‘Er kan bloed vloeien’

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 31 maart 2018 begon de verkiezingscampagne in Mexico. Op 1 juli, over exact drie maanden, wordt niet enkel een nieuwe president verkozen maar worden ook de twee wetgevende kamers vernieuwd en worden dertig deelstaatparlementen en een hele reeks lokale burgemeesters en raadsleden verkozen. In totaal welgeteld 18.311 mandaten!

Uiteraard gaat de meeste aandacht naar de presidentsverkiezingen en in tweede instantie naar Mexico Stad dat nu als volwaardige deelstaat wordt erkend met een eigen grondwet.

Mexico is niet zo maar een Latijns Amerikaans land. Het ligt in Noord-Amerika, heeft met de VS en Canada een vrijhandelsverdrag dat nu door Trump op de helling wordt gezet, gaat gebukt onder de dreiging van een hoge muur langs de 3326 km lange grens met de VS en is één van de meest gewelddadige landen op het continent. Tijdens het mandaat van wonderboy Enrique Peña Nieto, de huidige president, zijn meer dan honderdduizend mensen vermoord. In totaal zijn er meer dan dertig duizend mensen vermist. Mexico is lid van de OESO, de club van rijke landen, maar meer dan de helft van de bevolking is arm. Mexico is het land van Carlos Slim, lang nummer één op de lijst van rijkste mensen ter wereld, vandaag nog nummer zeven. Het personeel in zijn restaurants verdient te weinig om te kunnen overleven en moet zelfs een deel van de ontvangen fooien afgeven aan de baas. Corruptie? Te veel om op te noemen, het jongste schandaal betreft de bouw van een nieuwe internationale luchthaven, op een zéér moerassige grond…

De institutionele revolutie

Hoewel het er drie maanden geleden nog erg druk uit zag op de electorale markt zijn er uiteindelijk slechts vier presidentskandidaten door de Verkiezingsraad erkend. Om deel te nemen moesten de kandidaten een kleine negenhonderd duizend handtekeningen  inzamelen in zeventien deelstaten.

De bekendste partij in Mexico is zonder meer de PRI, de stakkerig genoemde institutionele revolutionaire partij. Na de Mexicaanse revolutie van begin 20ste eeuw bleef ze zeventig jaar lang aan de macht. Ook de huidige president komt uit die stal. Vandaar dat kandidaat José Meade (uitspreken: Mied, of in de volksmond Pepemied) weinig kans maakt en slechts op nummer drie in de peilingen staat. De afgelopen jaren is de PRI zowat vijf miljoen kiezers verloren.

Opmerkelijk is vooral dat Meade nooit eerder verkozen werd en zelfs geen lid is van de PRI. Hij was wel minister van Financiën in de huidige regering, maar zat voordien in de regeringen van Vicente Fox en José Calderon, beiden van PAN (Partido Acción Nacional). Hij stelt zelf ‘te sympathiseren’ met de PRI maar wordt vooral beschouwd als de kandidaat van de financiële wereld. Er bestond lang twijfel of hij uiteindelijk wel de officiële kandidaat zou blijven, want tijdens de precampagne bleek deze charismaloze technocraat niet aan te slaan bij het publiek (‘no levanta’, werd gezegd, hij ‘rijst’ niet).

De PRI voert deze presidentscampagne in alliantie met de groene partij, in Latijns Amerika meestal rechts te situeren, en met de kleine Panal, Partido Nueva Alianza. Dit is een jonge centrumpartij die nauwe banden heeft met het Nationaal Syndicaat van de onderwijssector. Dit is niet onbelangrijk, want de traditionele en beroemde voorzitster van deze vakbond zat vijf jaar lang in de gevangenis op beschuldiging van corruptie. Ze werd vrijgelaten precies op het moment dat de alliantie met de PRI gesloten werd, maar dat is uiteraard geheel toevallig.

Traditioneel en oerkatholiek

De tweede kandidaat is Ricardo Anaya van de PAN (Partido Acción Nacional) die in 2000 de macht van de PRI voor het eerst kon breken. Anaya is jong geweld dat zich met beide ellebogen tot de top van de partij heeft opgewerkt. Hij is een geducht debater en staat in de peilingen op nummer twee. Hij kwam onlangs wel in de problemen wegens de verdachte aan- en verkoop van grond. Zijn oerkatholieke partij heeft voor de presidentsverkiezingen een alliantie gesloten met de PRD (Partido Revolucionario Democrático) en dat is wel zeer opmerkelijk. De PRD scheurde zich als linkervleugel in de jaren ’80 af van de PRI. Haar presidentskandidaten, Cuachtémoc Cárdenas en Andres Manuel Lopez Obrador werden in 1988, voor de eerste, en in 2006 en 2012 voor de tweede, wellicht met fraude, van de overwinning weg gehouden. De PRD sloot echter bij het aantreden van Peña Nieto samen met PAN en PRI een onzalig ‘Pact voor Mexico’ waarmee een aantal neoliberale hervormingen werden doorgevoerd. Huidige PRD-burgemeester van Mexico Stad, Miguel Angel Mancera, aasde op het presidentschap, maar Anaya was hem te snel af.

De derde partner in dit bondgenootschap is de kleine, licht linkse Movimiento Ciudadano, de partij die nog door Lopez Obrador werd opgericht, voor hij in 2014 de stap zette naar Morena (Movimiento de Renovacion Nacional).

De vernieuwing?

Derde kandidaat tenslotte en leider in de opiniepeilingen is Andrés Manuel Lopez Obrador, ook AMLO genoemd. Hij heeft de reputatie van links te komen, maar uit zijn eerder nationalistisch programma kan dat niet direct afgeleid worden. Er is wel een bondgenootschap met de linkse PT (Partido del Trabajo), maar tegelijk met de PES (Partido Encuentro Nacional), een evangelische en weinig vrouwvriendelijke partij die traditionele familiewaarden aanhangt.

Nogal wat linksen kijken daarom met enige argwaan naar AMLO. Hij haalt graag uit naar de ‘mafia van de macht’ maar heeft heel wat leden van traditioneel rechts en van de elites als medewerkers en toekomstige regeringsleden aangetrokken. De coördinator van zijn campagne is Tatiana Clouthier, dochter van een vroegere presidentskandidaat van de PAN en zelf tot 2005 lid van die partij. Op de kandidatenlijsten van Morena vindt men familieleden van Meade, Slim en Azcárraga, de andere mediamagnaat. Overigens, de afgelopen weken en maanden waren er heel wat overlopers van PRI en PAN naar Morena, zoals dat wel vaker gaat met partijen die aan de winnende hand zijn.

Hoe dan ook, AMLO heeft een ernstige kans om te winnen. Het is zijn derde poging om president van Mexico te worden. En uiteraard blijven de verdachtmakingen van rechtse kant niet uit. ‘Manuelovich’, werd hij genoemd, wegens zijn vermeende vriendschap voor Rusland. Hij zou, hoe kan het anders, een castro-chavismo invoeren, met alle sociale gevolgen vandien. AMLO wil een eind maken aan de militarisering van het veiligheidsbeleid en beloofde amnestie voor de grote drugsdealers. Dit is geen straffeloosheid, het voorstel werd met Colombiaanse deskundigen overlegd en wordt gezien als een van de weinige realistische voorstellen om een eind te maken aan het narcogeweld. Maar uiteraard wordt het voorgesteld alsof AMLO de teugels wil laten vieren in de drugsbestrijding.

Onafhankelijken

De vierde kandidaat tenslotte maakt weinig kans. Margarita Zavala komt op als zelfstandige maar komt uit PAN. Zij is de vrouw van ex-president Felipe Calderón. Haar kandidatuur is nog ietwat onzeker, want 90% van de ingezamelde handtekeningen zouden uit één zelfde deelstaat komen. Dat wordt nu verder onderzocht, eventueel wordt ze nog gediskwalificeerd.

Een andere kandidaat die vreemd genoeg uit de running verdween is de populaire Jaime Rodriguez Calderón, bijgenaamd El Bronco en huidige gouverneur van Nuevo León. Een kleine vierhonderdduizend van zijn handtekeningen werden ongeldig verklaard.

Tenslotte is er de kandidaat waarover ook in Europa al vrij veel geschreven is: Maria de Jesús Patricio, of ‘Marichuy’. Zij werd aangeduid door de Nationale Raad van Inheemse Volken, hoewel het van meet af aan duidelijk was dat ze maar heel moeilijk aan de noodzakelijke handtekeningen zou geraken. Dat was ook niet echt de bedoeling, zo zei de pre-kandidaat, want ‘wij willen geen macht’. Wel wil men er de mensen op wijzen dat ze zichzelf moeten besturen en men wil aandacht voor de vele problemen van de inheemsen in het land.

Deze kandidatuur werd niet op algemeen gejuich onthaald want bij eerdere verkiezingen hadden de neozapatisten zich juist van de instellingen afgekeerd. Bovendien waren velen ook bang dat een stem voor Marichuy een stem minder voor AMLO zou betekenen.

In totaal waren er 48 onafhankelijke kandidaten, voorlopig is er dus slechts één die de eindmeet heeft gehaald.

Over de schreef

Wat opvalt bij dit overzicht van de presidentskandidaten is dat de drie grote partijen allemaal over de schreef gaan. Rechts gaat met links en links gaat met rechts. Er is een reële kans dat AMLO, de linkse kandidaat, het haalt, maar een echt links beleid komt er vast en zeker niet in Mexico.

Wel kan AMLO zand in de machine gooien van de relaties met de V.S. Er zijn nog steeds onderhandelingen bezig over een herziening van het vrijhandelsakkoord, NAFTA, en Trump beloofde zijn beslissing uit te stellen tot na de verkiezingen. AMLO zou ook kunnen proberen een eind te maken aan het narcogeweld, hoewel dit lang niet makkelijk wordt. De huidige regering keurde enkele maanden geleden een wet op de interne veiligheid goed, waardoor de militairen ruime bevoegdheden kregen in het binnenlandse veiligheidsbeleid. Misschien kan hij de corruptie beperken, met name rond de nieuwe luchthaven. En zeer zeker zou hij een beter sociaal beleid kunnen voeren met maatregelen voor gepensioneerden en studenten.

Er kunnen echter nog zeer veel andere dingen ‘over de schreef’ gaan in deze campagne. Ook al heeft AMLO enkele belangrijke sectoren van de elites bij zijn project betrokken, het is duidelijk dat het bedrijfsleven niet op een progressieve president zit te wachten.

De kans dat er bloed vloeit tijdens deze campagne is reëel en het zou niet de eerste keer zijn. De kans dat AMLO wint en daarna de militairen grote delen van de macht in handen krijgen, is eveneens reëel. En de kans dat er weer massaal wordt gefraudeerd, is meer dan waarschijnlijk.

Tijdens de precampagne werd door sommigen gevreesd dat de PRI niemand minder dan J.J. Rendón in dienst had genomen, de Venezolaan van de politieke marketing die de campagnes tegen Chavez aanvoerde en in nagenoeg alle landen van Latijns Amerika een vuile oorlog organiseerde. De ‘koning van de rumorologie’ wordt hij genoemd, de man die nefaste geruchten verspreid tegen al wie progressief durft denken. Vandaag ziet men dat Cambridge Analytica onlangs een kantoor in het land heeft geopend. En uiteraard zijn de oude praktijken van sociaal cliëntelisme, briefjes van honderd pesos of een aankoopkaart voor de supermarkt tegen een foto van je stembiljet, nog altijd zeer populair.

De peilingen zeggen dat AMLO kan winnen. Anaya wordt gezien als een geducht tegenstander maar is verzwakt door de vermeende  corruptie. Maar er kan nog héél veel gebeuren tussen nu en 1 juli. Wat precies, dat kan niemand voorspellen. De moorden en verdwijningen, die gaan gewoon door.

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.