Winnen, en toch verliezen?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Hoe links de politieke strijd in Europa kan verliezen

Met radicaal rechts in de Europese Unie gaat het goed. Het is niet waarschijnlijk dat ze met z’n allen een groot akkoord kunnen afsluiten na de Europese verkiezingen van mei 2019, maar dat ze voor een machtsverschuiving in het Europese Parlement kunnen zorgen is duidelijk (zie vorig artikel).

Radikaal links daarentegen gaat het minder voor de wind. Hoe sterker de slogans voor ‘eenheid’ en ‘samenwerking’ doorklinken, hoe groter het risico van een versplintering.

Radikaal links zit in het Europees Parlement in een fractie van ‘Verenigd Links / Noords Groen Links’, in de volksmond – nou ja – ‘GUE’. De fractie telt 51 leden uit dertien landen. Veel nationale delegaties bestaan uit verschillende partijen, zoals Spanje met Izquierda Unida en Podemos, of Frankrijk met La France Insoumise en de Parti Communiste. Niet verwonderlijk dus dat het de fractie is die het vaakst verdeeld stemt over wetteksten en resoluties.

Edoch, niet enkel binnen de fractie en binnen de nationale delegaties kan het botsen, ook binnen de diverse partijen zit het er meer en meer bovenarms op. Het Griekse Syriza is al gesplitst, die Linke zou kunnen volgen. Mochten er geen strenge regels zijn voor het vormen van fracties in het EP, we zouden eindigen met 20 tot 30 fracties, wordt wel eens gegrapt.

Wat gaat er dan fout?

Het is een open deur inslaan te stellen dat bij links de rode draad is zoek geraakt. Veel linkse partijen hebben zich niet weten te herstellen na de val van de Muur, en hebben – bijgevolg – ook geen voordeel gehaald uit de economisch-financiële crisis van 2008.  Rechts deed dat wel, vandaar dat rechts-populistische partijen nu uitpakken met anti-systeem en anti-elite standpunten, inclusief een sociaal programma. Voor werknemers die hun baan zijn verloren door de concurrentie van buitenlandse ondernemingen en die nu geconfronteerd worden met migranten en vluchtelingen die ook werk willen, is de keuze dan snel gemaakt. Hun belangen worden het best verdedigd, zo denken ze, door zij die de mondialisering, de migratie en de multiculturaliteit bestrijden. Links staat er bij en kijkt er naar.

Tel daarbij de scheidingslijn die altijd dwars door alle radicaal-linkse partijen heeft gelopen: die van de Europese integratie. Over kritiek op het beleid kan men het makkelijk eens worden, maar wat de oplossingen kunnen zijn is een ander paar mouwen. Vooral sinds de crisis in Griekenland in 2015 zijn de tegenstellingen nog verscherpt. Sommigen willen weg uit de Euro, anderen willen weg uit de EU zelf. En de standpunten zijn vaak minder ideologisch bepaald dan wel in functie van nationale krachtsverhoudingen, zoals in Frankrijk.

Er wordt nog steeds geschermd met begrippen als ‘zelfbeschikkingsrecht’, ‘nationale soevereiniteit’, ‘internationalisme’ en ‘transnationale democratie’, maar wie durft er nog een concrete inhoud aan geven? Betekent nationaal zelfbeschikkingsrecht dat je eenzijdig – en zonder gevolgen – de belastingen kan verhogen of verlagen, de grenzen kan sluiten – of openen – voor migranten en vluchtelingen, of de klimaatverandering kan ontkennen?

Tel daarbij dat in heel Europa het politieke landschap aan het schuiven is. De Franse president Macron gaf er het beste voorbeeld van en hij wil tegen de Europese verkiezingen zijn afbraakbeleid van links én rechts verder zetten.

Tenslotte voelt radicaal links de hete adem in de nek van radicaal rechts. Hun antwoorden komen niet enkel  geloofwaardiger en standvastiger over dan die van links, rechts waagt zich ook op het uitgelezen terrein voor links, met name sociaal beleid.

Kortom, dit is niet het goede moment om ruzie te maken. Het grote motto moet zijn: sla de handen in elkaar, zoek naar wat er ondanks de grote pluraliteit toch gemeenschappelijk is aan de linkse familie. Het was een roep die permanent werd gehoord op de zomeruniversiteit van de Europese linkse partij, maar of het zal slagen is zeer de vraag.

Tel uit je winst, of je verlies

Neem nu Frankrijk. De sociaal-democraten zijn tot hun minimum herleid en zullen zich naar alle waarschijnlijkheid niet herstellen. Ze halen volgens de peilingen nog  nauwelijks 8 %. Links van de PS staat Jean-Luc Mélenchon met zijn ‘La France Insoumise’ die volgens de peilingen 14 tot 15 % zou kunnen halen in mei 2019. Hij wil niet samenwerken met de Franse PCF, die in de peilingen terugvalt op 2 % en dus uit het EP zou verdwijnen. Afgescheurd van de PS is ‘Génération-s’ van Benoit Hamon die bij de presidentsverkiezingen vorig jaar een goede 6 % haalde. Inhoudelijk staat hij niet zo ver af van de Groenen die al even erg uitgeslankt zijn, maar of een samenwerking lukt, is zeer de vraag. Tel daarnaast nog twee piepkleine trotzkistische formaties en je ziet meteen een uiteengespatte linkerzijde.

Of neem Duitsland. De grote vraag is wat met het naar linkse normen grote ‘die Linke’ gebeurt.  Sarah Wagenknecht, de populaire partner van Oskar Lafontaine, dreigt met een splitsing.

Zij zet zich af tegen de EU, wil uit de euro stappen en de grenzen van de natiestaat sluiten. Het is volgens haar de enige manier om het rechtse ‘Alternative fuer Deutschland’ tegen te houden.

Gregor Gysi, voorzitter van de Europese Linkse Partij is het daar absoluut niet mee eens. Hij vreest dat hiermee geen enkele echte oplossing wordt geboden en dat het enkel kan leiden tot opnieuw grote conflicten – versta: oorlogen – in Europa. Wagenknecht zal haar plannen binnenkort bekend maken. Alles zal ervan afhangen hoe ze haar project inkleedt en of het nog te verzoenen valt met de meer open houding van de partij.

Er zijn ook kapers op de kust. Yannis Varoufakis, ex-minister van financiën van het Griekse Syriza, pakt uit met een eigen beweging, Diem25, wat staat voor meer democratie en transparantie en een ‘new deal’ in de Europese Unie. Het is nog net geen partij, maar de beweging heeft wel een ‘electoral wing’.

In Griekenland heeft de groep iet of wat consistentie met ‘MeRA25’, een ‘Europees realistisch front van ongehoorzaamheid’. Elders blijft het zeer marginaal. Er wordt gezocht naar allianties en Varoufakis schreef een open brief naar die Linke, Podemos, het Portugese Bloco en la France Insoumise. Er is al een princiepsakkoord met Benoit Hamon in Frankrijk en met de burgemeester van Napels, de Magistris. Er is steun van een nieuwe kleine Poolse partij, Razem, het Deense ‘The Alternative’, de piratenpartij in Duitsland en de Tsjechische republiek, het Croatische ‘Zagreb is ours’, en het Portugese ‘LIVRE’.

De zoektocht naar allianties

Dat Mélenchon en Tsipras niet langer door éénzelfde deur kunnen, is duidelijk. La France Insoumise stapte definitief uit de Europese Linkse Partij omdat die weigerde Syriza uit te sluiten. De verwantschap met de ‘Eenheid van het volk’ van Zoe Konstantopoulo, de afsplitsing van Syriza, is veel groter. Dat neemt niet weg dat de stadpunten van Mélenchon vrij vloeibaar zijn en zich aanpassen aan wat Europees wenselijk lijkt en nationaal mogelijk is. Zijn Europees programma spreekt over volkssoevereiniteit voor de begroting en belastingen, protectionisme uit solidariteit, het einde van Frontex … evenwel zonder duidelijke strategie inzake migratie. Van ‘plan A/plan B’ (onderhandelen over een verdragswijziging met de dreiging er uit te stappen) is geen sprake meer. Een grote meerderheid van zijn Franse aanhang wil in de Euro blijven en is verder vrij verdeeld over Europese kwesties.

La France Insoumise is momenteel duidelijk de sterkste partij aan de radicaal linkerzijde. Er is al een akkoord met het Spaanse Podemos, met de Bloco van Portugal, met de kleine nieuwe Sloveense partij Levica en met Stefano Fassina van Sinistra Italiana. In het geschil bij die Linke staat Mélenchon duidelijk achter Sarah Wagenknecht.

Walter Baier, politiek coördinator van de politieke stichting van de GUE, ‘Transform! Europe’ spreekt verzoenende taal. Volgens hem hoeft er helemaal niet gekozen te worden tussen nationale soevereinitiet en Europese samenwerking. Europese integratie betekent volgens hem dat respect voor het zelfbeschikkingsrecht van staten gepaard moet gaan met een effectieve transnationale democratie. Maar hoe doe je dat?

De komende weken en maanden zullen aangeven wat er met ‘Verenigd links’ kan gebeuren. In het Europees Parlement werd met leden van de GUE, de sociaal-democraten en de groenen een ‘progressive caucus’ gevormd. Een  erg beloftevol initiatief, maar verder dan het Europees parlement zelf reikt het niet. In 2017 werd in Marseille een eerste ‘Europees forum’ voor het brede progressieve middenveld gehouden, een oefening die in november in Bilbao wordt overgedaan. Ook dit is bijzonder positief, indien de partijen tenminste hun volle steun willen geven aan het initiatief. Op zes maanden voor de verkiezingen is dit geen makkelijke opdracht.

Besluit

Misschien slaagt de brede radicaal linkerzijde erin de eenheid te bewaren, hoewel dit verre van een echte inhoudelijke eenheid zal zijn. Maar het zou de kansen bij de verkiezingen en daarna op fractievorming in het Europees Parlement vergroten. De linkerzijde kan zo een sterke stem laten horen in de moeilijke politieke strijd die tegen rechts zal moeten gevoerd worden.

Misschien valt verenigd links uit elkaar, en dan valt af te wachten wie al dan niet een fractie zal hebben (er zijn 25 leden uit zeven landen voor nodig). Het paradoxale resultaat zou kunnen zijn dat het aantal verkozen leden van radicaal links toeneemt, maar de macht in het Europees Parlement afneemt.

De kans dat Mélenchon en Wagenknecht het halen is reëel. Hun argument dat het punt van de nationale soevereiniteit niet aan rechts mag worden overgelaten klinkt overtuigend, en het is zeker niet extreem-rechts dat een nieuwe arbeidersbeweging moet gaan vormen. Wagenknecht wil dan ook de Hartz IV wetgeving ongedaan maken en zorgen voor recht en orde. Migratie moet aan banden worden gelegd.

Als strategie tegen extreem rechts zou dit kunnen werken. De vraag is wel of dit de weg van een progressieve linkerzijde moet zijn?

Het is begrijpelijk dat na de Griekse crisis, de muren die in 2015 werden opgetrokken in Midden-Europa en het Brexit-avontuur in het Verenigd Koninkrijk het vertrouwen in  de toekomst van het Europese beleid sterk is afgekoeld. In de kritiek op het huidige beleid zou de eenheid redelijk makkelijk kunnen hersteld worden. Over hoe het dan wel moet in de toekomst echter niet.

De linkerzijde heeft zijn (marxistische) analyses altijd toegespitst op de veranderingen in het kapitalisme. Vandaag is er een nieuw proletariaat aan het ontstaan in de dienstensector, en daar weet links niet zo goed mee om te gaan. Aan de staat werd veel minder aandacht besteed, terwijl vandaag de soevereiniteit van de nationale staat grotendeels een illusie is geworden. Het zijn de transnationale bedrijven en de gemondialiseerde financiële sector die de wet stellen.

Het enige antwoord dat hierop voorlopig werd gevonden is dat van de localisering, de illusie van de commons tegen de staat, van de steden die de wereld redden, maar daarmee wordt die wereld – en het kapitalisme – helaas niet veranderd, hoe politiek belangrijk lokaal beleid ook mag zijn.

Radikaal rechts weet wél samen te werken. Nu de aanvallen op de ‘softe’ Europese Unie zowel vanuit de V.S. (zie vorig artikel over Steve Bannon) als vanuit het Rusland van Poetin georganiseerd worden, zou een sterk progressief Europees front, met een emancipatorisch en universeel verhaal over rechten, meer dan welkom zijn. Als het er niet komt is de kans groot dat extreem-rechts en het nationalisme uiteindelijk winnen. Als een deel van rechts de slogans van links overneemt (‘tegen de NAVO’, ‘tegen de WTO’ …) staat links met die onvolmaakte analyses in de kou.

Het linkse populisme dat het ‘kleine volk’ tegenover de elites plaatst en doet alsof er geen links-rechts tegenstelling meer bestaat is hopeloos naïef, zeker wanneer dat kleine volk alleen ‘ons’ kleine volk blijkt te zijn.

Sarah Wagenknecht beweert het ‘materialistische links’ te willen zijn en niet het ‘morele links’. ‘Erst das Fressen und dann die Moral’. Jawel, maar moeten niet alle verworpenen der aarde kunnen eten en drinken? Kan je, in een de facto gemondialiseerde wereld, de buurlanden en het zuiden vergeten en de deur sluiten voor hopeloze vluchtelingen? De vraag stellen is ze beantwoorden.

P.S. Op 4 augustus heeft Sarah Wagenknecht haar nieuwe ‘Sammlungsbewegung’, ‘Aufstehen’ aangekondigd. Over de trekkers en of er wordt deelgenomen aan de verkiezingen spreekt ze zich niet uit.

 

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.