Twee lessen van Samir Amin: ontwikkelen en mondialiseren

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het is onherroepelijk en onvermijdelijk. Oude mensen verlaten ons, mensen die ons veel hebben geleerd, waar we naar opkeken, waar we het ook oneens mee waren … Het lijstje van de belangrijke intellectuelen die we voortaan zullen moeten missen is deze week iets langer geworden. Samir Amin is niet meer.

Samir Amin stond voor twee thema’s: ontwikkelen en mondialiseren. Twee onderwerpen waarvoor verder moet gevochten worden.

Mensen helpen of op eigen benen staan?

Vandaag gaat ontwikkeling over mensen helpen, over proberen de armoede uit te roeien, over wat gezondheidszorg hier en een pensioentje daar. Hoe belangrijk ook, daar gaat het niet om. De armoede kan je slechts uitroeien als gevolg van een geslaagd ontwikkelingsproces, niet omgekeerd zoals de Wereldbank ons wil doen geloven. Stuur arme mensen naar de arbeidsmarkt en je krijgt ontwikkeling, nee dus.

Samir Amin lag mee aan de basis van het structuralisme, het tegendraadse ontwikkelingsdenken dat was gestart na de eerste wereldoorlog en de crisis van de jaren ’30 in Latijns Amerika. Raúl Prebisch had daaruit afgeleid dat perifere landen niet konden optornen tegen de centrumlanden die de ene keer geen industrieprodukten kunnen uitvoeren, de andere keer geen geld voor grondstoffen hadden. Bovendien werden de prijzen bepaald door het centrum en de internationale handel was per definitie ongelijk. De ruilvoet verslechterde voor de periferie. Dit denken gaf aanleiding tot een theorie over ‘importsubstitutie’: perifere landen moesten zich industrialiseren, zodat ze niet langer afhankelijk waren van het centrum. Ze moesten, met andere woorden, op eigen benen staan.

Het is daarop dat o.m. Samir Amin en Andre Gunder Frank hebben verder gebouwd. Samir Amin koppelde er het begrip ‘de-linking’ aan, de onafhankelijk geworden staten van Azië en Afrika moesten zelf hun weg zoeken, los van de koloniale machten. Andre Gunder Frank bracht duidelijk in kaart dat ontwikkeling lang geen lineair proces was, maar in feite aan de onderontwikkeling vooraf ging. Integratie in de wereldhandel betekende verarming, onderontwikkeling was een gevolg van de kapitalistische greep op perifere landen.

Die analyses zijn vandaag nog even geldig als toen, al kan men hier en daar nuances aanbrengen. Ze hadden ook een grote invloed op het ontwikkelingsdenken zoals dat bij de Verenigde Naties in de jaren ’60 – na de dekolonisatie in Afrika – is ontstaan.

In 1955 vond in het Indonesische Bandung een bijeenkomst plaats van ‘gekleurde landen’, met o.m. Indonesië, Birma, China, Egypte, Algerije, Irak en Syrië. Ook die landen besloten dat er snel met een endogeen ontwikkelingsproces van diversifiëring en industrialisering moest begonnen worden. In Cuba probeerde men een ‘tricontinentaal’ proces op gang te brengen, maar omdat de landen van Latijns Amerika zo vast hingen aan de V.S. is dat mislukt. ‘Bandung’ heeft wel geleid tot de oprichting van een ‘Beweging van niet-gebonden landen’. In 1974 slaagde men er in bij de Algemene Vergadering van de V.N. een resolutie over een ‘nieuwe internationale economische orde’ aan te nemen. Moet het gezegd dat de rijke landen tegen waren? In de V.N. spelen de ‘ontwikkelingslanden’ tot vandaag een rol als ‘G-77’. Ze zijn inmiddels wel met 134 maar hun eisen zijn nog steeds grotendeels gebaseerd op wat in de jaren ’50 werd uitgedacht. Terecht.

Samir Amin speelde tot zijn dood een grote rol in het intellectuele debat over wat ontwikkeling moest zijn en wat arme landen konden doen. Zijn stellingen werden niet altijd met open armen ontvangen, noch bij de orthodoxe marxisten, en al zeker niet bij wat hij zelf ‘de imperialisten’ noemde.

Amin was een kind van Bandung en probeerde in de 21ste eeuw een nieuw proces op gang te brengen om de krachten van het Zuiden te bundelen. Nieuwe tijden vergen een nieuwe visie en Amin’s ideeën kunnen vandaag niet ongewijzigd worden toegepast. Maar de basisfilosofie blijft onverminderd geldig.

Mondialiseren

Precies omdat de wereld vierkant draait was Samir Amin van bij het begin, eind van vorige eeuw, actief in de andersmondialiseringsbeweging.

Mondialisering is helemaal geen nieuw verschijnsel, stelde hij. Precies omdat het Zuiden in de kapitalistische mondialisering werd geïntegreerd, een half millennium geleden, is het arm geworden. Het is dat proces dat op het eind van de 20ste eeuw werd versterkt en tot steeds meer ongelijkheid leidt. Landen van het zuiden worden leeggeroofd, ze moeten zogenaamde ‘vrijhandelsakkoorden’ afsluiten met het noorden maar lijden enkel verlies. De bevolking verarmt en dan komt de Wereldbank met een proces van ‘armoedebestrijding’, terwijl ze het doel van ontwikkeling over het hoofd ziet.

Het was een hoopvolle tijd, met Samir Amin, François Houtart, Immanuel Wallerstein, Ignacio Ramonet, Joao Pedro Stedile, Boaventura de Sousa Santos en vele anderen rond de tafel in de internationale raad van het Wereld Social Forum. We zouden werken aan een andere wereld, doelstellingen formuleren, strategieën uitwerken … Het mocht niet zijn. De stichters van het forum hielden alle politisering van het proces tegen. Samir Amin en François Houtart stichtten hun eigen clubje: ‘Wereld Forum voor Alternatieven’. Helaas waren het voornamelijk oude mannen bij elkaar die slechts zelden een vernieuwend idee naar voren brachten.

Op het sociaal forum in 2005 in Bamako, Mali, werd een oproep gelanceerd voor een andere aanpak. De tijd is echter voorbij dat oude mannen zonder enig participatief proces jonge mensen konden warm maken voor een politiek project. Inhoudelijk was de oproep niet slecht, maar hij stierf een snelle dood. Er volgde later nog een oproep voor een ‘Vijfde internationale’, met even weinig succes.

Met zijn kompaan François Houtart bleef Samir Amin actief op alle fora waar alternatieven en strategieën konden besproken worden. Het was een plezier om met deze minzame man te discussiëren en van mening te verschillen. Niet fundamenteel, welnee, wel over klemtonen die moesten gelegd worden, over standpunten die best achterwege konden gelaten worden. Nationale soevereiniteit en zelfbeschikkingsrecht hadden een concrete betekenis in de tijd van de dekolonisering, hoe dat vandaag moet ingevuld worden is minder duidelijk. En als het er toe leidt dat men Trump boven Clinton verkiest, is er wel een probleem.

Islam en moderniteit

De stem die ik het meest zal missen is die tegen de politieke islam en voor de moderniteit. Toen de wereld sociale fora en de vergaderingen van de internationale raad plaats vonden in Tunesië of Marokko was dit van erg groot belang. Het zijn twee thema’s die een erg genuanceerd debat vergen, en Samir Amin zou altijd op de eerste rij gestaan hebben om landen en volken het recht te geven zelf hun moderniteit te bepalen. Zijn drijfveer was en bleef emancipatie. Vandaar dat hij ook de Franse militaire interventie in Mali verdedigde tegen de oprukkende islamisten (zie artikel). Hij wist perfect dat de Fransen geen duurzame oplossing konden brengen, maar een fundamentalistische islam kon de toestand alleen maar veel erger maken.

En ja, uiteraard vonden we elkaar in ons verzet tegen een apolitiek Wereld Sociaal Forum.

Ontwikkelen moet anders, mondialiseren moet anders. In beide noodzakelijke processen zijn de volken onmisbaar. Ze moeten zich wel organiseren en structureren, doelstellingen en strategieën uitwerken. We hebben minder behoefte aan een theoretische zoektocht naar een revolutionair subject dan aan praktische en concrete denk- en doeprocessen op lokaal, nationaal, regionaal en mondiaal vlak. Emanciperend, dat wel.

 

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.