij die een kwarteeuw geleden de neofascisten mee uit hun isolement haalde, is nu de grote zegevierende uiterst-rechtse partij die geen last heeft van enig cordon. Integendeel, de “radicaal-nieuwe” Vijfsterrenbeweging heeft niet lang geaarzeld om samen met hen te regeren, met alle gevolgen vandien: op één jaar tijd verdubbelt uiterst-rechts zijn percentage, Vijfsterren is gehalveerd. Regeren met uiterst-rechts kan dus zeer gevaarlijk zijn.

Dit is een lichte bewerking van een artikel dat verschijnt bij Apache. www.apache.be

Zie ook

Mamma mia! Italië heeft al enkele keren het label “zieke man van Europa” (Italië is blijkbaar mannelijk) gedragen. Zonder veel risico kan men voorspellen dat dit na de verkiezingen van deze zondag, 4 maart 2018, weer zo zal zijn. Veel kans dat de meer dan recht...
Geel zingt bella ciao, groen niet Italië viert deze 25 april de ‘Festa della Liberazione’, zijn nationale feestdag. Althans een deel van de Italianen. Want Matteo Salvini, minister van Binnenlandse Zaken en leider van de extreem-rechtse Lega, kondigt zijn afwezigheid aan. Zijn colleg...
Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.