Hoe rechts de politieke strijd kan winnen

dav
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het stond in de krant dus het is nu officieel. Maandenlang al liep het gerucht dat Steve Bannon, ooit rechterhand van Donald Trump en notoir alt-right aanhanger, met een politiek initiatief naar Europa zou komen.

Bannon wil een ‘rechtse revolutie’ ontketenen in Europa, aldus De Standaard. In The Daily Beast van 20 juli spreekt hij duidelijke taal: ‘I’m about winning. I’m about power’.

Bannon wil zijn beweging ‘The Movement’ in een Brussels kantoor met een tiental stafleden vestigen. De steun van Mischaël Modrikamen, stichter in 2009, samen met Rudi Aernoudt, van Le Parti Populaire/De personenpartij, is verworven.

Het onmiddellijke doel zijn de Europese verkiezingen van mei 2019. Bannon denkt tot één derde van de leden te kunnen halen.

Maakt dit uiterst-rechts initiatief kans op slagen?

Rechtse fracties in het Europees Parlement

Populistisch rechts is momenteel over verschillende politieke fractie’s verdeeld in het Europees Parlement.

‘Europa van Naties en Vrijheid’ telt de harde kern: het Franse Rassemblement National, de Italiaanse Lega, de Oostenrijkse Vrijheidspartij, de Nederlandse PVV van Wilders en het Vlaams Belang. Deze fractie heeft in totaal 35 van de in totaal 750 leden.

Een tweede fractie is het ‘Europa van Vrijheid en Directe Democratie’. Hierin zetelen de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo, de leden van de Britse Onafhankelijkheidspartij van Nigel Farage, enkele ex-leden van het Front National, en een lid van Alternative fuer Deutschland. Totaal: 43 leden.

Hiermee is de optelsom echter niet af. De leden van het Poolse Recht en Rechtvaardigheid zitten samen met de Britse conservatieven en het NVA in de fractie van Conservatieven en Reformisten. In diezelfde fractie hebben de Zweedse democraten, de Ware Finnen en de Deense Volkspartij onderdak gevonden.

Forza Italia en het Hongaarse Fidesz van Viktor Orban hebben plek gevonden bij de EVP, de christen-democraten.

Het heeft weinig zin om deze cijfers op te tellen en zo de kansen voor de onmiddellijke toekomst te voorspellen. De laatste verkiezingen voor het Europees Parlement waren in 2014 en er is sindsdien erg veel water door de Rijn en de Donau gevloeid. De kans dat rechts een doorbraak maakt in 2019 mag niet onderschat worden. Voortgaand op de verkiezingsresultaten in 10 EU-Lidstaten ziet de krachtsverhouding tussen links en rechts er niet schitterend uit: radikaal rechts is meer dan dubbel zo sterk als radikaal links.

De verschillen en gevoeligheden tussen al deze partijen zijn vrij groot en een samenwerking zal niet voor de hand liggen. Dat er grote verschuivingen in het Europese machtsspel kunnen plaats vinden, is echter een feit, met mogelijke gevolgen voor de samenstelling van de Europese Commissie en de Europese Raad.

Macron probeert op Europese schaal nog eens over te doen wat in Frankrijk is gelukt: het opbreken van zowel links als rechts. Het Franse centrum (nu bij de EVP), de nieuwe Spaanse partij Ciudadanos en een deel van Guy Verhofstadts liberale fractie komen er voor in aanmerking.

Bij links is het vooralsnog huilen met de pet op. De huidige fractie van 51 leden staat op springen. La France Insoumise van Luc Mélenchon is al uit de Europese Linkse Partij gestapt, uit protest tegen Syriza, en het lot van die Linke wordt bezegeld in augustus of september (hierover meer in een volgend artikel).

Er wordt niet verwacht dat de sociaal-democraten zich electoraal herpakken, de christen-democraten zullen naar alle waarschijnlijkheid uiteen brokkelen maar kunnen de grootste fractie blijven.

De angst van links kan dus wel bewaarheid worden: dat populistisch rechts de grootste en eurosceptische oppositiekracht wordt en dat links gewrongen zit tussen rechts en uiterst rechts.

Nieuwe breuklijnen

Er is de afgelopen jaren ontzettend veel geschreven en gespeculeerd over het succes van dit nieuw populistisch rechts. In hoeverre is het verwant met het neoliberalisme? Met uiterst-rechts en met fascisme?

De verkiezing van Donald Trump in de Verenigde Staten heeft uitgewezen dat het in grote mate de zich verwaarloosd voelende arbeidersklasse is die de democraten heeft afgewezen en dat steun voor de Republikeinen in dit geval ook gekomen is van fundamentalistische religieuze groepen.

Onderzoek dat in Europa werd uitgevoerd door het Franse Espaces Marx wijst er op dat het ook hier vooral werklozen en kwetsbare arbeiders zijn die extreem rechts stemmen. Het is bijzonder moeilijk zo niet onmogelijk om deze kiezers terug te winnen.

Het is deze groep waar Bannon ook op mikt en niet toevallig focust hij op ‘Open Society’ verdediger George Soros als grootste vijand. Bannon wil de partij ‘tegen Davos’ worden, tegen de mondialisering, tegen multiculturaliteit, tegen het kosmopolitisme en ja, tegen het kapitalisme, zoals hij enkele maanden geleden stelde. Zijn project is uitgesproken anti-systeem en anti-elite.

Het kan dus niet verbazen dat hij succes heeft bij al diegenen, ook aan de linkerzijde, die altijd gepleit hebben voor protectionisme en tegen de mondialisering en die de staat/de natie hoog in het vaandel dragen. Bannon kan aanhang vinden bij eurosceptici van rechts én links.

Sommigen spreken daarom van nationaal-neoliberalisme, hoewel de raakvlakken met het fascisme m.i. veel groter zijn. Populistisch rechts wil kwetsbare mensen beschermen, niet met emancipatorische sociaal-economische rechten, maar met een cliëntelistisch en corporatistisch/solidaristisch sociaal beleid, zoals dat in het verleden is gebeurd en zoals dat vandaag in Polen, Hongarije en in verschillende islamlanden gebeurt. Hun beleid is niet gebaseerd op een klassenanalyse maar op een opdeling tussen ‘het volk’ en de elite, de insiders tegen de outsiders.

Het verschil met vroeger is dat ze wel het democratische spel aanvaarden, maar daarom niet noodzakelijk het liberalisme of zeg maar, de moderniteit. Ook op dit vlak zijn er raakvlakken met nieuw links en is de grootste voorzichtigheid geboden in alle debatten over feminisme, multiculturaliteit en dekolonisering.

Verwarrende tijden

Het zijn hoogst verwarrende tijden en in wat ontegensprekelijk ook een crisis van het kapitalisme is, heeft de linkerzijde voorlopig geen afdoend antwoord. Ik kom hier in een later artikel op terug, maar het moet duidelijk zijn dat de toekomst van links altijd internationalistisch zal zijn. Wie de nationale staat als bevoorrechte actor ziet waagt zich op een erg riskant pad. De leerling-tovenaars van de de-mondialisering en het euroscepticisme bevinden zich eerder vroeger dan laat in gevaarlijk gezelschap.

Herhaaldelijk wordt er in de literatuur op gewezen dat de rechts-populistische partijen van vandaag het oude fascisme hebben afgezworen en dat partijen als de Fratelli d’Italia volkomen gemarginaliseerd zijn. Ook bij ons moet het Vlaams Belang het afleggen tegen NVA.

In 1961 schreef de Franse politoloog Maurice Duverger dat de microbe van het fascisme kan slapen in meubels en in het linnen, maar als het klimaat even meezit het weer wakker wordt. Het is goed om weten dat het Franse Front National van Marine Le Pen Steve Bannon uitnodigde op zijn congres in Rijsel in 2017, en ook dat de partij werd gefinancierd met leningen uit Rusland. Goed gezelschap.

Havens en harten

Deze rechterzijde heeft alvast een aantrekkelijk discours: tegen het kapitalisme, tegen de mondialisering, tegen de Europese Unie, tegen ‘het systeem’ en ‘de elites’, voor de werkende mensen en tegen migranten. Matteo Salvini, de uiterst-rechtse minister van Binnenlandse Zaken in Italië, boegbeeld van de Lega, kan het mooi en overtuigend verwoorden. We sluiten onze havens zo zei hij, er komt geen migrant meer binnen, maar we openen onze harten. Versta: wij, Italianen, wij zorgen voor elkaar. Wij zijn goed, maar houden de deuren dicht voor wie onze saamhorigheid kan verstoren.  Een gevaarlijke stap die begint met de vervolging van de Roma-bevolking. Hoog tijd om wakker te worden.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.