Slavernij cruciaal voor kapitalisme

(foto Fairtradepws.jouwweb.nl)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Zonder de bloedige slavernij van de Afrikanen zouden de VS en Europa zich niet op dezelfde wijze hebben kunnen ontwikkelen.

Tussen de landing van Christoffel Columbus en het einde van de Amerikaanse burgeroorlog zijn bijna 20 miljoen Afrikaanse slaven naar Amerika ontvoerd. Hiervan ging ongeveer een half miljoen naar de VS en bijna elf miljoen naar landstreken in Latijns-Amerika ten zuiden van de Amerikaanse grens. Er gingen talloze levens verloren op deze moorddadige overtochten van Afrika naar Amerika. De doden werden niet geteld maar gewoon overboord gegooid. Wie aan een ziekte leed of zijn vitaliteit verloor door de ellendige omstandigheden tijdens de passage, werd doodgeslagen of levend overboord gegooid. Deze macabere en verachtelijke slavenhandel toonde de blinde moordwoede onder Europese bevoegdheden, met aan het hoofd het Britse Rijk.  Zijn ‘veelgeprezen’ industriële revolutie en ontwikkeld mercantilisme leidde naar de ‘goddelijke’ economie van het kapitalisme, die echter stoelde op de bloedige Afrikaanse slavernij.

Karl Marx, filosoof, econoom en historicus, bestempelde de slavernij van Afrikanen als een essentiële kracht voor het groeiend kapitalisme, niet alleen in de ’Nieuwe Wereld’ maar ook in Europa. In de late jaren van 1840 schreef Karl Marx  over slavernij als een nodig instrument voor de overleving van het kapitalisme en als voorwaarde voor de ontwikkeling van het Amerikaanse imperium. Directe slavernij was naast de machine e.a. de spil van de burgerlijke industrie. Zonder slavernij geen katoen, zonder katoen geen moderne industrie.

Alleen slavernij heeft de koloniën hun waarde kunnen gegeven. Het koloniaal systeem schiep de wereldhandel. De wereldhandel is de voorwaarde voor grootindustrie. Dus slavernij was een economische categorie van groot belang volgens Karl Marx en Friedrich Engels.

In zijn boek van 1944 Capitalism and Slavery zette Eric Williams de gevestigde doctrines van de Europese en Amerikaanse geschiedenis weg als mythen. Eric Williams, die premier van Trinidad en Tobago was van 1962 tot 1981, benadrukte krachtig dat de Afrikaanse slavenhandel Europa heeft vooruit gestuwd tot de dominante economische wereldmacht. De enorme winsten van de driehoekshandel (vuurwapens, ijzer, textiel voor West-Afrika; slaven vanuit West-Afrika naar Noord-Amerika en de Caraïben; zilver, koffie, tabak, suiker, rum van Amerika naar West-Europa), heeft geholpen bij de financiering om de industriële revolutie te onderbouwen. Williams voerde aan dat de slavernij en de exploitatie van gevangen mensen uit Afrika een voorwaarde vormde voor de volledige verovering van de zogenaamde Nieuwe Wereld.

Bij zijn onderzoek naar deze economische geschiedenis concentreerde Williams zich op de Britse slavenhandel in West-Indië. De driehoekshandel gaf de Britse industrie meervoudige prikkels. De behaalde winsten vertegenwoordigen een van de belangrijkste stromen van kapitaalaccumulatie in Engeland die de industriële revolutie hebben gefinancierd. Sr Josiah Child schatte dat iedere Engelsman in West-Indië die werkte met tien zwarte slaven, – hun eten en kleding incluis –  banen creëerde voor vier man in Engeland. Volgens berekeningen van Davenant was één persoon op de eilanden, blank of zwart net zo winstgevend als zeven in Engeland.

Engeland was de dominante macht in de driehoekshandel van de 17de tot de 19de eeuw. Een krachtige combinatie met schijnbaar onbeperkt kapitaal, gaf de Britten een gouden eeuw in mensenhandel, hoewel de Fransen, Portugezen, Nederlanders en later de Amerikanen sterke concurrenten waren.

Karl Marx kwam tot de conclusie dat alle kapitalistische maatschappijen qua ontstaan en groei primitieve accumulatie nodig hadden. De slavenhandel was aldus de noodzakelijke hoofdslagader in de opkomst van de vroege vormen van het Franse, Nederlandse en Britse kapitalisme.

 

Fragment uit het nieuwe boek van Mumia Abu Jamal: ‘Murder imcorporated -Dreaming of Empire’

Zie ook

Slavernij: Vierduizend kilometer verzet Het is begrijpelijk dat de beelden uit Libië zo schokkend overkwamen: mensen die op een veiling worden verkocht! Maar tegelijk: dat wisten we toch? Nee, misschien (nog) niet van Libië, maar in Noord-Afrika worden mensen verkocht, in het Midden-Oosten...