Chaos in Londen

(commons.wikimedia.org)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Chaos, dat is het beeld over de toestand in Groot-Brittannië dat we voorgeschoteld krijgen na de perikelen van half november 2018 rond een ontwerpakkoord voor de Britse uitstap uit de Europese Unie. Het strijdtoneel rond de Brexit geeft inderdaad een beeld waarin verschillende kampen tegenover elkaar staan. Er is uiteraard een eerste grote breuklijn : regering tegenover oppositie. Maar elk van hen telt zelf eigen openlijke en diepe tegenstellingen. Hier volgt een poging tot een kort overzicht van het speelveld.

De oppositie, Labour, is al geruime tijd erg verdeeld. Een deel zou je kunnen omschrijven als het kamp van het Blair-isme. Het gaat voornamelijk om verkozen parlementsleden van Labour die de Brexit een ramp vinden en ijveren voor een nieuw referendum. Ze zijn overtuigd dat ‘there is no alternatvie’, TINA, weet je wel. Ze menen dat deze lijn van een geliberaliseerde economie nodig is wil men ooit de moderne Brit achter zich krijgen bij verkiezingen. Tegelijkertijd kaderen hun pleidooien in een zoveelste poging om hun eigen Labour-leider, Jeremy Corbyn, te verzwakken aangezien zij, tegen het idee van de grote meerderheid van de partijleden in, niet akkoord gaan met de linkse lijn die Corbyn en John McDonnell uittekenen.

Een tweede kamp betreft dan inderdaad Corbyn en de zijnen – die een zacht Remain-standpunt hadden verdedigd bij de volksraadpleging. Ze willen uit democratisch oogpunt de uitslag van het referendum respecteren, en in de daaruit gegroeide politieke setting de strijd aangaan. Ze hopen op een val van de regering May. Ze ijveren voor meer overheidsaanwezigheid in de economie, in de samenleving in het algemeen. De Corbyn aanhangers willen opnieuw meer regulering. Ze komen op voor meer overheidsuitgaven om maatschappelijke diensten, zoals de National Health Service, te kunnen ontwikkelen, maar ook voor meer mogelijkheden voor investeringen en ander overheidsoptreden in meer economisch gerichte activiteiten, waarbij de hernationalisering van de spoorwegen een soort symbooldossier vormt. Met eveneens sterke aandacht voor de huizenproblematiek en de arbeidsomstandigheden. De historisch-klassieke sociaaldemocratische aanpak, zeg maar, in tegenstelling tot de derde weg van Blairs New Labour. Dit programma wist tijdens de vervroegde verkiezingen van juni 2017 heel wat Britten te verleiden. Waarschijnlijk vinden we vandaag in dit kamp ook de linkse voorstanders van de Brexit, die menen dat de Europese Unie alleen maar neoliberaal kan zijn (Verdrag van Lissabon) en dat een zelfstandig Groot-Brittanniië meer kansen biedt om een sociaaldemocratische koerswijziging te realiseren.

Ter linkerzijde is er dan nog een beweging die er uitgesproken voor uitkomt dat elke Brexit-overeenkomst door een nieuwe volksraadpleging zou moeten worden goedgekeurd. Verschillende vakbonden situeren zich hier. De Groene Partij, overtuigd Europees,  eist eveneens openlijk een referendum over elke ‘final Brexit deal’.

Een volgend bekend kamp betreft de Conservatieve brexiteers die volop gingen in de Leave-campaign én voor de zogenoemde ‘harde’ Brexit kiezen. Zij spreken in naam van dat stuk van het establishment dat meent dat de EU teveel regels oplegt, en hoopt dat een zelfstandig Verenigd Koninkrijk voordeligere handelsakkoorden met bijvoorbeeld de Verenigde Staten en grote Aziatische spelers zal kunnen afsluiten. Hun retoriek lijkt wel ‘s terug te durven grijpen naar de tijden van ‘Britannia rules the waves’, het imperialistisch en kolonialistisch London van 150 jaar geleden. Hier vind je uiteraard ook de overblijfselen van UKIP, een partij die na de overwinning van ‘Leave’ naar de schaduw van het politieke toneel is geduwd.

En dan heb je het Theresa-May-kamp. Persoonlijk had ze ten tijde van het referendum de Remain-campagne vervoegd, maar profileert zich sindsdien als de bewaker van een geordende uitstap uit de EU. Inderdaad toen David Cameron het schip verliet kon ze het partij- en regeringsroer overnemen met de slogan een ‘faire Brexit’ te zullen realiseren. Ze heeft zich wel meer dan serieus verkeken op de politieke situatie in haar land toen ze in 2017 vervroegde verkiezingen uitschreef waarbij de Conservatieven hun meerderheid verloren en nu een minderheidskabinet moeten vormen met gedoogsteun van de Ierse unionisten. Hoe zwaar zullen de dissidenten op haar kunnen inbeuken? Hoeveel stemmen dreigt May in haar eigen kamp te verliezen? Je zou haar grosso modo als de spreekbuis van de Londense City kunnen bekijken. Zorgen dat de uitstap uit de Europese Unie zo weinig mogelijk economische nadelen oplevert, geen schokken in de internationale relaties veroorzaakt en het financieel klimaat niet overhoop gooit.

Is dat een deel van de inzet in dit alles: een strijd binnen de Conservatieve Partij die neerkomt op een strijd tussen de City enerzijds en dat deel van de elite dat meer baat ziet in een soort (wild) internationaal kapitalisme zoals weleer?

Ten slotte is er DUP, de unionisten van Noord-Ierland. De DUP was voor de Brexit, maar de Noord-Ierse bevolking heeft bij het referendum voor het behoud in de EU gestemd. Vandaag is de hoofdzorg van de unionisten te voorkomen dat Noord-Ierland anders zou worden behandeld dan de rest van het Verenigd Koninkrijk. Ze vrezen immers dat dit een eerste stap zou kunnen zijn naar het loslaten uit de UK van hun provincie, die dan een makkelijke prooi zou kunnen worden voor die krachten die uit zijn op een verenigd Ierland. DUP bezet een sleutelpositie omdat ze de noodzakelijke stemmen moet leveren om het minderheidskabinet van Theresa May overeind te houden in Westminster.

Een compromis binnen de Conservatie Partij lijkt niet erg waarschijnlijk. Dus een stemming in Westminster over een Brexit-overeenkomst  volgens de breuklijn regering-oppositie is op dit ogenblik weinig waarschijnlijk. Zijn de Blair-isten bereid om Therese May en haar Conservatieve regering uit de nood te helpen. Zijn ze in voldoende aantal om haar een meerderheid te garanderen? 29 maart 2019 is niet ver meer.