De echte vijanden van Israël

Facebooktwittergoogle_plusmail

In december 2018 beslist de Israëlische regeringscoalitie om het parlement te ontbinden en op 9 april vervroegde verkiezingen te organiseren.

Vervroegde verkiezingen zijn in Israël niet uitzonderlijk. In feite is het er meer regel dan uitzondering. Sinds 1988 heeft geen enkele regering zijn termijn voltooid. De coalities zijn daarvoor vaak veel te fragiel en te heterogeen. De huidige regering bijvoorbeeld bestaat uit zeven verschillende partijen, en gezien iedere partij zijn deel van de koek wil, zijn er niet minder dan 29 verschillende ministeries. Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu is naast premier ook minister van Volksgezondheid, Buitenlandse Zaken en Defensie. Die laatste post heeft hij in handen genomen toen Avigdor Lieberman in november 2018 ontslag nam.

De leider van de ultranationalistische partij, Yisrael Beitenoe, vertrekt omdat hij het oneens is met de in Gaza gesloten wapenstilstand. Met het vertrek van de vijf parlementsleden van zijn partij houdt de coalitie nog maar één stem over om een meerderheid te kunnen vormen in het parlement. In de context van de Israëlische politiek is dat absoluut onvoldoende om ook maar enig beleid te kunnen voeren.

Likoed, de partij van Benjamin Netanyahu, slaagt er in december ook niet in om een meerderheid te vinden die de militaire dienstplicht algemeen moet maken. Tot ergernis van een groot deel van de bevolking maakt de wet immers een uitzondering op de algemene dienstplicht voor de zestigduizend ultraorthodoxe joden die zich aan religieuze studies wijden.

Volgens de regering zijn de vervroegde verkiezingen nodig omwille van ‘budgettaire redenen’ en het ‘nationaal belang’. Nochtans heeft een bepaald feit met grote waarschijnlijkheid een cruciale rol gespeeld. Een week voor de aankondiging ontving procureur-generaal Avishai Mandelblit de aanbevelingen van zijn rechterhand Shay Nitzan over niet minder dan drie onderzoeken over corruptie tegen premier Benjamin Netanyahu. Het risico op een aanklacht is groot en hoewel er geen tijdschema vooropgesteld is, zou half april wel eens het ‘moment fatal’ kunnen worden. Het idee is dat de premier zich, mocht hij beschuldigd worden, beter zal kunnen verdedigen als hij herkozen wordt. Hij moet dan wettelijk gezien immers wel aftreden maar het is handig als hij zijn verkiezingssucces kan gebruiken om een ‘politiek gemotiveerde beslissing van de justitie’ aan te klagen.

Wat zijn, in december, de kansen voor Netanyahu?

Geen enkele peiling voorspelt het einde van Benjamin Netanyahu als regeringsleider. Hij lijkt goed op weg om het record van de grondlegger van de staat Israël, David Ben Goerion. (meer dan 13 jaar) te gaan breken. De oppositie tegen de regering die beschouwd wordt als de meest rechtse in de geschiedenis van het land, is zwak. Het bestaat uit de sociaaldemocratische zionistische Arbeiderspartij van Avi Gabbay en de seculiere centrumpartij Yesh Atid (Er is een Toekomst) van Yair Lapid.

Een van de potentiële tegenstanders is Benny Gantz, die volgens de peilingen 13 tot 20 zetels zou kunnen behalen. Benny Gantz was van 2011 tot 2015 stafchef van het leger. In die periode worden er twee oorlogen in de Gazastrook gevoerd. Hij is geen lid van enige bestaande partij maar de partij die hij waarschijnlijk zal oprichten wordt vaak als ‘centrum’ omschreven.

Er is ook nog Tzipi Livni, de ervaren voormalig minister van regeringen onder Ariel Sharon, Ehud Olmert en Benjamin Netanyahu. In de zomer van 2018 is ze benoemd tot leider van de parlementaire oppositie. Maar haar alliantie met Avi Gabbay, met wie ze in 2015 nog de Zionistische Unie oprichtte om met een gemeenschappelijke lijst naar de verkiezingen van maart dat jaar te stappen, lijkt niet te zullen standhouden.

Geconfronteerd met deze ongelijke oppositie, handhaaft Benjamin Netanyahu zijn koers: “De huidige coalitie vormt de basis voor de volgende (…) We zullen een duidelijk mandaat vragen om het land met ons beleid te blijven leiden.”

Bibi’s strategie is op dat ogenblik duidelijk. Voor hij zich ook maar bekommert om de uit te zetten electorale lijnen met de regeringspartijen waarmee hij waarschijnlijk opnieuw zal regeren, richt hij zich onmiddellijk na de aankondiging van de vervroegde verkiezingen tot de leiders van de kolonisten. “Een linkse regering zou de beweging van kolonisten (in de bezette gebieden) in gevaar brengen.” “We moeten de volgende verkiezingen winnen: het is een gevecht om ons huis.”

De kolonisten

Benjamin Netanyahu bezit de bijzondere capaciteit om verschillende dingen aan verschillende belangengroepen te vertellen. In de politiek is dat een grote kwaliteit. Aan de internationale gemeenschap sluit hij niet uit dat hij samen met de Palestijnen op zoek is naar een oplossing voor de twee staten voor twee volkeren, terwijl hij aan de kolonisten suggereert dat die hypothese dood en begraven is.

Niet alle leiders van Yesha, de kolonistenbeweging die de regionale raad vormt van wat zij ‘Judea en Samaria’ noemen maar feitelijk de bezette Westelijke Jordaanoever is, hebben echter vertrouwen in Bibi. Sommigen van hen, in het bijzonder die van de extremistische organisaties, hebben concrete eisen: geld en juridische erkenning voor de ‘buitenposten’ – vaak maar een paar stacaravans op land dat wettelijk eigendom is van Palestijnen maar waar nieuwe kolonies moeten gebouwd worden.

Ze eisen ook bescherming van het leger, ook al hebben ze die al ruimschoots en beschikken ze zelf over ruime wapenarsenalen.“Als Netanyahu de kolonisten steunt, steunen we hem.” “Je moet kiezen tussen ons en Talia Sasson.” Talia Sasson leidde een overheidscommissie die in 2005 concludeert dat de Israëlische overheid discreet miljoenen shekels heeft uitgegeven om nederzettingen en buitenposten op de Westelijke Jordaanoever te bouwen. Die zijn volgens internationale rechtsregels, maar ook volgens de Israëlische wetgeving, illegaal en moeten, volgens het rapport van de commissie, gesloopt worden. Het is waarschijnlijk onnodig te vermelden dat de aanbevelingen grotendeels genegeerd werden.

Al jarenlang beheersen zo’n zevenhonderdduizend kolonisten als een ware maffiabende het leven van de meerderheid van zeven miljoen Israëli’s. Ze infiltreren justitie, het onderwijs, het leger en de inlichtingendiensten. Er worden zelfs provocateurs van de kolonisten ontmaskert die binnen pacifistische en linkse organisaties infiltreren. Het kan misschien nog een tiental jaren duren voor ook het Hooggerechtshof en de Generale Staf van het leger in hun handen vallen.

In het huidige kabinet bezetten de kolonisten via hun referentiepartij HaBayit Hayehudi (Het Joodse Huis), het ministerie van Landbouw, Onderwijs en Justitie terwijl ze ook de viceminister van Defensie leveren. Vier vertegenwoordigd op vier belangrijke ministeries terwijl ze maar acht verkozenen hebben in de Knesset. Toch wel een prestatie.

In juli 2018 was Moshe Zar, een religieus-zionistische kolonistenleider en een in 1984 voor moord veroordeelde voormalig lid van de terroristische organisatie ‘Jewish Underground’ aanwezig op een conferentie georganiseerd door het ministerie van Onderwijs. Hij vertelde er onder applaus: “Een huis bouwen is net als het elimineren van honderden Arabieren; een nederzetting bouwen is net als het doden van duizenden heidenen.”

HaBayit Hayehudi
probeert er een wet door te krijgen waarbij meer dan 60 ‘buitenposten’ worden gelegaliseerd. Als die wet gestemd wordt zal de staat er de veiligheid, de levering van water en elektriciteit en alle openbare diensten moeten garanderen. Volgens de Israëlische procureur-generaal Avichai Mandelblit – dezelfde man die moet beslissen of hij de tenlastelegging van corruptie tegen Netanyahu wil formaliseren – kan een dergelijke wet “in een democratisch land dat de wetten respecteert niet als een politieke overwinning worden gezien.”

Een intolerant politiek discours

De macht van de kolonisten en hun gewelddadige praktijken woekeren als kankercellen door de Israëlische samenleving, Ook Likoed, de historische seculiere zionistische partij die sinds het einde van de jaren zeventig heel vaak het land geregeerd heeft is veranderd in een extreemrechtse religieuze partij die nog weinig banden heeft met het ‘centrum’.

De kolonisten verkondigen een onhoudbaar politiek discours van intolerantie. Hun macht reikt verder dan Israël zelf. Ze organiseren kruistochten tegen de BDS-beweging (Boycot, Desinvestering en Sancties) die ze als een strategische bedreiging van Israël beschouwen. Het Ministerie van Strategische Zaken en Informatie, ook wel eens het anti-BDS ministerie genoemd, is speciaal belast met de bestrijding van BDS. Ze proberen in het buitenland wetten te laten stemmen die antizionisme gelijk stellen met antisemitisme en vinden daar gehoor voor bij de Verenigde Staten maar ook bij veel lidstaten van de Europese Unie.

Bibi Netanyahu is hun handelsreiziger. Bij zijn laatste bezoek aan Duitsland in december 2018 had hij een brief van zeven pagina’s mee voor Angela Merkel. In de brief wordt Duitsland aangespoord om de ‘financieringsrichtlijnen te herzien’ voor organisaties die betrokken zijn bij ‘anti-Israëlische propaganda’ of de BDS-beweging steunen. Tussen de geviseerde organisaties de Berlinale – het filmfestival van Berlijn en – haast niet te geloven – het Joods Museum in Berlijn. Daar loopt nog tot eind april 2019 een tentoonstelling ‘Welcome to Jerusalem’, die volgens de brief ‘vooral het moslim-Palestijnse verhaal weergeeft’. De eis van Israël aan Duitsland lijkt wel heel sterk op het Israëlische ‘Loyalty in Culture’-wetsvoorstel van minister van Cultuur Miri Regev dat ook door Benjamin Netanyahu gesteund wordt.

Het controversiële wetsvoorstel zou de ministers van Financiën en Cultuur de macht geven om subsidies te verlagen van elke instelling die werk presenteert dat het bestaan van Israël als een democratische en Joodse staat ontkent, of de staatssymbolen, inclusief de vlag en het leger, aanvalt. De definities van de voorwaarden zijn echter zo vaag gesteld dat alles wat de ministeries niet zint er kan onder vallen. De stemming van de wet is uiteindelijk uitgesteld nadat één van de cosponsors, minister van Financiën Moshe Khalon, zijn steun ervoor heeft ingetrokken.

Wie is de echte vijand van Israël? Degenen die het beleid beoordeelt zoals dat normaal gebeurt in elk democratisch land, of diegenen die de kanker van intolerantie, ultranationalisme en religieus fanatisme verspreidt? Is de echte vijand van Israël, diegene die een kritisch artikel schrijft of de fundamentalist uit de heuvels van ‘Judea en Samaria’?

Zie ook over antisemitisme en antizionisme:
Antisemitisme, soms stok om hond te slaan door Freddy De Pauw
Zionisme en antisemitisme door Johan Depoortere
Zionisme en antisemitisme gaan hand in hand door Tom Ronse
Antisionisme, antisémitisme et idéologie coloniale door Alain Gresh

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten