Macron en marche (1): rechts, rechts

Studenten betogen samen met stakend spoorpersoneel. (npa/anticapitaliste. milo)
Facebooktwittergoogle_plusmail

“Noch links noch rechts, maar en marche”. Emmanuel Macron kon daar bij de Franse presidentsverkiezingen een jaar geleden net genoeg kiezers mee overtuigen dat hij de minst slechte keuze was. Een jaar later is de marsrichting duidelijk rechts, wat rgeacties van arbeiders en studenten uitlokt. Er hangt zelfs een snuifje Mei 68 in de lucht. Kort nadat studenten op campus Tolbiac (Parijs) stakende spoorwegarbeiders toejuichten, ontruimden speciale politie-eenheden de campus binnen. De stakers botsen op een muur, van sociale dialoog is er nauwelijks sprake. “Heeft Frankrijk zijn Thatcher gevonden?”, aldus een kop in het Britse weekblad ‘The Week’, verwijzend naar Margaret Thatcher die de vakbonden op de knieën kreeg.

Thatcher

Een vergelijking met Thatcher? Verscheidene Britse kranten lijken te denken dat Macron gaat slagen waar zijn voorgangers Chirac, Sarkozy en Hollande hebben gefaald, namelijk de vakbonden in het zand doen bijten. Zoals Thatcher in de jaren 1980 in het Verenigd Koninkrijk deed, en Ronald Reagan in de Verenigde Staten.

Macron in het voetspoor van Thatcher en Reagan?  Hij heeft vorig jaar al zijn slag thuisgehaald met de verdere “flexibilisering” van arbeid en het ondergraven van de al zwakke syndicale aanwezigheid in de bedrijven. Nu nog zijn hervorming van het spoor en de openbare diensten doordrukken. Dit wordt ene krachtproef tussen twee tegengestelde visies: de verdediging van de openbare dienstverlening tegenover deregularisering en privatisering.

De rechtse oppositie zit in de problemen, ze vindt het moeilijk om een beleid aan te vallen dat ze zelf wil voeren. Macron wil slagen waar de rechtse presidenten Chirac en Sarkozy faalden. Wat kan men daar op tegen hebben.

Berouw

“Ik heb al in de eerste ronde voor Macron gestemd, ik ben voorwaar ontgoocheld”, zei Patrick Braouezec, gewezen communistisch burgemeester van Saint-Denis, al in september vorig jaar. De regering had toen de belasting op de fortuinen “hervormd” (drastisch ingekrompen) en de arbeidswet via decreten doorgedrukt. “De president heeft de macht van het geld niet ingeperkt”, zei Braouezec. Wat had hij verwacht nadat Macron topfiguren van rechts op de financieel-economische sleutelposten had gezet.

Sindsdien is het crescendo gegaan. Een steeds groter deel van de Fransen vindt dat Macron de “president van de rijken” is, dat hij slechts misprijzen heeft voor het gewone volk. Hij wil geen tijd  verliezen en in de kortst mogelijke tijd een beslissende slag leveren met de wereld van de “fainéants” (luiaards) zoals hij zich vorig jaar liet ontvallen. Van in het begin was de  patronale bond Medef in de wolken, eindelijk een president die aan de kant van de ondernemers staat.

Monoloog

De syndicale wereld lijkt te beseffen wat er op het spel staat, want deze keer is er op sommige fronten een zekere eenheid. Vooral in de verdediging van de nationale spoorwegmaatschappij SNCF en van het statuut van de spoorarbeiders, trekken de tien nationale vakbonden aan hetzelfde zeel. Tien! Het is vooral de linkse CGT die het voortouw neemt, terwijl de CFDT, die de voorbije jaren liever collaboreerde, nu ook meedoet omdat de regering de vakbonden zo weinig ernstig neemt. Want die regering onderhandelt niet. Ze gaat wel aan tafel zitten met de vakbonden, maar alleen om  te zeggen dat de “hervormingen” er hoe dan ook komen zoals zij het wil.

Alle vakbonden lijken dus te beseffen dat er voor hen zeer veel op het spel staat. Hun rol is met de hervormde arbeidswet in de privésector ingeperkt. Indien ze deze strijd in de openbare diensten verliezen, schiet er nog weinig over. De Franse syndicale wereld is numeriek sterk in aantal bonden, maar hun ledenaantallen zijn beduidend laag – in de privésector is nog geen tien percent aangesloten bij een van de bonden. De CGT zegt 680.000 leden te hebben, de CFDT ongeveer evenveel, Force Ouvrière iets minder en de rest zit daar ver onder.

Hoe dan ook, alles samen niet zoveel om een vuist te maken, als ze dan al samen zouden ageren. Maar zelfs een gezamenlijke Eén Mei optocht is niet mogelijk. Om een vuist tegen Macron te maken, moeten ze het dus vooral van de basis hebben, van de strijdlust onder het werkvolk.

Versplinterd

Die strijdlust is er, de mobilisaties getuigen daarvan. Maar er is niet één front. Er zijn de lange stakingsacties tot eind juni bij het spoor en bij Air France, er zijn de acties aan de universiteiten, maar in de privébedrijven heerst na de nederlaag rond de arbeidswet rust. Het misnoegen is groot, maar opgedeeld. Als Macron in de Vogezen op straat wordt uitgescholden, is dat opeenvolgend door boze spoorarbeiders, gepensioneerden die kwaad zijn over de verhoogde sociale bijdragen, milieuactivisten, studenten.

Maar Macron gedraagt zich alsof hij een missie heeft: Frankrijk eindelijk hervormen. Noch links noch rechts, luidde het devies van zijn partij “La République en Marche” (LRM), maar dat was verkiezingspraat. Voor hem en zijn LRM zijn de vijanden “les fainéants”, de luiaards die alles bij het oude willen laten, met de CGT op kop. Studenten die actie voeren tegen de selectie bij de ingang tot hoger onderwijs, noemt hij beroepsagitatoren. Dat zijn de woorden van de sinistere minister van Binnenlandse Zaken Raymond Marcellin tijdens Mei 68…

Manager en monarch

Aan de ene kant de hervormers, aan de andere kant de conservatieven, de “fainéants”. De hervormers die als topmanagers van Frankrijk een succesrijke start-up willen maken, managers die zeggen niet gehinderd te zijn door  ideologie. Macron en zijn staf gebruiken daarvoor de moderne eufemismen van het managementjargon en benaderen de staat als een bedrijf. In een bedrijf heb je een patron, zo ook in een staat dus. In een bedrijf is geen plaats voor democratische processen, dat belet efficiënt beheer. Aldus de macronistische visie op regeren.

“Macron heeft een monarchistische opvatting over de macht”, aldus Philippe Martinez, leider van de CGT op de vraag of Macron het vel van de CGT wil (Le Monde 12 april 2018). Macron is wel niet de eerste met een dergelijke opvatting, ongeveer al zijn voorgangers leden daar min of meer aan. Macrons recente plan voor de hervorming van de instellingen gaat in die zin. Met die hervorming wil men de parlementaire procedures en debatten inkorten en het amenderingrecht inperken, zodat de uitvoerende macht nog meer dan nu de wetgevende macht naar haar hand zet.

Ook de partij LRM draagt daar de stempel van: er is geen greintje interne democratie, de leiding bepaalt, de volgelingen volgen. Dat schijnt wel een kenmerk van “nieuwe” politieke bewegingen. Bij de Italiaanse M5S worden de feitelijke beslissingen genomen bij de firma Casaleggio & Asssociati, bij Forza Italia door bedrijfsleider Berlusconi.

Onopvallend

Toch borrelt het bij LRM. Eén parlementslid weigerde de nieuwe wet op migratie en asiel goed te keuren, 14 anderen onthielden zich en nog 99 anderen hadden op het moment van de stemming iets anders te doen. Die tekst van minister van Binnenlandse Zaken Gérard Collomb, vroeger socialistische burgemeester van Lyon, zet bij een groot deel van de parlementsleden van LRM kwaad bloed omdat hij onder meer voorziet in snellere repatriëring van afgewezen asielzoekers – pluspunt is wel dat ze sneller een definitieve beslissing zouden krijgen, maar het recht op beroep wordt ingeperkt.  Maar de tientallen die bezwaren hadden, hebben die bij de stemming ingeslikt. Enkele parlementsleden, vooral ex-socialisten, denken aan een sociale subgroep binnen de fractie, maar dat zien Macron en zijn luitenanten niet zien zitten. Het doet wat denken aan de vroegere stromingen binnen de PS, met de “frondeurs” die het neoliberale beleid van ex-president François Hollande en zijn toenmalige minister van Economie, Macron, bestreden.

De fractie van LRM valt in de Assemblée (Kamer) vooral op door haar onopvallendheid. De gekozenen moeten zich gewoon beperken tot het goedkeuren van wat wordt voorgelegd; als ze het lastig hebben om een positie te verantwoorden, moeten ze maar zeggen dat die “disruptief” is, een van de niets-en-alles zeggende termen van het macronisme. Disruptief, brekend met wat is…in feite gaat het doorgaans om een verhoging van de neoliberale dosissen van het vroeger beleid. Er is al bij al weinig disruptief aan dat beleid, het is gewoon opgevoerd autoritair neoliberalisme. Illiberale democratie? Nee, dat is in Hongarije.

Volgt:  Macron en zijn opposities

Zie ook

Macron en de luiaards De Franse president Emmanuel Macron heeft zelf de term bedacht om het verzet tegen zijn nieuwe (anti-) arbeidswet te bundelen: zijn tegenstanders zijn les ‘fainéants’ (luiaards). Ik zal niet toegeven aan de luiaards, de cynici, de extremen die zich t...
Macron, zonder oppositie, zonder enthousiasme Een overdonderende meerheid van zetels voor La République en Marche, alle opposanten die hun wonden likken, Franse kiezers die in meerderheid niet kozen. Hoe dan ook, president Emmanuel Macron zal zich de komende jaren niet veel moeten aantrekken van...
Macron, het kon erger Emmanuel Macron keert terug naar het Elysée waar hij al eerder werkte als rechterhand van uittredend president François Hollande. We mogen er immers van uitgaan dat Marine Le Pen van het uiterst-rechtse Front National (FN) in de tweede ronde kansloos...
Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.