Macrons gele gevaar

Hesjes in actie (wikipedia)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Een gilet jaune, een geel hesje. Hesje, een woord dat me totnogtoe totaal vreemd was en nu de geschiedenis ingaat als een beweging zonder voorgaande, zoals de Franse premier Edouard Philippe terecht opmerkt. Een volledig spontane ontlading van lang ingehouden woede. President Emmanuel Macron oogst de vrucht van zijn misprijzen voor het ‘middenveld’, de georganiseerde samenleving die in zijn “jupiteriaanse denken” geen plaats heeft. Hij vernederde onder meer de vakbonden, de boze burgers gaan in deze tijden van “sociale media” spontaan de straat op.

Malaise

Burgemeester Jean-Michel Parcheminal van het Bretoense dorp Plounéour-Ménez vat de situatie goed samen: “Les taxes sur le carburant n’ont été que le déclencheur d’un malaise profond, qui s’exprime en dehors de toute organisation, de manière spontanée.” De brandstofprijzen waren de ontsteker voor een sociale malaise die zich buiten elke organisatie, volkomen spontaan, manifesteert”.

Sociale malaise, inderdaad. Bij veel gele hesjesdragers zijn de brandstofprijzen op de achtergrond geraakt. Arbeiders, gepensioneerden, kleinhandelaars, studenten… zeggen nu dat ze genoeg hebben van “une vie de galère” – een leven van miserie, en van alle onrecht in de maatschappij. En ze vinden eensluidend dat Macron met zijn vele fiscale voordelen aan de rijken daar schuld aan heeft.

Poujadisme?

Ongeorganiseerd, spontaan, het houdt meteen risico’s in op manipulatie en ontsporingen – de tegenstanders beklemtonen graag enkele uitingen van racisme en xenofobie bij sommige actievoerders.. Er wordt herinnerd aan het spook van het “poujadisme”. Dat poujadisme is genoemd naar Pierre Poujade die in 2003 in vergetelheid stierf. In de jaren 1950 oogstte deze winkelier succes met zijn campagnes tegen belastinginspecteurs en met zijn anti-belastingpartij die echter samen met de Vierde Republiek in 1958 ten onder ging. Een van de gekozenen van die partij was Jean-Marie Le Pen, de stichter van het uietsrt-rechtse Front National. Het poujadisme is een begrip geworden voor wat we nu een populistische stroming zouden noemen.

Onder de actievoerders duiken inderdaad ‘poujadistische’ oproepen op geïnspireerd door ‘libertariërs’ die belastingen en staat aanvallen. Een wijdverbreide tekst vol verdraaiingen stelt de staat gelijk aan een geldverslindende machine waarvoor de burgers nauwelijks iets in de plaats krijgen.

Rood en geel

De vakbonden weten niet goed wat van die gele jasdragers te vinden. Talrijke vakbondsmilitanten nemen deel aan de blokkades met eisen voor hogere lonen,. Onder hen syndicalisten van de CFDT, een vakbond die probeerde zoete broodjes te bakken met Macron maar die nu klaagt dat de president de sociale bewegingen compleet negeert. Iets wat andere vakbonden zoals de linkse CGT en FO al langer vaststelden.

CGT-leider Philippe Martinez zei dat de gele beweging de vakbond niet stoort, maar wat wel stoort zijn degenen die de beweging willen recupereren. Enkele afdelingen vinden echter dat gilets rouges en gilets jaunes, rode en gele hesjes, moeten samengaan en blokkeren bij voorbeeld samen met de gelen een raffinaderij van Total. Bij FO heeft de bond van transportarbeiders zijn leden opgeroepen gele hesjes aan te trekken en te betogen voor hogere koopkracht.

Kotsbeu

Hoe dan ook, de overgrote meerderheid van de gele jasdragers zijn het gewoon kotsbeu. Ze ondergaan al jaren een neoliberaal beleid van besparingen voor de meerderheid en cadeaus voor een kleine minderheid. Twee opeenvolgende hervormingen van de arbeidswet hebben arbeidsrechten uitgehold. Ze hebben gemerkt dat de grote vakbondsacties tegen deze en andere hervormingen – zoals die bij het spoor – niets uithaalden. Dat Macron zijn reputatie van “president van de rijken” alle eer bleef aandoen.

Ze zijn slachtoffers van de afbouw van openbare diensten. Bij het spoor gingen de grote investeringen naar prestigelijnen, terwijl kleinere lijnen steeds minder bediend of afgeschaft worden. Het valt ook op dat de acties zeer hevig zijn buiten de grote stadscentra.

Periferie

De helft van de Fransen woont in gemeenten met minder dan 10.000 inwoners, la France périphérique. Zones waar openbare diensten, administratie, scholen, ziekenhuizen steeds moeilijker met openbaar vervoer bereikbaar zijn. Veel van die mensen zouden misschien wel liever in grote steden met al hun voorzieningen wonen, maar die zijn steeds onbetaalbaarder. Huurprijzen duwen heel wat mensen naar die periferie. En daar wonen zonder wagen, is een heksentoer.

Dat verschil zien we ook politiek. Marine Le Pen en haar FN (nu RN) hebben zich in de verkiezingscampagnes duidelijk tot la France oubliée, het vergeten Frankrijk, gewend. Zoals ze nu nog doen en zoals ook de rechts Les Républicains zich opwerpt als verdedigster van la France rurale, tegenover het volgens hen verwende Frankrijk, dat van de grote steden waar Macron hogere percentages haalde dan in de periferie.

In die periferie leven dus nog sterker de frustraties over het beleid van Macron en zijn voorgangers. Voor veel van die mensen is de hogere taks op brandstof voor hun voertuigen de zoveelste aanslag op hun koopkracht. Dat die taks in de eerste plaats zou moeten dienen voor een beter leefmilieu en om de grote transitie te bekostigen, stuit op algemeen ongeloof.

Groen

Het versterkt een wijdverbreide indruk dat ecologische maatregelen altijd op de rug van de modale burger vallen, terwijl de grote vervuilers buiten schot blijven. Een hogere brandstoftaks valt gefortuneerden en hogere kaderleden met dure bedrijfswagens echt niet zwaar, voor wie bijna dagelijks de rit naar de school, het werk, een grootwarenhuis moet doen, komt dat wel hard aan.

Die taks zal trouwens niet leiden tot minder verbruik van brandstof, men heeft meestal geen keus. Dat wordt dan besparen op andere uitgaven. Minder vlees eten, dat zou dan nog het milieu ten goede komen.

De groene partij EELV stelde haar hoop op de Europese verkiezingen van mei volgend jaar om zich uit de diepe crisis te werken. De gele hesjes komen dan ook zeer ongelegen. De kopstukken blijven de taks verdedigen, maar vinden dat er meer maatregelen nodig zijn om het effect voor de kleine inkomens af te zwakken. Maar hun uitleg komt erg verward over, de omstreden taks is voor zeer veel Fransen nogmaals het bewijs dat “ecologie voor de rijken is”, dat het de sukkelaars met een oude dieselwagen zijn die het moeten ontgelden.

LRM

De gele golf zet Macrons partij, La République en marche, nog veel meer onder druk. Er is sprake van paniek onder de parlementsleden die op het terrein de volle laag krijgen voor de politiek van hun chef. Er wordt te weinig naar de basis geluisterd, aldus veel parlementsleden. Er moet weer gepraat worden met het middenveld. Maar praten alleen zal niet volstaan.

Hadden ze echt de illusie dat LRM een democratische partij is? De achterban moet de politiek van de regering verdedigen en niet aanklagen, vindt de kleine kliek rond Macron. Maar de mot zit erin. Macron zelf had gehoopt van de Europese verkiezingen een triomf voor zijn partij te maken. De twijfel of dat lukt, neemt zienderogen toe.

Bij de bondgenoot van LRM, de centrumrechtse Modem, klinkt het onomwonden dat het hier gaat om een woede-uitbarsting tegen een onrechtvaardige fiscaliteit.

Bij ons

En in België? Een paragraaf uit De Standaard: Ze zagen goedbetaalde jobs in rook opgaan, bussen en treinen verdwijnen, en intussen de rekeningen verder aandikken. De jongeren van Courcelles willen weg. ‘Maar ik kan een verhuizing niet betalen. Ik zit hier vast.’ La Belgique périférique.

 

Zie ook

Frans dorp neemt wraak Dit is een titel om aandacht te trekken. Zoals Franse dorpen doen met hun stem: aandacht trekken. Menig Frans dorpsburgemeester zit sinds 7 mei met de handen in het haar. In zijn/haar dorp lopen geen migranten rond die het op de Franse identiteit heb...
De Macronie kraakt Emmanuel Macron, president van Frankrijk, zegt dat hij de boodschap (van de peilingen) heeft begrepen, hij gaat veranderen. Hij gaat zijn stijl veranderen, niet zijn beleid. Maar intussen stapelen de tegenslagen zich verder op. Met het opstappen van ...
Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.