Afrika kleurt verder Chinees

Facebooktwittergoogle_plusmail

China’s buitenlandse strategie in Afrika is een integraal onderdeel van zijn beleid rond de nieuwe zijderoute. Het hoofddoel is om het Afrikaanse continent te transformeren naar een belangrijke schakel in de Chinese economische ontwikkeling en internationale handel. Hierdoor kan Peking z’n macht versterken op de internationale markt en probeert het zich te positioneren als supermacht. Meer dan een Afrikaanse leider stapt gretig mee in dit verhaal.

In de ogen van Peking is Afrika rijk aan waardevolle hulpbronnen, en met zijn 1,2 miljard inwoners vormt het een grote en enorme markt voor Chinese goederen. Er gaan heel wat Chinese investringen naar dit continent. Langetermijnprojecten willen Afrika transformeren tot een zone waarin China op grote schaal investeert en waarheen het zijn productieapparaat kan verplaatsen dichter bij de grondstofbronnen en met een groot potentieel aan arbeid. Het zal China tenslotte in staat stellen om zich te bevrijden van oude technologieën en de weg vrijmaken voor een golf van nieuwe producten en technologieën.

China heeft er alle belang bij dat Afrika conflictenvrij zou worden omdat alleen een dergelijk scenario enorme Chinese investeringen kan rechtvaardigen en een consistente verkoop van Chinese goederen zou garanderen.

Deze strategie van welwillende grootmacht is begin 2000 ontwikkeld en is sindsdien stelselmatig geactualiseerd. Documenten over het Chinese beleid in Afrika richten zich steeds meer op de veiligheid van het zwarte continent en de strijd tegen het terrorisme. Vanuit het oogpunt van Peking is veiligheid nauw verbonden met het wegnemen van armoede. China wil hierop inspelen met zijn goederen, technologieën en investeringen.

Voor China zijn veiligheid en ontwikkeling onderling afhankelijk en hebben voorrang op de actief westerse doctrine, waarin op papier mensenrechten gekoppeld worden aan goed management van economische vooruitgang. Vanuit de eigen Chinese ervaring onderschrijft Peking deze westerse doctrine niet. Het besteedt al zijn aandacht en tijd aan het promoten van haar eigen visie gebaseerd op de noodzaak om de economische ontwikkeling te ondersteunen en de veiligheid te waarborgen. De ontwikkelingen op het gebied van mensenrechten, democratie en grotere economische onafhankelijkheid zijn in elk land verschillend.

Bovendien is China van mening dat het zich niet moet mengen in de interne aangelegenheden van Afrikaanse landen en al zeker niet deel moet nemen aan militaire interventies, zoals westerse landen doen om hun eigen economische en politieke belangen te bereiken. China’s prioriteit is het beschermen van zijn belangen – lees investeringen –  door deel te nemen aan veel vredeshandhavingsmissies op het Afrikaanse continent.

In de praktijk betekent dit dat China een van de meest actieve deelnemers is geworden onder de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, aan vredeshandhavingsoperaties in Afrika. In 2007 namen 2.515 Chinese soldaten deel aan vredesopbouwoperaties in Afrika. In 2015 kondigde de Chinese president Xi Jinping aan dat hij plan was het aantal van zijn vredestroepen te verhogen tot 8000 soldaten. Chinezen nemen niet echt deel aan zuiver militaire operaties , ze zetten eerder in op de bevoorradingseenheden. Toch begon de Chinese militaire aanwezigheid in Afrika in 2013 toen Peking een eenheid van 197 mensen op missie stuurde naar Mali en in 2015 werden 700 soldaten ingezet in Soedan.

Aandacht voor veiligheid staat centraal. Peking hielp de Afrikaanse Unie op het gebied van regionale veiligheid bijvoorbeeld door in 2017 100 miljoen dollar te doneren aan de Afrikaanse Unie voor de aankoop van militair materiaal voor zijn vredestroepen in Afrika. China helpt ook de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM) om de terroristische activiteiten van Al Shabab te bestrijden, door het financieren van de Uganda People’s Defence Force die actief deelneemt aan AMISCOM. China levert ook een belangrijke bijdrage in de strijd tegen piraterij. Van 2008 tot 2015 dienden ongeveer 16 duizend Chinezen en 13 duizend marine soldaten en Special Forces in gewapende konvooien. In 2015 werd een contract getekend voor de bouw van de eerste Chinese militaire post in Djibouti, Chinese militairen zijn er sinds 2017 gestationeerd. Volgens de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Wang Yi, weerspiegelt de oprichting van deze militaire post de wens van China om een constructieve rol te spelen bij het oplossen van internationale en regionale problemen. Het objectief blijft veiligere en stabielere omstandigheden te creëren voor zijn activiteiten in het buitenland. De redenen voor deze acties worden duidelijk als men weet dat op dit moment meer dan 2.000 Chinese bedrijven en meer dan een miljoen Chinezen werken in Afrika. De noodzaak om hun veiligheid te waarborgen is groot.

Deze strategie heeft over het geheel genomen z’n efficiëntie bewezen. De omzet tussen Peking en het Afrikaanse continent bereikt biljoenen per jaar. De investeringen sinds het jaar 2000 maken China tot de belangrijkste economische partner van Afrika. In Egypte steeg het totaal aan investeringen sedert 2000 tot 100 miljard. China is ook aanwezig in Zuid-Afrika, Ethiopië, DR Congo, Zambia, Angola, Marokko, Niger, Kameroen, Tsjaad en andere landen. Om haar belangen te bevorderen maakt Peking gebruik van middelen in de vorm van subsidies, renteloze of lagerenteleningen, kwijtschelding van schulden, charitatieve bouwprojecten, vrijstelling van invoerrechten voor sommige Afrikaanse goederen, opleiding van specialisten, het opzetten van gezondheidscentra, opleiding en training van studenten. Dit alles leidt tot de groeiende invloed van China die de uitvoering van zijn ambitieus beleid moet verzekeren.

Peking heeft dus een arsenaal aan middelen en mechanismen gecreëerd onder auspiciën van overheidsinstellingen als de China’s Development Bank, maar ook de Investment Corporation, een soeverein vermogensfonds. Verder zijn nog andere instellingen actief. Met name het China-Africa Fund (CAD) dat zorgt voor het ontwikkelen van de productiecapaciteit, ontwikkelingsfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen, het Silkroad fonds en het Confucius Institute en The Foundation for the Development of Human Sources.

Het China-Afrika ontwikkelingsfonds verschilt van andere instrumenten die Peking gebruikt om zijn invloed in Afrika uit te breiden. In 2007 heeft de Chinese ontwikkelingsbank het nodige kapitaal verschaft om het bovenvermelde fonds te creëren, een beleggingsfonds dat geregistreerd is onder privaatrecht van China. Met andere woorden het is een soeverein fonds maar het kapitaal werd verschaft door de China Development Bank, waardoor de Chinese staat de mogelijkheid heeft om de instelling te controleren.

In tegenstelling tot andere Chinese organisaties biedt dit bovenvermelde CAD-fonds geen kredietlijnen maar belegt het rechtstreeks in Afrika door bedrijfsprojecten te financieren die gericht zijn op samenwerking met Afrikaanse landen. Het fonds dekt doorgaans een derde van het benodigde kapitaal en speelt alzo een rol als passieve belegger. De rest wordt gefinancierd door Chinese en buitenlandse beleggers. Tot dusver heeft het CAD-fonds 3,2 miljard geïnvesteerd in 97 projecten in 36 Afrikaanse landen over een periode van 10 jaar. In totaal bedragen de Chinese investeringen in Afrika 100 miljard dollar. In de praktijk investeert het fonds kapitaal in de energiesector, infrastructuur, mijnbouw en verwerking van natuurlijke hulpbronnen en landbouw. Dit soort van Chinese projecten omvat de bouw van meer dan 100 industrieparken, waarvan al meer 40 operationeel zijn. Eind 2016 werden 5.456 km spoorbanen, 4.335wegen, 9 havens, 14 luchthavens, 34 energiecentrales gebouwd.

Zo heeft China in afgelopen 10 -12 jaar z’n positie indrukwekkend weten te versterken in het grondstofrijke Afrika. Via deze langetermijnstrategie, gebaseerd op doeltreffende financiële en politieke instrumenten heeft Peking een beleid ontwikkeld dat momenteel succesvoller – althans voor China zelf – is dan het westers beleid in het zwarte continent.
Dat is een ontwikkeling waar iedereen mee rekening zal moeten houden.

.