De strijd om Tripoli

Libië op een oude kaart uit de jaren twintig van de vorige eeuw met een rode pin op Tripoli
Facebooktwittergoogle_plusmail

Half maart 2019 lijkt het erop dat er voor de toekomst van Libië een belangrijke stap gezet zal worden. Het hoofd van de Libische VN-missie Ghassan Salamé kondigt op een persconferentie in Tripoli aan dat er van 12-14 april 209 een Nationale Conferentie (Al Multaqa Al Watani) zal doorgaan in Ghadames, een berberstad op zo’n 450 km van Tripoli en dicht bij het drielandenpunt met Tunesië en Algerije. Enkel Libiërs zullen eraan deelnemen. Ghassam Salamé voegt eraan toe: “De resultaten van de conferentie zullen worden opgemaakt door de Libiërs en voor alle Libiërs om een einde te maken aan de impasse en een begin te maken van een stabielere politieke routekaart die zal eindigen met democratische verkiezingen.”

Het offensief van Khalifa Haftar

Tien dagen voor het begin van de conferentie, op 4 april, lanceert generaal (of veldmaarschalk zoals hij zich zelf graag laat benoemen) Khalifa Haftar, de sterke man van Cyrenaica, het oostelijk gedeelte van Libië, een militair offensief om Tripoli te veroveren. Tripoli staat onder de controle van de milities van de regering van het GNA (Government of National Accord) dat geleid wordt door Fayez al-Sarraj en gesteund wordt door de Verenigde Naties.

Door een reeks militaire acties in januari en februari dit jaar verovert Khalifa Haftar de controle over het zuiden van Libië, de regio van Fezzan, zijn oliebronnen en voornaamste steden. De opmars van het zogenaamde LNA (Lybian National Army), de militaire troepen onder controle van Khalifa Haftar, lijkt de steun van een groot deel van de bevolking in de regio te hebben gekregen. De regio voelt zich dan ook al lang verwaarloosd door de GNA in Tripoli. Openbare diensten functioneren amper of helemaal niet en het is er bijzonder onveilig. Khalifa Haftar belooft de orde te herstellen en krijgt het voordeel van de twijfel. Het LNA slaagt erin afspraken te maken met diverse Arabische en enkele Toeboe stammen in de regio en krijgt daardoor sleutelposities in handen en de controle over wapendepots. Dat alles er echter niet correct verloopt mag blijken uit verslagen (zie hier en hier) over door het LNA gepleegde oorlogsmisdaden en schendingen tegen de menselijkheid vooral dan tegenover de Toeboe in het zuiden. Belangrijk is dat Khalifa Haftar nu het overgrote deel van de Libische olieproductie en het grootste deel van het grondgebied buiten de regio Tripolitanië controleert.

Dat is geen goede voorteken. De bijna onbelemmerde verovering van het zuiden heeft Khalifa Haftar en zijn buitenlandse beschermheren er waarschijnlijk toe aangezet om ook naar de hoofdstad op te rukken. Die wordt verdedigd door tal van krijgsheren en hun milities. Met de steun van de bevolking die de chaos zat is Tripoli binnentrekken als de redder van het vaderland is de natte droom van de veldmaarschalk. De verdeeldheid en concurrentie onder de diverse milities is daarbij meegenomen. Het GNA in Tripoli probeert nog steeds de veiligheidsplannen van de afgelopen maanden uit te voeren en een eind te maken aan de macht van de milities die sleutelsectoren van de hoofdstad bezetten. De samenwerking die wordt aangestuurd door de GNA heeft tot doel de verschillende veiligheidstroepen onder één controleorgaan samen te brengen. Dat moet ook de centrale inlichtingendienst, het ministerie van Openbare Onderzoek en de militaire politie omvatten. De milities van Tripoli blijven zich echter verzetten tegen deze hervormingen en omzeilen de uitvoering van het plan dat door de minister van Binnenlandse Zaken Fathi Bashaaga moet uitgevoerd worden.

Veldmaarschalk Khalifa Haftar heeft echter zijn krachten en de weerstand duidelijk overschat en onderschat. Buiten misschien wat salafistische “makdalis-milities” die actief zijn binnen de LNA van Khalifa Haftar zijn Libische milities zelden ideologisch gemotiveerd. Over het algemeen zijn het opportunistische groepen en Khalifa Haftar moet erop gerekend hebben dat verschillende groepen, afgeschrikt door zijn militaire kracht, zouden overlopen of op zijn minst neutraal zouden blijven.

De voorbereiding

Eind februari reizen zowel Khalifa Haftar als Fayez al-Sarraj, de eerste minister van de in Tripoli gevestigde en internationaal erkende regering, naar de Arabische Emiraten voor een ontmoeting. Volgens sommige bronnen gaat die uiteindelijk niet door omdat Khalifa Haftar weigert Fayez al-Sarraj te zien. Die laatste dringt aan op een verenigd leger onder een civiele autoriteit. Een voorstel dat Khalifa Haftar al herhaaldelijk heeft afgewezen. Hij wil zijn eigen leger niet ondergeschikt maken aan de regering in Tripoli omdat volgens hem de Presidentiële Raad fragiel en machteloos is. Andere bronnen beweren dan weer dat beide heren elkaar wel ontmoeten en volgens een tweet van UNSMIL, de VN-missie in Libië, zelfs een akkoord vinden “over de noodzaak om de overgangsfasen in Libië te beëindigen door verkiezingen te houden.

Na deze, al dan niet gehouden ontmoeting, in de Emiraten reizen beide protagonisten in de maanden daarop naar buitenlandse hoofdsteden om zo niet materiële steun dan toch politieke steun te verkrijgen. Op 10 maart gaat al-Sarraj langs bij al-Thani, de emir van Qatar en op 20 maart brengt hij een bezoek aan de Turkse president Erdogan. Khalifa Haftar van zijn kant reist einde maart naar Saoedi-Arabië om koning Salman en kroonprins Mohammed Bin Salman te ontmoeten.

Operatie ‘Flood of Dignity’

Enkele dagen later begint Operatie ‘Flood of Dignity’, het offensief van Khalifa Haftar om Tripoli te veroveren. De militaire actie is een berekend risico. De steun die hij krijgt tijdens zijn ontmoetingen met zijn buitenlandse supporters heeft hij waarschijnlijk geïnterpreteerd als een groen licht voor zijn poging om de Libische hoofdstad in te nemen. Het offensief is gericht op een snelle overname van Tripoli, maar het resultaat is teleurstellend. De militaire confrontatie lijkt tot een stilstand te komen. Terugtrekken is voor Khalifa Haftar echter geen optie. Dat zou een te grote politieke nederlaag en, erger, een teken van zwakte betekenen.

De gevechten zijn vooral geconcentreerd in de periferie van de hoofdstad, in het zuiden en westen. Nadat de LNA-troepen de stad Garyan 100 km ten zuiden van Tripoli veroveren en het zuidelijke Nafoesagebergte oversteken, proberen de pro-Hafar troepen Tripoli te omsingelen, de kust te bereiken om vervolgens het centrum van de stad binnen te dringen.

De eerste vuurgevechten om de hoofdstad vinden plaats op de kustweg ten westen van de stad en vlakbij de internationale luchthaven. Het offensief slaagt er echter niet in het verzet van de gewapende milities van Tripoli te breken. De LNA-troepen geraken nooit op minder dan tien kilometer van de meest centrale districten van de hoofdstad, waar alle instellingen van de regering gevestigd zijn.

Om Haftar tegen te houden moeten de milities een front vormen en plots is het mogelijk om zich te reorganiseren en een minimum aan coördinatie te vinden. Al jaren rivaliserende of concurrerende milities gaan samenwerken. Ze krijgen daarnaast ook de hulp van duizenden toegesnelde leden van milities uit Misrata, op 200 km ten oosten van Tripoli.

Een nadeel voor de troepen van Khalifa Haftar is dat ze ver verwijderd zijn van hun hoofdkwartier in Cyrenaica. Een 1000 kilometer lange toeleveringsroute in een woestijngebied opzetten om de bevoorrading te voorzien is zeer moeilijk.

Sponsors, supporters en broodheren

De buitenlandse steun die beide partijen krijgen kan doorslaggevend zijn. Beide partijen reizen daarvoor naar diverse hoofdsteden. Op 8 mei begint Fayez al-Sarraj een Europese tournee via Londen, Berlijn, Parijs en Rome. Op 23 mei ontvangen de Franse president Emmanuel Macron en de Italiaanse premier Giuseppe Conte Khalifa Haftar. Nadat die laatste half april al bij Abdel al-Sisi is langs geweest krijgt hij op 28 mei ook Abbas Kamel, het hoofd van de Egyptische veiligheidsdiensten op bezoek en gaat op 9 mei voor een tweede keer bij de Egyptische president Abdel al-Sisi langs. Terwijl Fayez al-Sarraj einde besprekingen voert mei de buurlanden Tunesië en Algerije (een land dat zelf kampt met grote binnenlandse problemen) reist Khalifa Haftar op 31 mei naar Moskou. Hij probeert er Vladimir Poetin van te overtuigen om te helpen om het wapenembargo op te heffen dat de VN-veiligheidsraad aan het LNA opgelegd heeft.

Het embargo is voor heel Libië van kracht maar is ook zo lek als een zeef. Het is niet alleen de laatste maanden dat het zwaar geschonden is. Sinds 2014 voorzien de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Egypte de LNA van militair materieel zoals Panthera T6, Typhoon en Caiman pantservoertuigen, MiG-21 jachtvliegtuigen en Mi-24/35P helikopters. Het is een publiek geheim dat Frankrijk Khalifa Haftar en zijn ‘nationaal leger’ jarenlang heeft geholpen door adviseurs, undercover agenten en speciale troepen in te zetten. Turkije laat zich ook niet onbetuigd. Het steunt de GNA in Tripoli en stuurt militaire adviseurs maar ook Kirpi II pantservoertuigen. Net zoals Jordanië twee weken geleden een onbekend aantal Mbombe 6×6 pantservoertuigen en in Jordanië getransformeerde Zuid-Afrikaanse Al-Mared 8×8-voertuigen geleverd heeft aan milities die samenwerken met het LNA van Khalifa Haftar. Jordanië zit echter in slechte financiële papieren, het lijkt aannemelijk dat het materiaal betaald is door de Saoedis die in april tientallen miljoenen dollars beloofden aan Haftar voor zijn offensief tegen Tripoli. De Emiraten voorzagen vroeger al de strijdkrachten van Haftar van gepantserde voertuigen van Nimr en helikopters. De VN onderzoeken op het ogenblik de betrokkenheid van de Emiraten bij een raketaanval door drones op de Libische hoofdstad op 20 april.

Internationale reactie

Er is volgens Ghassan Salamé, de speciale VN-gezant voor Libië, internationaal een ‘gebrek aan eenheid en autoriteit’. Er is geen morele motivatie om de Libische burgeroorlog te beëindigen, Libië wordt grotendeels beschouwd als een ‘te veroveren prijs’. Voorlopig blijft de internationale actie alleszins beperkt tot communiqués en verklaringen waarin het woord ‘betreuren’ en de uitdrukkingen ‘sterk veroordelen’ en ‘grote bezorgdheid’ een hoofdrol spelen.

Zolang die opstelling niet verandert weet Khalifa Haftar dat er nog ruimte is om, misschien met nog meer middelen en nog meer geweld, zijn offensief op Tripoli voort te zetten. De middelen daarvoor ontbreken niet, tenslotte controleren de milities van het LNA op het ogenblik 75% van het grondgebied en 70 tot 75% van de olievelden. In een opiniestuk op Euronews schrijft Ahmed al-Gasser van de Libische Libische ngo Human Rights Solidarity: “Libië bevindt zich in een diepe crisis en de strijd om Tripoli staat op het punt om af te glijden in een bloedige oorlog. Zoals Salamé heeft opgemerkt, hebben de strijdende partijen tot nu toe slechts 30 procent van hun strijdkrachten ingezet, terwijl de productie van 1,2 miljoen vaten olie per dag ervoor zorgt dat er geld is voor het conflict om altijd maar door te gaan.

Zie ook

Libië, de vrienden van Haftar De troepen van generaal Khalifa Haftar bestoken nu al dagen de Libische hoofdstad Tripoli. Zijn “Nationaal Leger” is al langer de baas in het oosten en nam onlangs grote delen van het zuiden in. De regering in Tripoli verwacht heil van haar Italiaans...
Wapengolf over Libië Hoewel Libië sinds de opstand tegen voormalig president Khadaffi in het voorjaar van 2011 aan een VN-wapenembargo is onderworpen, komen wapens massaal het land in. Sinds opstandelingen met steun van de NAVO Khadaffi van de macht verdreven, is het ...