De dubbele verkrachting van de Verlichting

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het boek van Ico Maly ‘Hedendaagse antiverlichting’ (EPO) toont duidelijk aan hoe N-VA-voorzitter Bart De Wever de Verlichting misbruikt om zijn nationalistisch discours te ondersteunen. Dat blijkt ook uit de bespreking van dit boek die eerder in Uitpers verscheen. Maar Ico Maly, docent aan de Tilburg University, maakt eveneens misbruik van de Verlichting om de achterlijke aspecten van de moslimcultuur te ontkennen. Waar De Wever beweert dat de Verlichting pas tot haar recht kan komen binnen een natie of een volk en met eerbiediging van de tradities van die natie, stelt Maly dat de eerbiediging van de universele mensenrechten, een product van de Verlichting, veronderstelt dat men iedere praktijk en iedere traditie bij ieder individu moet aanvaarden.

Ico Maly verwijt een aantal lieden een pot nat te maken van praktijken als het dragen van de hoofddoek en het terrorisme. Dat is meer dan een denkfout. Ook zonder terrorisme moet worden erkend dat mensen uit islamitische landen uit een patriarchale, feodale cultuur komen die sommigen onder hen hier willen opleggen. Dat kan niet worden geduld als we onze nog zeer onvolmaakte democratische samenleving willen in stand houden en verbeteren. De scheiding van kerk en staat, de gelijkheid van man en vrouw en vele andere verworvenheden van de Verlichting mogen niet worden prijsgegeven.

Maly laakt de ‘heisa over incidentjes die hoofdzakelijk betrekking hebben op omgangsvormen van individuen’. Hij citeert enkele van die omgangsvormen: ‘Of een bruid de hand van een schepen wil schudden of niet. Of hoofddoeken aan een loket kunnen of niet. Of vrouwen gescheiden van mannen mogen zwemmen of niet. En of je iemand op je lijst kan zetten die vrouwen geen hand geeft.’ Dat alles noemt Maly ‘details’, die zeer tegen zijn zin tot ‘staatszaak’ worden verheven. Als hij klederdracht een ‘banale omgangsvorm’ noemt, miskent hij wat achter moslimvoorschriften voor de klederdracht schuilgaat, met name de onderdrukking van de vrouw. Voor Maly zijn al die ‘details’ ‘individuele keuzes’ die zijns inziens onmogelijk ‘een bedreiging van ons maatschappijmodel kunnen vormen’.

In plaats van op de grond van de zaak in te gaan, bijvoorbeeld de voorrang van de wet op de godsdienst, neemt Maly zijn toevlucht tot een al te doorzichtige uitvlucht als zou het verzet tegen wat hij ‘details’ noemt ingegeven zijn door de vrees dat één individu of een minderheid een bedreiging kunnen zijn voor de meerderheid en de staat. Het gaat hier echter niet om minderheid of meerderheid, maar over een anti-emancipatorische, onderdrukkende, discriminerende, obscurantistische, dus anti-verlichtingsbeweging. Het 70-puntenprogramma van het Vlaams Blok werd destijds niet verworpen omdat het door een minderheid werd opgesteld, maar omdat het een bedreiging was voor de democratie. Het is trouwens opvallend dat Maly nergens naar de cultuur, de moslimcultuur, verwijst die de grondslag is van die zogenaamde ‘details’. Wat ook opvalt is dat Maly in zijn opsomming van de ‘details’ om opportunistische redenen het onverdoofd slachten van dieren niet vermeldt, want dat zou te veel weerstand oproepen.

Kiezen tussen nationalisme en obscurantisme?

De auteur verwart (bewust?) twee gegevens: enerzijds de nefaste invloed van de godsdienst, in dit geval de islam, en anderzijds het onvolmaakt democratische karakter van ‘onze’ westerse samenleving. Het is niet omdat de westerse samenleving vele gebreken vertoont, dat men achterlijke, anti-democratische, anti-emancipatorische strekkingen moet aanvaarden. In dit verband kant Maly zich tegen het voorstel van sommige politieke partijen om een preambule aan de Belgische grondwet toe te voegen waarin een aantal rechten en vrijheden zouden worden gepreciseerd. Volgens Maly wordt de grondwet dan niet meer het sociale contract dat de relatie tussen de burger en de staat definieert, maar een document dat burgers moet verbinden tot een ‘volk’. Zo’n visie op de grondwet kan inderdaad gevaarlijk zijn. Want betekent ‘volk’ dat iedereen hetzelfde denkt en doet? Zeker niet. Maar het kan ook niet dat men de rechten en vrijheden die door de grondwet worden gewaarborgd laat ondermijnen door bijvoorbeeld religieuze voorschriften.

Maly verwijt de nationalisten van de N-VA terecht de waarden van de Verlichting in een nationaal en identitair kader op te sluiten. Dat is de manier waarop Bart De Wever de Verlichting verraadt. Maar Maly lijkt blind te zijn voor de essentie en dat is of democratische, humanitaire, emancipatorische verwezenlijkingen gevrijwaard blijven. Verzet tegen achterlijkheid schakelt Maly gelijk met het verdedigen van een eng nationalisme. Het gaat echter niet om het verdedigen van Vlaanderen, België of Europa, maar om het bevorderen van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid in de hele wereld, om het vrijwaren van de rechten van de werkende klasse, van de vrouw, van het vrije denken, van de persvrijheid en van de solidariteit. Dat wil Maly niet begrijpen. Zijn betoog komt hierop neer: wie zich verzet tegen achterlijke invloeden, onder meer van de moslimcultuur, is een bekrompen Vlaamse nationalist. Wie evenwel wil dat nieuwkomers zich aan de algemene mensenrechten houden, zoals de gelijkheid van man en vrouw, is in tegenstelling tot wat de auteur beweert geen verdediger van ‘ons’ verleden, ‘onze’ tradities en ‘onze’ waarden, maar precies van de universele mensenrechten, waaraan iedereen zich moet houden.

Heimwee naar onze voorvaderen?

De auteur gaat onbeschaamd de demagogische toer op als hij beweert dat wie de aanvaarding van de universele mensenrechten door iedereen eist, het er alleen om te doen is ‘de samenleving van onze voorvaderen over te dragen aan de volgende generaties’. Hoe blind kan men zijn voor de werkelijkheid? Vele mensen die nu eisen dat ook nieuwkomers de mensenrechten eerbiedigen, kwamen in de jaren zestig van de vorige eeuw op voor de emancipatie van de vrouw, de scheiding van kerk en staat, de inspraak van de burgers, de rechten van de arbeiders in de bedrijven, de seksuele ontvoogding enz. Dat is alles behalve de samenleving van onze voorvaderen overdragen aan de volgende generaties, wel het tegendeel.

Om zijn stellingen ingang te doen vinden gaat Maly sluw te werk en maakt hij gebruik van een misleidend en wollig taalgebruik. Zo hanteert hij de onmiskenbare gebreken van de westerse democratie, zonder het evenwel met zoveel woorden te zeggen, als ‘argument’ om de tekortkomingen van de moslimcultuur goed te praten. De auteur gebruikt ook voortdurend het woord ‘nieuwkomers’. Het probleem is echter niet dat er nieuwkomers zijn, maar wel dat de democratische organisatie van de samenleving wordt aangetast door een achterlijke cultuur. Maly heeft gelijk als hij zich afzet tegen de bewering dat de aantasting van ‘onze’ waarden uitsluitend van buitenaf komt. Rechtse krachten doen dat evenzeer van binnenuit. Maar het ene sluit het andere niet uit. Maly wil dat niet toegeven. In tegenstelling tot wat Maly beweert gaat voor de democratie de bedreiging niet uit van ‘individuele moslims’, maar van een achterlijke cultuur. Door dit onderscheid niet te maken, vervalst Maly het debat.

De grote fout die een verstandig man als Maly blijkbaar moedwillig maakt is dat hij reactionairen, die duidelijk niet willen weten van de Verlichting, gelijkstelt met democraten die precies uit respect voor de nieuwkomers willen dat ook zij van de universele mensenrechten genieten en ze respecteren.

Maly heeft overschot van gelijk als hij onderstreept dat rechtse verdedigers van de Verlichting de waarden van de Verlichting niet inroepen als het om de bestrijding van armoede en ongelijkheid gaat, om het recht op onderwijs en op huisvesting, om de strijd tegen uitbuiting en racisme. Die anti-democratische opstelling van rechts moet worden bestreden, maar is geen excuus om de zij het onvolmaakte democratie te laten ondergraven door achterhaalde culturen.