De Iraanse nucleaire overeenkomst stelt Europa voor een moeilijke keuze

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 8 mei besloot de Amerikaanse president Donald Trump zich terug te trekken uit het gezamenlijke alomvattende actieplan (JCPOA), de Iraanse nucleaire overeenkomst die zijn voorganger Barack Obama in 2015 ondertekende. Met alle gevolgen vandien, de aankondiging heeft het risico op oorlog en een nieuwe nucleaire wapenwedloop in het Midden-Oosten (en daarbuiten) doen toenemen. De deal hangt aan een zijden draadje, of beter gezegd, hangt af van de politieke wil van de andere ondertekenaars: Rusland, China, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en natuurlijk Iran. Wat Rusland en China betreft lijken er momenteel weinig problemen te zijn. Europa is wel een ander paar mouwen. En Iran? Iran wacht met ongeduld op wat Europa gaat doen.

De druk die de VS op de Europeanen uitoefenen is groot. Men mag zich de vraag stellen of de hogere douanerechten waartoe de VS verleden week besloten op de import van Europese producten niet als pasmunt gebruikt zullen worden om Europa over de Amerikaanse streep te trekken. Vandaag zijn dat staal (25%) en aluminium (10%) morgen zijn het misschien luxewagens. In januari dreigde Donald Trump immers in een interview aan het Duitse Bild met een heffing van 35% op de invoer van Europese auto’s. Volgens The Detroit Bureau (the voice of the automotive world) zou hij dat tijdens zijn ontmoeting met Emmanuel Macron eind april herhaald hebben. In het vizier zijn dan vooral de Duitse merken BMW, Mercedes en Volkswagen. De Duitse automobielindustrie voerde vorig jaar immers meer dan 650.000 auto’s voor een totale waarde van 23,8 miljard dollar uit naar de VS.

Voor Iran is de beslissing van Europa belangrijk. Het zal immers zelf ook moeten beslissen wat het gaan doen. In een toespraak op 23 mei verklaarde de Iraanse Opperste Leider Ali Khamenei dat het land zich het recht voorbehoudt om de nucleaire activiteiten, inclusief de verrijking van uranium tot 20 procent, te hervatten als Europa afhaakt.

Het politiek debat in Iran

In Iran is er ondertussen een hard binnenlandse politieke debat gaande tussen voor- en tegenstanders over zin en onzin van de JCPOA nu de VS eruit getrokken zijn.

De macht is Iran is niet zoals velen misschien denken geconcentreerd in de handen van enkele ayatollahs. President Hassan Rouhani kan niet alles op eigen houtje beslissen. De Opperste Leider Ali Khamenei heeft er wel het laatste woord maar ook hij moet rekening houden met de verschillende stromingen, meningen en machtscentra in het land. Meer daarover in mijn artikel ‘De cirkels van de macht in Iran’.

Het JCPOA blijkt vandaag, net als in het verleden tijdens de onderhandelingen over het JCPOA met de P5+1, opnieuw het centrum van de binnenlandse politieke botsingen te zijn waarachter de eigen agenda van de afzonderlijke facties schuil gaan. Op zichzelf is dat niet zo opmerkelijk, het buitenlands beleid van de Islamitische Republiek is altijd al een projectie geweest van de binnenlandse dynamiek. De meningen, discussies en ruzies over de overeenkomst zelf weerspiegelen in feite de spreekwoordelijke interne politieke tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders van Rouhani. Zowel de aanhangers als de tegenstanders van de president zijn vaak sleutelfiguren uit de militaire hiërarchie en gepolitiseerde clerus.

Internationaal had de Rouhani-regering voor haar legitimiteit en politieke overleving ingezet op het bereiken (en het in stand houden) van de deal met de P5 + 1. Toen de kogel eindelijk door de moskee was glunderde Minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Zarif: “een zeldzame triomf van diplomatie over confrontatie”. Waarmee hij tegelijkertijd de nadruk wilde leggen op het voordeel van de gematigde houding en wil tot dialoog van de huidige regering tegenover de tegenstanders van het JCPOA.

Het is een feit dat er binnen de Islamitische Republiek een historische sentiment van wantrouwen tegen de Verenigde Staten bestaat. Na de ondertekening van de JCPOA is de interne discussie over de waarde ervan eigenlijk nooit gestopt.

De tegenstanders van de president verwijten hem en zijn onderhandelaars dat de voorwaarden van de overeenkomst nooit volledig gefunctioneerd hebben. Het is dan ook een mislukking want de terugtrekking van de VS was te voorzien. Als de VS zich terugtrekken waarom zou Iran dan trouw blijven aan de voorwaarden van een gebrekkige deal?

Voor de 91-jarige militante, conservatieve en onverzoenlijke ayatollah Ahmad Jannati, bekend voor zijn vijandschap tegen mensenrechten, LHBT-mensen en niet-moslims, heeft Rouhani de ‘rode lijn’ die de Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei, getrokken had overschreden.

Hij wordt daarin bijgetreden door de aartsconservatieve havik Ahmad Alam al-Hoda, de moellah die het vrijdaggebed in de stad Mashhad leidt. Hij beschuldigt Rouhani ervan “de expliciete wil van de gids niet te respecteren”. Nu is Ali Khamenei weliswaar altijd wantrouwig gebleven jegens de ‘buitenlandse vijanden’ en ‘de grote satan’ (in Iran bestaat er altijd wel een zekere nostalgie naar revolutionair bombast) maar hij heeft het min of meer toch indirect mogelijk gemaakt dat de deal er kwam.

De bevelhebber van de Iraanse Revolutionaire Garde, generaal Mohammad Ali Jafari, van zijn kant stelde vast dat Europa gewoon afhankelijk is van de Amerikaanse beslissingen en legde nadruk op het feit dat de nationale economie ondanks tientallen jaren van sancties zich onafhankelijk had kunnen ontwikkelen. Wat hem betrof was het militaire apparaat klaar voor het “verzet” van het land “tegen de Amerikaanse arrogantie”.

Sommige parlementsleden verweten de regering dat ze niet voldoende garanties hebben gevraagd over het opheffen van de sancties en meer aandacht hadden voor de politieke dan voor de economische aspecten van de overeenkomst.

Ook de onvermijdelijke voormalige president Mahmud Ahmadinejad heeft zijn woord te zeggen. Internationaal is hij een beetje uit de schijnwerpers verdwenen maar binnen de Iraanse politiek speelt hij nog een belangrijke rol. In een publieke redevoering “Barjaam (de naam die in Iran verwijst naar de JCPOA) , verleden, heden en toekomst”, beschuldigde hij er de regering van gefocust te zijn op het aantrekken van buitenlandse investeerders ten koste van de lokale industrie, de werkende bevolking en de rijkdom aan grondstoffen die het land bezit. Ironisch genoeg klinkt zijn protectionistische retoriek daarbij enigszins als de Iraanse echo van Donald Trump. Hij wil daarmee munt slaan uit de toenemende ontevredenheid van de bevolking tegenover de neoliberale maatregelen van de Rouhani-regering, één van de redenen voor de protesten van vorig jaar.

Een criticus van Mahmoud Ahmadinejad en aanhanger van president Hassan Rouhani is Ali Akbar Nateq-Nuri. In de jaren 1980 was hij Minister van Binnenlandse Zaken en raadgever van Khomeini. Ali Akbar Nateq-Nuri erkent de voordelen van de overeenkomst voor de nationale economie die te lijden had van een “ernstige plaag van illegale handel”. Hij beschouwt de werkloosheid (12% en 33% bij de jongeren) bijvoorbeeld als het resultaat van een interne ‘vertekening’ en niet, zoals de critici van Rouhani, als een bewijs van het falen van de overeenkomst. Volgens hem zijn Israël en Saoedi-Arabië de samenzweerders die een regimewissel beramen die volgens hem alleen kan voorkomen worden door achter de JCPOA te blijven staan.

Europa’s kopzorgen

De Europese landen blijven van hun kant herhalen dat de nucleaire overeenkomst van groot strategisch belang is waarin ze heel veel tijd en inspanningen hebben geïnvesteerd. Op 17 mei organiseerde de EU een speciale top in Bulgarije waar de 28 unaniem besloten dat de Europese Commissie de nodige maatregelen moest nemen om Europese bedrijven die met Iran samenwerken te beschermen tegen secundaire Amerikaanse sancties. De EU zal daarom een wet van 1996 activeren die Europese bedrijven verbiedt om zich aan de Amerikaanse sancties te houden en hen zal beschermen “tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van door een derde land aangenomen wetgeving.”

De voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker zei zaterdag in een interview met Hannoversche Allgemeine: “De beëindiging van de Iran-overeenkomst door de VS komt de wereldwijde vrede niet ten goede” en “Als mede-architecten van de deal met Iran moeten we de kern ervan verdedigen.” Verleden week maandag zei Federica Mogherini, zeg maar de Minister van Buitenlandse Zaken van de EU, dat het 28-landenblok vastbesloten was om de JCPOA te redden ondanks de terugtrekking van de VS uit de deal.

De retoriek in Europa is dan wel strijdvaardig maar de vraag die de Iraniërs zich stellen is of de Europeanen partij zullen kiezen voor Iran of voor de Amerikanen. De stappen die Europa zal nemen, zullen immers ook gevolgen hebben voor hun bondgenootschap met de Verenigde Staten, voor de veiligheid in het Midden-Oosten en zelfs voor de betrekkingen met China, Rusland en de rest van de wereld.

Opgestaan, plaats vergaan

Er heerst dan ook zowel in Europa als in Iran veel scepticisme over de kansen om te kunnen voorkomen dat de Amerikaanse sancties de handel met Iran schaden. Grote Europese en andere buitenlandse bedrijven hebben laten weten dat ze zakelijke deals met Iran opschorten totdat de situatie opgeklaard is en het succes van de Europese maatregelen om “de schade te beperken” duidelijk worden. De eerste bedrijven hebben al eieren voor hun geld gekozen en hun biezen gepakt. Het Duitse Bosch, het Zweedse ABB Global, het Amerikaanse Procter & Gamble, het Franse PSA (Peugeot & Citroën)…

Binnen de voor Iran zeer belangrijke olie en gaswereld hebbeb het Franse Total, het Italiaanse ENI, Het Nederlands-Britse Royal Dutch Shell de handdoek in de ring gegooid om repercussies op de Amerikaanse markt te ontlopen. Hun concurrenten zien het met genoegen gebeuren. In mei ondertekende de Chinese oliegigant Sinopec een deal van $ 3 miljard om het Yadavaran-olieveld te ontwikkelen. China National Petroleum Corporation (CNPC) van zijn kant hoopt het aandeel van Total in de ontwikkeling van het South Pars-gasveld in te kunnen pikken.

Een Iraanse politicus stelde het als volgt: “Als Airbus een miljardendeal verscheurt dan kopen we gewoon Russische Sukhoi vliegtuigen. Geen Peugeot? Oké, dan kopen we toch een Hyundai.”

Was het allemaal maar zo eenvoudig.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten