Erdogan twijfelt aan de trouw van zijn kiezers

Facebooktwittergoogle_plusmail

Zondag 31 maart worden er in Turkije lokale verkiezingen gehouden in provincies en steden. Niets bijzonders zou je zeggen, maar president Recep Tayyip Erdogan heeft toch alle registers open getrokken. Omdat de verkiezingen plaats hebben op een moment dat Turkije in recessie zit.

Sedert de regerende islamistische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) in 2002 de verkiezingen won, kan ze rekenen op de steun van zowat de helft van het Turkse electoraat. Met de hulp van de uiterst rechtse Partij van de Nationale Beweging (MHP) kon Erdogan zijn positie zelfs uitbouwen tot absolute alleenheerser. Iets wat ook in zijn eigen partij niet bij iedereen in goede aarde viel.

De schrik zit er bij Erdogan in dat zijn positie geleidelijk zou kunnen verzwakken als een deel van zijn trouwe achterban zou afhaken. Er wordt zelfs gespeculeerd dat er een scheuring zou kunnen komen in de APK op initiatief van toonaangevende politici die door Erdogan werden opzij geschoven omdat ze hem in de schaduw dreigden te stellen.

Corruptie en Gezi-protest

Erdogan heeft nochtans al veel overleefd. Op het einde van de periode dat hij eerste minister was, van 2003 tot 2014, kreeg hij in 2013 te maken met een enorm corruptieschandaal, waarbij ook zijn zoon betrokken was. Vanaf eind mei van dat jaar vonden er weken lang protesten tegen hem plaats, die begonnen op het Taksim-plein in Istanboel met manifestaties van milieuactivisten omdat Erdogan bouwplannen had in het nabijgelegen Gezipark. De manifestaties deinden uit over het hele land en brachten miljoenen Turken op de been, maar werden met veel geweld aangepakt en stierven uit.

Zowel de corruptie als het geweld hadden geen invloed op Erdogans machtspositie. De diepgelovige moslims in dorpen en steden in het Anatolische binnenland bleven hem trouw. Een trouw die het gevolg was van het feit dat dit binnenland altijd in de schaduw had gestaan van de grote steden zoals Istanboel, Ankara en Izmir, en onder de vroegere seculiere regeringen verwaarloosd werd.

Ook deed Erdogan veel voor hen. Hij islamizeerde Turkije tot groot genoegen van de vrome Turken, die er een revanche in zagen tegen de verwesterde grootstedelingen. Bovendien kregen ze meer dan beloften van Erdogan. Er ging veel investeringsgeld naar de achtergebleven gebieden, dat de economie opkrikte en Turkije jarenlang zeer goede groeicijfers opleverde. Erdogan zorgde er ook voor dat de vruchten van de groei niet, zoals in de neoliberale landen, vooral naar de rijken gingen. Zo werden de minimumlonen geregeld verhoogd, meer dan die van de meer gegoeden. Elke gewone Turk voelde dat in zijn portemonnee: zijn koopkracht steeg gevoelig

Koerdische kwestie

Erdogan probeerde ook de harten van de Koerden te veroveren door in Koerdistan te investeren en enige culturele vrijheden, zoals het gebruik van het Koerdisch toe te staan. De Koerden wilden echter meer: echte culturele autonomie. De eerstvolgende lokale verkiezingen waren in Koerdistan geen echt succes voor Erdogan ondanks het feit dat er ook in Koerdistan een niet onbelangrijke groep van religieuze en conservatieve Koerden bestaat, die de “ummah”, de gemeenschap van de moslims, boven het Koerdisch nationalisme verkiest. Bovendien mislukten de onderhandelingen met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een sedert 1984 actieve guerrillabeweging waarvan de leider, Abdullah Öcalan, in een Turkse gevangenis zit.

Die onderhandelingen met de PKK waren een doorn in het oog van de zeer nationalistische Turken. In de eerste plaats die van MHP en van de Republikeinse Volkspartij van wijlen Kemal Pasha Atatürk (1881-1938). Atatürk was de man die in 1923, op het puin van het Ottomaanse Rijk, in 1923 de moderne en seculiereTurkse Republiek oprichtte.

Erdogan werd in 2014 zonder probleem tot president van Turkije gekozen. In de Koerdische kwestie gooide hij in 2015 het roer helemaal om. Hij koos voor de gewapende confrontatie – die nog altijd voortduurt. De PKK nam een catastrofale beslissing, geïnspireerd door de hulp die de Syrische Koerden kregen van het Westen toen ze belegerd werden door Islamitische Staat (Daesh in het Arabisch) in Kobane. Ze zette haar jeugdafdelingen in augustus 2015 aan zich te barrikaderen in het centrum van enkele steden. De verwachte westerse tussenkomst bleef uit en het gewapend verzet werd in het bloed gesmoord. Hun steden werden platgeschoten. Zo werd het oude omwalde centrum van de stad Dyarbakir helemaal verwoest. De PKK kreeg heel wat verwijten te slikken van de bewoners.

De politieke vleugel van de Koerdische beweing, de Democratische Volkspartij (HDP), daarentegen floreerde. Die nam in juni 2015 deel aan de parlementsverkiezingen, haalde de kiesdrempel van 10 % en kreeg 80 zitjes in het nieuwe Turkse parlement. Dat was een zware gok geweest van co-voorzitter Selahattin Demirtas. Voorheen zaten er al Koerden in het parlement als onafhankelijke kandidaten of via lijsten van andere partijen. Sedert die door vele onverwachte zege werd ook de HDP frontaal aangepakt door de regering. Vele verantwoordelijken van de partij werden ervan beschuldigd het “terrorisme” van de PKK te steunen en kregen zware celstraffen. Demirtas zelf zit al sedert 2016 in de gevangenis.

De Ottomaanse droom

Erdogan is een groot bewonderaar van het het Ottomaanse Rijk, dat geleid werd door een sultan die ook optrad als kalief (opvolger van de profeet) en officieel de leider was van alle moslims – de praktijk lag wel anders: buiten het Ottomaanse Rijk had hij weinig of geen religieus gezag. Dat Rijk, in principe geleid door één leider, inspireerde hem in zijn streven een sterk presidentieel regime in te voeren en de Republikeinse verworvenheden van Atatürk op de schop te zetten. Niet voor niets zijn er de voorbije jaren al vele karikaturen van Erdogan als sultan gemaakt en gepubliceerd (ook in Uitpers).

Om dat doel te bereiken had hij een tweederde meerderheid in het parlement nodig. Tot zijn grote teleurstelling haalde hij bij de parlementsverkiezingen van 7 juni 2015, mede door het Koerdische succes, zelfs geen gewone meerderheid meer. Daarom lokte hij nieuwe verkiezingen uit voor 1 november, die hem weer een meerderheid gaven, maar niet de verhoopte 2/3. Ook met de MHP, de partij van de beruchte extreem-rechtse “grijze wolven”, kreeg hij die nog niet. Maar hij haalde in het parlement wel 60 % van de stemmen die wettelijk vereist zijn om een referendum te vragen. Een referendum dat plaats had op 17 april 2017 en dat hij won.

Sedert is er geen eerste minister meer, de president zit de ministerraad voor, en de president heeft letterlijk alle bevoegdheden in en van de staat. Te beginnen met de benoemingen van rechters, van de alle hoge ambtenaren, van de legertop van de politiechefs en de officeren van de gendarmie. De persvrijheid is zo goed als helemaal afgeschaft. Vele journalisten en opponenten werden naar de gevangenis gestuurd.

Mislukte staatsgreep

Dit ottomaanse streven om alle macht aan zich te trekken viel niet in goede aarde bij vele Turken buiten het conservatief-religieze kiezerssegment. Er werd gemord, tot in de AKP, en zelfs in de MHP was niet iedereen het eens met de leiding – zonder enig resultaat. Het werd de aanleiding tot een poging staatsgreep door het militairen in juli 2016. Een staatsgreep die Erdogan aangreep om een grootscheepse zuivering van het staatsapparaat en het leger door te voeren.

Die tegenstanders waren in de eerste plaats de aanhangers van de religieuze goeroe Fethullah Gülen, die in ballingschap in de Verenigde Staten leeft. Erdogan had jarenlang met Güllen samengewerkt aan de islamizering van Turkije en aan de afbraak van de Republikeinse idealen van o.m. strikte scheiding van moskee en staat van Atatürk. Naarmate ze meer en meer succes boekten werden ze rivalen om de macht.

Dat Gülen, met steun van zijn Amerikaanse gastheren, bij de poging tot coup betrokken was, kan niet worden uitgesloten. Erdogan irriteert al jaren de Amerikanen met zijn eigengereide politiek die niet past bij de “westerse solidariteit” (betere relaties met Rusland bv.). Ook zijn harde anti-Israëlische uitspraken vallen niet in de smaak. Gülen daarentegen is een religieuze fundamentalistische zeloot die zijn plaats kent. Hij is het perfecte type van leider dat de Amerikanen kan bekoren. Een element In zijn voordeel is het feit dat hij fervent anti-Palestijns en pro-Israëlisch is – of heeft hij die houding aangenomen om het Westen te behagen?

Economische conjunctuur

Erdogan richtte een sociaal bloedbad aan door zowat 135.000 mensen uit de openbare dienst te ontslaan zonder enige vergoeding, pensioen of andere tegemoetkoming. Zij staan zonder één cent op straat en moeten maar zien te overleven. Dat heeft de tendens naar een knik in de economische conjunctuur, die vele economisten al zagen aankomen, nog versterkt. Daarnaast heeft het vrijwillig vertrek uit Turkije van tienduizenden hoog opgeleiden, zakenlui en miljonairs, die het gebrek aan vrijheid en de willekeurige tussenkomsten van de staat beu zijn, Turkije verarmd.

De president zag de recessie, die nu een feit is, wel aankomen: op elke hoogconjunctuur volgt een terugval. Dat is één van de redenen waarom Erdogan de parlementsverkiezingen, die normalerwijs in november van dit jaar moesten plaats hebben, vorig jaar vervroegde tot 24 juni 2018. Hij wilde vermijden voor de kiezer te moeten verschijnen op het moment dat de zaken slecht gaan. Een andere reden is dat officieel – in de praktijk is het al lang zo – de hervormingen die Erdogan doorvoerde, pas van kracht kunnen worden na nieuwe parlementsverkiezingen. Zo heeft Erdogan alvast nog vier jaar voor zich in de hoop dat hij de economie weer kan aanzwengelen.

De toestand is momenteel niet rooskleurig. De economie is in recessie, de werkloosheid is opgelopen tot tegen de 15 %, de inflatie bedraagt 20 %, de schatkist begint op te kijken tegen een tekort aan deviezen, de Turkse lira is nog net niet in vrije val, de lonen stijgen niet meer terwijl bv. in de eerste twee maanden van dit jaar de voedselprijzen al met 13,2 % de hoogte ingingen. Het is overal kommer en kwel. Om zijn kiespubliekwat te helpen heeft Erdogan officiële winkels geopend waar met verlies basisgoederen, die direct van de producenten komen, worden verkocht. De president levert zijn aanhangers ook geestelijk voedsel. Op verkiezingsbijeenkomsten wordt de toehoorders diets gemaakt dat stemmen voor Erdogan de sleutel voor de hemelpoort is. In dezelfde aard is het argument dat Allah op de dag van het laatste oordeel een vragen zal stellen aan mensen die voor de AKP stemmen.

Verenigde oppositie

De president voert daarnaast ook een vuile campagne tegen zijn politieke tegenstanders, die hij uitscheldt als verraders. Hij heeft wel wat te duchten van hen want in tegenstrijd tot vroeger heeft de oppositie zich gegroepeerd. De regeringspartijen heben samen een Volksalliantie gevormd en de oppositiepartijen werken, onder leiding van de Republeinse Volkspartij, samen in een Nationale Alliantie. Zo worden de stemmen minder versplinterd. De Nationale Alliantie profiteert ook van het feit dat de pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP) besloten heeft geen lijsten in te dienen in de grote steden en de vele Koerden aldaar stemadvies voor de Nationale Alliantie heeft gegeven. De HDP concentreert zich op Koerdistan, waar ze de AKP kan tegenhouden.
De vraag is of dit alles het kiesgedrag van de Turken bij de lokale verkiezingen van zondag echt kan beïnvloeden. De oppositie hoopt te bewijzen dat de steun voor Erdogan begint af te brokkelen, wat absoluut niet zeker is. In de meerderheid, zo wordt gezegd, zouden tegenstanders van Erdogans beleid, een achteruitgang kunnen aangrijpen om zich af te scheuren van de APK, maar ook dit zijn speculaties.

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.