Nieuwe politiek voor de linkerzijde

Facebooktwittergoogle_plusmail

‘New Politics’, het is de kreet van een aantal studies in de Angelsaksische wereld over een nieuwe linkerzijde en hoe die anders omgaat met macht, met instellingen en mensen. Centraal in die zoektocht staat een andere verhouding tot de Staat en meer zelfbestuur voor de samenleving. Kortom, deze studies sluiten nauw aan bij de zoektocht naar ‘commons’, maar beperken zich duidelijk tot progressieve linkse krachten.

Hilary Wainwright gaf er net een interessant boekje over uit. Het behandelt vooral het Verenigd Koninkrijk en het recente succes van Jeremy Corbyn en wat dit kan betekent voor de toekomst van links en van de Labour Partij.

Ze doet nog veel meer dan dat: ze biedt een theoretische basis voor het denken over commons en maakt daarbij gebruik van de kennistheorie die ze al toepaste in haar vroegere studie van het neoliberalisme.

Oud links, zo legt ze uit met een verwijzing naar het ontstaan van het socialisme en van de latere ‘welfare state’ in het V.K., ging ervan uit dat gewone mensen niet over de juiste kennis beschikten om beslissingen te nemen. Vanaf mei 1968 komt er echter en sterke stroming op gang bij jonge mensen om wél degelijk inspraak te hebben in het politieke besluitvormingsproces.

De kennis waar ze het over heeft is wat Hayek de ‘praktische kennis’ noemde, hoewel hij die zuiver op individueel vlak zag bestaan. Hij leidde er uit af dat een centrale planning van de economie daarom waanzin was, want niemand en geen enkele instelling kan over de juiste en/of voldoende kennis beschikken om goede beslissingen te nemen voor een hele maatschappij.

Polanyi echter sprak van ‘stilzwijgende kennis’, een collectieve en gedeelde kennis die aanwezig kan zijn in lokale gemeenschappen, zowel als in bewegingen en organisaties. Daardoor kunnen ze wel degelijk zinvolle actie ondernemen. Het is die kennis die de basis vormt van een alternatieve ervaring en waardoor de stelling van de alles- en bestwetende overheid wordt afgewezen.

Macht die verandert

Deze visie op kennis leidt tot een andere visie op macht en een al ouder onderscheid tussen ‘macht over’ en ‘macht om’. In dat laatste geval gaat het over macht om dingen te veranderen en daar kan, op termijn, wel ‘macht over’ bij te pas komen. Een praktisch voorbeeld: vrouwen die hun gedeelde kennis gebruiken om zich te organiseren en met kinderopvang te beginnen, een veranderingsproces. Mettertijd zullen ze echter institutionele steun vragen om hun initiatieven uit te breiden.

Om dit soort processen te bevorderen, kan een educatieve begeleiding, in de betekenis van Paolo Freire, zeer nuttig zijn.

De twee soorten macht staan dus niet in tegenstelling tot elkaar, maar kunnen wederzijds ondersteunend zijn. ‘Macht over’ kan worden gebruikt om de ‘macht om’ te versterken, of m.a.w. institutionele macht kan helpen om veranderingsmacht te ontwikkelen, en omgekeerd.

Het is in dit theoretische kader dat Wainwright de huidige sterke beweging naar meer zelfbestuur probeert te bekijken, de coöperatieven zowel als de roep naar meer democratische openbare diensten en de openlijke peer-to-peer bedrijfjes.

Die hang naar zelfbestuur – en zelfbeschikking – is iets wat de linkerzijde altijd heeft gekenmerkt, al is er in het verleden vaak weel weerwerk en ongeloof geweest.
In de beweging rond Jeremy Corbyn wordt vandaag geprobeerd dit heel concreet te maken. Dit is dus alles behalve een populistische beweging waarin een leider het vertrouwen vraagt van de bevolking, maar integendeel een oproep tot de bevolking om vertrouwen te hebben in zichzelf en een kruistocht te beginnen voor een beter beleid met de participatie van allen.

En de praktijk?

Wainwright bekijkt drie voorbeelden die helaas niet als grote successen kunnen gezien worden, integendeel zelfs. Het eerste is een goed uitgewerkt plan van werknemers in de luchtvaartindustrie om de controle over hun werk te verwerven. Het ging uiteindelijk niet door.

Het tweede voorbeeld komt uit de sector van de openbare diensten waar de kennis van de ambtenaren werd aangewend om een privatisering tegen te houden. De politieke steun was uiteindelijk onvoldoende om het experiment te handhaven.

Het derde voorbeeld gaat over de vele kleine initiatieven die rechtstreeks naar ‘commons’ verwijzen, en waarvan Barcelona kan getuigen. Die initiatieven bestaan, maar of ze ook verandering teweeg brengen?

Socialisme

Socialisme, aldus Wainwright, is een systeem waarbij elk individu zich kan ontplooien in het voordeel van iedereen.

Nieuwe politiek voor de linkerzijde streeft dit na door de ‘macht om’ centraal te stellen, goed wetend dat het niet kan zonder ‘macht over’, met name voor belastingen, herverdeling, openbare diensten en burgerrechten in het algemeen. De ‘macht om’ ontwikkelt zich echter wel autonoom, los van de Staat en de markt.

Of de Labour Partij en de beweging rond Corbyn kunnen bijdragen tot het stand komen van een dergelijk socialisme is een moeilijke vraag. Wainwright stelt vast dat het gezag van Corbyn wel versterkt is, maar dat de partij hopeloos verdeeld blijft. Of het kan lukken hangt o.m. af van de vele autonome bewegingen die op zeker ogenblik wel de limieten van hun autonomie zullen vaststellen en dan institutionele steun zullen zoeken. Bovendien is nu al de mythe doorbroken dat Labour enkel kan winnen door naar rechts op te schuiven.

Besluit

Dit is een meer dan interessant boek, hoewel uiteindelijk misschien meer voor de Britse evolutie dan voor het denken over een nieuwe economie.

De visie op kennis en zelfbestuur is zeer boeiend, en sluit aan bij wat de antropoloog James Scott enkele decennia geleden schreef over de ‘hidden discourses’ die tot actie en rebellie kunnen leiden; of de geschiedenis van de Russische revolutie zoals beschreven door de commons-deskundigen Pierre Dardot en Christian Laval. Zij zien in de afwijzing door Lenin van het radensocialisme de reden voor het ondemocratisch lot van de revolutie.

Er kunnen ook vragen gesteld worden bij de benadering: speelt die gedeelde kennis enkel op lokaal vlak of kan er nationaal en mondiaal mee gehandeld worden? Kan die gedeelde kennis voorbij de lokale belangen kijken en een meer algemeen belang nastreven? En tenslotte, hoe raak je aan die echte, grote, dominante economie? Wat doe je met Monsanto? En hoe lovend Wainwright, net als vele anderen, ook is voor de ‘kleine revoluties’, het is goed om nooit te vergeten dat ook de rechterzijde een soort ‘zelfbestuur’ kan inroepen. Participatie kan veel verschillende vormen aannemen.

Het beste aan dit boek is dat Wainwright niet uitsluitend werkt, ze blijft een essentiële rol voor formele instellingen en de Staat zien, ze kijkt naar bewegingen én naar vakbonden en partijen. Voor mij is dit de belangrijkste les in dit denken over ‘nieuwe politiek’.
En of Corbyn met Labour het kan halen? Eén enkele les: ‘it’s when all’s quiet that the seed’s a-growing’ (Henry Mayhew, p. 30). De nieuwe politiek is in de maak.

A New Politics from the Left
Hilary Wainwright
Polity
2018
Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.