Relevante vraagbaak én actiemiddel

Facebooktwittergoogle_plusmail

Wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Dat vroeg ik me af na lectuur van deze merkwaardige publicatie. Is dit een handboek over fijnstof, een medische vraagbaak of een gesofisticeerd actiemiddel om een Lange Wapper en ander Oosterweel fraais medische stokken in de wielen te steken? Ik houd het maar bij een geslaagde kruising tussen een relevante vraagbaak en een actiemiddel. Door deze gezamenlijke, grensverleggende denkoefening – goede vragen vragen om goede antwoorden – is er een nieuw vocabularium aan het ontstaan om over de fijnstofproblematiek te spreken.

Ook de twee auteurs van dit boek zorgen voor een bijzondere kruising tussen wetenschap en sociale actie. Een professor huisartsgeneeskunde met speciale interesse voor milieugezondheidskunde en de gehaaide woordvoerder van een actiegroep staan in voor een geslaagde combinatie van kennis, ervaring en engagement. Dat is trouwens een van de belangrijke kenmerken én sterke wapens van de burgerbewegingen die het Antwerpse Oosterweeldossier hebben opengebroken en een volledig nieuw perspectief hebben bezorgd in de vorm van een hybride Toekomstverbond waar ‘onder en ‘boven’ samen aan het zoeken zijn naar een leefbare, toekomstgerichte benadering van het mobiliteits- en gezondheidsvraagstuk en van een betere ruimtelijke planning voor Antwerpen.

Fijnstóf als boosdoener

Tien jaar geleden was de aandacht voor het gezondheidsaspect in verband met Oosterweel gering. De fijnstofproblematiek was niet onbekend, maar kreeg onvoldoende aandacht in heel dat ingewikkeld dossier. Fijnstóf (met accent achteraan en in een woord geschreven) is niet zó maar fijn stof. Het zijn ultrafijne zwevende stofdeeltjes met een aerodiameter kleiner dan 10 micrometer (of nog minder) die intussen als een gevaarlijke vijand van de volksgezondheid worden erkend. Ze zijn afkomstig van diverse bronnen zoals uitlaten van verbrandingsmotoren, huisverwarming, verbranding van kolen en hout, maar ook veeteelt en het aanwaaien van zeezout.

Ademloos

Einde 2007 sloegen vier oudere heren van Antwerpen Linkeroever, samen goed voor 280 jaar, alarm. Zo ongeveer begint het laatste hoofdstuk ‘Fijnstof maakte ademloos groot’ van dit boek dat in de ik-persoon is geschreven en dat de gedreven pen van Wim Van Hees verraadt. Inderdaad, op tweede kerstdag 2007 hadden Wim Van Hees en Guido Verbeke een ‘keukentafelgesprek’ – zo ontstaan actiegroepen nog al eens vaker – en Ademloos was geboren. ‘Zwijgen is voor een medicus geen optie.’ Die gevleugelde woorden werden uitgesproken door dokter Guido Verbeke en die zijn zeer letterlijk opgevolgd geworden.

Ademloos focuste van in het begin op de fijnstofproblematiek, die Antwerpen bij een Lange Wapper-oplossing massaal naar adem zou doen happen. Begin maart 2008 volgde dan de eerste persconferentie van Ademloos. Vanaf dag 1 handelden de actiegroepen Ademloos en stRaten-generaal in nauw overleg met elkaar. Via hun dossierkennis, goed uitgekiende strategie en doorzettingsvermogen zorgden zij ervoor dat de BAM-plannen voor de Lange Wapper crashten. Ademloos ging zonder middelen maar met zeer inzet aan de slag.

Wim Van Hees vertelt in zijn gedreven stijl het verhaal van de opkomst van een actiegroep en de bikkelharde strijd die er in de voorbije jaren is gevoerd, eerst ter ondersteuning van stRaten-generaal en later samen met Ringland, om de stem en de kennis van de burger te betrekken bij de beleidsvoering.

‘De derde auteur’

Heel anders van stijl is het eerste en belangrijkste deel van dit boek. In de inleiding schrijven de auteurs dat het hun ambitie is de wetenschappelijke stand van zaken rond de problematiek van fijnstof en luchtvervuiling bekend te maken. Zij bedanken voor het bijeenbrengen van die kennis ook huisarts Dirk Van Duppen, de professoren Benoit de Nemery en Tim Nawrot, cardioloog Mark Goethals en gynaecoloog Guido Verbeke, allen geëngageerde medische wetenschappers van het eerste Ademloos- uur.

Zoals uit de titel blijkt is de opbouw van het boek in vraagvorm; vragen die tijdens de vele bijeenkomsten van Ademloos door het publiek werden gesteld – vaak op bierviltjes – en die door Dirk Avonts in de eerste plaats mondeling en voor dit boek nog eens schriftelijk en aangevuld met info van de rijk gestoffeerde blog www.ademloos.be werden beantwoord.

Die ‘derde auteur’ is dus het grote publiek die vanuit de praktijk van hun dagelijks leven vaak indringende vragen wist te stellen, waarop ook geroutineerde medische wetenschappers als Dirk Avonts in eerste instantie, zo kan ik me voorstellen, zich al wel eens zullen verslikt hebben. Bovendien zijn de vragen vaak niet alleen van medische aard, maar wordt er ook gepeild naar verkeerstechnische verbanden die eigen zijn aan de grootstedelijke problematiek. Het terrein van de fijnstofproblematiek vraagt niet alleen medische, maar ook interdisciplinaire kennis die in een ruimere benadering van volksgezondheid, gekoppeld aan mobiliteit, grootstedelijkheid en ruimtelijke ordening zou aanwezig moeten zijn.

Uit de hoofdstukken in het boek – de vragen werden thematisch opgedeeld – blijkt trouwens zeer duidelijk dat niet allen de zuiver medische invalshoek werd bespeeld: ‘Fijnstof in het lichaam, Fijnstof in de omgeving, Fijnstof in het verkeer, Luchtkwaliteit in de stad, Fietsen en wandelen in de stad, Fijnstof binnenshuis (olala!), Het verbranden van hout, Het meten van de concentraties fijnstof, Samen voor gezonde lucht (met het burgerproject Curieuzeneuze Vlaanderen). Dat zijn de titels van de verschillende hoofdstukken van het uitvoerige eerste deel die getuigen van de grensverleggende insteek. Vandaar ook dat er in de antwoorden een vocabularium ontstaat dat nog niet geschreven werd. Ook dat is een van de waardevolle punten van dit boek.

Evidente vragen

‘Hoe komt fijnstof in het lichaam terecht?’, ‘Hoe verwerken de longen het ingeademde fijnstof? en ‘Welke organen worden, naast de longen, het meest belast door fijnstof?’ zijn waarschijnlijk klassieke vragen en gemakkelijk te beantwoorden door iemand als Dirk Avonts, maar daar blijft het niet bij, want de vragen waaieren verder alle richtingen uit. Ze gaan van – ik pluk er hier en daar maar wat weg – ‘Is het mogelijk om fijnstof te neutraliseren?’, ‘Hoeveel fijnstof produceren afvalverbrandingsovens?’, ‘Hoe vervuilend is de binnenscheepvaart?’ ‘Stoot een elektrische wagen nog fijnstof uit?’, ‘Hoe is het gesteld met fijnstof en de trein?’, ‘Hoe vervuilend zijn brommers in de stad?’, ‘Hebben alle Europese steden te kampen met te veel fijnstof in de lucht?’, ‘Welke invloed heeft een zone 30 op de luchtkwaliteit van de omgeving?’, ‘Is dagelijks fietsen in een vervuilde stad wel gezond?’, ‘Is het dragen van een mond-neusmasker nuttig?’ en ga zo maar door. Allemaal evidente vragen, maar waar meestal geen eenvoudige antwoorden op te geven zijn. Dirk Avonts maakt er zich niet gemakkelijk van af door snel-snel wat standaardantwoorden te debiteren. Zeer waarschijnlijk heeft hij ook verder studiewerk moeten verrichten, want achter die schijnbaar simpele vragen van ‘de derde auteur’ gaat er vaak heel wat complexiteit schuil.

Genuanceerde antwoorden

Dirk Avonts hanteert een nuchtere, genuanceerde taal om op al die vragen in te gaan: informatief sterk, leerrijk dus maar zeker niet belerend. Dat hieruit natuurlijk geen fraai beeld ontstaat van het leven in een stedelijke leefomgeving is evident, maar Dirk Avonts en zijn kompaan Wim Van Hees zijn geen doemdenkers. In de antwoorden gaan zij de realiteit niet uit de weg, maar meestal is er tegelijk een aanzet tot oplossingsgericht denken aanwezig, want achter de wetenschapper komt ook voortdurend de actievoerder kijken die zoekt naar alternatieven.

Op de vraag of elektrisch autorijden wel duurzaam is, antwoordt Dirk Avonts: ‘Alle auto’s vervangen door elektrische auto’s is niet realistisch. We zullen ook meer gebruik moeten maken van efficiëntere vervoersmiddelen zoals het openbaar vervoer of de (elektrische) fiets. Pas dan wordt de elektrische auto een realistische oplossing binnen een duurzaam mobiliteitsbeleid.’ (p. 66) Alleen door een all-in aanpak kom je tot een echte modal shift.

Wordt het fietsen in de stad op een genuanceerde manier gepromoot – snelle fietsers halen meer fijnstof binnen! – dan wordt er toch ook gewaarschuwd voor tweewielers als brommers en scooters die een uitstoot hebben die ‘vuiler’ is dan die van recentere wagens.

Ook vervelende dilemma’s worden niet geschuwd. Op de vraag of kinderen beter in de auto zitten om minder fijnstof in te ademen schrijft Dirk Avonts: ‘Spijtig genoeg is de concentratie fijnstof in de auto hoger dan erbuiten, zeker bij filerijden.’ (p. 112). Hoe gezond is het om te luchten? Nog zo’n moeilijke, zeker als je dicht bij de ring woont. Wat doe je dan? ’s Nachts het raam openzetten om te verluchten, maar dan het geraas van de snelweg binnenhalen…? Een dilemma voor vele Antwerpenaren zoals deze recensent.

In de antwoorden verwijst Dirk Avonts ook vaak naar, al dan niet longitudinale, studies in België en in Nederland, maar ook naar de Verenigde Staten en daar komen soms hoopvolle resultaten uit. Zo maakt een uitgebreid onderzoek in de VS in de periode 1980 tot 2000 in 51 stedelijke gebieden duidelijk dat het inzetten op een betere luchtkwaliteit loont om de levensverwachting en de gezonde levensjaren te doen toenemen.

Veel stof over fijnstof

‘Grote vragen over fijnstof’ is een zeer welgekomen publicatie waar niet alleen Antwerpenaren, maar alle burgers ongeacht hun locatie, hun voordeel kunnen mee doen. Er wordt ingegaan op een spervuur van vragen van ‘de derde auteur’ en dat op een vulgariserende, maar niet simplificerende manier, wat niet alleen kan leiden tot een grotere bewustzijn voor de problematiek, maar misschien ook een versterking van de beweging van onderuit kan te weeg brengen. Zo zou een relevante vraagbaak als deze ook een actiemiddel kunnen worden.

Ik hoop tevens dat beleidsmensen die het fijnstofdossier op hun bord krijgen – en bij welk niveau en bevoegdheid hoort dat niet thuis ! – zich even sterk als Dirk Avonts en Wim Van Hees zullen engageren om naar oplossingen te zoeken. Beide auteurs hebben in elk geval heel veel stof bij elkaar gebracht, wat alvast uitnodigt om heel serieus na te denken over anders om te springen met ons leefmilieu. ‘Grote vragen over fijnstof’ brengt te veel denkstof bij elkaar over de sluipende afbraak van onze levenskwaliteit om daar zonder meer aan voorbij te gaan.

Grote vragen over fijnstof
Dirk Avonts en Wim Van Hees
Polis, Kalmthout
2018
252,€ 19,99
9789463102889
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.