Willen ze dan geen vrede?

Foto Francine Mestrum
Facebooktwittergoogle_plusmail

Verkiezingen in Colombia

Colombia vertoont meer dan één speciaal trekje. Het land is vrij lang gespaard gebleven van de structurele aanpassingsprogramma’s van het IMF (Internationaal Monetair Fonds), de economie bloeide er, ondanks de burgeroorlog die jaarlijks duizenden doden eiste, er waren keurig om de vier jaar verkiezingen en de belangrijkste guerrillabeweging die er meer dan 50 jaar lang actief was, ontstond buiten de context van de koude oorlog.

Geweld, democratie en economische groei: hoe konden ze ‘vredig’ naast elkaar bestaan?

Het makkelijkst te verklaren is de democratie. Ze beperkte zich tot regelmatige verkiezingen, met een aflossing van de wacht tussen liberale en conservatieve presidentskandidaten. De mensen leven, tot vandaag, in de marge van de politiek. De afgelopen vijftig jaar kwamen alle presidenten uit in totaal tien families. De politieke macht is in handen van de economische en militaire macht.

De economische groei? Het kon bijna moeilijk anders in een land aan twee oceanen, met olievoorraden, steenkool, veel vruchtbare landbouwgrond en mijnbouw (goud en zilver, edelstenen zoals smaragd …). En ja, de economie werd ook gevoed door het geweld. Aan de basis van de burgeroorlog lag immers een strijd om grond, later kwam daar de cocateelt bij waar alle betrokken partijen grote winsten uit haalden.

Een mank vredesakkoord

En zo is meteen gezegd waarom echte vrede zo moeilijk te bereiken is in Colombia. Natuurlijk wil een grote meerderheid van de bevolking wel vrede, zeker in de regio’s waar de grootste guerrillabeweging, de FARC (Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia), erg actief was en waar de meeste slachtoffers vielen, meer dan 220.000 duizend!

De FARC werd formeel gesticht in 1966 maar ligt duidelijk in het verlengde van de periode die in Colombia ‘Violencia’ wordt genoemd, gaande van de moord op presidentskandidaat Gaitán in 1948 tot de ondergang van de laatste ‘onafhankelijke republiek’, Marquetalia, in 1965.

Dat een nipte meerderheid van de bevolking (50,2 %) in oktober 2016 het vredesakkoord tussen de FARC en de regering afwees moet dan ook vooral verklaard worden door de hevige campagne die door ex-president Uribe en zijn bondgenoten tégen dit akkoord werd gevoerd. Uribe is zelf de zoon van een grootgrondbezitter en werd herhaaldelijk in verband gebracht met zowel de paramilitairen als met de drugshandel. Maar oorlog betekent business. Als het conflict wegvalt, verdwijnen meteen veel mogelijkheden om grond in beslag te nemen – in naam van de strijd tegen het terrorisme – en om handel te drijven in drugs. En uiteraard konden deze zakenlui handig gebruik maken van de zwakke punten in het akkoord: de veel te gulle behandeling die de guerrilla zou hebben verworven, met een plaats in het politieke leven, gegarandeerde parlementaire vertegenwoordiging en zonder gevangenis voor wie zich niet meteen schuldig maakte aan mensenrechtenschendingen.

President Santos kreeg de Nobelprijs voor de vrede, het vredesakkoord werd lichtjes bijgewerkt maar niet aan een nieuw referendum onderworpen en het vredesproces kon beginnen.

Dat liep niet van een leien dakje. Uiteraard waren er binnen de FARC dissidenten, zij zetten de strijd voort. Er werden onderhandelingen begonnen met de kleinere guerrillabeweging, de ELN (Ejército de Liberación Nacional), maar die hebben nog steeds geen resultaat opgeleverd. Het geweld gaat voort, met o.m. de moord op drie Ecuadoraanse journalisten enkele weken geleden. De paramilitairen, nu ‘criminele bendes’ genoemd, blijven actief. Volgens de mensenrechtenraad van de V.N. werden in 2017 121 mensen vermoord waaronder 23 leiders van sociale bewegingen.

De wapens werden ingeleverd, maar men schat dat nauwelijks 20 % van het vredesakkoord werd uitgevoerd. Vooral op het vlak van huisvesting en voorstellen voor een alternatieve economie blijft de regering in gebreke.

In april werd bovendien één van de leiders van FARC aangehouden op beschuldiging van drugshandel, naar alle waarschijnlijkheid een valstrik opgezet door de DEA (Drugs Enforcement Administration) van de VS.

Verkiezingen

Dat is de context waarin op 27 mei, in een eerste ronde, een nieuwe president moet worden verkozen.

De FARC heeft zich omgevormd tot een politieke partij met dezelfde naam : FARC staat nu voor Fuerza Alternativa Revolucionaria del Común. Voor velen een domme fout omdat op die manier de continuïteit té veel in de verf wordt gezet, terwijl de kiezers behoefte hebben aan geloofwaardige vernieuwing.

Bij de parlementsverkiezingen van maart 2018 deed de FARC het bijzonder slecht: voor de Senaat werden slechts 52.532 stemmen gehaald, of 0,34 %. In totaal wist de FARC niet meer dan 100.000 stemmen voor zich te winnen. Presidentskandidaat Rodrigo Londoño, alias Timochenko, bleef in de peilingen hangen op 1 tot 2 %. Wegens hartproblemen besloot hij niet langer kandidaat te zijn. De FARC neemt dus geen deel aan deze verkiezingen.

De strijd gaat nog tussen zes kandidtaten:

Voorop in de peilingen staat Ivan Duque, ex ambtenaar van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank en kandidaat van ex-president Uribe die zoveel fake news rond het vredesakkoord verspreidde,.

Op nummer twee staat Gustavo Petro, milieuvriendelijke ex-burgemeester van hoofdstad Bogotá, ex-lid van de gematigde, reformistisch-nationalistische guerrillabeweging M-19.

Na hen komen German Vargas Lleras, de kandidaat met steun van huidig president Santos; Sergio Fajardo, de ‘meest onafhankelijke van alle onafhankelijken’ die zich noch links noch rechts noemt; Humberto de la Calle die de vredesonderhandelingen heeft geleid; en tenslotte Jorge Trujillo, evangelist en verdediger van de traditionele waarden.

De kans is groot dat het in de tweede ronde op 17 juni een nek-aan-nek race wordt tussen Duque en Petro. Zonder fraude zou Petro kunnen winnen, omdat hij het meest kans maakt om de stemmen van de afgevallen kandidaten binnen te halen.

Of deze verkiezingen echter zonder fraude kunnen verlopen, wordt door de meeste waarnemers sterk betwijfeld. Een technische commissie van de EU om de software van de telmachines te controleren, werd alvast geweigerd. Ook nu weer is er meer fake dan echt nieuws, en zoals stilaan gebruikelijk is in Latijns Amerika wordt elke progressieve kandidaat ervan beschuldigd een ‘castro-chavista’ te zijn, dit is een kandidaat die net zoals in Venezuela en Cuba het land naar de verdoemenis helpt.

Veel zal ook afhangen van de participatie in deze verkiezingen, meestal is dat in Colombia nauwelijks 50 %.

Niets verandert

De kans is groot dat er weinig of niets verandert, ondanks het vredesproces, ondanks de verkiezingen.

Het lage stemmenaantal van de FARC moet niet enkel verklaard worden door de aversie van de bevolking voor de guerrillabeweging, maar ook door de angst. Meetings werden bij de vorige verkiezingen erg bemoeilijkt, tientallen ex-guerrilleros werden gedood door paramilitairen.

Uiteraard is de herinnering nog erg levendig aan de jaren ’80, toen ook een linkse politieke beweging in het leven werd geroepen, de Unión Patriótica. Na één jaar waren al meer dan vijfhonderd leden vermoord, waaronder vier parlementsleden. Meer dan duizend sympathisanten werden verdwenen. Het totale aantal slachtoffers is nooit gekend, niet één moord werd opgelost.

Een alternatief voor dit manke vredesproces had de FARC echter niet. De beweging werd onthoofd door de (natuurlijke) dood van haar oude leider Manuel Marulanda, alias Tirofijo, in 2008, en in datzelfde jaar een aanval van het Colombiaanse leger op een kamp in Ecuador. Vanaf dan liep het ledenaantal terug. Kans op een militaire overwinning was er niet.

Maar de omstandigheden waarin deze guerrillabeweging ontstond, zijn niet veranderd. De schrijnende ongelijkheid en de armoede, het gebrek aan grond voor de boeren, de onmogelijkheid om eerlijk te leven van zijn werk. Alleen de cocateelt biedt hier en daar soelaas en een iets beter inkomen. In Colombia is er niemand slechter van geworden, behalve de doden.

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.