Westen positiever over samenwerking China-Afrika

Facebooktwittergoogle_plusmail

In september komt het Forum on China–Africa Cooperation (FOCAC) weer samen. Westers wantrouwen voor de banden tussen China en Afrika maakt stilaan plaats voor ongerustheid en interesse. Er zijn zelfs kiemen van een positievere houding waar te nemen. China en Afrika vergaderen om de drie jaar op het Forum. Om beurt treden de Chinese en een Afrikaanse hoofdstad als gastheer op. Dit jaar is Beijing weer aan zet.

Toen de grote bijeenkomst in 2000 voor het eerst werd belegd reageerde het Westen met onverschilligheid of vijandigheid. Over wat ‘China in Afrika uitspookte’ leefden er enkel vooroordelen. Tegenwoordig verneem je ook genuanceerde of zelfs redelijk positieve geluiden. De absurde fictie over China als ‘nieuwe kolonisator van Afrika’ of het wantrouwen dat China uitsluitend op eigen voordeel uit is, houden echter hardnekkig stand.

China en Afrika anders bekeken

Alternatieve visies verdienen aandacht, zeker als die komen uit onverdachte bron. Voor een zo objectief mogelijk beeld van de economische banden tussen Afrika en China zijn de publicaties van de Amerikaanse professor Brautigam en haar China-Africa Research Initiative
(CARI) uiterst nuttig en verhelderend. Het CARI verricht en verspreidt inderdaad gewetensvol onderzoek. Als de wetenschappelijke deugdelijkheid het vereist tonen zij zich overigens ook kritisch tegenover diegenen die op hen steunen of met wie zij het eens zijn. Zie als voorbeeld Lumpy “SAIS-CARI” Data on People’s Daily

Op 13 juni liet Hendrik du Toit, een Zuid-Afrikaanse investeringsmanager, van zich horen in de Financial Times. Een dag eerder stond er in het magazine China Hands een opiniestuk van onderzoeksassistenten bij het Nederlandse Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael. De boodschap was in de beide artikelen vrij gelijkluidend:

‘China levert in Afrika goed werk. Daar kunnen westerse landen maar beter van leren en misschien moeten ze op het continent maar gewoon met China gaan samenwerken’.

De investeerder

Hendrik du Toit van Investec Group uit Zuid-Afrika lanceerde een oproep in de Financial Times.
Afrika heeft volgens hem niet langer hulp nodig, maar vooral investeringen. China geeft hiervan een voorbeeld dat het navolgen waard is. De directeur van Investec Group tekent in grote lijnen een stimulerend portret van het huidige Afrika, en is misschien iets te optimistisch om maar zoveel mogelijk westerse investeerders te overtuigen dat ze Afrika niet helemaal aan China mogen overlaten.

De tijden zijn veranderd

‘Twintig jaar geleden waren professionele kapitaalbeheerders niet in Afrika geïnteresseerd’. De tijden zijn veranderd. Vandaag groeit de bevolking en gaat de economie vooruit in Afrika. Het percentage van wanbetalingen bij leningen voor infrastructuur is laag. Slechts drie procent leningen die niet voldoende terugbetaald worden is een reden voor verantwoord vertrouwen. Innovatie en ondernemerschap tieren welig, over het hele continent. Belangrijk hierbij zijn mobiele telefoontechnologie en een revolutie op het gebied van financiering. Wel geeft du Toit toe dat er in 2014 een crisis begon door de daling van de olieprijzen. Die heeft in landen zoals Angola, Nigeria en Zuid-Afrika de economische vooruitgang, vooral bij de grote bedrijven, afgeremd.

Blijvende opgaande lijn

Toch is voor hem de opgaande lijn intact gebleven, zeker in de sectoren van de ‘groene groei’. China is een van de landen die op dit gebied een voortrekkersrol heeft gespeeld. Afrikaanse landen werden hierdoor geïnspireerd en hebben miljarden geïnvesteerd in hernieuwbare energie. Zo heeft Nigeria een groene staatsobligatie uitgegeven waarvan de opbrengst specifiek bedoeld is voor duurzame investeringen in zonne-energie en bosbouw.

Zakenpartners

De Wereldbank voorspelt voor dit jaar een totale groei van 3,2% in de regio ten zuiden van de Sahara. Zes van de tien snelst groeiende economieën ter wereld zijn Afrikaanse landen. Van die verjonging is het Chinese Afrikabeleid een integraal onderdeel. Dat Afrika ‘open for business’ is heeft China goed begrepen. Het heeft (in 2015) tot 60 miljard nieuwe investeringen toegezegd in grote kapitaalintensieve projecten overal op het continent.

China is intussen de grootste invoerder van Afrikaanse producten en grondstoffen. De Volksrepubliek is al een tijdlang ook de grootste uitvoerder naar Afrika. Sinds kort komt een massa buitenlandse investeringen in Afrika uit Chinese bron. Het gaat zowel om beleggingskapitaal als om leningen.

Deugdelijk

De directeur van Investec Group prijst China voor drie vormen van goed beleid. Hun investeringen in Afrikaanse infrastructuur bieden goede winstvooruitzichten, ze hebben methoden om het risico te beperken. De perceptie dat de risico’s in opkomende landen veel groter zijn dan in ontwikkelde landen is verkeerd. China heeft dat begrepen en houdt er rekening mee. Vanwege de grote en nog steeds groeiende noden is er ruimte en belangstelling genoeg voor kapitaal uit andere landen naast China. Laat de investeerders van de wereld dus maar het voorbeeld van China volgen.

Het geluid uit Clingendael

Nog uitgebreider en ook steviger onderbouwd zijn recente adviezen van twee onderzoekers bij het Nederlandse Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael. Anca-Elena Ursu en Willem van den Berg hebben het beleid doorgelicht van China en de EU in de Hoorn van Afrika.

Uit hun bevindingen hebben ze ook aanbevelingen gedistilleerd. Die plaatsten ze op 12 juni als opiniestuk in het magazine China Hands:
‘Westerse landen zouden actief moeten deelnemen aan de multilaterale fora die China opzet voor de samenwerking met Afrika. China alleen maar bestrijden op dat terrein is onvoldoende en zou onder de huidige geopolitieke verhoudingen contraproductief kunnen zijn’.

Kritieken

Analisten en onderzoekers klagen er wel over dat een aantal kenmerken van het Chinese investeringsbeleid hun werk bemoeilijkt. Het is soms onduidelijk waar het geld dat China in Afrika pompt onder valt. Is het buitenlandse steun, ontwikkelingsfinanciering of directe buitenlandse investering? Ook zijn er af en toe vragen bij de aard van de gefinancierde projecten. De overheid beschouwt bepaalde cijfers bovendien als staatsgeheim. Er zijn transacties die ‘buiten beeld blijven’ en het is niet zeker hoe groot investeringen precies zijn.

Vooral sterke punten

Een voorname vaststelling is echter dat China steeds belangrijker wordt voor de wereldeconomie en de ontwikkeling daarvan en dat dit zeker geldt voor de rol die het in Afrika speelt.
Het ‘Attractiveness Program Africa, Connectivity redefined’ (mei 2017) van EY (Ernst & Young), geciteerd door Ursu en van den Berg, bevat interessante gegevens. Tegen 2016 is China het land geworden dat de meeste banen schept in Afrika. Het is er de op twee na grootste investeerder, na de VS en Frankrijk. Op een jaar tijd zijn de investeringen met 106% toegenomen. Dat geld komt van ontwikkelingshulp in de vorm van subsidies en leningen.

Zuid-Zuid

Volgens Ursu en van den Berg hanteert China bij zijn samenwerking met Afrikaanse landen de principes van gelijkwaardigheid en wederzijds voordeel. We zien dus een Zuid-Zuid samenwerking die erop gericht is de capaciteiten van de deelnemende landen te verhogen. Met dat doel delen die bij regionale en interregionale collectieve projecten kennis en middelen met elkaar. De aanpak wordt ook gekenmerkt door een grote veelzijdigheid. Het Chinese Afrikabeleid doet een beroep op staatsbedrijven en particuliere ondernemingen. Het bestaat uit een combinatie van buitenlandse hulp, directe investeringen, dienstverleningscontracten, arbeidscontracten, buitenlandse handel en export.

Goodwill

Zo doet China meer en werkt het op een andere wijze dan de officiële (en traditionele) ontwikkelingshulp van de OESO. China is er helder over: ‘China’s politiek van buitenlandse hulp gaat onmiskenbaar met zijn tijd mee. Het is afgestemd op de huidige omstandigheden in China en op de noden van de ontvangende landen’. Volgens de analisten van Clingendael heeft China daarnaast laten zien dat het flexibel is en zich kan aanpassen. Dus is het land naar hun mening inderdaad in staat oplossingen voor mondiale problemen te bedenken. Ursu en van den Berg denken dat China bij de ontwikkelingslanden bewust zijn model wil promoten. Het slaagt daar ook in: onderzoeken wijzen uit dat er in vele Afrikaanse landen grote belangstelling is voor de ontwikkeling van China en sympathie voor zijn leiders en diplomaten.

FOCAC 7 in 2018

Die bouwen intussen gestaag verder aan de al bestaande goodwill. Ze brachten de afgelopen tien jaar 79 bezoeken aan 43 Afrikaanse landen. Vanaf 2012 hebben China en Zuid-Afrika samen het voorzitterschap waargenomen en de samenkomsten voorbereid van FOCAC. Alle landen van het continent – min een – hebben diplomatieke banden met Beijing en erkennen dat er maar 1 China is. Als Swaziland, officieel het Koninkrijk eSwatini, de uitnodiging aanneemt om dat ook te doen, kan het deelnemen aan FOCAC 2018. De verwachtingen voor de zevende top van het Forum on China–Africa Cooperation zijn dat China en zijn Afrikaanse partners hun samenwerking daar zullen uitbreiden en op een hoger plan brengen.

Rivaliteit

Global investors should follow China’s lead in Africa en How the US Lost: China’s Growing Foothold in Africa. Dat zijn de titels, respectievelijk van het stuk in de FT en dat in China Hands. In dat laatste staat felle kritiek op de fouten die de VS, zeker onder Trump, maakt in Afrika. De artikelen houden een waarschuwing in voor het Westen en zien een mogelijke ‘overwinning’ voor China in Afrika. De Chinese regering zal niet onverdeeld gelukkig zijn met die competitieve voorstelling van zaken.

… of liever samenwerking?

De voorstellen van de westerse publicisten om China na te volgen of om aan de initiatieven van Beijing deel te nemen of steun te geven zullen ze dan weer verwelkomen. De gunstige visie op China in Afrika is in elk geval dichter bij de waarheid. Het advies om te zoeken naar gezamenlijke oplossingen die de mondiale ontwikkeling vooruithelpen lijkt een stuk realistischer dan de vijandigheid van landen met een koloniaal verleden en taaie neokoloniale neigingen.

Bronnen: Financial Times, China Hands, Xinhua, ey.com/za, qstheory.cn

Dirk Nimmegeers is al vele jaren geboeid door de politieke ontwikkelingen in China en publiceert daarover. In 2005 werd hij redactielid van China Vandaag, het blad van de Vereniging België - China. In 2009 heeft hij de website ChinaSquare.be met Nederlandstalig nieuws en achtergrondartikelen over China mede opgericht. In 2015 publiceerde hij bij SAGE, in The International Communication Gazette: Presentation of China in online West European media. Sinds 2016 is hij ook actief in SACU, de Britse vriendschapsvereniging met China.