De nieuwe geo-sociale kwestie

Facebooktwittergoogle_plusmail

De politieke vraag die Latour zich stelt in ‘Waar kunnen we landen?’ is hoe personen die gedwongen zijn om zich op weg te begeven kunnen worden gerustgesteld en beschermd terwijl ze tegelijk worden afgehouden van de valse bescherming van rigide identiteiten en hermetisch gesloten grenzen.

De bekende en kleurrijke Franse filosoof Bruno Latour is ook wetenschapsantropoloog. Hij verwierf vooral bekendheid wanneer hij samen met de Britse socioloog Steve Woolgar in 1979 het boek Laboratory Life publiceerde. Latour spendeerde er twee jaar voor in een vooraanstaand biomedisch instituut, het Salk Institute for Biological Sciences in San Diego, Californië, om daar als antropoloog het wetenschappelijke proces te bestuderen. Nu hij met pensioen is – hij is van 1947 – , is hij vrijgesteld van leidinggevende taken bij SciencePo, universiteit voor politieke wetenschappen en economie in Parijs, maar voorlopig stopt hij niet met werken en buigt hij zich over hét probleem van nu: de klimaatcrisis. In 2015 verscheen van hem Face à Gaia. Huit Conférénces sur le Nouveau Régime Climatique dat in 2017 in Nederlandse vertaling door Octavo werd uitgebracht onder de titel ‘Oog in oog met Gaia, Acht lezingen over het nieuwe klimaatregime’. Diezelfde uitgeverij pakt nu uit met Où atterrir? Comment s’orienter en politique, vertaald door Rokus Hofstede als ‘Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime’. De ecologische mutatie die zich voltrekt, betitelt Latour als het Nieuwe Klimaatregime.

Nieuwe landschapskaart

Het motto van dit boek komt van Jared Kushner, Donald Trumps schoonzoon, en luidt: ‘We’ve read enough books’. Kushner zei dit in een bespiegeling op wat nodig was voor vrede in het Midden-Oosten, waarvan hij de beoogde stichter is. Die woorden, en het boek van Latour, roepen een van de belangrijkste vragen van het decennium op, namelijk hoe we de juiste kennis kunnen verkrijgen uit een stroom ongefilterde informatie. De filosoof Latour probeert in dit boekje de lezer een filosofisch-politieke filter aan de hand te doen waardoor hij/zij zich kan oriënteren in dat mijnenveld van vaak tegenstrijdige berichten.

‘Waar kunnen we landen?’ bouwt verder op Face à Gaia, maar is veel gebalder en ook veel toegankelijker geformuleerd. In 20 punten, uitgeschreven over 125 pagina’s, onderzoekt Latour waar we in dat nieuw klimaatregime ergens kunnen landen. Om die vraag te kunnen beantwoorden tekent hij een kaart uit van de posities die door het nieuwe landschap worden opgedrongen en nodigt hij de lezer uit om zich daarmee te oriënteren. Latour constateert dat van migraties, de explosieve toename van ongelijkheden en het Nieuwe Klimaatregime dezelfde bedreiging uitgaat. Velen onderschatten wat er met de aarde aan de hand is, maar ze begrijpen wèl heel goed dat de kwestie van de migranten hun dromen over een veilige identiteit in het gedrang brengt. In een provocerende Latour-stijl vraagt hij: ‘Is het niet opvallend dat je emoties heel anders zijn als je wordt gevraagd op te komen voor de natuur – je gaapt van verveling – of je territorium te verdedigen – je bent meteen klaarwakker?’ (p. 19) Dat is een kwestie van bodem, van een bezit dat onder onze voeten bezwijkt, van een manier van leven die ons wordt ontnomen. En aan de andere kant is er de ‘globalisering’.

Hoe doe je dat: je hechten aan de bodem aan de ene kant én toegang krijgen tot de wereld aan de andere? De politieke vraag die Latour zich stelt is hoe personen die gedwongen zijn om zich op weg te begeven kunnen worden gerustgesteld en beschermd terwijl ze tegelijk worden afgehouden van de valse bescherming van rigide identiteiten en hermetisch gesloten grenzen.

Nieuw gevormde bodem

‘Bodem’ in een zeer brede betekenis is een kernbegrip in Latours analyse. Niet de Blut und Boden benadering, maar de zoektocht hoe op de nieuw gevormde bodem waar de verschillende typen migranten zullen komen te wonen een nieuwe embryonale samenleving kan worden opgebouwd. Hij brengt niet alleen het sociale en het ecologische met elkaar in verband, maar voegt er ook een geologische component aan toe. Volgens hem hangt de klassenstrijd ook af van een geo-logie.

‘Omdat de kaart van de sociale klassenstrijd steeds minder greep krijgt op het politieke leven moeten we een kaart zien te tekenen van de geo-sociale plaatsenstrijd, zodat mensen eindelijk ontdekken wat hun echte belangen zijn, en met wie ze allianties kunnen aangaan, tegen wie ze moeten vechten.’ (p. 76) Latour noemt de negentiende eeuw de tijd van de sociale kwestie en de eenentwintigste die van de nieuwe geo-sociale kwestie. Het gaat daarin om het conflict tussen moderne mensen, die zich alléén wanen in het holoceen en op de vlucht zijn naar het Globale of op uittocht naar het Lokale, en aardbewoners, die weten dat ze zich in het antropoceen bevinden en proberen met andere aardbewoners samen te leven onder de autoriteit van een macht die nog geen duidelijke institutionele vorm heeft.

Dat is de nogal abstracte kaart die je van een filosoof mag verwachten, en waarmee Latour tevens de lezer uitnodigt om op de bodem te landen van zijn/haar voorkeur. Veel verder dan het aanreiken van een nieuwe landschapskaart geraakt de auteur blijkbaar niet en dat is jammer. We moeten herontdekken, schrijft Latour, hoe we vormen van bescherming vinden, zonder te rekenen op de natiestaat, die alleen niet is opgewassen tegen klimaatmutaties.

Veel vragen, geen antwoorden

In zijn slotpassage stuurt Latour wat vaag aan op ‘een ander Europa’, maar waar en hoe hij daar zou willen landen zegt hij niet. Misschien is dat het onderwerp voor een volgend boek? Of mag je van een filosoof alleen maar politieke oriëntatiepunten verwachten? Vragen en geen (aanzet tot) antwoorden? De vertaler heeft dit blijkbaar goed aangevoeld want hij vertaalde Où atterrir? als ‘Waar kunnen we landen?’ en niet als ‘Waar mogen wij landen?’, want dat zou voor Latour waarschijnlijk te normatief dwingend overkomen. Voor mijn part had hij zich daar meer uitdrukkelijk aan mogen wagen.

 

Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime
Bruno Latour
Octavo , prijs 19,50 euro
2018
132, € 19,50
9789490334253
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.