Corbyn gaat soft

Brexit2
Facebooktwittergoogle_plusmail

Nu de Europese Commissie haar Brexit-voorstel in juridisch termen heeft omgezet, laait dit moeilijke debat weer in alle hevigheid op. Neen, zegt Theresa May kort en bondig. Ondertussen neemt Labour met Jeremy Corbyn een bochtje dat hem dichter bij de macht brengt.

Het gaat echt niet goed met de Brexit onderhandelingen. ‘Brexit betekent Brexit’ zei Theresa May toen ze aan de macht kwam, ook al had ze tijdens de referendumcampagne voor blijvend lidmaatschap van het V.K. in de E.U. gepleit. Maar wat haar schimmige uitspraak precies betekende, kwamen we niet te weten. En we weten het nog steeds niet. Er zijn in middels twee onderhandelingsfasen over heen gegaan, er zijn een paar ronkende toespraken over gehouden, maar nog steeds stellen de onderhandelaars in Brussel vast dat ze niet weten waar de Britse regering naar toe wil. Een ‘harde’ Brexit, zo wordt gezegd, dat betekent weg uit de douane-unie en weg uit de interne markt. Maar dan? Niemand die het weet of durft zeggen. Zelfs over de duur van de transitieperiode is men het niet eens.

En de tijd loopt. Over exact één jaar is het vertrek van het V.K. een feit. Voor de Europese Commissie kan de transitieperiode die dan begint te lopen slechts duren tot 31 december 2020. En wat moet besproken en onderhandeld worden is zo immens veel, dat bijna niemand echt gelooft dat het nog kan.

Het Ierse struikelblok

Voor het financiële probleem – wat het V.K. nog moet betalen aan vroeger aangegane verbintenissen – en voor de E.U.-burgers in het V.K. en de V.K.-burgers in de E.U. is een oplossing gevonden die niemand echt gelukkig maakt en nog niet definitief is. Maar voor het grote struikelblok, met name de grens tussen Noord-Ierland – uit de E.U., want deel van het V.K. – en de Republiek Ierland – lid van de E.U. – is er nog helemaal geen oplossing. En stilaan is men ervan overtuigd dat er ook geen oplossing mogelijk is. Terwijl een harde grens tussen beide eilanddelen, met douanecontrole, een groot risico is voor de vreedzame samenleving op het eiland.

De Europese Commissie stelt nu voor om de grens ergens in de Ierse zee te leggen en Noord-Ierland in de douane-unie te houden. Hierdoor zou er wel een vrij verkeer van goederen mogelijk zijn, zonder de regels van de interne markt voor diensten, kapitaal en personen. Maar, aldus Theresa May, dat druist in tegen de grondwettelijke orde van het V.K. en geen enkele regering kan zo iets ooit aanvaarden.

Het hele V.K. moet in de douane-unie blijven, zei Corbyn al eerder op de week. Hij voerde campagne voor blijvend lidmaatschap van het V.K. in de E.U., hoewel iedereen wist dat Corbyn een euroscepticus is. Na het referendum werd gesteld dat de wil van het Britse volk gerespecteerd moet worden en Labour bepleitte dus een harde Brexit. Dat wordt nu een softe Brexit.

Een pragmatische stap

Het is zonder meer een pragmatische stap die Corbyn terecht heeft gezet. In de douane-unie en uit de interne markt. Daarnaast wil hij dat het V.K. blijft betalen voor een aantal diensten en agentschappen waar het V.K. alleen maar voordeel bij heeft, zoals Euratom en Erasmus, het erg populaire uitwisselingsprogramma voor studenten. Hij stelt een nieuwe en sterke relatie met de interne markt te willen uitbouwen. Hiermee worden zéér veel problemen opgelost, hoewel niet allemaal. Maar op deze manier krijgt Corbyn de steun van veel Britse parlementsleden van Labour, waarvan de overgrote meerderheid tégen Brexit is. En hij kan, mocht het nodig zijn, de steun krijgen van een aantal gematigde conservatieve parlementsleden die het geknoei van May hartsgrondig beu zijn.

Het V.K. heeft zich met Brexit in een ongewone impasse gewrongen. Beide grote partijen zijn hopeloos verdeeld. Bij Labour is 96 % van de parlementsleden tégen Brexit, net als 89 % van de partijleden. Maar slechts 64 % van de Labour kiezers stemde ook tégen Brexit. En de partijleiding is vóór Brexit.

Nu is de politieke situatie inmiddels zo veranderd dat Labour alle opiniepeilingen leidt en bij mogelijke verkiezingen ook een meerderheid zou halen. Dat weten de conservatieven natuurlijk ook, en hoe graag ze May ook kwijt zijn, nieuwe verkiezingen komen hen niet goed uit. Een leiderswissel binnen de Conservatieven is evenmin mogelijk, want er staat niemand te trappelen om May op te volgen, tenzij enkele diehard Brexit-aanhangers, zoals Boris Johnson of Jacob Rees-Mogg. Daar bedanken ze feestelijk voor.

En dus blijft het aanmodderen met May die niet kan kiezen tussen beide kampen, tot grote wanhoop van Brussel die bijna twee jaar na het referendum nog steeds niet weet wat het V.K. precies wil. Een weg terug is er nauwelijks, tenzij het Britse Parlement aan het eind van de rit – eind 2018 – het bereikte akkoord gewoon verwerpt.

Een linkse regering?

Labour staat vandaag zeer sterk in de peilingen. Het kan nu rekenen op de steun van zijn parlementsleden, op de federatie van het bedrijfsleven, CBI, en op die van de ‘remain’ conservatieven.

Men kan denken dat dit riskant wordt en Corbyn ook een rechtse bocht dreigt te maken. Echt uitsluiten kan je dit nooit, maar het is wel erg onwaarschijnlijk. Twee weken eerder heeft Corbyn zich ondubbelzinnig uitgesproken tégen alle vormen van privatisering en beloofd dat openbare diensten opnieuw genationaliseerd kunnen worden. Ondertussen zijn medewerkers en academici bezig met het opstellen van de noodzakelijke wetgeving daarvoor, zodat dit onmiddellijk na een mogelijke regeringswissel kan uitgevoerd worden.

Het is een zeer erg welgekomen opstelling, hoewel diehard eurosceptici in het V.K. en de E.U., van links en rechts, uiteraard opnieuw zullen stellen dat er verraad wordt gepleegd. Maar na meer dan  een jaar zwoegen en zuchten om naar aanvaardbare en economisch nuttige oplossingen te zoeken, is men tot het besluit gekomen dat die niet bestaan, tenzij … binnen de E.U. Het hele referendum was een grote oefening in plat populisme, met leugens en bedrog, niemand wist precies waar men voor stond, niemand had een vermoeden hoe aartsmoeilijk een uittreding zou worden. Dat heeft nu ook Labour beseft.

Er moet ook rekening gehouden worden met het diepgaand onderzoek naar het stemgedrag bij het referendum. Er zat een duidelijke klassedimensie aan vast, de oudere blanke arbeider die zich in de steek gelaten voelt en de voordelen van mondialisering en Europese Unie niet ziet; aan de andere kant traditionele conservatieven waarvan inmiddels is gebleken dat ze allemaal nog ergens vast hangen in de oude geschiedenis van het British Empire en denken dat niet te moeten loslaten. Daar tussenin zitten jongeren die zich niet langer aangesproken voelen door verkiezingen, referenda en traditionele politieke partijen.

Nieuwe hoop?

Om de achter gebleven arbeiders terug te winnen is het dringend noodzakelijk afstand te nemen van het neoliberale beleid van de afgelopen decennia. Dat betekent inderdaad het herstel van goede en efficiënte openbare diensten, en goed betaalde jobs met een minimum aan zekerheid die het leven weer zinvol maken. Kortom, een beleid gericht op sociale rechtvaardigheid, zoals elke linkse partij moet voorstaan.

Voor zij die nog dromen van het British Empire is er niet direct een oplossing denkbaar, tenzij ze er de conflicten en de oorlogen eveneens bij nemen. Met lidmaatschap van de douane-unie worden aparte handelsverdragen met China of de V.S. onmogelijk, en dat is goed, aldus Corbyn, want het V.K. kan op zijn eentje zeker geen goede voorwaarden afdwingen voor de Britse consumenten. Zij kunnen natuurlijk wel de protectionistische toer opgaan, Trump achterna, en dan staan ons nog barre tijden te wachten. Want protectionisme van de een leidt tot meer bescherming bij de ander en vloeit heel makkelijk uit in een gevaarlijke spiraal met sociale achteruitgang.

Tenslotte zijn er de jongeren, voor wie, overal in Europa, dringend aan ‘nieuwe politiek’ moet worden gedacht, weg van de oude stereotiepen, weg van sommige oude recepten, weg van de oude organisatievormen. Indien Corbyn kan zorgen voor meer duidelijkheid bij de linkerzijde en een heldere, geloofwaardige visie, dan kan links opnieuw een beleid ‘for the many’ voeren, dan wordt hoop opnieuw mogelijk.

De interne ruzies die de Europese linkse partij vandaag weer uiteen drijven zijn uit den boze. De ene anti-EU partij die de andere wegens té grote troika-aanhankelijkheid uit de partij wil, helpt niemand vooruit. De Europese integratie is lang een molensteen aan de hals gebleken. Er zijn slechts twee oplossingen: ofwel zoekt men naar verzoening, ofwel gaat men uit elkaar. Met het oog op de nakende Europese verkiezingen is dit laatste niet noodzakelijk de slechtste oplossing. Wijst Corbyn ons de weg?

 

 

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.