Hoe belangrijk is sociale zekerheid?

dav
Facebooktwittergoogle_plusmail

Je kan er alleen maar blij mee zijn, er is weer wat meer aandacht voor de sociale zekerheid! Uiteraard zitten de verkiezingen er voor iets tussen, maar het ziet er toch naar uit dat diverse partijen beseffen dat bescherming van de bescherming nodig is! Het neoliberale beleid dat ook in dit land wordt gevoerd is een rechtstreekse bedreiging voor de sociale zekerheid zoals we die kennen. Tel daarbij dat jonge mensen zich zelden aangesproken voelen door deze ‘kathedraal’ uit het verleden en graag luisteren naar het verleidingslied van het basisinkomen.

Progressieve denktank Minerva gaf een boek uit over de fundamenten van ‘sociale zekerheid in onzekere tijden’. Het geeft een interessant en helder overzicht van wat ons stelsel van sociale zekerheid betekent en waar ze vandaan komt.

Diverse onderdelen ervan worden in verschillende hoofdstukken in detail besproken, van gezondheidszorg tot pensioenen. Ook de OCMW’s, het Europees beleid en de principes van selectiviteit of universalisme worden behandeld. De algemene doelstellingen zelf komen eveneens aan bod, en dat is in deze neoliberale tijd beslist geen overbodigheid.

‘De sociale zekerheid in haar vanzelfsprekendheid verloren’, zo stelt Matthias Somers in zijn inleiding vast. Maar de momenteel erg in trek zijnde oplossingen bij veel jonge mensen – ‘we nemen de touwtjes zelf in handen’ – kan geen oplossing zijn voor de problemen die ze zien. Want de sociale zekerheid is ‘een institutionele uitdrukking van solidariteit, de erkenning van lotsverbondenheid en wederzijdse verantwoordelijkheid’ (p. 19). Zelf de touwtjes in handen nemen ontdoet het stelsel van zijn verplicht karakter en herleid de compensaties tot een gunst. ‘We hebben ook meer nodig dan warme gezelligheid’ (p. 373) stellen Margot Cloet en Yvonne Denier terecht.

Wie wil wijzen op het belang van sociale zekerheid kan uiteraard niet voorbij aan de problemen die er vandaag wel degelijk zijn. Zo stelt Koen Vleminckx dat het systeem aanvankelijk op een niet-staatse opvatting berustte, met paritair beheer, maar dat de staat meer en meer invloed heeft gekregen (p. 38). Ook het verzekeringsprincipe zelf werd vanaf de jaren ’80 uitgehold (p. 44).

Frank Vandenbroucke wijst erop dat het in dit land bijzonder moeilijk is om de pensioenen te hervormen (p. 104) terwijl Wouter De Tavernier het hele stelsel met ‘Belgische koterij’ vergelijkt (p. 186).

België doet het heel erg slecht op het vlak van gezondheidsongelijkheid stelt Ri De Ridder (p. 201), terwijl Pascal De Decker de problemen met het woonbeleid beschrijft. En het lokale sociale beleid, tja, dat loopt achter de feiten aan, volgens Sarah Marchal en Marjolijn De Wilde (278).

Kortom, een hele reeks zeer interessante en leerrijke bijdragen. Dit is een boek dat verplichte lectuur zou moeten zijn voor elke politicus en zeker voor iedereen met kritiek op het sociaal beleid.

Toch bleef ik zelf ook een beetje op mijn honger zitten. Diverse auteurs slaken eigenlijk een noodkreet en laten een lange schreeuw naar beter horen. Er worden ook verschillende voorstellen gelanceerd voor gezondheidszorg, het woonbeleid of voor de OCMW’s bijvoorbeeld. Wat echter ontbreekt is een visie op hoe zo’n vernieuwde en betere sociale bescherming er zou kunnen uitzien. Misschien is dit te veel gevraagd voor één boek, maar het zou mooi zijn mocht Minerva zich ook daarover kunnen buigen. Trouwens de werkloosheid komt in dit werk niet aan bod en juist op de arbeidsmarkt worden de komende jaren grote veranderingen verwacht. Hoe moet de sociale zekerheid daarop reageren?

Dit boek geeft een prachtig overzicht van hoe belangrijk de sociale zekerheid is. Terecht heet het ‘Fundamenten’. Maar een aantal problemen ontbreken (de afbraak van het paritair beheer bijvoorbeeld onder invloed van de regionalisering) en er wordt slechts een aanzet gegeven voor het denkwerk over de toekomst. Mag dit een aansporing zijn om er verder werk van te maken. Er zijn immers té veel kapers op de kust tegenwoordig.

Het boek kan gratis worden gedownload op www.minerva.be

Fundamenten. Sociale zekerheid in onzekere tijden
Matthias Somers (red.)
Minerva
2019
382
Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.