De cirkels van de macht in Iran

Facebooktwittergoogle_plusmail

In het artikel ‘Vooruitzien naar een waanzinnige maand mei’ schreef ik dat in Iran president Hassan Rouhani en de minister van Buitenlandse zaken Jared Zarif niet alles op eigen houtje kunnen beslissen. Hun macht is niet absoluut zoals die van bijvoorbeeld Erdogan in Turkije. Ze moeten rekening houden met de clerus, het leger, de pasdaran en vele andere belangengroepen.

In Iran bestaat er in een beperkte mate politiek pluralisme, er worden bijvoorbeeld elke vier jaar presidents- en parlementsverkiezingen gehouden. Het zwakke punt is echter dat de machtsstructuren er bijzonder ingewikkeld in elkaar zitten. Het politieke systeem bestaat uit een veelheid aan los verbonden en over het algemeen fel concurrerende formele en informele machtscentra. De formele zijn gebaseerd op de grondwet, wetten, decreten en dies meer. Het zijn in feite overheidsinstellingen en -organisaties zoals we ze bij ons kennen. De informele zijn religieus-politieke groepen en verenigingen, revolutionaire stichtingen en paramilitaire organisaties die verbonden zijn met de verschillende facties van de clerus. Want de ayatollahs zijn het zeker niet altijd met elkaar eens. Je hebt, we zullen het eenvoudig houden, de progressieven en de conservatieven.

De president is, samen met zijn regering, verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het land. Dat betekent echter niet dat ze op eigen houtje de binnen- en buitenlandse politiek kunnen bepalen. De president heeft ook geen zeggenschap over het leger en de veiligheidsdiensten. Volgens de grondwet is de ‘Opperste Leider’, vandaag is dat Ali Khamenei, daarvoor verantwoordelijk. De ‘Opperste Leider’ heeft in principe over alles het laatste woord. Om hem bij zijn taak te helpen en, zoals ze zeggen de vinger aan de pols van de maatschappij te kunnen houden, bestaat er in het land een nauw verweven systeem van lokale ‘klerikale commissarissen’ die aan hem rapporteren. Om de stabiliteit van de Islamitische Republiek te garanderen moeten de president en de ‘Opperste Leider’ wel samenwerken. Tot nog toe is dat tussen Rouhani en Ali Khamenei, ondanks hun persoonlijke geschillen en rivaliteit, gelukt. De vraag is echter of dat zal blijven duren en wie er, als het dan toch tot een confrontatie zou komen, de overhand zal halen.

Die machtsdualiteit blijft echter niet beperkt tot die twee. Ze loopt echt als een rode draad door bijna alle politieke sferen heen. Over de wetgevende macht bijvoorbeeld heeft niet alleen het parlement zijn zeg maar ook de Raad der Hoeders. Bij defensie heb je niet alleen het reguliere leger maar ook de autonome Iraanse Revolutionaire Garde (IRG). Het gevolg is dat het beleid in Iran vaak enorm inefficiënt, niet transparant en onsamenhangend is. Het politieke systeem kan daardoor traag zijn of zelfs verlamd geraken. Binnen die ingewikkelde machtsstructuren ontstaan dan grijze zones waarbinnen ‘semi-oppositie-groepen’ die hun eigen belangen hebben de kans krijgen om te kunnen gedijen.

Samengevat kun je stellen dat de formele macht bestaat uit de Raad van Experts, de opperste leider, de president, de Raad van Geschiktheid en Oordeel, het parlement, de ministerraad, de Raad der Hoeders van de Grondwet, de rechterlijke macht, de staatsradio en -televisie, de bevelhebbers van de strijdkrachten (van het reguliere leger en van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC)), de politie en de veiligheidsdiensten.

De informele macht daarentegen bestaat dan weer uit vier concentrische cirkels. De eerste cirkel bestaat uit de ‘patriarchen’, de machtigste politieke clerus in de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht, de tweede cirkel bestaat uit de senior niet-regeringsfunctionarissen en bestuurders. De derde cirkel zijn dan weer de leden van revolutionaire organisaties, de bonyads, de IRGC en Basij-milities, religieuze veiligheidstroepen, revolutionaire commissies en de media. De vierde cirkel tenslotte zijn de voorheen invloedrijke personen en groepen die laveren tussen het regime en het maatschappelijk middenveld. Over de informele machtscentra heeft de president geen controle. Die zijn vaak grotendeels autonoom en ofwel werken ze mee ofwel vertikken ze het.

Kun je nog volgen?

Het kan dan ook niet verwonderen dat met zo’n ingewikkelde structuur het land er in de 39 jaar sinds de Islamitische Revolutie nog niet in geslaagd is oplossingen te vinden voor de politieke, sociale en economische problemen die net aan de basis lagen van die revolutie en de neiging hebben om nu en dan weer de kop opsteken.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten