“Call Me”

Openbare telefooncel in Kashmar, Iran - foto van Sonia Sevilla '
Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 22 september 1980 beveelt Saddam Hoessein zijn generaals om Iran binnen te vallen, een land dat drie keer zo groot is als Irak. Daarmee begint Golfoorlog I, de langste oorlog van de 20ste eeuw en het begin van een ontzaglijk bloedspoor door het Midden-Oosten. Een decennium later valt Saddam Hoessein Koeweit binnen en begint in 1991 Golfoorlog II om Koeweit te bevrijden. Het brengt de VS op het pad naar Golfoorlog III, de invasie van Irak in 2003 en misschien wel dicht bij een toekomstige Golfoorlog IV, een oorlog met Iran. In dit treurige verhaal lijkt de ene oorlog wel de aanzet te zijn voor steeds weer een nieuwe oorlog.

Vandaag horen we het tromgeroffel van de Amerikanen, hun trouwe partners Saoedi-Arabië, de Emiraten en Israël en hoe Teheran hen van antwoord dient.

Terwijl de medewerkers van president Trump zich onder zijn neus voorbereiden op een herhaling van de ramp in Irak in 2003, is Donald Trumps meest ‘waardevolle’ uitspraak tot nog toe: “Call Me”. Als de Iraniërs een doemscenario willen vermijden, als ze willen onderhandelen, moeten ze hem maar even bellen. Kan het makkelijker dan dat?

In zijn visie op de wereld – en het lijkt er sterk op dat het die van een groot deel van de Amerikanen is – heeft het universum buiten de Verenigde Staten toch op de één of andere manier altijd de ambitie om bevrijd te worden door Amerikanen en hun levenswijze over te nemen. Donald Trump wil zijn – overigens niet zo bijzonder succesvolle – Koreaanse formule van praten met Kim Jong-un toepassen op Iran.

Het is positief om te werken aan het verminderen van de spanning, maar de fout die Trump met Noord-Korea maakt, is te denken dat Kim Jong-un zijn kleine nucleaire arsenaal zal opgeven. De bom is de essentiële garantie voor het voortbestaan van Kims regime. Het zou logischer zijn moesten de Verenigde Staten zich gewoon concentreren op het bevriezen van het Noord-Koreaanse nucleaire programma.

De VS blijken wat betreft het nakomen van akkoorden immers altijd al zeer onbetrouwbaar. Sinds Trump president is en zijn regering zich terugtrok uit het Trans-Pacific Partnership (TPP), het Akkoord van Parijs over klimaatverandering en de nucleaire overeenkomst met Iran (JCPOA) lijkt het misschien dat het pas sinds kort opletten blazen is om akkoorden te sluiten met de VS. Maar ook voordien is er een lange historiek van verdragen die de VS hebben ondertekend maar nooit officieel bekrachtigd (geratificeerd), ondertekend en vervolgens opgezegd, geweigerd te ondertekenen nadat ze anderen ertoe aangezet hebben dat wel te doen.

Het begint al op het ogenblik dat het land pas ontstaat. Honderden verdragen met indianenstammen worden later gewoon verbroken of niet geratificeerd. De VS is bijvoorbeeld ook een van de landen die het minst aantal internationale verdragen over mensenrechten officieel hebben goedgekeurd. Van de 18 door de VN aangenomen overeenkomsten heeft het er maar vijf geratificeerd.

Wat Korea betreft, wordt in 1954 in Genève een conferentie bijeengeroepen om een definitief einde te maken aan de Eerste Indochina Oorlog en de Koreaanse oorlog. Vietnam, Frankrijk, China, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk tekenen het verdrag. De VS nemen wel deel aan de onderhandelingen maar weigeren uiteindelijk om de overeenkomst te tekenen. Ze doen wel een concessie door ermee in te stemmen om het staakt-het-vuren te respecteren.

De kwestie Iran

De context van Iran verschilt grondig met die van Noord-Korea.. In de onderhandelingen met Kim staan de bondgenoten van de Verenigde Staten volledig op dezelfde lijn. En, ere wie ere toekomt, het is niet Trump maar Moon Jae-in, de Zuid-Koreaanse president, die de eerste fundamentele en belangrijke voorzet geeft om de diplomatie een kans te gunnen. Terwijl van hun kant ook Rusland en China nuttig werk verrichten om de Noord-Koreanen over de streep te trekken.

In het Midden-Oosten krijg je een heel ander plaatje. De westerse bondgenoten zijn in deze gekant tegen het groeiende Amerikaanse militarisme. De nucleaire overeenkomst is een concreet uitgangspunt waarop de diplomatie kan steunen om de dialoog met Iran verder te zetten. Dat is echter niet de keuze die Trump maakt. Al meer dan een jaar legt zijn regering steeds ondraaglijker economische sancties op aan Iran. Trump zegt dat hij het regime in Teheran wil veranderen, hij wil een implosie van het systeem teweegbrengen. Als dat niet kan moet er maar oorlog gevoerd worden. Een alternatief, één enkel signaal geven om een dialoog op te starten is blijkbaar te moeilijk. Of moet je dat “Call Me” van 12 mei als een ‘signaal’ verstaan?

De bondgenoten van de VS in het Midden-Oosten blinken niet uit in gematigdheid maar blazen warm en koud tegelijkertijd. Arab News, de krant van de broer van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman, roept de Amerikanen op om precisieaanvallen op Iran uit te voeren. Tegelijkertijd zegt de Saoedische staatssecretaris voor buitenlandse zaken Adel al-Joubeir “Het Saoedi-Arabisch koninkrijk wil geen oorlog in de regio en streeft daar niet naar…”

De Verenigde Arabische Emiraten lobbyen bij de Verenigde Staten om Teheran te isoleren. Dat isoleren mag echter niet ten koste gaan van hun eigen economische belangen als het toeristisch, financieel en handelsknooppunt van het Midden-Oosten. Terwijl Saoedi-Arabië in een spervuur van tweets Iran beschuldigen de opdrachtgevers te zijn van de dinsdag 14 mei uitgevoerde drone-aanvallen op zijn olie-installaties, onthouden de VAE zich om iemand de schuld te geven voor de aanslagen op vier olietankers voor hun kust op 12 mei. Ze pleiten voor terughoudendheid en de-escalatie tijdens wat het een ‘moeilijke situatie’ noemt.

En dan is er ook Benyamin Netanyahu. In 2002 verzekerde hij in een toespraak in het Amerikaanse Congres dat Saddam Hoessein ofwel nucleaire wapens had of, dank zij verborgen centrifuges “niet groter dan wasmachines”, op het punt stond om die te hebben. “Als je Saddam, het regime van Saddam, uitschakelt, garandeer ik jullie dat het een enorme positieve impact zal hebben op de regio,” beweerde Netanyahu. “En ik denk dat de mensen die er vlakbij in Iran zitten, jongeren en vele anderen, zullen zeggen dat de tijd van zulke regimes, van zulke despoten voorbij is.” Netanyahu maakt op dat ogenblik geen deel uit van de Israëlische regering maar zijn uitspraken waren voor critici het bewijs van Israëls betrokkenheid om Bush de oorlog te laten beginnen.

Benyamin Netanyahu zal, als er een oorlog uitbreekt tussen de VS en Iran, een grote verantwoordelijkheid dragen. Het is immers Netanyahu die met de hulp van gelijkgestemde bondgenoten in de VS en het Midden-Oosten, Donald Trump overhaalt om de nucleaire overeenkomst met Iran op te zeggen. Het is Netanyahu die Trump ervan overtuigt dat zware economische sancties gecombineerd met militaire bedreiging de beste manier is om Teheran terug aan de onderhandelingstafel te krijgen om een betere nucleaire overeenkomst af te dwingen waarbij ook de middellange afstandsraketten en de regionale bemoeienissen van Iran aan bod komen. Zaken die niet in de ‘Obama’s overeenkomst’ staan. En gezien het feit dat landen zoals Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten veel strijdvaardiger zijn in privégesprekken dan in het openbaar, zou Netanyahu wel eens als de hoofdschuldige van een oorlog met Iran kunnen worden beschouwd.

En laten we ook maar iets zeggen over de Europese Unie. De EU staat er eerst passief op toe te kijken wanneer Trump een jaar geleden opnieuw strafsancties tegen Iran oplegt. Net zoals het er op toekijkt hoe de kleine economische heropleving die waar te nemen is wanneer de sancties in 2015 opgeheven worden ondertussen weer om zeep geholpen is. Vandaag levert Europa amper commentaar op de recente provocaties van de VS. Als de Europeanen ooit een buffer tegen het Amerikaanse avonturisme willen zijn, dan is het nu wel een ideaal moment om er iets aan te beginnen doen.

Een oorlog met Iran zal geen ‘piece of cake’ zijn

Iran beschikt over een modern leger met raketten die in staat zijn Amerikaanse bases, marineschepen en troepenconcentraties tot op 1200 km afstand te bereiken. Scheepvaart door de Straat van Hormuz, waardoor 40 procent van de olie in de wereld wordt verscheept zal wellicht onmogelijk worden. In de afgelopen jaren heeft Iran bovendien in Irak, Libanon, Syrië en Jemen zijn plaatselijke bondgenoten versterkt en bewapend. Een invasie van Iran is ondenkbaar maar als de VS Iran – logistiek gesteund door Israël en de Arabische Golfstaten – vanuit de lucht of vanop zee willen aanvallen, dan mag er gerust van uitgegaan worden dat die Iraanse regionale bondgenoten in actie zullen komen.

De strijd zal niet beperkt blijven tot Iran maar uitgebreid worden in een vernietigend destructief regionaal conflict. De VS zullen daarbij vermoedelijk niet kunnen rekenen op de NAVO-bondgenoten. De Iraanse economie gaat gebukt onder de gevolgen van de Amerikaanse sancties, maar het regime zal zeer waarschijnlijk zelfs een massale aanval van de VS overleven. De Verenigde Staten zijn militair oppermachtig maar de problemen van Amerika met het Iraanse regime zijn in principe niet vatbaar voor een militaire oplossing.

Wanneer Saddam Hoessein in 1980 met de stilzwijgende toestemming (en steun) van veel westerse landen Iran binnenvalt, stort het regime van de ayatollahs niet in. Door de buitenlandse agressie sluiten de Iraniërs de rangen rond Khomeini, het systeem overleeft en komt er uiteindelijk versterkt uit. Er is veel kans dat ook dit keer hetzelfde zal gebeuren als de zieke overtuiging van John Bolton, de vele Amerikaanse neocons, de jonge prinsen van de Golf en Benyamin Netanyahu de overhand krijgen op het gezond verstand.