Sociaal beleid in handen van de markt

Facebooktwittergoogle_plusmail

Eind april publiceerde The Economist, niet bepaald een linkie-winkie blad, een dossier over universele gezondheidszorg.

José Antonio Ocampo, ex-VN-ambtenaar en Joseph Stiglitz, laureaat van de Zweedse Rijksbank (de ‘Nobelprijs’ economie) publiceerden zopas een boek over hoe de verzorgingsstaat van de 21ste eeuw er kan uitzien.[1]

Op facebook lees ik een boodschap van iemand die zich afvraagt waarom VOKA zich moeit met zaken waar het niets van kent, zoals gezondheid, pensioenen en onderwijs.

Wel, voor wie het nog niet heeft gemerkt: het denken over sociaal beleid is vandaag volledig in handen van de economie, om niet te zeggen van neoliberalen en van conservatief rechts.

Maar wellicht zullen er ook nu mensen zijn die, net zoals bijna dertig jaar terug, toen de Wereldbank uitpakte met het armoedethema, denken dat er een bocht naar meer en beter sociaal beleid wordt gemaakt. Niets is minder waar.

Economisch denken

Het hoofdstuk dat Stiglitz schreef en het dossier van The Economist leggen het haarfijn uit: het oude model van verzorgingsstaat kan niet langer als voorbeeld dienen, sociale bescherming is erg goed voor de productiviteit en voor de economische groei. En het doel is, volgens hen, een herverdeling van de inkomsten.

Het moet duidelijk zijn dat niemand bezwaar ken hebben tegen deze nieuwe prioriteit van zij die het dominante discours bepalen. Net zoals met de nieuwe initiatieven van de internationale instellingen (de ‘sokkels’ van sociale bescherming van de ILO (de Internationale Arbeidsorganisatie), de Doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de V.N. en de ‘Europese pijler van sociale rechten’ van de Europese Unie) kunnen we enkel blij zijn met zoveel aandacht voor wat vroeger typisch progressieve thema’s waren. Mochten al deze doelstellingen echt gerealiseerd worden, de mensheid zou een enorme stap vooruit zetten. Gedaan met ebola-epidemieën in Afrika!

Maar toch. Er valt heel wat aan te merken op wat er gaande is.

Neem in eerste instantie het zogenaamde doel van sociale bescherming: herverdeling. Dat was in het verleden geen doel, al kan een verzorgingsstaat wel bijdragen tot een rechtvaardiger verdeling van de inkomens. Het doel was altijd een verzekering: werknemers en werkgevers (en de overheid) dragen bij tot centrale kassen waaruit kan betaald worden als iemand problemen heeft: een periode van werkloosheid, ziekte, moederschap. Dit is een horizontale, structurele solidariteit van allen met allen, een bouwsteen van onze samenleving. Voor de herverdeling van de inkomens hebben we een belastingsysteem. En het doel is, zoals ook in de VN-verdragen staat, het vrijwaren van de levensstandaard. Dat is meer dan het garanderen van een minimum.

In het nieuwe sociale paradigma dat de afgelopen decennia stap voor stap werd ingevoerd, spelen belastingen een minimale rol en wordt gefocust op regressieve verbruiksbelastingen (BTW). De solidariteit wordt ook uitgehold omdat enkel de armen op overheidssteun kunnen rekenen. Al wie wat meer heeft kan zich verzekeren op de particuliere markt. En openbare diensten worden uiteraard geprivatiseerd, van gezondheid tot water, openbaar vervoer en zo meer.

Nu is er ondertussen voldoende onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat geprivatiseerde openbare diensten lang niet zo goed werken, geen betere dienstverlening geven, noch betere prijzen of, godbetert, gunstiger arbeidsvoorwaarden. En een particuliere verzekering voor gezondheidszorg zal enkel rekening houden met je persoonlijk risicoprofiel en alle solidariteit laten varen.

Claus Offe[2] schreef het al in de jaren ’80: de verzorgingsstaat zit vol contradicties. Het kapitalisme wil er niet van weten, maar beseft dat het niet kan overleven zonder. Wat vandaag gebeurt is dat kapitalisten dat gedeelte willen recupereren wat nodig is voor die overleving, de rest wordt overboord gegooid. Meer nog: door de privatisering worden nieuwe markten en meer winstpotentieel gecreëerd. Het sociaal beleid geeft hen bovendien een legitimering.

De tragedie van links

De tragedie in dit alles is dat de linkerzijde eens te meer met de mond vol tanden staat. Radicaal links stond altijd redelijk afzijdig tegenover alle pleidooien voor sociale bescherming. Ook zij denken al te vaak dat armoede op de eerste plaats moet komen en dat het Westen zijn sociaal beleid enkel kan betalen met de rijkdom die door de kolonisering werd gecreëerd. Na de revolutie zal de sociale rechtvaardigheid wel spontaan uit de lucht komen vallen. Voor meer gematigd links dan weer zijn de nieuwe internationale initiatieven meer dan goed genoeg. En zo komt het dat, wereldwijd, dit bij uitstek progressieve thema in de verdrukking raakt. In dit land komt er nu opnieuw wat beweging in, zie de grote betoging voor de pensioenen van afgelopen week. Maar waar blijft de nieuwe visie op de verzorgingsstaat?

Het belangrijke punt is dat armoede géén progressief thema is. Natuurlijk is er een armoedebeleid nodig en uiteraard moeten arme mensen geholpen worden. Maar voor progressieven moet het belangrijkste punt erin bestaan armoede te voorkomen. Dat kan alleen met een goed functionerende verzorgingsstaat.

Het verzet tegen de neoliberale en conservatieve pogingen om sociale bescherming in een economisch keurslijf te drukken moet dringend georganiseerd worden, op alle politieke niveaus. Een Europese pijler voor sociale rechten is positief, maar ingepakt met de maatregelen van het economisch bestuur en het begrotingssemester, ziet men zo welke belangen er gediend worden. Als ondertussen, op nationaal vlak, de sociale bescherming verder wordt uitgehold, kan je moeilijk van vooruitgang spreken.

Vandaag is armoede, paradoxaal genoeg, vooral een thema van rechts, van al diegenen die de sociale bescherming willen privatiseren en de macht van vakbonden en van het paritair beheer willen breken. Progressieve krachten moeten zich inzetten voor een volwaardige verzorgingsstaat, met een degelijk arbeidsrecht en openbare diensten. Alleen zo kunnen de verarmingsprocessen worden gestopt.

Kan het een toeval zijn dat het vandaag vooral de zogenaamd rechts-populistische regeringen zijn, zie Polen, Hongarije en nu ook Italië, die met sociale maatregelen uitpakken? Zij hebben het begrepen.

Een sociaal gemeen

Sommigen menen dat een basisinkomen ons uit deze impasse kan halen. Ik wil mijn vele argumenten ertegen hier niet herhalen. Wel wil ik er nog eens op wijzen dat met een BI eveneens de herverdeling en de minimale inkomenszekerheid voorop staan. Weg dus met de horizontale solidariteit en leve de privatisering. Een minimale uitkering kan worden gebruikt om de geprivatiseerde openbare diensten, zoals onderwijs en gezondheid, te betalen. Je hoort het de mensen zeggen in alle filmpjes over de experimenten met ‘cash transfers’ die, uiteraard, ook door de Wereldbank volop gepromoot worden. Of met andere woorden, zo’n minimale uitkering is onder het mom van sociaal beleid in feite een onrechtstreekse subsidiëring van de bedrijven die overheidstaken op zich namen.

Maar is er wel een draagvlak voor een volwaardige sociale zekerheid? Ik hoor sommige sociaal-democraten al minsten twintig jaar zeggen dat dit niet zo is. Ik ben het daar grondig oneens mee.

Dat we af moeten van het paternalisme, het cliëntelisme dat in sommige landen welig woedt, de onmenselijke controles op al wie een leefloon probeert te krijgen, uiteraard. De verzorgingsstaat is inderdaad aan een modernisering toe.

Hoe pak je dat aan? Werd al geprobeerd om mensen daar direct bij te betrekken? Met hen inspraak te geven over hoe een goede bescherming voor iedereen kan georganiseerd worden. We zien elke dag dat er in onze samenleving een breed draagvlak bestaat voor solidariteit met vluchtelingen, gehandicapten, bejaarden en zieken. Een breed maatschappelijk debat, van lokaal tot nationaal, kan m.i. de solidariteit alleen maar versterken.

Vandaar dat ik al jaren pleit voor ‘social commons’, een sociaal gemeengoed, voor het naar ons toe trekken van het thema, voor het zelf in handen nemen van een aantal taken die nu onvoldoende gewaarborgd zijn. In heel wat steden gebeurt dat al, met kinderopvang, met bejaardenhulp en met huisvesting, gelukkig maar. Er is nog zoveel meer mogelijk.

In Gent, de ‘stad van de commons’, blijft men vooral focussen op kleinschalige initiatieven. Gelukkig is de overheid hier wel betrokken partij en wordt er gestreefd naar meer samenwerking. Er wordt ook gewerkt aan een doorgedreven politisering, want anders verzanden deze initiatieven in liefdadigheid. Er kan echter ook gestreefd worden naar een meer structurele aanpak, om de kleinschaligheid aan te vullen met initiatieven die voor meer mensen gelden. Ik denk namelijk niet dat ‘de stad de wereld kan redden’. Maar de stad kan een uitgelezen plek zijn om van daaruit over de grenzen te kijken en ook de belangen van het platteland mee in aanmerking te laten komen.

Het voorstel dat internationaal meer en meer weerklank vindt[3] is om sociale bescherming, met sociale zekerheid, arbeidsrecht en openbare diensten als ‘commons’ te beschouwen, ze fundamenteel te democratiseren en ze nauw te laten aansluiten bij wat mensen vandaag nodig hebben. Commons impliceren een andere relatie tot de overheid en tot de markt, maar beiden blijven wel nodig. De overheid kan zelf een soort ‘openbare dienst’ voor de burgers worden, terwijl een markt geenszins aan een liberale competitielogica moet beantwoorden. Commons kijken ook anders naar eigendom, omdat niet zozeer geldt wie die in handen heeft, wel hoe eigendom is verdeeld, welke regels er voor gelden en tot welke rechten die toegang geeft. Dat is ook wat de beweging rond Jeremy Corbyn in  het Verenigd Koninkrijk aan het uitwerken is. We moeten af van de oude recepten waar jonge mensen niet langer warm voor lopen.

Tel daarbij een inspanning om sociale bescherming zo breed als mogelijk open te trekken, om de band met klimaatverandering duidelijker in de verf te zetten, maar ook met het fiscaal systeem en uiteraard met het macro-economisch beleid. Op die manier kan sociale rechtvaardigheid een hefboom worden voor systeemverandering.

Besluit

Het nieuwe sociaal paradigma van de internationale instellingen belooft alles behalve een land van melk en honing. Waar het de neoliberalen om te doen is, is de markt te laten zegevieren. Conservatieven zorgen voor de repressieve dimensie van het beleid. ‘Universele gezondheidszorg’, zoals The Economist dat bepleit, is vooral goed voor de verzekeringssector en voor de high-trech die met allerlei ‘apps’ beweert onze gezondheid te kunnen bevorderen. Ook de filantropie vaart er wel bij: de Bill and Melinda Gates Foundation is ondertussen de belangrijkste donor voor de gezondheidssector in het Zuiden. Ook dat is kassa kassa. Alsof onze lichamen ons niet langer toebehoren maar in dienst staan van economische groei.

[1] Ocampo, J.A. and Stiglitz, J. (eds), The Welfare State Revisited, New York, Columbia University Press, 2018.

[2] Offe, C., The Contradictions of the Welfare State, London, Hutchinson & Co, 1984.

[3] Voor meer uitleg en andere artikelen over dit thema zie www.socialcommons.eu

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.