Armenië, gekneld en gekweld

De actievoerders halen hun slag thuis, Paschinjan wordt premier. (Wikimedia)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Na vier weken “fluwelen revolutie” wordt “rebel” Nikol Paschinjan regeringsleider van Armenië. Moskou onthield zich van inmenging en lijkt tevreden met de garanties die het van de nieuwe leider kreeg dat hij de economische en veiligheidsafspraken met Rusland naleeft. Armenië heeft dan ook weinig keuze, de buren Turkije en Azerbeidzjan zijn vijanden. Het was de Armeense actievoerders dan ook niet te doen om banden  met anderen, zij wilden gewoon het einde van een oligarchisch corrupt bewind. De nieuwe premier is wel de vertrouweling van ex-president Ter-Petrosjan (1991-1998) die grootscheepse roofprivatiseringen door voerde. Afwachten dus hoe “rebels” Paschinjan blijft.

Karabach

Het onafhankelijke Armenië viel na de implosie van de Sovjet-Unie in 1991,  zoals zoveel andere gewezen Sovjetrepublieken, ten prooi aan “hervormers”. Gewezen Sovjetbureaucraten werden oligarchen die vooral voor zichzelf zorgden. Maar de herwonnen onafhankelijkheid werd beheerst door de oorlog met Azerbeidzjan over Nagorno-Karabach. Die duurde tot het bestand van 1994 en kostte aan 30.000 mensen het leven.
Dit gebied in Azerbeidzjan werd vooral bewoond door Armeniërs. In 1920 was overeengekomen het bij Armenië te voegen. Maar Moskou zocht toen goede banden met Turkije, en in 1923 gaf Stalin het aan Azerbeidzjan. In 1988 besliste het lokale parlement van Nagorno-Karabach zich af te scheiden van Azerbeidzjan en bij Armenië aan te sluiten. Daarop volgden anti-Armeense pogroms in Azerbeidzjan, wat uitmondde op een geweldorgie met honderden doden en tienduizenden vluchtelingen. De Armeniërs haalden de bovenhand en bezetten nu al een  kwarteeuw een groot deel van het Azerbeidzjaanse grondgebied.

Generatie

Totnogtoe beheerste de groep rond het Comité Karabach de Armeense politiek. In de ogen van de jongeren is dat de generatie van de misbruiken, van de corruptie, van oligarchen die verkiezingen vervalsen. Op 1 maart 2008 kwamen Armeniërs in Jerevan en andere steden massaal op straat om te protesteren tegen de volgens hen frauduleuze verkiezing van Serj Sargsjan . Politie, en volgens sommige bronnen speciale Russische eenheden, schoten met scherp op de betogers, er vielen tien doden. De uitdager was toen ex-president Ter-Petrosjan, de winnaar Serj Sargsjan, de man die nu tot premier werd gekozen, wat vorige maand de druppel teveel was.

Veel Armeniërs zijn de miserie beu. De werkloosheid ligt officieel op 20%, volgens opposanten hoger. De werkloosheidscijfers worden gedrukt door de grote emigratie van jonge Armeniërs die het in eigen land niet zien zitten. Zij versterken daarmee de al zo talrijke Armeense diaspora in o.m. Frankrijk, de VS, het Midden Oosten, België…

Na het neerslaan van de betogingen in 2008, werden talrijke opposanten opgesloten, onder wie Paschinjan. In 2015 braken protesten uit tegen hogere energieprijzen, met studenten en andere jongeren in de voorste rijen. Paschinjan werkte zich sindsdien naar voor als de held van het volksverzet. Hij heeft nog steeds nauwe banden met Ter-Petrosjan, de president van de privatiseringen, en is lid van de liberale coalitie Jelk die samenwerkt met de partij Tsaroekjan van de gelijknamige oligarch.

 Russen

Toen de “fluwelen revolutie” op 13 april startte, keek de buitenwereld vooral uit naar de reactie van Moskou. Armenië maakt deel uit van de Euro-Aziatische Economische Unie (met Rusland, Wit-Rusland, Kazachstan) en van een in 2002 opgericht veiligheidsverdrag. Moskou polste natuurlijk Paschinjan naar zijn bedoelingen en kreeg de verzekering dat er aan die samenwerking niet wordt geraakt.

Armenië heeft dan ook veel redenen voor een goede verstandhouding met Moskou. Het is al langer van vandaag dat Armenië op gespannen voet leeft met de Turkse en  Azerbeidzjaanse buren. Toen Armeniërs op het einde van de 19de eeuw in verzet gingen tegen de Ottomaanse Turken, klopten ze bij tsaristisch Rusland aan voor steun. De sultan gaf daarop in 1894 het sein tot de eerste grote slachtpartijen, waarbij volgens Armeense bron 300.000 mensen omkwamen. Bij het uitbreken van de wereldoorlog in 1914, waren de Armeniërs verdeeld. Een deel zat nog in het Turkse leger, de leider van de Armeense kerk vroeg Rusland om hulp tegen de Turken.

Toen in 1915 rond het meer Van een grote Armeene opstand uitbrak, gelastte de Turkse regering de deportatie van alle Armeniërs en de inbeslagneming van hun goederen. Tijdens de gedwongen uittocht kwamen tussen 600.000 en 1,5 miljoen Armeniërs om het leven. De Armeniërs gedenken elk jaar op 24 april wereldwijd die genocide. De oorlog met Azerbeidzjan en de Turkse blokkade van de Armeens-Turkse grens herinneren de Armeniërs eraan hoe gekneld ze zitten.

Armenië had als Sovjetrepubliek weinig te klagen van russificatie, zoals in het onderwijs. De Armeniërs uit het buiten land konden relatief makkelijk naar Armenië reizen. De patriarch van de Armeense kerk in het Armeense Vaticaan in Etchmiadzin kreeg vanaf 1954  veel ruimte tot handelen. Armenië was binnen  de Sovjet-Unie etnisch, religieus en cultureel een van de meest homogene gebieden, met weinig merkbare Russische aanwezigheid. De Russen, dat waren en zijn in de ogen van veel Armeniërs beschermers tegen “de Turken”.

Toch ongerust

Paschinjan zal aan de goede banden met Rusland niet raken, ook al zijn ze er in Moskou niet helemaal gerust in. Het gaat immers niet alleen om trouw, maar ook om het voorbeeld. Van  de andere zogenaamde fluwelen revoluties – Georgië, Oekraïne – kon Moskou altijd wijzen naar de westerse bemoeienissen en  actieve steun. Deze keer was daar in Jerevan geen sprake van. Niet één vlag van de Europese Unie, niet één verwijzing naar het westen. Maar precies dat baart zorgen, dat een geweldloze massale actie zonder buitenlandse steun een regering kan doen vallen.

De Armeniërs kunnen op hun beurt bezorgd zijn over de standvastigheid van Moskou. Ze hebben toch gezien hoe Turkije en Rusland al een tijdje zeer nauw samenwerken. Ze hebben gezien hoe Moskou het Turkse leger de vrije hand gaf om de Koerden – zowel militie als totale bevolking – uit Afrin (Syrië) te verdrijven. Sommigen herinneren zich het precedent van 1921. Toen legde het Turks-Russisch verdrag vast dat het gebied Nachistjevan, tussen Armenië en Iran, nooit bij Armenië mocht gevoegd worden. De 50.000 Armeniërs die daar woonden, werden naar Armenië gestuurd.

De wapens zwijgen al zeer lang in het conflict met Azerbeidzjan om Nagorno-Karabach. Maar in Bakoe, Azerbeidzjan, heriinnert president Ilhan Alijev zeer regelmatig aan deze onopgeloste zaak waarbij Armeense militairen een groot deel van zijn grondgebied controleren. Gevechten in april 2016 toonden aan hoe broos het in 1994 gesloten bestand is. Het militair budget van olierijk Azerbeidzjan is groter dan het volledige staatsbudget van Armenië, wat uiteraard de Armeense economie zwaar onder druk zet om militair niet achter te blijven. Zeker toen de Turkse leider Erdogan in 2016 zei dat de broeders van Azerbeidzjan op Turkse steun kunnen rekenen om Nagorno Karabach te heroveren.

Nu de zogenaamde “Karabach-generatie” aan de kant lijkt geschoven (lijkt!), rekenen veel jongeren er op dat dit geschil eindelijk kan afgesloten worden. Met het risico dat wie toegevingen  wil doen, als verrader wordt bestempeld – wat in 1998 al eens met Ter-Petrosjan gebeurde.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.