Opgelucht weer naar de machinekamer

Klungelende Martin Schultz: terug naar Europa? (Wikimedia Commons)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Van de meer dan 463 000 SPD-leden hebben bijna 79 procent een geldige stem uitgebracht in het beslissende votum over al dan niet regeringsdeelname in een ‘grote coalitie’ met de christendemocraten; dat zijn er zelfs iets meer dan in 2013, toen voor het eerst de voltallige achterban mocht meebeslissen. Pro regeringsdeelname stemden toen 76 %, nu 66 %. Dat is tien procent minder, na een duidelijk langere en heftigere interne discussie. En toch weerklonk – waarachtig niet alleen bij de SPD-partijleiding – een ‘grote zucht van opluchting’.

Een mens vraagt zich eigenlijk af waarom de sociaaldemocratische partijleiders – en talloze andere ‘staatsdragende’ politici in en buiten Duitsland met hen – zo beducht waren voor het resultaat van die ledenstemming. Waarschijnlijk omdat al die ernstige, o zo goedmenende partijleiders (m/v) niet gewoon zijn dat ‘de basis’ zich roert en haar zeg eist. Of omdat ze de geschiedenis van de sociaaldemocratie niet kennen.

Het is ondertussen al meer dan een eeuw geleden dat een zekere Vladimir Iljitsj Oeljanov, bijgenaamd Lenin, zich schamper uitliet over de gezagsgetrouwheid van de Duitse sociaaldemocraten. “Als die een station willen bezetten, kopen ze eerst een perronkaartje”, aldus de bolsjeviekenleider, die zelf van dit soort legalisme geen last had.

Gezagsgetrouw, zich bewust van hun staatsdragende verantwoordelijkheid, en altijd bereid om daarvoor zelf klappen te incasseren; zo gedragen Duitse sociaaldemocraten zich wanneer ze – terecht of ten onrechte – vinden dat het er op aankomt. Ze zijn dan vooral bang voor onzekerheid, instabiliteit, ‘chaos’. Zoals, laten we wel wezen, in de meeste gevallen de meeste mensen in de meeste landen.

Dialectiek

Je kan daar lacherig over doen, en je afvragen waarom de SPD-partijleiding in de voorbije weken dan ‘sidderend en bevend’ uitkeek naar de beslissende stem van de achterban. Je kan er echter ook op wijzen dat geen enkele andere partij in of buiten Duitsland het aandurft om – na maandenlange heftige discussies – het al dan niet toetreden tot een regering afhankelijk te maken van een vrije en geheime stemming door alle leden. En je moet misschien zelfs partijvoorzitter-ad-interim Olaf Scholz gelijk geven, die boudweg beweert dat juist de bewogen discussies van de voorbije maanden de partij uiteindelijk weer hechter en sterker hebben gemaakt.

Een fraai staaltje dialectiek is dat, ietwat verrassend van de Hamburger die in meer dan één opzicht herinnert aan wijlen Helmut Schmidt. Maar er zit wel iets in. Zonder de verbeten oppositie van de ‘Jusos’ en de krappe stemming op het buitengewone partijcongres in Bonn eind januari (56,4 % pro) hadden de SPD-onderhandelaars in het touwtrekken met de CDU-CSU nooit zoveel kunnen ‘binnenhalen’ als nu het geval was. En het is niet omdat de partijleiding nu blijkbaar meer steun geniet dan in Bonn, dat de levensnoodzakelijke vernieuwing in de partij – zowel naar inhoud als naar ‘personeel’ – voortaan in de koelkast kan worden gestopt. De roep om vernieuwing leeft in werkelijkheid veel sterker dan de 34 procent ‘nein’-stemmen laten vermoeden. Heel wat (vooral oudere) SPD-leden hebben immers het hoofd sterker laten spreken dan het hart, maar dat hart is juist door die discussies weer feller gaan kloppen, nadat het door de asociale ‘Agenda 2010’ van Schröder bijna tot stilstand was gebracht, en door topministers à la Steinmeier en Steinbrück in een comfortabele coma was gehouden. Ook dat is dialectiek: de SPD-leiders (m/v) hebben in de voorbije maanden Juso-voorzitter Kühnert ongetwijfeld vaak naar de hel gewenst; maar in feite moeten ze hem dankbaar zijn. Door zijn verzet tegen regeringsdeelname en zijn nuchtere maar onversaagde kritiek op de ‘participationistische’ partijleiding heeft hij de partij alvast nieuw leven ingeblazen. En, o ironie, haar positie in de zoveelste ‘levensgevaarlijke’ coalitie met de christendemocraten in elk geval behoorlijk versterkt.

AfD

Kortom: met een grote zucht van opluchting trekken de sociaaldemocraten weer naar de machinekamer. Waar ze thuishoren, zouden conservatieve cynici grinniken. Want dat was toch wat zelfs prominente SPD-ministers bekrtitiseerden aan die grote coalities: dat zij zich afsloofden ‘in de machinekamer’, terwijl de CDU-CSU ‘op het zonnedek’ de electorale vruchten oogstte van al dat ondankbare werk. Dat beeld moest dan de opeenvolgende verkiezingsnederlagen verklaren, de ontmoediging aan de basis, en de weerzin tegen een heruitgave van die verstikkende formule.

Neen, Merkel IV wordt anders, bezweert de partijleiding de kritische geesten. Onder meer omdat in het nieuwe kabinet – dank zij die kritische stemmen – een electoraal fel verzwakte SPD duidelijk boven haar gewicht bokst. En zo moet opboksen tegen christendemocraten die nog meer dan voorheen een conservatief beleid zullen willen doorvoeren, omdat zij veel meer van de extreem-rechtse AfD (Alternative für Deutschland) te vrezen hebben dan de SPD. Want de bij wijlen rocamboleske pogingen tot regeringsvorming na de bondsdagverkiezingen van september 2017 hebben te vaak de aandacht afgeleid van de ‘reëel bestaande’ verkiezingsresultaten. Daaruit bleek immers dat de CDU-CSU ongeveer anderhalf miljoen kiezers was kwijtgespeeld aan de AfD, maar de SPD ook bijna een half miljoen. Sterker nog: bijna een op twintig AfD-kiezers kwam uit de rangen van ‘die Linke’. Vlaanderen of Frankrijk hebben al veel eerder moeten ondervinden hoe traditioneel-linkse kiezers massaal wegvloeiden naar extreem-rechts, maar in Duitsland was dat tot dusver ongezien. Dat het verschijnsel zich bovendien veel sterker voordoet in de voormalige DDR dan in het Westen van de Bondsrepubliek, bevestigt alleen maar de diverse (maar samenhangende) verklaringen voor zulke proteststemmen.

Weiter so?

En nu? Nu de “28-jarige student die Merkel en Macron deed beven” zijn 15 minuten roem ruimschoots heeft gehad, kan de regering Merkel IV aan de slag. Om tenminste een deel van de naar uiterst-rechts afgedreven kiezers terug te halen of althans de verdere leegloop te stoppen zal de grote coalitie van de twee behoorlijk gekrompen volkspartijen een beleid moeten voeren dat snel en tastbaar tegemoet komt aan de reële noden van de in de steek gelaten onderste twintig procent van de samenleving. Dat in het rijkste land van Europa het aantal voedselbanken voor behoeftigen in de voorbije jaren vervijfvoudigd is, maar nauwelijks aan de vraag kan voldoen, zegt veel over de toename van kinder- en bejaarden-armoede. De nood aan behoorlijke-én-betaalbare huisvesting in de steden is al lang veel breder dan het aanbod aan sociale woningen; terwijl vele landelijke gebieden verder ontvolken. Dat zal allemaal geld kosten, maar dat is – dank zij de gunstige conjunctuur – nu al voorhanden. De regering zal het dus zelfs niet moeten gaan halen ‘waar het zit’, en hoeft op dat stuk dus voorlopig geen interne krachtmeting te vrezen.

Voorlopig. Want om de basis te overhalen tot goedkeuring van de regeringsdeelname heeft de SPD-partijleiding ook beloofd dat het beleid van de coalitie na twee jaar zal worden geëvalueerd. Dan zal ook moeten blijken of er werkelijk sprake is van inhoudelijke vernieuwing. Want zoals een van de critici van een nieuwe GroKo zei: “de SPD moet een alternatief zijn voor de christendemocraten, niet zomaar de vriendelijker versie daarvan”. Als de partij voor haar werk in de machinekamer niet opnieuw een zware electorale prijs wil betalen zal ze zich niet kunnen beperken tot een keurig-technocratisch ‘weiter so’, maar moeten uitpakken met een serieus én geloofwaardig alternatief project. Alleen was daarvan in de voorbije maanden weinig te bespeuren, ook niet bij de NoGroKo-vleugel. Nu ja, aan die tekortkoming lijden niet alleen de Duitse sociaaldemocraten…

Mag tot slot toch even naar personen worden gevraagd? Of de voormalige ‘linkse helleveeg’ Andrea Nahles weldra als partijvoorzitter én fractieleider voldoende ruimte zal laten voor vernieuwing? Wanneer de machtsstrijd zal losbarsten tussen haar en Olaf Scholz, de gedoodverfde minister van Financiën, die zich niet ongaarne laat vergelijken met Helmut Schmidt en zichzelf al duidelijk ziet als toekomstig kandidaat-kanselier? En wat moet of kan gebeuren met Martin Schulz, die – grotendeels door eigen geklungel – nauwelijks een jaar tijd nodig had om van bejubelde redder te vervellen tot blok aan het been? Gelukkig moet in 2019 een nieuwe Europese Commissie worden samengesteld…