Alexander de Grote en Aristoteles

Griekse massabetogingen tegen een compromis over benaming Macedonië. (Patrick Strickland/Al Jazeera)
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Europese Unie en de rest van Europa kampen met oude demonen. In Wenen en Rome duikt de kwestie Zuid-Tirol weer op, Boedapest werpt zich op als beschermer van de etnische Hongaren in andere landen. En in Griekenland  betogen weer honderdduizenden achter leuzen als “Alexander de Grote sprak Grieks met Aristoteles”, wat als bewijs moet gelden dat Macedonië een door Griekse (en geen Slavische) naam is. De Slaven zakten pas duizend jaar na Alexander naar die regio af, uiteraard spraken Alexander en zijn docent dus geen Slavische taal. Hoe dan ook, het kan voor veel Grieken niet dat de ex-Joegoslavische republiek aan de noordgrens van Griekenland een benaming met Macedonië zou dragen. Is dit 1912?

Op 21 januari waren er honderdduizenden – een half miljoen volgens de organisatoren, 90.000 volgens de politie – manifestanten in Thessaloniki. “Er is slechts één Macedonië en  dat is Grieks”, achter die leuze stapten op 4 februari in Athene alweer honderdduizenden Grieken – één miljoen aldus de organisatoren, 140.000 zei de politie – op. De kwestie beroert de gemoederen blijkbaar meer dan de armoede waarin miljoenen Grieken leven.

Naam geven

Meer dan een kwarteeuw geleden zag ik in Thessaloniki ook al rond één miljoen mensen manifesteren om de wereld diets te maken dat er slechts één Macedonië is, en dat is het Griekse. De Macedonische vorst Alexander de Grote en zijn leermeester Aristoteles waren toch Grieken? Datzelfde weekend woonde ik bij de grens met Albanië een manifestatie bij georganiseerd door de lokale Grieks-orthodoxe bisschop die Noord-Epiros, het zuiden van Albanië, als Grieks gebeid opeiste. De nationalistische hysterie is dus niet nieuw.

Grieks-orthodoxe bisschoppen waren ook nu prominent aanwezig op de betogingen in Thessaloniki en Athene. Wat hen en die andere honderdduizenden zo mobiliseert? Het nieuws dat de Griekse regering en de regering in Skopje, hoofdstad van wat nog de FYROM, de vroegere Joegoslavische republiek Macedonië, heet, een akkoord zouden hebben over een nieuwe benaming voor die republiek. Zoiets als Noord-Macedonië of Hoog-Macedonië. Maar voor de Griekse nationalisten kan daar geen sprake van zijn, “er is slechts één Macedonië en dat is het onze.”

Griekse miskenning

Over de benaming Macedonië en over de Macedonische taal is al vaker ruzie gemaakt en zelfs oorlog gevoerd. Toen Joegoslavië iets meer dan een kwarteeuw geleden implodeerde,  werd de deelrepubliek Macedonië ineens een onafhankelijke staat. Macedonische identiteit was ten tijde van Joegoslavië min of meer afgelijnd geraakt. Er was onder Tito een duidelijke Macedonische taal gekneed, een zet tegen de Bulgaarse beweringen dat er in dat gebied overwegend Bulgaarse dialecten werden gesproken.

Het was nooit naar de zin van Griekenland geweest, die benaming Macedonië, want ook het noorden van Griekenland draagt die naam. Welke taal ze daar indertijd spraken, lang vóór de Slavische migranten er aankwamen, werd door Griekse bronnen steeds omschreven als Griekse dialecten. Dat bleef ook deels zo na de komst van Slavische volkeren vanaf de 7e eeuw. Onder meer via de orthodoxe kerk slopen veel Griekse termen in het woordgebruik van de inwoners in die regio. Hoe dan ook, voor, tijdens en na Alexander de Grote sprak de geschoolde elite Grieks, er was geen onderricht in andere talen.

De Slaven die zich in de regio Macedonië vestigden, tot in Thessaloniki, stonden dus onder sterke Griekse invloed. Hun eigen talen werden ook tijdens het Ottomaans bewind niet voor vol aanzien. In dat bewind werden de volkeren op de Balkan ingedeeld volgens religie; er was toen nog geen Macedonisch-orthodoxe kerk (dat is slechts recent opgericht) zodat veel orthodoxe Macedoniërs terechtkwamen bij de Grieks-orthodoxen. Degenen die het Bulgaars-orthodoxe exarchaat als gezag herkenden, werden dan maar Bulgaren.

In het in 1830 onafhankelijk geworden Griekenland, bleef dat dan maar zo. De Slavische bevolking was rechteloos; al wat op Slavische literatuur leek, werd stelselmatig vernietigd. Onder de dictatuur van Metaxas (1936-1940) werden mensen afgetuigd en opgesloten als ze op straat Slavisch spraken.

Communisten

Tijdens de burgeroorlog van 1945 tot 1949 steunden de Macedoniërs de communisten die het opnamen voor die miskende minderheid. De communistische KKE, beloofde onder meer dat de Slavische minderheid na een communistische zege zelfbestuur zou krijgen. De  Macedoniërs hadden hun eigen ‘Nationaal Bevrijdingsfront- Macedonië’ dat samen met de communisten tegen de monarchie streed. In het noorden werden toen 87 scholen opgericht waar meer dan 10.000 kinderen les kregen in het Slavisch-Macedonisch.

Na de communistische nederlaag vluchtten tienduizenden Slavische Macedoniërs de grens over, vooral naar Joegoslavië en Bulgarije. In dat laatste land werden de Macedoniërs bij de volkstellingen apart genoteerd, tot het communistisch regime aan etnische homogeneïsering ging doen en de Macedoniërs ook daar statistisch verdwenen. In Griekenland bleven de overgebleven Slavische Macedoniërs achter zonder enig recht, want voor Athene bestonden ze niet.

Athene-Skopje

Aanleiding voor de recente massabetogingen is een voorakkoord tussen de regering in Athene en die in Skopje, de hoofdstad van “Fyrom”. Sinds vorig jaar heeft Skopje een meer progressieve regering van sociaaldemocraten en Albanese partijen die niet zo nationalistisch is als de vorige van de VMRO-DPMNE die daar twintig jaar de politiek beheerste. De regering Tsipras in Athene vond dit een geschikt moment om dit naamprobleem eindelijk op te doeken.

Maar dat ligt dus erg gevoelig in zowel Griekenland als “Fyrom”. Tsipras zal in het parlement niet kunnen rekenen op zijn partners van ‘Onafhankelijke Grieken’, terwijl de regering in Skopje wellicht de nodige twee derde meerderheid niet zal vinden. In Thessaloniki en Athene betoogden de orthodoxe popes in gezelschap van de nationalisten van Nieuwe Democratie (partij van de EVP) en van de fascistische Gouden Dageraad.

Europa

De aanslepende en weer actuele kwestie Macedonië toont de broosheid van grenzen aan. In 1975 was het zogenaamde Helsinki-proces afgerond met de Helsinki-akkoorden en de oprichting van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Dat Helsinki-proces was een (schijn-)succes voor Moskou dat absoluut de naoorlogse grenzen in Europa definitief internationaal gewaarborgd wou zien. Met op de eerste plaats definitieve erkenning van het bestaan van de Duitse Democratische Republiek (DDR, Oost-Duitsland).

Sinds de Berlijnse Muur eind 1989 werd omvergehaald, zijn de DDR en veel grenzen gesneuveld. Daaronder alle binnengrenzen van de Sovjet-Unie en van Joegoslavië, terwijl de onderlinge grenzen ook onder druk staan. Die tussen Oekraïne en Rusland is al gewijzigd, maar dat is mogelijk de laatste niet. Albanese nationalisten wachten het moment af om de droom Groot-Albanië werkelijk te maken. De Hongaarse premier Orban en andere Hongaarse nationalisten hangen kaarten van Groot-Hongarije op. In Wenen spelen ze met Zuid-Tirools vuur. Catalaanse, Ierse en Schotse nationalisten willen aan de grenzen sleutelen. En in de “Vroegere Joegoslavische Republiek Macedonië” hebben de nationalisten hun kaarten van Groot-Macedonië – met daarbij het noorden van Griekenland en de Bulgaarse regio Pilin – nog altijd niet opgeborgen. Alsof we weer in 1912 zitten.

Zie ook

Opgelet, daar is de kwestie Macedonië weer Europa beleeft in meerdere opzichten een remake van de periode voor de Eerste Wereldoorlog, een periode van nationalistische bewegingen en conflicten. Zo was er de kwestie Macedonië, inzet van twee Balkan-oorlogen (1912 en 1913) en voorspel van de gr...
Geweld dreigt te escaleren in Macedonië Wat aanvankelijk een geïsoleerd incident leek, dreigt te escaleren in Macedonië. Na een dodelijk gevecht tussen politie en een etnisch Albanese afscheidingsbeweging blijft het land onrustig. Betogingen voor en tegen de huidige regering volgen op. Waa...
Hedendaagse Balkanisering De Balkan leek na de oorlogen van  de jaren 1990 tot rust en inkeer gekomen, maar de bezorgdheid over wat nu de West-Balkan wordt genoemd, neemt de jongste tijd weer toe. De conflicten van de jaren 1990, en van  een eeuw eerder, zijn slechts bevroren...
Mitteleuropa (2) Zuid-Tirol en andere omstreden gr... Vipiteno/Sterzing – Hotel Goldenes Kreuz – ook Croce d’Oro genaamd – is een van de tientallen gastverblijven in het lieftallige Italiaanse Vipiteno, ook Sterzing genaamd. Niets herinnert er nog aan het verblijf van enkele nazikopstukken die hier na d...
Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.