Over macht

Facebooktwittergoogle_plusmail

‘Het Vlaams Parlement maakt nog amper wetgeving’, zo schreven media afgelopen week. De meeste voorstellen van decreet komen rechtstreeks van de regering, en zelfs bij de voorstellen die wel door parlementsleden worden ingediend, is een flink aantal direct door de regering geïnspireerd. Als de regering in tijdnood komt en een beslissing snel moet worden genomen, vraagt ze aan parlementsleden van de meerderheid om de beslissing via een voorstel te laten goedkeuren. ‘De kabinetten steken dat in elkaar en de parlementsleden zetten daar hun handtekening onder’, zegt Peumans. ‘Sommigen weten zelfs amper waarover het gaat.’ (De Tijd)

Dit is geen nieuws, enkel een vaststelling dat de ontwikkelingen niet de goede kant uitgaan. In het federaal parlement zal het beslist niet anders zijn en in onze buurlanden al evenmin.

En dan maar foeteren op het Europees parlement dat ‘helemaal geen parlement is’, omdat het geen initiatiefrecht heeft. Dit even tussen haakjes.

Particratie?

Politoloog Dave Sinardet voegt hier meteen aan toe dat alles te wijten is aan de particratie. Parlementsleden moeten in het gelid lopen en mogen nog nauwelijks een eigen mening hebben.

Men zou kunnen denken dat indien de wetgevende functie verwaarloosd wordt, de verkozenen dan wel sterker inzetten op hun controlefunctie. Maar ook dat valt tegen. Het ziet er naar uit dat de verkozenen vooral hun ‘vertegenwoordigingsfunctie’ au sérieux nemen, door  – in het openbaar – niets te zeggen wat zou kunnen indruisen tegen de ‘meningen’ van hun kiezers.

En zo komt het dat niet alleen wat makkelijke opinies over migranten en over klimaat en over misdaad en over ‘de politiek’ worden rondgestrooid, met hulp overigens van de media voor wie diepgang en duiding al lang geen doel meer zijn, en dat rechtse partijen zich in de handen kunnen wrijven. De democratie komt het niet ten goede, maar wie maalt daarom?

Toch kan het nuttig zijn er eventjes wat dieper op in te gaan. Want m.i. zijn het niet zozeer de partijen die de wetgeving streng in de hand houden, maar wel het bedrijfsleven.

Al jarenlang worden we om de oren geslagen met de vele ‘lobbies’ die het Europese beleid beïnvloeden. En het klopt inderdaad dat de Europese Commissie, ondanks de toch wel strenge regels die ambtenaren moeten naleven, open staat voor bedrijven, echte en valse ngo’s. Want een beetje multinational moet voor de secundaire wetgeving niet zelf optreden, daar maakt ze haar eigen ‘civil society’ voor.

Het goede onderzoek naar die lobby-actitiviteiten bij de Europese Commissie laat echter al die andere lobbies achter in de schaduw. Bij het Europees Parlement hebben ze directe toegang en zijn erg actief, wat meteen al diegenen tegenspreekt die denken dat het EP ‘toch niets te zeggen heeft’. Bij de Raad evenzeer, hoewel die weg kan vermeden worden door rechtstreeks bij de nationale regeringen tussenbeide te komen. Landen die voor zes maanden het voorzitterschap van de Raad van Ministers waarnemen, laten zich daarvoor sponsoren door bedrijven (zie foto).

Nationale lobbyisten lopen minder in de kijker, omdat ze ‘thuis’ werken en gewoon lid zijn van de vele elitaire clubs die in elke hoofdstad toekijken op het goede verloop van hun zaken. Trouwens, de ‘regeringsvoorstellen’ waarover sprake, worden veelal voorbereid door de kabinetten en die werken met grote advocatenkantoren en die … hebben contact met het bedrijfsleven. De diamant- of de chemiesector zullen zich zeker nooit laten verrassen door een ‘schadelijk’ decreet.

Er is weinig verschil tussen hoe dit raderwerk nationaal en internationaal in elkaar zit. Het begint in Bilderberg en Davos, het gaat verder bij de OESO en de Wereldbank, het eindigt in Brussel en in de nationale hoofdsteden. De ‘civil society’ holt er achteraan, als ze al niet medeplichtig is.

Kassa kassa

Deze week raakte ook bekend dat grote multinationals rechtstreeks geld storten aan de Europese partijen. Bayer, Uber, Google en nog enkele andere stortten in 2018 122.000 euro aan ALDE, de Europese partij van Guy Verhofstadt. Ze waren trouwens aanwezig op het partijcongres. Deze partijen krijgen geld van de Europese overheid, maar zijn verplicht daar minstens zelf 15 % aan toe te voegen, vandaar.

ALDE staat niet alleen. De EVP, de partij van de christen-democraten, kreeg van vier multinationals (AT&T, Walt Disney, Microsof en UPS) 61.000 euro om toegang te krijgen tot het partijcongres in Helsinki, aldus Le Monde.

De eurosceptici van ERC (de fractie van de Britse conservatieven waar ook de NVA bij hoort) kregen 102.000 euro van negen grote ondernemingen en nog eens 47.000 euro van diverse stichtingen.

En de sociaal-democraten laten hun studiebureau deels door multinationals financieren. Uiteraard heeft dat geen enkele invloed op het resultaat van het onderzoek, aldus de secretaris-generaal van de stichting.

Het spreekt voor zich dat de financiële afhankelijkheid van het bedrijfsleven ook de politieke keuze van de partijen zal beïnvloeden. Geen enkele onderneming is zo stom om een partij te financieren die tegen haar belangen ingaat.

Dat heeft twee directe gevolgen. Ten eerste is het weinig waarschijnlijk dat er grote veranderingen kunnen tot stand komen in het beleid, b.v. voor de klimaatverandering, als deze partijen verder gewoon hun gang kunnen gaan. Ze zullen steeds net tot aan het randje van het toelaatbare gaan, als ‘poortwachters van het kapitalisme’, zoals ze ooit werden genoemd. Veranderingen kunnen, tot ze aan de echte belangen raken.

Ten tweede is het duidelijk dat de ondernemingen hier perfect mee kunnen leven. De dag dat er iets zou veranderen en partijen niet meer slaafs aan hun handje lopen, zullen ze zelf wel de macht overnemen, zoals ik al eerder schreef. Alle democratische schijn valt dan weg en de partijkeizers staan naakt. Dat is het proces wat nu stilaan op gang komt.

Er is maar één antwoord op: een sterke tegenmacht opbouwen. Dat is wat de jongeren voor het klimaat aan het doen zijn. Nooit eerder werd zo’n grote beweging op zo’n korte tijd opgebouwd. De recuperatie is volop bezig, uiteraard, maar hopelijk zal een voldoende sterke kern overblijven om de rest van de bevolking te overtuigen.

Vandaar dat het ook zo belangrijk is om concrete beleidsvoorstellen klaar te hebben, want de dag dat de macht wankelt is ook het moment waarop Gramsci’s ‘monsters’ de kop opsteken en meteen toehappen. We moeten hopen dat het nooit meer gebeurt.

Maar hoe dan ook is dit een les die misschien best geleerd wordt door de hippe B.V.’s die nu onder de vlag van VLD gaan staan, omdat ze van ‘vrijheid’ houden. What’s in a word?

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.