Sigrid Spruyt haalt de schmink van het VRT-gelaat

Facebooktwittergoogle_plusmail

Toen Sigrid Spruyt er in 2007 mee ophield Het Journaal van de VRT te presenteren, werd dat aan een allergie voor schmink toegeschreven. Al op de eerste bladzijde van haar ‘Dagboek van een anker’ laat ze er geen twijfel over bestaan dat haar vertrek als nieuwsanker niet zozeer het gevolg was van een allergie voor schmink, maar vooral van een allergie voor de VRT en voor de media in het algemeen. Om een en ander duidelijk te maken publiceerde ze de dagboeknotities die ze van 2002 tot 2007 maakte.

Waarom pakt Sigrid Spruyt nu uit met dagboeknotities die toch al van enkele jaren geleden dateren? Omdat de toestand in medialand er intussen in menig opzicht niet op verbeterd is, integendeel, zo schrijft ze. Haar vertrek bij Het Journaal was niet zo maar een uiting van ongenoegen, maar een gewetenskwestie. Ze kon het niet meer harden dat ‘Het Nieuws’ steeds meer een kwestie werd van commercie, de slag om de kijker: ‘In twintig jaar tijd heb ik de nieuwsdienst zien evolueren van een redelijk onafhankelijk eiland naar een programma onder netmanagers, een show die elke dag gevuld moest worden, met moord en doodslag, of desnoods met het weer, want waar praten de mensen over? Juist. De evolutie van inhoudelijke keuzes naar kijkcijferdwang. De vicieuze vraag: ‘Wat wil de kijker?’ (…) Informeren is entertainen geworden.’ Spruyt klaagt ook aan dat ‘het nieuws vaak helemaal niet over feiten en gebeurtenissen ging, maar over plannen, voorstellen, verwachtingen, voorspellingen, peilingen, meningen, waar nieuws volgens mij in de regel niet over hoorde te gaan’.

Ze waarschuwt ook voor het misbruiken van de technologische evolutie: ‘De technologie dient de snelheid en de vorm, maar gaat ten koste van de inhoud en de juistheid. Er is gewoon geen tijd meer voor check en double check en zo komt de journalistieke deontologie vanzelf steeds meer in het gedrang.’ Een van haar ontelbare chefs zei ooit dat check en double check ‘iets van vroeger ‘ is. Over chefs gesproken, ook de VRT houdt er een Mexicaans leger van bazen en baasjes op na, ‘die weinig of niets van waarde aanbrengen’.

Waar de televisie (zoals andere media) vroeger de lakei van de macht was, zorgt de uitholling van de politieke macht er voor dat het nu de televisie en andere media zijn die politici ‘maken en kraken’. Dat werkt het populisme in de hand. Welke politicus mag op tv? Wie de demagogische toer opgaat, hapklare brokken serveert, bekende quotes gebruikt en het kort houdt. Dat soort politici wordt door de tv ook groot gemaakt. Gekoppeld aan minder inhoudelijk-kritisch ingestelde journalisten is dat een ramp, zo schrijft Spruyt. Ze laakt ook de toenemende geweldcultuur in het nieuws. Geweld maakt de hoofdmoot uit van de nieuwsonderwerpen. Een andere kwaal is het simplisme, de veralgemeningen. Hoe dikwijls heeft men het niet over DE moslims? Als in april 2006 in het Brusselse Centraal Station een roofmoord wordt gepleegd op Joe Van Holsbeeck, wordt onmiddellijk gezegd, ook door de VRT, dat de daders Marokkanen zijn. Nadien bleek dat het Polen waren. Dan is er nog de overdreven aandacht voor sport, waarvoor andere onderwerpen in het Journaal moeten wijken.

VRT steunt rechts

De verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok in 2003 en de latere overwinningen van de N-VA zijn volgens Spruyt in grote mate te danken (te wijten) aan de steun van de VRT. Die behandelde het Vlaams Blok immers als een partij als een andere, ondanks een officiële nota waarin de VRT-medewerkers worden opgeroepen dat niet te doen. Dat de VRT N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft groot gemaakt lijdt geen twijfel. Om de haverklap verschijnt hij op het scherm en zijn deelname aan De Slimste Mens heeft van hem in de ogen van velen ‘nen toffe gast’ gemaakt (cfr. Uitpers, januari 2015: ‘Nieuwjaarsbrief voor de grote baas van de VRT‘). Geen wonder dat VRT-journalisten die een politieke carrière beginnen, steeds meer voor rechtse partijen kiezen (Siegfried Bracke, Jan Becaus, Dirk Sterckx, Ivo Belet).

Opvallend is ook hoe de berichtgeving onderwerpen als gezondheid en milieu behandelt. Dat is allemaal een kwestie van persoonlijke verantwoordelijkheid. Je moet maar gezond leven en eten. Maar dat we moeten leven en eten in een vergiftigde omgeving, daar hoor je niet veel over, aldus Spruyt, ‘want de economie moet groeien’. Bovendien eindigt ieder bericht over milieurampen met de vooraf geprogrammeerde zin dat er ‘geen gevaar is voor de volksgezondheid’.

Al die waardevolle bedenkingen zijn verpakt in dagboeknotities, met als gevolg dat we ook over de dagelijkse meer persoonlijke bedenkingen, oprispingen, emoties en ergernissen van Sigrid Spruyt lezen. Zo klaagt ze over spanningen op de VRT-redactie, over onbekwame, jaloerse en pretentieuze collega’s, over de voortdurende computer- en andere technische problemen, over zinloze vergaderingen en natuurlijk over de stompzinnige evaluaties. Een keer werd haar verweten ‘soms een beetje nors’ te zijn. Een andere keer is ze ‘te zwijgzaam’. Maar op haar evaluatieformulier staat wel dat kritiek ‘opbouwend’ moet zijn. Met andere woorden: echte kritiek mag niet.

Spruyts voorkeur voor Patrick Janssens (cynisch bedoeld ?) en voor Karel De Gucht (vanwege diens rechtlijnig redeneren) doet niets af aan haar verdienste om ons een blik te werpen op het reilen en zeilen van een VRT-redactie zonder schmink.

Dagboek van een anker - Nieuwsallergie
Sigrid Spruyt
Van Halewyck
238, € 21,95