Ons morele ongemak in de omgang met grenzen

Facebooktwittergoogle_plusmail

Telkens wanneer ik de krant opensla, merk ik hoe verleidelijk het is zich door de onzekerheid van een complexe wereld in verandering op te sluiten in het eigen grote gelijk. Profilering en ideologische verstarring zijn daar vaak de jammerlijke politieke vertaling van. Daarom luister ik graag naar opiniemakers die het debat over onze ideeën zonder taboes durven aangaan en niet alle onbehagen meteen wegzetten als irrationeel. De Nederlandse publicist Paul Scheffer is zo iemand. In 2000 maakte hij naam met zijn essay ‘Het multiculturele drama’ en zeven jaar later publiceerde hij het boek ‘Land van aankomst’. In zijn boeken neemt hij op sterk gepolariseerde onderwerpen standpunten in die niet altijd even populair zijn in de progressieve kringen waaruit hij zelf voorkomt. Scheffer werd lange tijd gezien als de partij-ideoloog van de Nederlandse PvdA maar heeft in de loop der jaren harde kritiek over zich heen gekregen waardoor het gesprek vaak eindigde voordat het was begonnen.

In ‘De vorm van vrijheid’ zet hij opnieuw de thema’s uiteen waarmee hij regelmatig het nieuws haalt: de noodzaak om het debat te voeren over immigratie en de noodzaak te praten over de grenzen van Europa. In essentie gaat het boek over ons morele ongemak in de omgang met grenzen. Vanuit de rechtvaardigheidsgedachte vinden sommigen dat ons land de grenzen helemaal moet open gooien. Iedereen die hier wil komen wonen en werken is welkom. Vluchtelingen uit oorlogsgebieden kunnen we natuurlijk niet weigeren. Maar ook economische immigranten zijn een verrijking voor onze samenleving; wegens de schaarste op de arbeidsmarkt en de vergrijzing zijn ze broodnodig. Bovendien: waar zou iemand die zichzelf humaan noemt het recht vandaan halen om tegen deze mensen te zeggen: dit is ons stukje land, alleen voor ons eigen volk, en voor niemand anders? Waarom mogen anderen niet in onze rijkdom en voorspoed delen?

In zijn helder en gefundeerd betoog biedt Scheffer weerwerk tegen deze morele opvattingen en laat hij zien dat het onbekommerd toelaten van iedereen die maar wil, niet realistisch is. “Ik ben ervan overtuigd geraakt”, schrijft hij, “dat een open samenleving alleen binnen grenzen kan gedijen. Het zal hier dan ook niet gaan over de grenzen van de vrijheid, maar over de vrijheid van de grens”. “De vrijheid behoeft een vorm”, aldus de auteur en hij wijst daarbij vooral op de vele conflicten in de wereld: “De liberale democratieën van Europa kunnen zich in een chaotische omgeving van autoritaire staten niet zonder voorbehoud openen naar de buitenwereld.” Dit is geen pleidooi voor afsluiting tegenover de noden van onze omgeving, voegt de schrijver er nadrukkelijk aan toe, “maar wel een rechtvaardiging van grenzen”. We kunnen wel roepen dat iedereen welkom is, maar we moeten het ook kunnen waarmaken.

Opnieuw gaat het hier over de aanhoudende botsing tussen macht en moraal. Lange tijd hebben we gedacht dat er iets fout is aan grenzen en dat door federalisering, globalisering en multiculturalisering alle conflicten vanzelf verdwijnen. De maakbare samenleving vooronderstelt dat culturele verschillen kunnen ‘weg-georganiseerd’ worden, en dit ideaal komt volgens Scheffer vooral van links. Maar ook de christen-democraat Angela Merkel en de liberaal Guy Verhofstadt noemt hij bij naam. De prijs van hun kosmopolitisme is dat we telkens overvallen worden door groepen bootvluchtelingen, door de Brexit, door het afwijzen van de Europese grondwet, door de radicalisering van immigrantenkinderen, etc. Scheffer herhaalt het keer op keer: democratie, redelijke gelijkheid, vrijheid – alles wat onze open samenleving werkbaar maakt heeft grenzen nodig. Als we Europa of de liberale democratie willen koesteren, dan moeten we de morele dilemma’s van onze gemeenschap onder ogen zien: niet iedereen kan binnenkomen, niet alles kan gezegd worden. Zonder grens gaat het niet, zonder natiestaten gaat het niet, zonder veiligheidsbeleid gaat het niet. Scheffer noemt het de wraak van de geografie over de politiek.

Als hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Tilburg onderbouwt de auteur zijn stellingen ook met demografische cijfers. Hij heeft het Nederlands Centraal Planbureau gevraagd diverse scenario’s uit te rekenen omtrent migratiestromen, iets wat nog nooit eerder is gedaan. En dat is opvallend, want hoe kunnen wij zinvol discussiëren over de vraag welke migratie we zouden willen zonder te beschikken over de juiste cijfers?

Bij een ruimhartige migratie- en asielpolitiek, zoals de kosmopolitisch ingestelde partijen dat bepleiten, zou de Nederlandse bevolking in 2060 boven de 20 miljoen uitkomen. Dat zeggen ze er nooit bij, aldus Scheffer. Omgekeerd zou een zeer restrictief beleid, zoals populistische partijen eisen, tot onbedoeld gevolg hebben dat de bevolking krimpt. Ook hier geldt: dat zeggen deze partijen er nooit bij. “Want de gevolgen van deze krimp zijn nogal problematisch in een samenleving die aan het vergrijzen is.” Scheffer heeft nog meer cijfers achter de hand. Het argument dat we migranten goed kunnen gebruiken tegen de schaarste op de arbeidsmarkt nuanceert of pareert hij door er op te wijzen dat mensen uit de traditionele migratielanden, Marokko en Turkije, relatief vaak afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Naast hun taalachterstand is ook hun opleidingsniveau beduidend lager. Hoe kan men dan stellen dat migranten gemakkelijk openstaande vacatures kunnen invullen?

Deze redeneertrant – laten we eerst de feiten verzamelen, dan praten we verder – is typerend. De lezer zal merken dat ‘De vorm van vrijheid’ ook geen vrijblijvende filosofische oefening is. Scheffer’s pleidooi voor begrenzing en zijn speurtocht naar een evenwicht tussen openheid en geborgenheid, kosmopolitisme en nationale identiteit, is ingegeven door het sterke gevoel dat de democratie in Europa in gevaar is. “Europa wordt in het oosten omgeven door een opkomend nationalisme in Rusland en China, in het zuiden door een uitdijende Arabische burgeroorlog en tenslotte in het westen door een afnemende Amerikaanse macht.” In plaats van te gaan zwelgen in doemscenario’s analyseert Scheffer in dit interessante werk ook diverse economische, politieke en culturele ontwikkelingen die aan de basis liggen van het onbehagen en de onzekerheid bij veel Europese burgers. Net zoals andere opiniemakers merkt hij op dat het politieke spectrum niet meer uiteen valt langs de breuklijnen van links of rechts, conservatief of progressief maar internationalisme versus protectionisme. Bijgevolg wil hij de opkomende populistische partijen liever ‘protectionistisch’ noemen. Hij maakt daarbij een onderscheid tussen sociaal protectionisme, dat wil zeggen verzet tegen het afslanken van de verzorgingsstaat door een ‘neoliberale’ politiek (en noemt als voorbeelden het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos) en cultureel protectionisme, “het idee dat nationale identiteiten worden ondermijnd in een grenzeloze wereld”.

Omdat populistische partijen sociale en culturele breuklijnen blootleggen, kunnen we ze volgens Scheffer beter serieus nemen. Hij verzet zich tegen makkelijke opvattingen over het helpen van vluchtelingen, de rol van nieuwkomers in de samenleving en de nabije toekomst van de Europese Unie. Hij pleit ook voor een sterker Europa. Want het drama van de Europese Unie is dat mensen er geen bescherming in zien. Nochtans leeft het verlangen naar geborgenheid en veiligheid bij veel mensen. Angst voor ongecontroleerde migratie speelt daarbij een rol. Het is dan ook niet verrassend dat Scheffer enerzijds nadenkt over de begrenzing van onze morele verplichting en anderzijds over manieren om meer greep te krijgen op de aantallen migranten en vluchtelingen die zich in onze contreien vestigen. Zijn mantra hierbij is het bewaken van de Europese buitengrens. We moeten daarbij onderscheid maken tussen muren en grenzen: muren zijn bedoeld om menselijk verkeer te blokkeren, grenzen zijn bedoeld om dat verkeer te reguleren. Voor Scheffer is het streven naar meer gereguleerde migratie noodzakelijk, omdat “een samenleving opener wordt naarmate migratie (…) kan worden gezien als een bewuste keuze, in plaats van iets wat samenlevingen overkomt”.

Wij kunnen ons afvragen: waarom hebben we een overlegmodel voor het vraagstuk van ecologische duurzaamheid maar niet voor maatschappelijke duurzaamheid? Beleidsmakers moeten beseffen dat, juist om burgerrechten en het behoud van de sociale welvaart in Europa te garanderen, niet ieder persoon die dat wil binnen gelaten kan worden. Want, zo stelt Scheffer “om genereus te blijven hebben we grenzen nodig”.

Tenslotte kan het respecteren van grenzen bij de Europese burgers een sterk psychologisch effect teweeg brengen. Slechts wanneer zij een gevoel van bescherming en veiligheid hebben, kunnen zij populistische en autoritaire verleidingen weerstaan. Scheffer hekelt de morele verlegenheid over grenzen want de omgang met grenzen is misschien wel het grootste vraagstuk uit onze tijd. Hij vreest dan ook dat “wanneer de weldenkende gemeente geen woorden meer heeft om grenzen aan te geven, (…) vroeg of laat – en waarschijnlijk vroeg – het moment (komt) dat mensen met een autoritaire inslag die grenzen gaan trekken.” En indien deze grens wordt overschreden, kan vrijheid gauw omslaan in onvrijheid.

De vorm van vrijheid
Paul Scheffer
De Bezige Bij
2018
224, € 19,99