Het grote marchanderen met de Taliban

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Grote naties voeren geen eindeloze oorlogen.” Op dinsdag 6 februari verdedigde president Donald Trump, in zijn State of the Union voor het Amerikaanse Congres zijn beleid voor militaire terugtrekking uit Syrië en Afghanistan. Hij somde de kosten op van die oorlogen – “Ongeveer 7000 dode Amerikaanse helden”, “52.000 gewonden”, “7 biljoen dollar – maar beklemtoonde ook aan wat hij het succes noemde, “vrijwel het hele (door de Islamitische Staat in Irak en Syrië gecontroleerde) gebied bevrijd.” Over de doden en gewonden onder de burgerbevolking of de vernielingen repte hij met geen woord. Trump concludeerde dat het “tijd is om onze dappere strijders uit Syrië te verwelkomen.

Over Afghanistan zei hij dat hij “de onderhandelingen versnelde om een tot een politiek akkoord te komen.” Daarmee verwees hij naar de verschillende gespreksrondes die de VS en de Taliban de afgelopen maanden hebben gehouden. De Amerikanen willen immers tot een overeenkomst komen met de Taliban over vredesbesprekingen komen. Zonder het met zoveel woorden te zeggen geven de VS daarmee toe dat ze die zeventienjarige oorlog verloren hebben. De meest recente besprekingen werden op 29 december in Doha, Qatar, gehouden. Aan de ene kant van de tafel zat Trumps speciale gezant Zalmay Khalilzad, aan de andere kant enkele vertegenwoordigers van de beweging van de koranstudenten. Er kwam een ontwerpakkoord uit de bus dat voorziet in de terugtrekking van buitenlandse troepen terwijl de Taliban zich in ruil zullen inzetten om te voorkomen dat ‘jihadistische groepen met een transnationale roeping’ vanuit Afghanistan zouden opereren.

Feit is dat een voorlopig akkoord nog geen echt akkoord is, laat staan een overeenkomst voor een vredesproces. Een eerste probleem is dat de Afghaanse regering op geen enkele manier bij deze onderhandelingen betrokken is. De Taliban weigeren categoriek met de regering te praten omdat ze die de facto niet als legitiem erkent. Als het ooit tot een echte overeenkomst komt, zal die echter ook wel moeten voorgelegd worden aan de regering.

Het tweede probleem is het isolationisme dat het hele internationale beleid van Donald Trump kenmerkt. Voorlopig krijgt hij wel nog de steun van de Saoediërs en de Pakistanen maar multilateralisme beschouwt hij als tijdsverspilling. Zijn focus is het conflict hoe dan ook beëindigen. Liefst onder zijn voorwaarden natuurlijk.

Nochtans zijn er regionaal wel wat cruciale politieke zwaargewichten op het terrein. Vier kernmachten bijvoorbeeld: Rusland, China, India en Pakistan. Voeg aan het kwartet ook maar, hoewel geen kernmacht, Iran toe. In die landen is de Verklaring van Strategisch Partnerschap tussen de VS en Afghanistan van 2005 zeer slecht ontvangen. Volgens Barnett Rubin van de New York University Center on International Cooperation wilden de Verenigde Staten via die overeenkomst een revolutie in het strategische evenwicht in Eurazië veroorzaken door een permanent overwicht over Afghanistan te bewerkstelligen. De reeds moeilijke want tegenstrijdige relaties met Washington escaleerden nog toen in september 2014, onder Obama, de VS en Afghanistan een ‘Bilateral Security Agreement’ (bilaterale veiligheidsovereenkomst) ondertekenden. Dat akkoord gaf de VS de toelating om 9 basissen in het land te gebruiken. ‘Waarom 9 basissen, terwijl de VS in Turkije, toch een NAVO-bondgenoot maar over één basis beschikken?’ was de vraag. De VS hebben al die jaren de verdenking van plannen voor overheersing in evenwicht moeten houden met de kopzorgen over wat de mogelijke gevolgen van een (te snelle) terugtrekking uit Afghanistan kon betekenen. Een terugtrekking waarover ze nu uitsluitend met de Taliban onderhandelen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de zenuwen in de regio gespannen staan en er weerwerk wordt geleverd. Vooral vanuit Moskou.

Op 4 februari beschuldigde de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov, de VS ervan de vredesbesprekingen met de Taliban te willen ’monopoliseren’ en de landen van de regio in het duister te houden over wat er aan de hand is. De volgende twee dagen, 5 en 6 februari, organiseerden de Russen zelf een bijeenkomst in Moskou. Daarop waren 11 landen, waaronder China, India, Pakistan en Iran, aanwezig. Maar ook tientallen vertegenwoordigers uit de Afghaanse politiek. Meestal opposanten van president Ashraf Ghani. En last but not least ook de Taliban stuurden hun vertegenwoordigers uit Doha. En, gezien die niet met de Afghaanse regering willen praten, was die natuurlijk zelf niet officieel aanwezig.

President Ghani reageerde gepikeerd op die Moskou-gesprekken en zei ‘Hou honderden dergelijke vergaderingen maar dat zullen alleen papieren (overeenkomsten) zijn tenzij er een overeenkomst is met de Afghaanse overheid.’ Nochtans is het exact dezelfde situatie mocht de VS met de Taliban een overeenkomst sluiten. Het verschil is dat de Afghaanse president daarover niet geërgerd reageert.

De slotverklaring na de samenkomst in de Russische hoofdstad is niet opzienbarend. Ze is voldoende algemeen om alle aanwezigen tevreden te stellen en verwijst vaag naar stappen die moeten worden gezet om tot vrede te komen. Het belangrijkste is echter het politieke signaal.

Moskou is niet van plan om zich passief buitenspel te laten zetten wanneer het over de toekomst van Afghanistan gaat. Het trauma, het zogeheten ‘Afghan syndrome’ dat Rusland heeft opgelopen begon op 27 december 1979 toen de toenmalige Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel en kon pas langzaam helen vanaf 15 februari 1989 toen de laatste Sovjet-troepen het land verlieten. Precies twintig jaar na de terugtrekking lijkt het syndroom verwerkt.

De nieuwe fase begon op 27 december 2016 op de drielandenconferentie over Afghanistan met vertegenwoordigers van Rusland, China en Pakistan. Volgens het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken was een ‘flexibele aanpak nodig om een vredesdialoog tussen Kaboel en de Taliban-beweging te bevorderen.’ Zamir Kabulov, voormalig ‘diplomaat’ bij de Sovjet-ambassade in Kaboel ten tijde van de bezetting door de Sovjet-Unie en nu speciaal gezant van president Poetin in Afghanistan gaf eind december 2016 een interview aan het Turkse persagentschap Anadolu. Kabulov vertelde toen dat de meerderheid van de Taliban, de leiders incluis, niets anders meer zijn dan ‘een lokale kracht’ die het idee van wereldwijde jihad heeft opgegeven.

Moskou wil de Taliban tot bondgenoten maken in de strijd tegen al-Qaida, Islamitische Staat en andere jihadistische groepen met een internationale roeping in Centraal-Azië. Dat standpunt werd afgelopen novembernal duidelijk gemaakt tijdens weer een andere bijeenkomst, het zogenaamde ‘Moscow Format’. Het was trouwens daar dat de Taliban voor de eerste keer werden uitgenodigd op een internationaal forum.

Ondanks de sterke tegenstand van Kaboel en Washington over het ‘Format’, stuurden 11 landen, waaronder China, India, Pakistan en Iran, hun vertegenwoordigers naar de besprekingen. Belangrijk feit was dat eveneens de Afghaanse oppositie aanwezig was. ‘Onze landen worden geconfronteerd met een internationale jihad en een van hun doelen is Afghanistan. De Islamitische Staat is de voorhoede van die groepen. Het probeert van Afghanistan haar basis te maken om vervolgens uitbreiding te zoeken naar Centraal-Azië en daarbuiten. Het doel van al deze landen is Afghanistan te steunen om dit gevaar uit te bannen’ verklaarde toen minister van Buitenlandse Zaken van Rusland Sergei Lavrov bij de aanvang van de bijeenkomst.

Een paar dagen geleden riep de speciale gezant van president Trump, Khalilzad, de Taliban op om te strijden tegen transnationale jihadistische groepen. Eenzelfde standpunt dat de Russen al een tijdje hebben ingenomen. Het voordeel ervan is dat het ook gelijkloopt met het doel van de Taliban zelf.

Gezien de VS en Rusland elkaar niet vertrouwen hebben de Taliban nu de luxe om te kiezen wie ze het liefst gaan bespelen. Rusland? De VS?  beiden?

Toen de Verenigde Staten op 7 oktober 2001 Afghanistan binnenvielen was er niemand die zich ook maar kon inbeelden dat meer dan zeventien jaar later de Taliban de spelverdelers konden worden.