Rwanda, waar journalisten opgejaagd wild zijn

Facebooktwittergoogle_plusmail

In steeds meer landen worden journalisten tot staatsvijand nummer 1 uitgeroepen, met alle gevolgen van dien: broodroof, vervolging, gevangenis, verbanning en moord. In Rwanda is het niet anders. President Paul Kagame duldt alleen maar een onderdanige pers, die uitsluitend zijn lof zingt. Een onafhankelijke, laat staan kritische pers wordt deskundig en hardhandig uitgeroeid. Anjan Sundaram, een Indische journalist die op verzoek van de Europese Unie in 2009 in Rwanda een journalistenschool startte, brengt in dit boek op aangrijpende wijze verslag uit over zijn droevige ervaringen vanaf dat jaar tot 2013.

De journalistencursus van Anjan Sundaram trok niet alleen gemotiveerde jongeren aan, maar was ook een ontmoetingsplaats voor oudere onafhankelijke journalisten. Maar spoedig verschenen donkere wolken boven het opleidingsproject, want in de aanloop naar de presidentsverkiezingen versterkte de regering van Paul Kagame haar greep op de pers. Na de verkiezingen werd de oude journalistengarde uitgeschakeld. Sommige journalisten werden vermoord, anderen gevangen genomen, verbannen of verplicht lid te worden van de Intore, de propagandamachine van president Kagame.

Anjan Sundaram beschrijft wat die toenemende repressie voor zijn project en voor tal van zijn leerlingen en medewerkers betekende. Zo was er Moïse, een ervaren journalist die belast was met het aanwerven van studenten. Omdat hij zo’n stevige reputatie had, weigerde geen enkele student zijn uitnodiging om de opleidingscursus te volgen. Moïse mankte omdat zijn been tijdens een foltering door het regime van president Juvenal Habyarimana,de voorganger van Kagame, werd gebroken. Moïse zette zich in voor de verkiezing van Paul Kagame tot president, omdat hij ervan overtuigd was dat die het land een betere toekomst zou bezorgen. Groot was zijn ontgoocheling toen hij, samen met vele anderen, moest vaststellen dat dit helemaal niet het geval was. Toen het opleidingsproject ingevolge de repressie moest worden opgegeven, zei Moïse in een gesprek met Sundaram: ‘Vandaag weet ik dat we hebben verloren. Al dat werk, al dat lijden voor niets.’

Jean-Bosco, een jonge man die een populaire krant leidde, werd tot bloedens toe geslagen omdat hij tijdens een persconferentie van president Kagame de repressie tegen journalisten ten berde had gebracht. Nadien moest hij vluchten omdat regeringsagenten hem met de dood hadden bedreigd. Jean-Bosco bleef vanuit het buitenland werken. Samen met een jonge student, Jean-Léonard, verzorgde hij een infosite die een door de regering gesloten krant verving. De dag dat hij een artikel had gepubliceerd over de dissidente generaal Kayumba werd Jean-Léonard vermoord. Kayumba werd vijf dagen voordien in de straten van Johannesburg beschoten. Jean-Léonard was te weten gekomen dat er een contact bestond tussen de omgeving van president Kagame en de aanvallers van de generaal. Na de moord op Jean-Léonard durfden de leerlingen van Anjan Sundaram geen kwaad woord meer zeggen over de regering. Ze leken iedere hoop te hebben verloren.

Kaal geschoren hoofd

Agnès, een jonge studente, had al een jaar in de gevangenis gezeten voor ze zich voor de cursus inschreef. Tijdens haar gevangenschap werd ze zowel fysiek als psychisch mishandeld. Na de moord op Jean-Léonard werd ze gearresteerd omdat ze een artikel had gepubliceerd waarin ze op de betrokkenheid van de regering bij die moord wees en op de slachtpartijen die Kagame en zijn RPF tegen de Hutu’s organiseerde tijdens de genocide tegen de Tutsi’s door Hutu-extremisten. De foto van Agnès, met kaal geschoren hoofd, verscheen in alle kranten. Ze werd tot zeventien jaar gevangenis veroordeeld omdat ze volgens de procureur had geschreven dat ‘sommige Rwandezen niet tevreden waren over de leiders van het land’. Tussen haakjes: het krantje van Agnès had een oplage van nauwelijks enkele tientallen exemplaren. Een jaar na haar veroordeling lanceerden organisaties die opkomen voor de mensenrechten en de persvrijheid een campagne ten gunste van Agnès. Zonder dat iets in haar dossier veranderde en zonder enige uitleg werd haar straf verminderd, wat de willekeur van het Rwandese gerecht bewijst. Maar vele andere journalisten die niet op een steun van buitenaf konden rekenen, bleven opgesloten.

Roger was een journalist die door de overheid voortdurend werd lastig gevallen en op een bepaald ogenblik het bevel kreeg het land onmiddellijk te verlaten. Tijdens een persconferentie had hij betreurd dat de wet niet beter werd nageleefd en dat het gerecht onder de controle van de regering stond. De overheid drong erop aan een voorzichtigere toon aan te slaan in zijn artikels, maar hij weigerde. Ook een voorstel om regeringspropagandist te worden wees hij van de hand. Uiteindelijk werd hij op straat opgepakt en in een geheime gevangenis afgeranseld. Nadien bleek dat Roger bij de inlichtingendienst van Rwanda was ingelijfd. Hij was naar Israël gestuurd om er gedurende een jaar door de Israëlische geheime dienst Mossad te worden opgeleid. Anjan Sundaram was er kapot van dat iemand zich gedurende een hele tijd als journalist had voorgedaan, terwijl hij in feite de journalisten wou uitschakelen.

Een van de nauwste medewerkers van Sundaram was Gibson. Die schreef voor de belangrijkste onafhankelijke krant van het land, Umuseso (Dageraad). De krant was uiterst populair, een ware instelling. Daarom begon de regering de redacteurs het leven zuur te maken. Sommige redacteurs verlieten het land, andere doken onder. Uiteindelijk besloot de regering Umuseso te sluiten. Daarmee was de politieke oppositie monddood gemaakt. Gibson ging een nieuw magazine lanceren, Nouveaux Horizons. Hoewel alle bevoegde instanties hun toelating hadden gegeven om het magazine te laten verschijnen, werd de verschijning toch op het laatste ogenblik verboden door een dienst afhankelijk van de president. Gibson moest de hoofdstad ontvluchten. Na een tijd keerde hij terug, maar hij gaf de strijd niet op. Tijdens een gesprek met Sundaram zei hij: ‘Ik moet me tegen deze regering verzetten. Sterven moet ik, als het maar voor de waarheid is. Men moet voelen dat men voor de waarheid heeft geleefd.’

Internationale lof en steun

Hoewel er van een vrije pers geen sprake meer was, bestond de Rwandese regering het toch een conferentie over de persvrijheid te organiseren. Die conferentie had tot enig doel de buitenlandse regeringen gunstig te stemmen. Die zorgen immers ieder jaar voor de helft van de staatsbegroting van Rwanda. Tal van westerse landen, internationale instellingen en stichtingen steunen Rwanda. De Verenigde Staten leveren Rwanda wapens, terwijl Israël de geheime diensten opleidt. De ambassadeur van de Europese Unie in Kigali zei Anjan Sundaram dat het voor hem geen enkel probleem was een dictator financieel te steunen. De buitenlandse ambassades lieten de verdedigers van de vrije pers in Rwanda vallen. Een buitenlands ambtenaar zei Sundaram, bij wijze van excuus, dat als de buitenlandse mogendheden de repressie in Rwanda zouden aanklagen, het gevaar bestond dat de diplomaten van die landen zouden worden uitgewezen.

Dat Kagame voor ‘rust’ zorgt in het land, is voor het buitenland het enige wat telt. Zijn stem is de stem van het land. De anderen moeten zwijgen. Dat is alleen maar mogelijk omdat zijn regime op angst steunt. Angst die zo ver gaat dat moeders hun zonen verklikken. Die angst krijgt je te pakken tijdens het lezen van dit boek dat leest als een triller, maar spijtig genoeg geen roman is maar de weergave van een harde werkelijkheid.

–  –  – 206 blz. – 22,95 euro –

Bad News - Derniers journalistes sous une dictature (Oorspronkelijke titel: Bad News - Last Journalists in a Dictatorship, Doubleday)
Anjan Sundaram
Editions Marchialy
2018
206, € 22,95