Stemproef voor Orbanisme

Gelijklopend ideeëngoed (en.kremlin.ru)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Viktor Orban gelooft in democratische werking en onderwerpt zich zondag aan het oordeel van de Hongaarse kiezers. Niet alleen de Hongaarse uit Hongarije, ook de etnische Hongaren van elders mogen meedoen, zij kregen al eerder het recht om ook Hongaars staatsburger te worden. Het is een van de knepen van de Hongaarse premier om verkiezingen zoveel mogelijk naar zijn hand te zetten, zodat hij er bovenop de 12 jaar als premier (1998-2002 en 2010-2018) nog vier kan bijdoen. Liefst met een tweederde meerderheid.

Illiberaal

Orban is de grote prediker van de ‘illiberale democratie’. Democratisch, want met verkiezingen. Maar met winnaars die zich verder niets aantrekken van vervelende bijkomstigheden als een scheiding der machten, persvrijheid, rechten van minderheden. Leiders die hun macht gebruiken om hun positie te bestendigen met zaken als kieswethervormingen en cliëntelisme.

Zo heeft Fidesz, de partijvan Orban, eerder al gezorgd voor een kieshervorming die de grootste partij, zijzelf, zeer sterk in de kaart speelt. Het Hongaarse kiesstelsel is een mengeling van evenredigheid met een districtenstelsel volgens Britse methode (één ronde) . De regering is gaan “gerrymanderen”, iets waar de VS-president Donald Trump ook mee bezig is: de districten zijn zodanig hertekend dat Fidesz en zijn partners met minder dan de helft van de stemmen, toch aan twee derde kunnen geraken.

Trianon

Bovendien heeft Orban de etnische Hongaren in het buitenland de kans gegeven Hongaars staatsburger te worden. Dat geldt dan vooral voor 2,5 miljoen Hongaren die in de buurlanden wonen, voorop Roemenië, gevolgd door Slovakije, Servië en Oekraïne. Orban kan erop rekenen dat de meeste van die kiezers voor Fidesz stemmen.

Hij wil daarmee “het onrecht van Trianon” een beetje afbouwen. Trianon, dat is het annex in Versailles waar in juni 1920 de huidige grenzen van Hongarije werden getekend, waardoor veel etnische Hongaren terechtkwamen in gebieden die daarvoor onder Hongaars bestuur stonden. De overwinaars van de Eerste Wereldoorlog vergaten even het uitgangspunt dat staatsgrenzen zoveel mogelijk zouden samenvallen met etnische grenzen. Hongarije kreeg het wat extra te verduren omdat de communisten van Bela Kun en de socialisten in 1919 een Radenrepubliek hadden uitgeroepen.
Het onrecht van Trianon leeft nog altijd erg sterk. Ik herinner me hoe rechtse kandidaten in 1990 kiescampagne voerden met kaarten van Groot-Hongarije, dat van vóór Trianon – en de verkiezingen wonnen.

Hodmezovasarhely

Fidesz wordt ook gediend door de grote onderlinge verdeeldheid van de oppositie. Fidesz heeft zware concurrentie ter rechterzijde, namelijk Jobbik, een partij die tot voor kort openlijk met nazisymbolen uitpakte en het nazigezinde regime van Horty (1920-1944) verheerlijkt. Jobbik was zelfs voor het Franse Front National te extreem om ze toe te laten tot de uiterst-rechtse fractie van het EU-parlement. Sinds vorig jaar streeft Jobbik naar respectabiliteit. Jobbik is de tweede grootste partij en zal dat wellicht blijven.

De rest van de oppositie, waaronder de in naam socialistische MSzP, is niet alleen verdeeld, maar biedt zwak weerwerk. Ze trekt zich in de aanloop naar de verkiezingen op aan het stadje Hodmezovasarhely waar onlangs een – conservatieve – onafhankelijke kandidaat tegen alle verwachtingen in de Fidesz-burgemeester versloeg. Zowel Jobbik als de centrumpartrijen en MSzP hadden zich achter die ene tegenkandidaat geschaard. Maar de geest van Hodmezovasarhely haalde de nationale verkiezingen niet, zodat Fidesz zelfs bij verlies van stemmen toch wint.

Die verdeeldheid en zwakte van de opposanten in een van de vele troeven van Orban. De MSzP, na Jobbik de grootste oppositiepartij, blonk begin van de eeuw als regeerder uit door onbekwaamheid en bedrog. Veel kiezers vinden haar ongeschikt om de schandalen en het nepotisme van de regering Orban aan te klagen. En nochtans ontbreekt het niet aan affaires, zoals de manier waarop de regering EU-subsidies toespeelt aan bedrijven van familieleden en vrienden.

Volksvreemd

De kritiek op Orban is het luidst in Boedapest waar de nationalistische greep op onderwijs en cultuur scherpst aangevoeld wordt, waar het verdwijnen van min of meer vrije media meest betreurd wordt – minstens 90 % van de media zijn nu in handen van de overheid of van regeringstrouwe uitgevers. Maar veel kritische Hongaren stemmen niet, ze zijn massaal uitgeweken.

Voor Orban zijn die critici volksvreemde elementen, zoals de studenten van de Central European University van George Soros waartegen de regering een zeer felle campagne voerde, zoals ook alle ngo’s worden voorgesteld als agenten van buitenlandse krachten. En dan zijn er die andere “buitenlandse krachten” die in de vorm van moslimmigranten de christelijke volksaard komen aantasten, iets waartegen Fidesz het land en Europa wil beschermen.

Orban kan daarnaast uitpakken met sociale resultaten: Er is een economische groei van rond 4 %, de werkloosheid ligt op 3,8 %. Hongarije is in de EU koploper inzake stijging van de lonen: bijna 8% in de loop van het voorbije jaar. De Hongaren vinden wel dat ze een grote achterstand hebben in te lopen. Toen Hongarije in 2004 lid werd van de EU, dachten veel Hongaren snel de Duitse lonen bij te benen. Wat niet gebeurde.

Orbanisatie

EU-Brussel houdt Orban in de gaten, maar zeer mild, zijn Fidesz is tenslotte volwaardig lid van de EVP die hem de hand boven het hoofd uit. Bovendien is hij in de EU verre van alleen: de Groep van Visegrad (Hongarije, Tsjechië, Slovakije, Polen) staat inzake migrantenopvang en wantrouwen in Brussel op één lijn. De nieuwe Oostenrijkse regering, met belangrijke deelname van uiterst-rechts, behoort nu ook tot Orbans vriendenkring. Daartoe behoort ook Ruslands president Vladimir Poetin met wie Orban omvangrijke contracten voor gas en nucleaire energie sloot en wie hij al enkele keren in Boedapest ontving. Iemand die zijn “illiberale democratie” niet ongenegen is.

Orban denkt er evenwel niet aan de EU de rug toe te keren, want hij wil vanuit Hongarije en zijn vrienden Europa weer naar zijn “christelijke wortels” leiden. Hij heeft die ogenschijnlijk voor zichzelf herontdekt, net als Poetin. De “illiberale democraten” kunnen volop rekenen op de steun van hun respectieve kerkleiders, steunpilaren van de illiberale orbanisatie.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.