Beieren blijft burgerlijk

Parlementsgebouw München (Foto: High Contrast - (https://commons.wikimedia.org)
Facebooktwittergoogle_plusmail

De deelstaatverkiezingen in Beieren leverden de alom verwachte catastrofe op voor de regerende CSU. Die is er kennelijk niet in geslaagd de leegloop naar extreemrechts te stuiten, ook al nam ze grotendeels het discours van de AfD over. Of nu lessen worden geleerd is maar de vraag: meer dan waarschijnlijk wordt met behulp van een andere burgerlijke partij gewoon verder geregeerd. En in Berlijn krijgt bondskanselier Merkel het binnenkort  wel erg moeilijk.

Vlaanderen afschilderen als “Beieren aan de Noordzee” is misschien een afgezaagd grapje, maar vorige zondag leverden de verkiezingsuitslagen in beide contreien (voor gemeenteraden bij ons, voor het deelstaatparlement in Beieren) toch enkele merkwaardige parallellen op.

Een spectaculaire sprong voorwaarts voor de Groenen, een al even adembenemende duik naar voorheen ongekende diepten voor de sociaaldemocraten. En de vaststelling dat het voor de dominante rechtse partij niet loont om te proberen de extreemrechtse concurrenten de loef af te steken door gewoon hun discours over te nemen. Wie zich door zo’n discours laat verleiden ‘kiest dan toch liever voor het origineel’, zoals al vaker werd gewaarschuwd. Over die parallellen en wat daar (ook elders in Europa) allemaal achter schuilt, kunnen forse bomen worden opgezet. In afwachting daarvan beperkt dit stuk zich tot Beieren.

Eerst de cijfers: in vergelijking met de vorige deelstaatverkiezingen (in 2013) verliest de regerende CSU 10,5 procent van de stemmen en landt op 37,2 %. Dat is al bij al zelfs minder dramatisch dan de eerste prognoses lieten vermoeden, maar natuurlijk wel een opdoffer van formaat voor wie aan absolute meerderheden gewoon is geraakt. Voor de sociaaldemocraten (SPD) komt een vergelijkbaar verlies (van 20,6 naar 9,7 %) vooral psychologisch veel harder aan omdat zij daarmee zelfs onder de ‘magische’ grens van 10 procent zakken. De liberale FDP geraakt – na een lange nacht nagelbijten – met een bescheiden winst van 1,8 procent voor het eerst sinds vele jaren (met 5,1 %) weer nipt over de 5 %-drempel. De Groenen hebben met een winst van 8,9 % hun stemmenpercentage zo goed als verdubbeld tot 17,5. De extreem-rechtse AfD, de gevreesde nieuwkomer, behaalt meteen 10,2 %; dat is in feite aardig wat minder dan de regionale en nationale partijleiders hadden verwacht. Zij schrijven het uitblijven van de electorale aardverschuiving toe aan een typisch Beiers fenomeen: de ‘Freie Wähler’. Dat is in oorsprong (en eigenlijk nog steeds) een conglomeraat van plaatselijke initiatieven dat ondertussen wel al jarenlang een plaats heeft verworven in het Beierse politieke landschap. Ideologisch en programmatisch verschillen die ‘vrije kiezers’ nauwelijks van de CSU, maar zij lusten de machts-arrogantie niet van de CSU die decennia lang op haar eentje zowat alle lakens uitdeelde in Beieren. Een Beiers politoloog vatte de positie van de FW treffend samen als “de CSU, maar dan zonder de corruptie en vriendjespolitiek”.

Op die FW lijkt uittredend minister-president Söder (naar Beierse maatstaven nog relatief jong, maar toch al lang een verbluffende incarnatie van die machts-arrogantie) nu zijn boontjes te week te leggen om alsnog een meerderheid in het deelstaatparlement te verwerven.

Hier moet even worden herinnerd aan de eigenaardigheid van het Duitse kiessysteem, waarin elke kiesgerechtigde over twee stemmen beschikt: een voor het lokale niveau en een voor de landelijke partijlijst. Dat systeem werd hier vroeger al uit de doeken gedaan en de trouwe Uitpers-lezers weten dus dat in zo’n systeem (met Überhangmandate en Ausgleichsmandate) het totale aantal parlementszetels kan verschillen van de ene verkiezing tot de andere. In dit geval ligt dat totaal bij 205.

Van die 205 mandaten gaan er nog altijd 85 naar de CSU, 38 naar de groenen, 27 naar de Freie Wähler, 22 naar de SPD, evenveel naar de AfD, en 11 naar de FDP. Louter mathematisch kan Söder uiteraard ook met de zwaar aangeslagen sociaaldemocraten of met de triomferende groenen een coalitie vormen, maar daar liggen niet alleen de programma’s maar ook de gevoeligheden duidelijk te ver uit elkaar. Want bij uitstek in Beieren zijn cijfers één ding, maar ideologische preferenties een heel ander.
In de naburige Zuid-Duitse deelstaat Baden-Württemberg regeert al enkele jaren een coalitie van christendemocraten en groenen (tot tevredenheid van beide partijen én van de bevolking) maar in Beieren is de tijd daarvoor duidelijk nog niet rijp. En dat de SPD hier zo mogelijk nog veel minder dan elders in Duitsland geneigd is in een conservatief-gedomineerde coalitie te stappen, hoeft wel geen betoog. Neen, Beieren moet conservatief-burgerlijk blijven. Of, zoals een boegbeeld van de groenen het formuleerde: “de CSU-trein rijdt gewoon verder in dezelfde richting, maar nu met een kolenwagonnetje extra”.

Terwijl overal in en buiten Beieren een heel brede waaier van politici en commentatoren zondag verzuchtte dat deze uitslag toch wel duidelijk maakt dat de bevolking een frisse wind door het land wil laten waaien, beklemtoonden ongeveer alle CSU-ers die een microfoon onder de neus kregen geduwd dat het er nu op de eerste plaats op aankomt snel een stabiele regering te vormen. Snel, omdat de Beierse grondwet daartoe maximaal een maand de tijd laat na de verkiezingsdag. Stabiel, omdat die term ook 85 jaar na het einde van de Weimar-republiek nog altijd een haast onaantastbaar gewicht heeft in Duitsland.
Met die mantra kan de CSU bovendien het pijnlijke interne debat uitstellen over de persoonlijke verantwoordelijkheid van leidende CSU-figuren voor de smadelijke nederlaag. Dan gaat het niet eens over de bittere rivaliteit tussen Söder en zijn voorganger (als Beiers minister-president) en thans minister van Binnenlandse Zaken in de bondsregering, Seehofer. Maar vooral over diens tactische keuze voor een harde opstelling in de vluchtelingen-thematiek, in de hoop daardoor het weglopen van CSU-kiezers naar de nog veel rechtsere AfD een halt toe te roepen.

Dat mocht dan wel een consequente toepassing lijken van het motto van de legendarische CSU-‘vorst’ Franz-Joseph Strauss (“geen concurrentie laten opkomen rechts van ons”) maar het bleek een foute tactiek. Kiezers die het niet zo op vreemdelingen hebben begrepen kiezen immers toch liever voor het xenofobe origineel dan voor de na-blaters; dat is waarachtig niet alleen in Beieren zo. Bovendien heeft de voortdurende obstructie van Seehofer op federaal niveau (tegen het ietwat liberalere opvangbeleid van kanselier Merkel) duchtig geknaagd aan het imago van de CSU als ernstige beleidspartij. En tot overmaat van ramp bleek die vluchtelingenkwestie helemaal niet zo beslissend voor het stemgedrag van de Beiers: uit een peiling bleek dat die kwestie voor slechts één derde van de kiezers de eerste zorg was, nà (onder meer) betaalbaar wonen én milieuzorg. Overigens zou Seehofer alleen als symbolische zondebok functioneren, want in werkelijkheid deelde het overgrote deel van de CSU-partijleiding zijn keuze voor dit paniekvoetbal.

In Beieren – én in Berlijn – worden de afrekeningen dus even uitgesteld. Want binnen twee weken zijn er deelstaatverkiezingen in Hessen, en hoewel CDU-minister-president Bouffier daar op een stevige populariteit kan rekenen, beseft de CDU wel dat ‘familieruzies’ nu niet direct nuttig zijn.

Kanselier Merkel hulde zich dan ook lang in stilzwijgen na het débacle in Beieren … waar ze wellicht niet eens zo rouwig om was. Maar toen het interne gerommel té hoorbaar dreigde te worden voor de buitenwacht, liet zij – in haar vertrouwde moederlijk-bezorgde stijl – toch optekenen dat het er voor beide grote volkspartijen (van weleer…) nu op aankomt het vertrouwen van de bevolking terug te winnen.

Dat klinkt eerder naar dichtpleisteren dan naar uitzuiveren van de wonde, en daar heeft Merkel haar redenen voor. Want als buiten België de term ‘kibbelkabinet’ in het voorbije jaar ergens van toepassing was, dan wel in de Bondsrepubliek, met haar o zo moeizaam tot stand gekomen en o zo weinig geliefde GroKo (grote coalitie van christen- en sociaaldemocraten). Na de opdoffer (en vooral: nu de directe electorale bedreiging voor vijf jaar verdwenen is) zou ze kunnen verwachten dat de CSU een toontje lager zou zingen in Berlijn. Maar meer dan ooit rumoert het aan de andere kant.

Nu in de tweede grootste deelstaat van de BRD de ooit zo trotse SPD echt onder tien procent is gezakt, zijn alle alarmbellen aan het rinkelen. Juso-voorzitter Kühnert, die vorig jaar al het boegbeeld was van het partij-interne verzet tegen deelname aan een ‘grote coalitie’, wond er geen doekjes om: “het is hoog tijd om onze uittocht uit de GroKo voor te bereiden”. Hij werd – maar dan in ietwat omzwachtelder bewoordingen – bijgevallen door de moedige lijsttrekster Kohnen in Beieren en een gezaghebbende vice-voorzitter uit het noorden, Stegner. De onvrede gist inderdaad over het hele land. Want voor de SPD geldt kennelijk nog meer dan voor de CDU-CSU wat een pientere commentator samenvatte als “de GroKo produceert alleen verliezers”.

Natuurlijk overheerst voorlopig ook in de SPD het besef dat alle energie nu op de eerste plaats naar de campagne in Hessen dient te gaan. Voor de ‘petite histoire’: dit is de deelstaat waar in vorige eeuw de sociaaldemocraten jarenlang de dienst uitmaakten, die (toen ze uiteindelijk slechts in het zadel konden blijven dank zij een – destijds ongeziene – coalitie met de groenen)  een zekere Joschka Fischer de eed als deelstaatminister lieten afleggen op turnpantoffels…

In ernst echter: zelfs een ‘herovering’ van Hessen zal in de SPD de roep om zo snel mogelijk een einde te maken aan de vernietigende GroKo-deelname niet doen afnemen. Voorlopig blijft SPD-voorzitter Nahles de regeringsdeelname verdedigen, en voorlopig is er niemand die in haar plaats de momenteel bijzonder ondankbare voorzittersfunctie ambieert. Maar of een uitgesproken koerswending naar links de GroKo kan overeind houden is zeer de vraag. Dat zou onder meer een moedige ingreep van kanselier Merkel vereisen, die niet alleen de CSU maar ook de ongedurige rechtervleugel in de CDU zou moeten ‘kooien’. Alleen oogt Merkel momenteel eerder moe dan moedig. En de recente politieke geschiedenis van de BRD leert haar helaas dat politieke moed niet wordt beloond: Dat kunnen de sociaaldemocraten Schröder en Schulz haar vertellen, terwijl zij zelf nog dag-in, dag-uit wordt geconfronteerd met de gevolgen van haar “Wir schaffen das”.

In feite worstelen beide (ooit grote) volkspartijen met een vergelijkbaar probleem, langzamerhand murw geslagen tussen hamer en aambeeld: tussen regeringsverantwoordelijkheid en ideologisch gedreven concurrentie (die Linke, of AfD voor resp. SPD en CDU-CSU) proberen ze vertwijfeld enige geloofwaardigheid te behouden of te herwinnen. Dat is niet alleen een Duits probleem.