Wie betáált zo’n brug?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Tja, Italië, alweer. Een fabeltje, want toen kwamen de lijsten van bruggen in België, Frankrijk, ja zelfs dat oerdegelijke Duitsland waar tientallen bruggen lang geen brug meer mogen genoemd worden.

Toen kwam het tweede fabeltje: het soberheidsbeleid! De Europese Unie! Landen kunnen en mogen niet investeren, hoewel ze dat toch zo graag zouden doen. Ook dat viel gauw in het water. Figuurlijk dan.

Ik wil hier kort een paar argumenten onderuit halen, eventjes met de vinger wijzen, en het echte probleem van onder het stof halen.

Europese dwang?

De Europese Commissie diende de extreem-rechtse minister van Binnenlandse Zaken in Italië, Matteo Salvini, prompt van antwoord. De Europese Commissie heeft nog nooit één enkel land of regio of stad verboden om te investeren, Italië beschikte over een grote flexibiliteit en kreeg voor de periode 2014-2020 2,5 Europese miljarden voor infrastructuur. In april 2018 werd een programma van 8,5 miljard Euro goedgekeurd voor wegenwerken. In de jongste ‘specifieke aanbevelingen’ voor Italië moedigt de Commissie het land aan om meer te investeren.

Tot daar het eerste fabeltje. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen kritiek op het Europese soberheidsbeleid mogelijk is. De besprekingen over de hervorming van de regels voor de eurozone zijn al een tijd aan de gang, maar verschillende landen zijn als de dood voor meer solidariteit. Bovendien kan je uiteraard redetwisten over de cijfers die vandaag gehanteerd worden, maar dat je het macro-economisch en begrotingsbeleid van de Lidstaten in een muntzone moet coördineren, zal niemand tegenspreken. Dat het begrotingstekort dan uniform en maximaal 3 % mag zijn of 2 % of 5 % is een kwestie van afspraken.

Kortom, de kritiek op de EU is eens te meer zuiver ideologisch en wordt niet enkel in Italië gebruikt. Alles wat tegen het integratieproces spreekt wordt te pas en te onpas boven gehaald, ook al weet men donders goed dat de feiten en de cijfers een ander verhaal vertellen. Salvini – en met hem andere politieke krachten in Europa, ook aan de linkerzijde – speelt een erg vuil spel.

De schuld van de privé!

Er is nog een tweede ideologisch fabeltje. Veel nationale overheden hebben hun infrastructuur ofwel geprivatiseerd, ofwel in concessie gegeven aan de particuliere sector. En die is enkel uit op winst en doet zijn werk niet naar behoren.

Het ziet er naar uit dat dit in Italië wel degelijk het geval was. Autostrade per l’Italia is blijkbaar niet het meest efficiënte bedrijf. Eens te meer wordt duidelijk dat zo’n ontzettend belangrijke knooppunten en infrastructuur nauw door de overheid gecontroleerd moeten worden. Het is een les die keer op keer getrokken wordt als er ongevallen met uitbestede openbare diensten gebeuren.

Dit gezegd zijnde moet even duidelijk zijn dat overheidsbezit niet het enig zaligmakende goede antwoord is. In Frankrijk zijn er tientallen bruggen die een reëel risico vertonen, allemaal in handen van … de overheid. De kosten voor infrastructuurwerken worden gedeeld door de Staat en de regionale of lokale overheden. Kleine steden en gemeenten hebben in veel gevallen onvoldoende middelen om grote werken aan te pakken, en ja, hier is het nationale soberheidsbeleid deels schuldig aan. De regering van president Macron heeft de middelen voor lokale overheden drastisch verminderd. Dat zijn politieke keuzen die zware gevolgen kunnen hebben. Daarover straks meer.

Wat voorlopig duidelijk moet zijn is dat de overheid niet noodzakelijk beter beheert dan de particuliere sector. Het is alweer ideologie in plaats van zorgvuldige analyse.

Nutteloze werken

Er is nog een ander pijnpunt in deze hele discussie. Sinds enkele jaren is er een wereldwijd netwerk actief tegen ‘grote nutteloze en opgelegde projecten’. Het begon grotendeels met de geplande snelle spoorverbinding tussen Lyon en Turijn, waardoor de erg mooie Val de Susa verminkt zou worden. Het verzet daartegen duurt al meer dan twintig jaar. Andere grote projecten die door burgerbewegingen werden aangevochten zijn het nieuwe station in Stuttgart, de luchthaven in Notre-Dame des Landes of het mijnbouwproject Rosia Montaňa in Roemenië.

In de meeste gevallen is dat verzet zeer terecht, er staan al voldoende witte olifanten in het Zuiden. Het is bijna een ijzeren wet dat veel infrastructuur wordt gebouwd om grote ondernemingen te plezieren vooraleer aan het algemeen belang wordt gedacht.

Mettertijd is er echter een bijkomend element in dat verzet doorgedrongen. Al die bruggen en dammen en wegen maken deel uit van een ‘vooruitgang’ die sommigen niet willen. Aan de natuur mag niet geraakt worden, mensen mogen niet verplicht naar elders moeten verhuizen, want sowieso is economische groei uit den boze.

Nogmaals, in veel gevallen terecht, maar al te vaak gaat men voorbij aan werken die echt noodzakelijk zijn. Als Beppe Grillo van Cinque Stelle in Italië in 2013 tégen de bouw van een nieuwe brug was, ging dat er om de stemmen te winnen van de groepen die geen onderscheid maken tussen nuttig en nutteloos en broodnodig. Het is een gevaarlijke stelling.

Iets dergelijks is aan de gang in Mexico Stad, waar de huidige president met de werken voor een nieuwe luchthaven is begonnen. Er wordt nu druk uitgeoefend op de nieuw verkozen president om die werken stop te zetten. Er zijn goede redenen voor, niet alleen is er opnieuw al heel wat geknoeid met de aanbestedingen, maar de nieuwe luchthaven wordt gebouwd in het meer van Texcoco,  op een drassige en moerassige ondergrond waar heel wat twijfels over bestaan.

Wat is de oplossing? De twee oude luchthavens zijn meer dan oververzadigd en liggen bij manier van spreken midden in de miljoenenstad. Dat er nog geen ongevallen zijn gebeurd mag een mirakel heten. De verzetsbewegingen hebben geen alternatief.

Het gaat niet op om elke verzetsbeweging onvoorwaardelijk te steunen.

Waar het echt pijn doet

Het echte probleem ligt elders en het is sinds jaar en dag bekend. Niet het soberheidsbeleid snoeit in de middelen van de overheid, het is de staat zelf die geen middelen wíl.

Al jaren lang worden in nagenoeg alle landen ter wereld de belastingen verminderd. Thomas Piketty heeft er in zijn  ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ een goed overzicht van gegeven voor de rijke landen. De tarieven voor vennootschapsbelasting én personenbelasting zijn merkelijk gedaald.

In eigen land gaan de regeringen verder met het invoeren van nieuwe mechanismen om de bijdragen voor de sociale zekerheid en voor bedrijfsbelastingen te versoepelen. Volgens Kim De Witte zouden de werkgevers al voor 16 miljard euro bijdrageverminderingen hebben gekregen, voldoende om elke pensioenhervorming overbodig te maken. Als we nu ‘moeten’ besparen in de sociale zekerheid, dan komt dat omdat de overheid té veel cadeaus uitdeelt.

Idem met de belastingen. België heeft zowat de laagste vennootschapsbelasting ter wereld, als we kijken naar wat bedrijven effectief betalen, aldus Peter Mertens.

Je vraagt je dan toch af waarom de Europese Unie nodig is als vijandbeeld?

De fiscale fraude in België wordt geraamd op 20 tot 30 miljard Euro, daar kan je toch al een bruggetje mee bouwen? Een vermogensbelasting zou volgens het ACV en het Financieel Actienetwerk tot 7,5 miljard euro opbrengen. Leuk toch?

Tel daarbij de duizenden ambtenaren die al bij de fiscale administratie zijn weggevloeid (6000 sedert 2006 …) en je ziet dat de overheid gewoon geen middelen wíl.

Offshoreleaks, Luxleaks, Swissleaks, tel maar op. Volgens de Panamapapers zijn er 732 rijke Belgen die volkomen legaal aan de fiscaliteit ontsnappen.

België weigert mee te werken aan de uitwisseling van fiscale gegevens, dus de Belgische belastingdiensten kunnen fluiten naar informatie van Belgische banken en andere financiële instellingen.

De Europese Commissie werkt al tientallen jaren aan pogingen om fiscale uitwassen tegen te gaan, b.v. door de belastinggrondslag te harmoniseren, door een financiële transactietaks in te voeren of door grote tech-bedrijven te belasten. Wie houdt dit tegen? De Lidstaten.

Besluit

De Europese Unie verdient het niet om telkens weer de zwarte piep te krijgen toebedeeld. Verzet tegen grote infrastructuurwerken is niet altijd even aanvaardbaar. Het verdient zeker de voorkeur dat grote verkeersinfrastructuur in handen is van de overheid, maar die is niet noodzakelijk de allerbeste beheerder.

Maar vooral: multinationals, businesslui en superrijken worden in heel Europa in de watten gelegd. Zonder enige eis voor tegenprestatie mogen ze hun miljarden inpakken en weg wezen.

De bevolking blijft met lege handen achter. De lonen stijgen niet meer, de sociale zekerheid kalft af, levensnoodzakelijke infrastructuur staat te verkommeren. Ook dat is het nieuwe normaal. Het is roofbouw op de commons, op datgene wat van ons is, op het algemeen belang. Aan de bevolking wordt verteld dat ze tot ‘tax freedom day’ enkel ‘voor de staat’ werken, en niet voor zichzelf. Alsof rijkdom enkel individueel kan zijn, alsof onze collectieve bezittingen geen echte rijkdom zijn, van gezondheidszorg tot pensioenen en scholen, alsof bruggen en wegen overbodige luxe worden. Alsof we individueel voor onze veiligheid zouden kunnen zorgen.

Het neoliberale refreintje is nog steeds niet veranderd: al datgene was ons collectief tot samenleving maakt, van rechten tot vakbonden en middenveld, over infrastructuur en sociale bescherming: het moet kapot. In België en in andere Europese landen zijn het telkens opnieuw nationale regeringen die dit soort beleid uitvoeren.

Onbegrijpelijk dat ook linkse krachten zich laten verleiden om met de vinger naar de Europese Unie te wijzen en de echte schuldigen op die manier vrij pleit.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.