Ahvaz en Irans etnische tijdbommen

Burgers van Ahvaz demonstreren na de aanslag toegeschreven aan Irans vijanden. (Wikimedia.commons)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Teheran geeft de schuld voor de aanslag van vorige week in de stad Ahvaz aan zijn Arabische tegenstanders, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Die aanslag werd opgeëist door een groep die opkomt voor de rechten van de Arabische bevolking in het zuiden van Iran. Waar of niet, in dit gebied zijn separatistische bewegingen al lang actief. Arabieren zijn een de vele etnische minderheden naast de Perzen – die ongeveer de helft van de bevolking uitmaken. De Islamitische Republiek negeert die etnische tijdbommen, maar daarmee zijn ze niet weg.

Iraanse puzzel

Vanzelfsprekend dat Teheran de Saoedi’s en de Emiraten beschuldigt. Vorig jaar al zei Mohamed Ben Salman, de sterke man van Saoedi-Arabië, dat hij niet zou wachten tot het conflict met Iran op Saoedisch terrein komt, “wij zullen ervoor zorgen dat het aan Iraanse kant wordt uitgevochten”. Dan hoeft niet rechtstreeks te zijn, er zijn genoeg Iraanse groepen die in actie willen komen. Zoals het “Democratisch Volksfront van de Arabieren van Ahvaz” dat eerst de verantwoordelijkheid had opgeëist, maar die nadien toeschreef aan een dissidente fractie.

Ahvaz ligt in de olierijke provincie Khoezistan, door de Arabieren ook Arabistan genoemd. Daar wonen de meeste van de meer twee miljoen Arabieren in Iran – op een totale bevolking van 82 miljoen. Het gebied is al langer toneel van spanningen en incidenten tussen het centraal gezag en Arabieren die op steun, volgens Teheran ook gewapende, vanuit de Arabische buurlanden kunnen rekenen. Reza Khan, die zich in 1926 tot  sjah van Perzië uitriep, had de Arabische chef die tot dan Arabistan met Britse steun regeerde, verdreven en herdoopte Arabistan tot Khoezistan.

Iran

Als sjah herdoopte hij ook de benaming van het land, Perzië werd Iran. Die naam moest verwijzen naar de Arische voorvaderen van de Perzische en andere Iraanse volkeren, en vooral naar het grote historische Perzië. Veel Perzen zeggen dat de Arabische verovering in de 7e eeuw voor hen een tragedie was, hun beschaving stond immers “veel hoger” dan die Arabische. Plaats Iran zeker nooit in de Arabische wereld, zoals een zeldzame toerist wel eens doet.

De Perzen maken  naar schatting de helft van die bevolking uit, de Koerden naargelang de bronnen tussen 7 en 10 percent, de Baloetsji, in het dunbevolkte zuidoosten met rond twee percent, andere verwante volkeren rond 10 percent. De Turkse Azeri’s, geconcentreerd in het noordwesten, vormen minstens een vijfde van de bevolking, met daarnaast de Turkmeense verre verwanten met ca 2 %., De grondwet van de Islamitische Republiek stelt dat het Perzisch de enige officiële taal is, met faciliteiten voor de anderstaligen. Het Arabisch heeft een aparte plaats omdat het de taal van de koran is en daarom in de leerprogramma’s is opgenomen.

Arabistan en Saddam

De in 1925 opgelegde benaming Khoezistan, beoogde de iranisering van het vroegere Arabistan. Dat leidde in de jaren 1920 tot enkele bloedig onderdrukte revoltes. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog eiste de partij ‘Al-Saada’ een onafhankelijke staat. Maar sjah Reza Pahlevi, zoon van, gebruikte de aanwezigheid van de communistische Toedeh in deze regio als voorwendsel voor het gewelddadig neerslaan van elke oppositie. In de jaren 1950 kwamen er diverse separatistische bewegingen, zoals het Bevrijdingsfront Al-Ahvaz dat gewapenderhand een onafhankelijke staat wou bevechten, terwijl een andere groep aanhechting bij Irak wou. In 1980 bezette een commando van het Democratisch Revolutionair Bevrijdingsfront van Arabistan de Iraanse ambassade in Londen en kreeg daarmee even wereldaandacht.

De Iraakse leider Saddam Hoessein achtte de tijd rijp om die kwestie zelf op te lossen: hij viel in 1980 Iran aan in de hoop dat de Arabieren van Khoezistan hem als bevrijder zouden verwelkomen. Maar dat was allerminst het geval, integendeel, de lokale milities hielden stand nog voor het leger ter hulp kwam. Saddams aanval had een omgekeerd effect: De Iraniërs schaarden zich in deze eensgezind achter het regime, de Arabieren incluis. Die Iraanse Arabieren zijn overwegend sjiïeten en zagen geen heil in een Iraakse leider die de eigen sjiïtische meerderheid onderdrukte.

Dat duurde niet eeuwig. Plannen om in Khoezistan Arabische namen door Perzische te vervangen en berichten over volksverplaatsingen, leidden tot manifestaties die volgens Amnesty International brutaal werden onderdrukt. Op processen werden 37 Arabieren ter dood veroordeeld. De “Arabische lente” van 2011 golfde ook door tot in Ahvaz met op 15 april “de dag van de woede”. In 2015 waren er verscheidene aanslagen, onder meer op een petrochemisch bedrijf.  Op 28 maart dit jaar was er “de opstand van de waardigheid”. De aanleiding was een tentoonstelling van cartoons over de minderheden in Iran: ze waren  de Arabieren “vergeten”.

Vorig jaar en dit jaar waren er, net als in andere Iraanse steden, ook sociale protestacties, onder meer van staalarbeiders die de uitbetaling van achterstallig loon en de vernieuwing van hun ziekteverzekering eisten. Er waren demonstraties tegen het gebrek aan drinkwater, tegen luchtvervuiling en dies meer, de schuld van corruptie, wanbeheer en verwaarlozing van Khoezistan.

Azeri’s

De Azeri’s vormen de grootste minderheidsgroep, met tussen 16 en 20 miljoen. Deze Turkse bevolkingsgroep is verspreid over de onafhankelijke (olie-)staat Azerbeidzjan en Turkije. Iraans Azerbeidzjan, met de stad Tabriz, was tot de 19e eeuw de rijkste regio van het Perzische rijk, ook nadat Rusland in het begin van de 19e eeuw het noorden had veroverd (de huidige  republiek Azerbeidzjan). Na de Eerste Wereldoorlog namen autonomisten de macht in Tabriz en riepen een autonome regio uit met het Azeri als officiële taal – binnen het Perzische rijk. Teheran maakte gewelddadig een einde aan die droom.

Die dook weer op na de Tweede Wereldoorlog. In Tabriz werd een autonome republiek Azerbeidzjan uitgeroepen met steun van de in 1941 opgerichte communistische Toedeh. In Mehabad hadden Koerden een volksrepubliek geproclameerd. Maar na het vertrek van de Sovjettroepen uit Iran, herstelde Teheran weer snel zijn orde. Er zijn sindsdien weinig uitingen van Azeri nationalisme. Azeri’s spelen een grote rol in de sjiïtische clerus en in de politiek, de bazaar van Tabriz is een belangrijk economisch centrum, er zijn enkele media in het Azeri, taal en cultuur krijgen een plaats(-je) in het onderwijs.  Veel Azeri’s lijken volgens onderzoekers sterk “geïraniseerd”. Zelfs tentijde van Azeri dynastieën in het Perzische rijk, verliep alle officiële communicatie in het Perzisch.

Koerden

De situatie ligt anders bij de Koerden, naargelang de bron tussen 6 en 9 miljoen. Na de Eerste Wereldoorlog konden de Koerden met het Verdrag van Sèvres, 1920, even hopen op een eigen staat. Maar dat bleef dode letter. In ‘oostelijk Koerdistan’, het westen van Iran, werden opeenvolgende Koerdische opstanden bijzonder gewelddadig de kop ingedrukt. In 1946 riepen Koerdische leiders in Mehabad een autonome republiek uit. Qadi Muhammad trachtte daarover met Teheran te onderhandelen, maar het antwoord kwam op 231 maart 1947: hij werd in het openbaar opgehangen.

Abdul Rahman Ghassemlou nam met zijn Koerdische Democratische Partij de fakkel over. Bij de val van de sjah in 1979 hoopte hij op een democratisch Iran, maar het werd een theocratie die geen oor had naar autonomie, zeker al niet voor een bevolking die overwegend soennitisch was. In 1988, na het einde van de oorlog Iran-Irak, maakte Teheran een opening. Maar in juli 1989 werd Ghassemlou in Wenen neergeschoten op de plek waar zou onderhandeld worden.

Sindsdien voert Teheran een politiek zoals onder de sjah: occasionele steun aan Koerdische bewegingen in andere landen, harde hand tegenover de eigen Koerden. Iran bakt af en toe zoete broodjes met de Koerdische partij van Jalal Talabani in Iraaks Koerdistan, onder meer om de Koerden uit Iran in de gaten te houden. Desnoods grijpt Iran wel rechtstreeks in, zoals het op 9 september deed met een raketaanval op het hoofdkwartier van de Koerdische Democratische Partij van Iran. Volgens Teheran werden verscheidene leiders van die partij gedood.

Op de grens tussen Iran en Irak zijn er ook eenheden van de ‘Partiya Jiyana Azad a Kurdistan’ (Partij voor vrijheid in Koerdistan) die volgens Teheran een Iraanse tak is van de PKK. Daarnaast zitten een aantal Iraanse Koerden bij Daesh (IS). De aanval van 7 juni 2017 in Teheran op het parlement en het mausoleum van Khomeini werd uitgevoerd door een commando van Iraanse Koerden van IS.

Baloetsji’s

In zuidoostelijk Baloetsjistan wonen naar schatting anderhalf miljoen Baloetsji’s, overwegend soennieten. Dat gebied is al lang onrustig al is het niet altijd duidelijk of die onrust te maken heeft met rebellen, drugsmokkelaars of rovers – of alles tegelijk. Er bestaat een afscheidingsbeweging in naburig Pakistan waar ca 4 miljoen Baloetsji’s wonen, met nog eens 300.000 in Afghanistan. Het waren de Britten en de Perzen die in 1870 Baloetsjistan onder elkaar verdeelden, maar Teheran kreeg er pas na 1930 echt wat greep op.
Het gebied kende onder de Islamitische Republiek enkele aanslagen die o.m. werden opgeëist door Jundallah, een in 2002 opgerichte groep voor de verdediging van de soennitische minderheden. Verscheidene leden van die groep hebben zich later bij IS aangesloten.

Achillespees?

Vormen al die etnische problemen de achillespees van Iran? Ze vormen hoe dan ook enkele zwakke plekken die de tegenstanders van Iran met gemak kunnen uitbuiten. De diverse bestaande groepen kunnen naargelang de relaties van Teheran met anderen, rekenen op meer dan sympathie alleen bij Saoedi-Arabië, de Arabische Emiraten, de VS, Israël. Teheran maakt er zich echter te gemakkelijk van af door alle schuld in de schoenen van zijn buitenlandse vijanden te schuiven.

Zie ook

Saudi-Arabië stuurt aan op oorlog met Iran Saudi-Arabië haalt de banden met Israël aan. Vorig jaar bezocht een gepensioneerde Saudi-Arabische generaal Israël, naar verluidt om te praten over een Saudisch vredesplan van 2002 waarvoor Israël nooit enige interesse heeft getoond. Interesse was e...
Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.