Is het pokeren of is het ernst?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Is Theresa gewoon aan het pokeren of is het ernst met haar mogelijke afzetting? Niet dat het veel zal veranderen aan de fundamentele keuze die het V.K. moet maken, maar de korte termijn kan er wel anders gaan uitzien.

De foto die afgelopen week het meest succes had in Eurokringen was die waar de sherpa’s – de directe adviseurs van de regeringsleiders – tijdens de Europese top met man en macht probeerden ergens een glimp van het laatste nieuws op te vangen. Hallucinant. Niemand weet het nog. Niemand die nog iets durft voorspellen.

Of er een nieuwe stemming kan komen is nog onduidelijk. Komt die er niet, dan vervalt de termijn die de Europese Raad had gegeven voor 22 mei.

Het wordt dan uitkijken naar 12 april. Maar die datum zegt absoluut niets over wat dan mogelijk is. De regering kan eventueel langer uitstel vragen. Mocht de Europese Raad het daarmee eens zijn, dan moet ze stante pede Europese verkiezingen organiseren. De Brexiteers zullen woedend zijn en vrezen dat van uitstel afstel komt.

Ze kan artikel 50 gewoon intrekken. Dan valt alles weg en blijft het VK lid van de Europese Unie. Voorlopig toch.

Of op 12 april treedt de harde Brexit gewoon in werking. Schluss. Een paar maanden chaos, dan valt alles weer op zijn pootjes. En niemand die kan zeggen of die pootjes recht dan wel krom zullen zijn, het V.K. dan wel de rest-EU de grote verliezer wordt. Of beiden. En iedereen houdt de adem in voor wat dit betekent aan de Noordierse grens.

Een keuze

Na negen maanden twijfel en twee jaar onderhandelen zou één ding duidelijk moeten zijn. Wil het VK überhaupt enig voordeel halen uit Brexit, dan moet het gewoon de EU verlaten. Of dat voordeel ook realiteit wordt valt af te wachten, maar het is een keuze die velen willen maken. Het land is dan inderdaad vrij om een hard neoliberaal beleid te voeren en handelsakkoorden af te sluiten met wie het maar wil met de regels die het wil. De tijdelijke chaos kan wellicht beperkt worden, de EU heeft hoe dan ook al heel wat wetgeving goedgekeurd om de meest dringende problemen aan te pakken.

Deze keuze kan gezien worden als een gok, maar het is een gok die niet compatibel is met andere keuzen. Zoals een open grens met de Republiek Ierland bijvoorbeeld. Het lijdt geen twijfel dat nu al malafide bedrijven en lieden klaar staan om vanaf dag één van Brexit niet toegestane goederen de EU binnen te krijgen en veel winst te maken. De chloorkippen en de hormoonrunderen kunnen sneller op je bord liggen dan je denkt. De EU moet wat flexibel zijn, zo hoor je wel eens, maar waar flexibel? Vanzelfsprekend wil de EU bescherming bieden aan haar leden, en uiteraard wil ze de EU als geheel beschermen door, in geval van een echte Brexit, de grens met de Republiek Ierland te sluiten. Indien niet, valt de hele interne markt in duigen. Ik begrijp Frank Slegers dus niet als hij stelt dat ik ‘de EU niet door de mangel haal’, maar waar kan in deze de EU iets anders of beter doen?

De tweede keuze, in de Europese Unie blijven, heeft het nadeel van het voordeel. Het betekent voor de overige landen verder blijven werken met een land dat continu weerstand biedt tegen alle kleine sociale stappen en tegen alle bescheiden reguleringen van het bedrijfsleven of de fiscaliteit. Het VK staat daarin niet alleen, dat klopt, maar het is wel het sterkste land. Voordeel van blijvend lidmaatschap is dan weer dat de linkerzijde samen met de progressieve krachten van het vasteland kan samenwerken om meer social en groen beleid te verdedigen. Wie beweert dat dit niet kan, heeft niets begrepen van de dynamiek binnen de instellingen of gelooft gewoonweg niet in de mogelijkheid van enige verandering. Een bizar standpunt voor iemand van links. Niets staat in de sterren geschreven, in de natuur zijn er misschien ‘onveranderlijke gegevens’, in de maatschappij en in de politiek hoegenaamd niet. De EU heeft geen ‘DNA’.

Alle oplossingen daartussen in zijn voor het VK nadeliger. In de douane-unie blijven betekent géén vrijheid om een eigen beleid te voeren, eventueel zelfs bijdragen tot de Europese begroting (de ’Noorse’ optie om ook in de interne markt te blijven) en niet kunnen meebeslissen over de regels. In die zin hebben de Brexiteers gewoon gelijk dat ze niet moeten weten van May’s ‘deal’.

De Britse premier vervangen kan weinig veranderen aan die in feite simpele keuze.

Onduidelijkheid

Slechts zelden worden de keuzen zo helder uitgelegd. Zoals de afgelopen maanden bleek zijn er veel journalisten die wel over Brexit schrijven maar niets weten van Europese regelgeving, de instellingen niet kennen en de interne markt niet van een douane-unie kunnen onderscheiden. Ze pleiten dan voor ‘meer flexibiliteit’ zonder te kunnen zeggen waar dat mogelijk zou kunnen zijn.

Evenveel onduidelijkheid is er bij de linkerzijde. De verdeeldheid is evident en wellicht onvermijdelijk gelet op de decennialange discussies over pro of tegen de EU. Gemakshalve gaan sommigen, zoals Frank Slegers, er van uit dat alle ‘eurofielen’ noodzakelijkerwijs aan de rechterkant staan. Niets is minder waar, vooral omdat velen menen dat alleen Europese samenwerking kan zorgen voor meer sociaal beleid en heel wat problemen Europese samenwerking vereisen. De ‘vier vrijheden’ zijn in die visie geenszins synoniem van ‘marktfundamentalisme’ – dat is wat het neoliberalisme ervan gemaakt heeft – en weinigen beseffen dat qua sociale aanpak de EU een stuk verder staat dan veel van zijn lidstaten, het VK op de eerste plaats. Wie het niet eens is met de houding van Corbyn wordt dan een ‘saboteur’. Wie dit zegt heeft weinig inzicht in de interne keuken van Labour.

Jeremy Corbyn, die zonder enige overtuiging campagne voerde om in de EU te blijven, stelt vandaag dat de ‘democratie’ moet zegevieren en het resultaat van het referendum – gebaseerd op grove leugens, denk aan de honderden miljoenen die naar de gezondheidsdienst zouden gaan – moet gerespecteerd worden. Hij wil uit de EU omdat hij meent dat de bestaande verdragen het niet mogelijk maken zijn ‘socialistisch’ beleid door te voeren: de her-nationalisering van geprivatiseerde openbare diensten. De realiteit is dat het ook zonder EU erg moeilijk wordt om zeg maar het spoor opnieuw te nationaliseren. Ten eerste, omdat ook zonder Europese verdragen hiervoor kapitaal gevonden moet worden en de financiële markten hun zeg hebben. Ten tweede omdat de Europese regels inderdaad wel neoliberaal zijn, maar ze overal marges laten voor een alternatief beleid. Het VK zit niet in de Euro en niet in het begrotingspact en heeft daarom beduidend meer bewegingsvrijheid.

De bochten die Corbyn tot hiertoe maakte zijn niet echt verhelderend. Op het laatste partijcongres ging hij akkoord met een eventueel tweede referendum, zonder duidelijkheid waarover dat dan zou gaan. Voor hem geenszins over eventueel blijvend lidmaatschap van de EU. Een ‘people’s vote’, maar waarover?

Later stemde hij in met de douane-unie, zogenaamd om het Ierse problem op te lossen, maar kwam dan terecht in de hierboven beschreven tweespalt.

Het is voor niet-Britten moeilijk te vatten dat met het geknoei en de verdeeldheid van May en haar conservatieven de oppositie er niet in slaagt een vuist te maken en het laken naar zich toe te trekken. ‘Corbyn laat niet in zijn kaarten kijken‘, stelt Slegers, maar als je in zo’n delicaat dossier er niet in slaagt een helder standpunt te verdedigen, wijst dat op zwak leiderschap. Uit de laatste plaatselijke verkiezingen bleek al dat Labour géén garen spint uit Brexit, en de huidige peilingen zijn ook al niet positief. Labour is verdeeld, niet tussen ‘links’ en ‘rechts, maar tussen ‘open’ en ‘gesloten’.

De standpunten van Labour zijn dan ook allesbehalve realistisch en er zijn goede redenen om ze ‘pathetisch’ te noemen. Bij de ‘rode lijnen’ die Labour na het referendum uittekende staat voorop dat het VK ‘exact the same benefits’ – exact dezelfde voordelen – moet behouden als er nu zijn binnen de EU. Waar het Labour om te doen is, is vooral ontsnappen aan de stringente regels van de interne markt – maar niet de interne markt zelf – en aan de ‘politieke unie’, precies die zaken die voor gewone mensen wel degelijk voordeel opleveren, zoals het Europees burgerschap en de juridische samenwerking. Hoeveel sympathie men voor Corbyn ook mag hebben, logisch is dit niet en mogelijk nog veel minder. Het verwijt van ‘cherry-picking’ valt niet uit de lucht. Je kan nergens een club verlaten met de stelling dat je alle als negatief ervaren regels wil opgeven en alle positieve wil behouden. Het is dan ook onduidelijk waarover Corbyn precies ‘opnieuw wil onderhandelen’ met Brussel. Nog minder is duidelijk hoe er door Labour nieuwe verkiezingen kunnen uitgelokt worden. In januari van dit jaar werd al een vertrouwensstemming verloren. Kortom, Corbyn blaast warm en koud in plaats van te proberen met zijn hele partij, waarvan erg veel jongeren een tweede referendum willen om ín de EU te blijven, tot een compromis te komen.

De Europese Unie en de alternatieven

De linkerzijde in het algemeen heeft het zeer moeilijk om tot een coherent standpunt over de Europese integratie te komen. Bij de Europese verkiezingen van over enkele maanden gaat ze dan ook in gespreide slagorde het veld op. Het resultaat is voorspelbaar.

Het radicale anti-EU standpunt is stilaan aan het verdwijnen, hoewel sommigen er nog steeds van dromen ‘ongehoorzaam’ te zijn en indien nodig de euro en de EU zelf te verlaten. Waar die ongehoorzaamheid dan precies op slaat in een land zoals Frankrijk dat de 3 % regel nagenoeg nooit heeft gehaald, is een raadsel. Een ‘linkse regering’ is al evenmin voor de directe toekomst weggelegd, in geen enkel groot land van de EU.

De enigen die wél met een uitgewerkt en Europees programma naar de verkiezingen gaat is ‘Europese lente’, opgericht op initiatief van Yanis Varoufakis, de ongelukkige minister van financiën in Griekenland, op het ogenblik dat de troika er ongenadig toesloeg. Helaas zijn twee, drie jaar onvoldoende om een Europese beweging uit te bouwen.

Wat betekent dat, eens te meer, het enige alternatief aan de rechterzijde te vinden is. Waar in het verleden de Duitse minister van financiën, Wolfgang Schäuble, de enige was die precies wist waar hij met de EU naartoe wou, wordt nu de Franse president Macron tegenover AKK, wellicht de volgende Duitse kanselier, geplaatst. Het zijn twee keuzen aan de rechterzijde, waarvan de Duitse slechter is dan de Franse, maar in geen enkel geval de linkerzijde kan bekoren.

Dit voorspelt weinig positiefs voor de volgende Europese verkiezingen, waarin kiezers zich altijd iets ‘losser’ uitspreken over de mogelijke keuzen. De kans dat populistisch rechts een sterke tegenmacht gaat vormen in het Europees Parlement is zeer reëel. Een herschikking van de grote fracties komt er zeer waarschijnlijk, maar of er ook een bestuursmeerderheid kan komen is nog maar de vraag.

Meer dan ooit is er behoefte aan een Europese visie, die ook Corbyn niet heeft. Meer dan ooit moet er worden afgestapt van de lege slogans van ‘een sociaal en democratisch Europa’ als men niet kan zeggen wat dit precies betekent, ‘er is geen Europese openbare ruimte’, terwijl die ruimte elke dag meer concreet wordt, ‘take back control’ zonder realistische visie op wat ‘soevereiniteit’ vandaag kan betekenen in een gemondialiseerde wereld, ‘marktfundamentalisme dat in marmer is gebeiteld’, terwijl de vertragen al herhaaldelijk werden gewijzigd en bijgesteld sinds ‘Maastricht’.

De Belgische PVDA heeft een relatief positief Europees programma geschreven, helaas voorafgegaan door een tegenstrijdig ‘we stellen de fundamenten van de EU in vraag’ en trekken België terug uit een aantal basisverdragen, want het programma zelf vertrekt van het bestaande beleid met de bestaande instellingen. De populistische kreet over het sterk verlagen van de Europese inkomens kan misschien kiezers opleveren, maar is niet realistisch. De vraag blijft of de partij nu bereid is aan een sterke politieke en constructieve oppositie mee te werken in het EP? Het klimaatdebat biedt een uitstekende gelegenheid maar het programma biedt daarover geen duidelijkheid.

 

Voor wie de bomen én het bos wil blijven zien in de hele Brexit zaak:

 

Brexit Brabbel: www.uitpers.be/artikel/2019/03/14/brexit-brabbel/

Brexit, surrealisme en extreem-rechts: www.uitpers.be/artikel/2018/11/18/brexit-surrealisme-en-extreem-rechts/

Is Brexit dan geen Brexit?: www.uitpers.be/artikel/2018/07/20/is-brexit-dan-geen-brexit/ 

Eigen elites eerst? Bedenkingen bij het Brexit referendum:    www.uitpers.be/artikel/2016/06/26/eigen-elites-eerst-bedenkingen-bij-het-brexit-referendum/

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.