Brexit, surrealisme en extreem-rechts

Facebooktwittergoogle_plusmail

Zou het Verenigd Koninkrijk het kunnen winnen van België als het over surrealisme gaat? Een minister in de regering van premier May die meer dan twee jaar na het referendum over de uitstap van zijn land uit de Europese Unie, tot de ‘ontdekking’ komt dat Dover-Calais een belangrijke rol speelt voor de buitenlandse handel van zijn land. Een minister in de regering van premier May die in Brussel gaat onderhandelen over die uitstap, een akkoord sluit en ermee naar Londen trekt en één dag later zijn ontslag indient omdat hij dit (zijn) akkoord niet kan verdedigen. Of nog, een Brits parlementslid die nu verbijsterd vaststelt dat het V.K. in de toekomst geen lid van de Europese Commissie meer zal hebben, noch Europese parlementsleden…

Eén ding staat inmiddels vast: sommige Britse politici hebben geen flauw idee van de wereld waarin ze leven, ze werken ‘hors-sol’, zonder enig contact met de realiteit. Ze willen de ‘nationale soevereiniteit’ herstellen, maar stonden er nooit bij stil dat ook andere landen belangen hebben, ze willen uit de Europese interne markt, maar vergaten dat ze er dan ook niet kunnen over meebeslissen, ze willen weer ‘controle’ over migratie en handel en dergelijke zaken meer, maar zien over het hoofd dat dit voor Noord-Ierland een probleem kan zijn.

Geen ‘win-win’, wel ‘loose-loose’

Zover staan we dus op vier maanden van de datum waarop de uittreding een feit zal zijn. Er werd een akkoord gesloten, maar dat moet nog door de Europese Raad, het Europese Parlement en, het allermoeilijkst, het Britse parlement worden goedgekeurd. Niemand weet of het kan lukken. En dan?

Dominic Raab, de inmidels afgetreden Brexit minister, kwam afgelopen week met twee teksten thuis: één van 585 bladzijden waarin de gedetailleerde principes van de uitstap beschreven staan. En een politieke verklaring van zeven bladzijden, wellicht nog belangrijker, waarin de krachtlijnen van een toekomstig akkoord over de betrekkingen tussen het V.K. en de E.U. worden aangegeven. Om dat uit te werken hebben beide partijen tijd to 31 december 2020, welgeteld éénentwintig maanden. De periode tot dan heet ‘transitie’ en daarover gaat de dikke tekst.

Van al diegenen die in Londen luidkeels schreeuwden dat ze dit akkoord nooit zouden goedkeuren had er niet één de 585 bladzijden gelezen, maar dat hoeft blijkbaar niet meer in deze woelige politieke tijden. Het is nochtans interessante lectuur, zeker voor al diegenen die denken dat zo’n uitstap toch makkelijk moet kunnen geregeld worden. Oh ja? Wat gebeurt er met de coördinatie van de sociale zekerheidsregels waar mensen die, zeg maar, in Frankrijk én in het V.K. werken, nu gebruik van maken? Wat doe je met de beschermde herkomstbenamingen van alle produkten in de E.U. ? Mag het V.K. nu ‘champagne’ gaan maken? Wat doe je met de intellectuele eigendomsrechten? Wat doe je met de justitiële samenwerking? Wat gebeurt er als een Duitser wil gaan scheiden van zijn Britse vrouw? Het zijn al die dingen die de afgelopen vijfenveertig jaar zijn afgesproken en in wetteksten zijn gegoten en waar veel mensen al te snel aan voorbij gaan, tot ze zelf hun pensioen verliezen.

Het akkoord lag dan ook niet voor de hand en er is niemand die kan beweren dat het resultaat voor het V.K. of voor de E.U. naderhand beter zal zijn dan nu. Iedereen verliest.

Op 29 maart stapt het V.K. – behoudens een last-minute uitstel – uit de Europese instellingen. Het heeft dan geen enkele invloed meer op de regelgeving.

Er werd afgesproken dat er een ‘eengemaakte douanezone’ komt waar het hele V.K. lid van blijft en dat de regels van de Europese interne markt gerespecteerd worden. Pas als er een alternatief uit de bus komt voor Noord-Ierland – de beroemde ‘backstop’ – kan, met wederzijdse instemming, die douanezone worden opgeheven. Voor Noord-Ierland komen er in elk geval strengere regels in verband met die interne markt.  Aangezien het een douanezone is zullen er geen tarieven worden geheven, maar er zullen wel controles nodig zijn in de Ierse Zee om de regelgeving inzake gezondheid en hygiëne van produkten na te gaan. De Ierse flessehals heeft niet enkel te maken met het broze vredesverdrag, maar vooral met de angst dat bedrijven Noord-Ierland gaan gebruiken om produkten sluiks op de Europese markt te krijgen.

Noord-Ierland blijft dus tot nader order in de interne markt en het V.K. belooft zich te richten naar de Europese regels (waarvoor nu het neologisme ‘to align’ wordt gebruikt).

Het V.K. beloofde verder de regels voor staatssteun te blijven volgen en geen regressieve maatregelen op het vlak van sociaal en milieubeleid in te voeren.

Al deze regels blijven gelden, ook na de transitieperiode, tot er een alternatief werd bedacht om een harde grens tussen de Republiek en Noord-Ierland te vermijden.

Het V.K. mag dan gekozen hebben voor een ‘harde Brexit’ en uit de douane-unie en de interne markt te willen stappen, wie dit akkoord leest merkt dat de realiteit er lichtjes anders uitziet. Er blijft weinig over van de ‘rode lijnen’ die premier May had uitgezet.

Zolang het V.K. lid is van de douane-unie is het onmogelijk om autonoom handelsverdragen met andere landen af te sluiten, de natte droom van de aanhangers van een ‘global Britain’, het ‘Singapore aan de Thames’. Zolang er gemeenschappelijke regels voor de interne markt gelden, moet het Hof van Justitie kunnen oordelen bij geschillen. De rekening voor het V.K. zal minstens veertig miljard Pond bedragen, en hoe langer een definitieve regeling uitblijft, hoe meer dit bedrag kan oplopen.

En nogmaals, eigenlijk, moet alles nog onderhandeld worden. Eenentwintig maand is geen overdreven tijdspad.

Jacob Rees-Mogg, een fervent Brexiteer, had het woedend over de ‘slavenstaat’ Verenigd Koninkrijk. En een krant had het smalend over de ‘EU took back control’.

Als je de regels, moet volgen, zonder te kunnen meebeslissen over die regels is de situatie duidelijk slechter dan vóór de uitstap.

Stratego

Dat is de context waarin deze en de komende weken zal beslist worden over de toekomst.

Een eerste stap zou een vertrouwensstemming over Theresa May kunnen zijn, binnen de Conservatieve partij. De 48 handtekeningen daarvoor kunnen makkelijk gehaald worden, maar of ook een meerderheid van de 316 parlementsleden te overtuigen is, blijft afwachten. De opvolging is niet meteen duidelijk, hoewel sommigen alles willen doen om te vermijden dat een eventuele nieuwe verkiezingscampagne opnieuw met May moet gevoerd worden.

Dat het akkoord zelf in het Lagerhuis wordt goedgekeurd is zeer twijfelachtig. De tien leden van de Ierse DUP die in geen geval willen weten van enig verschil tussen het V.K. en Noord-Ierland, zullen zeker tegenstemmen. De Schotse leden zijn boos omdat Nord-Ierland wél in de interne markt kan blijven en zij niet. Een aantal Labour-leden zouden dit akkoord wel willen goedkeuren, maar geven de voorkeur aan nieuwe verkiezingen (zie artikel).

Zoals ik al eerder schreef, er is voor geen enkele oplossing een meerderheid te vinden in het Parlement. Tenzij de spreekwoordelijke Britse pragmatiek het haalt en de conservatieven zich neerleggen bij het minste kwaad.

Er zijn vandaag vier mogelijkheden:

Eén, er komt tegen 29 maart géén akkoord uit de bus. Dit wordt, zeker op korte termijn, chaos.

Twee, May probeert in Brussel nog te onderhandelen over aanpassingen aan het verdrag. De kans dat dit lukt is zeer gering, alle landen willen uiteraard hun belangen veilig stellen en vrezen dumping van het V.K.

Drie, er komen nieuwe verkiezingen, de uitslag ervan is onzeker want ook Labour is erg verdeeld.

Vier, er komt een nieuw referendum, waarvan de uitslag eveneens onzeker is.

Voor de oplossingen twee, drie en vier is er trouwens een akkoord van de E.U. nodig, want de termijn van artikel 50, waarmee de uitstapprocedure op gang werd getrokken, wordt dan onvermijdelijk overschreden.

Ideologie

In de periode sinds het referendum van juni 2016 zijn enkele academici en journalisten zich wel gaan buigen over de politieke krachten die de campagne hebben gestuurd. Het resultaat van dat onderzoek is allesbehalve hoopgevend.

Het V.K. zou best zijn eigen ‘Mueller’ aanstellen, volgens Carole Cadwalladr in the New York Review of Books. De banden tussen de Russische ambassade, Nigel Farage, Steve Bannon en enkele bedenkelijke financiers van de campagne worden nu in kaart gebracht. Die banden hebben uiteraard een ideologisch doel – de Europese Unie uit elkaar spelen -, maar de zakenbelangen in de mijnbouw en de diamanthandel werden zeker niet vergeten.

De blindheid aan de extreem-rechterzijde is veel groter dan bij links. De rechts libertairen zien geen neoliberaal beleid, maar een gevaarlijke dreiging van een ‘sociaal Europa’. In die netwerken speelt ook ons land een rol, via de ons bekende Fernand Keuleneers en Paul Beliën en financiering door Roularta van een think tank.

Waar het hen om te doen is, althans volgens Quinn Slobodan en Dieter Plehwe in Brave New Europe, is een afkeer van de politiek op zich aan te moedigen, meer nog dan van politici. Deze neoliberale eurosceptici streven naar een staatloze maatschappij van ieder voor zich.

Wat we hier eens te meer zien is hoe duistere krachten de politiek kunnen sturen en hoe de linkerzijde, met de beste bedoelingen, voorbij gaat aan grondig onderzoek naar dit soort rechts. Want geef toe, opnieuw komen sommige radicaal linkse stemmen beangstigend dicht bij die van extreem-rechts.

Politici die ernstig hun werk doen zijn vandaag in de minderheid, soms hebben ze er trouwens helemaal de tijd niet voor. Academici buigen zich over diversiteit, identiteit, intersectionaliteit en zwarte piet. ‘En we zijn tégen Europa, ná’.

Een grondige analyse van wat er fout gaat met het beleid, wie daar precies verantwoordelijk voor is en hoe het verholpen kan worden, is super dringend. Over zes maanden zijn er Europese verkiezingen. Benieuwd wie er zonder frustaties en complexen een politieke kaart zal durven trekken, zonder steriele simplismen.

 

 

 

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.