Van bladblazers, taxibonnetjes en het democratisch deficit.

Francine
Facebooktwittergoogle_plusmail

Benieuwd wat het wordt zondag met de Europese verkiezingen. In eigen land zal de participatiegraad wel behoorlijk hoog liggen, niet enkel wegens de verplichte stemming, maar ook door het samenvallen met de federale parlementsverkiezingen. In landen waar enkel ‘Europees’ moet worden gestemd, ziet het er anders uit. Van een participatiegraad van meer dan 60 % in de negen lidstaten van 1979 (de eerste rechtstreekse verkiezingen) viel dit terug op 42,61 % in 2014 met 28 lidstaten. Wat wordt het in 2019? Hoe laag kan het percentage vallen om de legitimiteit van dit bij uitstek democratisch instituut in de EU definitief aan te tasten?

Onkunde en onwetendheid

De redenen hiervoor zijn talrijk. Maar één argument geldt duidelijk niet: dat het Europees Parlement niets zou te zeggen hebben over het Europees beleid of dat de EU van geen tel is voor het dagelijks leven van mensen. Het tegendeel is waar. Voor alle grote problemen die de mensen bezighouden, van migratie tot klimaat, van pensioenen tot fiscaliteit, zonder Europese aanpak zal het niet lukken een begin van oplossing te vinden.

Wat is het dan wel? Een eerste belangrijke reden lijkt me het gebrek aan kennis en inzicht te zijn in wat de EU doet en hoe ze werkt. Aan de linkerzijde heerste lang hetzij een alles-goedkeuren-gedrag, hetzij een radikaal-afwijzen-houding. Daar kom je niet mee verder. Terwijl er heus boeiende verhalen te vertellen vallen over hoe de belangrijkste dossiers politiek behandeld worden, van de Commissie tot het Parlement en de Raad. Over hoe de tegenstellingen tussen de instellingen én tussen de landen én tussen de verschillende ideologieën elk hun rol spelen en hoe dit tot soms verrassende resultaten leidt. Voor de kiezer blijft dit echter onbekend. Nationale ministers geven ook geen duidelijkheid – of valse informatie – over wat er achter de gesloten deuren van de Raadsvergaderingen gebeurt.

De tweede reden die ik hier wil vermelden is de rol van de media. Zij zijn het immers die er wat aan kunnen veranderen, maar zij doen dat niet. Nationale journalisten hebben hooguit af en toe contact met de Europese parlementsleden van hun land. Zelden en eigenlijk zo goed als nooit wordt een Europees debat gehouden of geduid. Eén journalist per krant of medium is ook onvoldoende om het hele terrein af te dekken, dus Europese berichtgeving wordt dan al gauw een dure zaak. Men gaat er dus gemakshalve van uit dat ‘de mensen toch niet geïnteresseerd zijn’. Quod non.

Een derde reden die nog veel ernstiger is, ligt in de gebrekkige legitimiteit van de Europese instellingen. Nu wordt er ook wel ontzettend veel onzin verteld, vooral langs radikaal links en langs uiterst rechts – over de ‘superstaat’ en de ‘onmogelijke hervorming’ van de instellingen – maar het blijft een feit dat sinds de grote crisis van 2008-2009, de ramp die over Griekenland werd afgeroepen en het onvermogen van de Raad om de Lidstaten op één lijn te krijgen over migratie, het geloof in het politiek vermogen van de EU sterk is getaand. Meer en meer mensen geloven er niet meer in.

En tenslotte, ja, echte Europese verkiezingen zijn het natuurlijk niet, daar kunnen de ‘Spitzenkandidaten’ niets aan veranderen. Het blijven 28 nationale verkiezingen waarin het nationaal beleid een veel grotere rol speelt dan het Europese. Diem25, de beweging van ex-minister van Financiën in Griekenland, Yanis Varoufakis, is de enige die daar iets wilde aan veranderen, met internationale lijsten en één duidelijk kritisch maar opbouwend programma. Helaas komt ze in de meeste Lidstaten gewoon niet op, wegens gebrek aan bondgenoten of door bureaucratische hinderpalen, zoals in België.

Eurosceptici

Toch zijn er wel merkwaardige evoluties aan de gang. Hoe groot het wantrouwen jegens de instellingen ook is, dit betekent helemaal niet dat mogelijk Europees beleid ook wordt afgewezen. Of met andere woorden, Eurosceptici zijn bijvoorbeeld wel te vinden voor meer Europese solidariteit. Je moet hen wel precies uitleggen hoe het in elkaar zal zitten en hoe dit wordt georganiseerd. Uit onderzoek van Frank Vandenbroucke in Amsterdam en Louise Hoon aan de VUB blijkt dat heel veel ‘Europese oplossingen’ zeker worden gesmaakt door de kiezers, terwijl ze tegelijk de EU in globo afwijzen. Dit betekent dat er wel degelijk een taak is weggelegd voor eerlijke en doortastende media die een Europees probleem of beleidspunt precies kunnen duiden.

Dit is ook van belang voor het vele ‘fake news’ en uiterst rechts populistische onzin die wordt uitgekraamd. Want hoe leg je nu in ’s hemelsnaam het succes van Nigel Farage en Boris Johnson uit in het VK? Zeker, de woede en de ergernis van de bevolking over het geknoei en gepruts van de politieke klasse met de resultaten van het Brexit-referendum zijn terecht. Noch Theresa May, noch Jeremy Corbyn kunnen wegens de breuklijnen in hun partij een duidelijke boodschap aan de kiezers meegeven.

Maar dat Johnson en Farage dan als volkshelden worden binnen gehaald, met wellicht allebei om en bij de 20 % van de stemmen is totaal van de pot gerukt. Farage, man van het volk, haalde naast zijn riant Europees salaris en zijn media-inkomen nog eens een klein half miljoen Euro binnen van Arron Banks. Hij belooft zijn kiezers de stal van de politieke klasse schoon te ruimen, maar is zelf een beroepspoliticus die al twintig jaar lid is van het EP. Boris Johnson dan wil Theresa May opvolgen omdat ‘Singapore upon Thames’ al lang zijn natte droom is. Alsof dit de British working class zal helpen het hoofd boven water te houden, wel integendeel. Toch komen ze allebei weg met hun leugens en bedrog, net zoals toen met de honderden miljoen die van de Europese kas naar de nationale gezondheidsdienst zouden vloeien. Vergeten en vergeven?

Vlaanderen in Europa?

België heeft in het verleden doorgaans uitstekende mensen afgevaardigd naar het Europees Parlement, maar veel mochten we over de programma’s niet leren in de afgelopen weken. Of Kris Peeters, Geert Bourgeois en Gerolf Annemans in de komende vijf jaar een actieve rol zullen spelen, valt af te wachten, maar veel optimisme is niet verantwoord.

Aan progressieve kant zal Kathleen Van Brempt ongetwijfeld hard verder werken aan milieubeleid, hoewel er kan getwijfeld worden aan de rol van haar fractie.

Petra De Sutter en Bart Staes voor Groen hebben alles om vertrouwen te wekken, maar ook die fractie helt soms gevaarlijk naar de liberale kant.

Line De Witte van PVDA zal het wellicht niet halen, maar haar Franstalige collega, Marc Botenga, waarschijnlijk wel. Hij is een intelligent en bekwaam iemand, het PVDA programma is erg uitgebreid en vrij pragmatisch, alleen wordt het vooraf gegaan door een paar uitspraken die twijfel doen rijzen, zoals ‘Europa verander je niet met parlementaire amendementen in vergaderingen met lobby’s en de Europese Commissie’. Tja, wat doe je dan in een Europees parlement? En waarom worden het Parlement, de Commissie en de lobby’s hier op één hoop gegooid? Erg jammer.

Guy Verhofstadt is een buitenbeentje. Hij is een overtuigd federalist en een onvermoeid voorstander van Europese integratie, alleen is zijn fractie alweer niet bepaald progressief. Je zou een beetje op Verhofstadt kunnen rekenen om de instellingen te hervormen, maar zeker niet om het beleid te bepalen.

Toegegeven, veel Vlaamse media volg ik niet, maar wat ik las in kranten, zag op TV en bekeek op facebook, het maakte me niet erg vrolijk. Over de EU hoorde ik erg weinig, en op facebook las ik vooral depolitiserende zoniet anti-politieke kreten.

We kregen van de VLD een filosofische insteek met beschouwingen over bladblazers, we kregen van anderen ettelijke berichten over het ‘geheim’ van de taxibonnetjes van de parlementsleden, en we weten nu dat het allemaal overbodige poenpakkers zijn. Over de Euro, het begrotingssemester of het echte democratisch deficit van de Raad van Ministers hoorden we niets. Zo jammer, want er wordt heus hard en goed gewerkt in het Europees Parlement, maar sommigen vergeten wellicht dat er allesbehalve een progressieve meerderheid is. Om daar iets aan te veranderen is er meer politiek nodig, meer overtuiging, meer informatie, meer mobilisatie en ga zo maar door. Kortom, een meer constructieve benadering. Want neen, een amendement om het kapitalisme af te schaffen zal weinig uithalen in het EP.

Het wordt zondag vooral uitkijken naar de kracht van populistisch uiterst rechts in het nieuwe Parlement.

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.