Iran, de teleurgestelde hoop

Facebooktwittergoogle_plusmail

Nu het ernaar uitziet dat de protesten in Iran afnemen of (voorlopig) zelfs helemaal oplossen in het niets kunnen we die 10 dagen van enige afstand beschouwen. Een eerste conclusie is dat het, tot grote teleurstelling van een massa toeschouwers op de zijlijn geen nieuwe ‘lente’ was. Ook lijkt het niet de voortzetting te zijn van de volksbeweging die in 2009 de straten van Teheran bezette om te protesteren tegen de herverkiezing van Mahmoud Ahmadinejad.

Mashhad

De recente protesten ontstonden in Mashhad. Mashhad ligt in het noordoosten van het land en is met zijn 3 miljoen inwoners de op een na grootste stad van het land. Grootayatollah Ali Khamenei, de huidige opperste leider van Iran, is er geboren. Mashhad is naast een industriële stad (autofabrieken) ook een toeristische trekpleister. Meer dan 50 % van alle Iraanse hotels liggen in Mashhad. Het is namelijk de begraafplaats van imam Reza, de achtste imam van de twaalversjiieten. Zijn schrijn is groter dan Vaticaanstad en is uitgegroeid tot een van de belangrijkste bedevaartplaatsen ter wereld. Er komen jaarlijks miljoenen Iraanse maar ook miljoenen buitenlandse bezoekers naar de stad. Het is een centrum van religieus conservatisme en in 2009 (op de verjaardag van de dood van Imam Reza) verklaarde toenmalig president Mahmoud Ahmadinejad Mashhad zelfs tot ‘de spirituele hoofdstad van Iran’.

Dat conservatief religieus karakter van de stad bestaat al eeuwen en is niet iets wat met de Iraanse Revolutie van 1979 is ontstaan. Toen de sjah nog over Iran heerste wilde hij de westerse waarden in het land opleggen en verbood hij de traditionele religieuze kleding. Toen opposanten in Mashhad op straat kwamen voor het recht om religieuze kleding te dragen gaf hij opdracht op hen te schieten. Er vielen daarbij honderden doden. Het was een van de vele elementen die bijdroegen aan de onvrede die later leidde tot de Iraanse Revolutie.

De protesten van eind 2017 verspreidden zich vanuit Mashhad naar tal van andere steden in het land. Het specifieke aan die manifestaties was dat het leek alsof het vooral de armere en lagere middenklassen waren die eraan deelnamen. In 2009, toen de protesten zich vooral beperkten tot Teheran was er een massale deelname, pleinen en straten van de stad barstten van de manifestanten. De recente protesten waren eerder gespreid over het land en hoewel er een grote deelname was, was die niet voldoende om de pleinen en de grote boulevards te vullen. In 2009 werden geplande afspraken gemaakt. Nu leek het er op dat ze het resultaat waren van meer spontane ontmoetingen van mensen die met elkaar via Telegram (het populairste sociale netwerk in Iran) afspraken op bepaalde locaties en vandaar een optocht startten. Optocht die dan weer elders beëindigd werd om op een ander moment en weer op een andere locatie op te duiken.

De slogans zijn ook verschillend dan die van 2009. Ja hoor, de populaire slogan van de ‘groene revolutie’ ‘Marg bar Dictator’ (dood aan de dictator – die verwijst naar de opperste leider Khamenei) verschijnt weer in beeld. Sommige, moeilijk te verifiëren bronnen, maken ook melding van een ‘Marg bar Rohani’ (dood aan Rohani), maar het lijkt erop dat deze keer de wortels van de ontevredenheid eerder gezocht moeten worden in de situatie van diepe economische ongelijkheid en sociale onrechtvaardigheid die in het land heerst.

Dat moet een confronterende waarheid zijn voor een islamitische republiek die zich bij zijn ontstaan in 1979 de sociale rechtvaardigheidsidealen van het sjiisme (in de Khomeini-lezing) tot doel had gesteld. Volgens Khomeini zouden de inkomsten van de genationaliseerde olie-industrie daarvoor gebruikt worden: «Ik zal het geld van de olie naar de tafels van het volk brengen».

Religieus conservatisme en neoliberalisme

Bijna veertig jaar later is die islamitische republiek echter niet het paradijs van gerechtigheid op aarde geworden die veel van degenen die aan de revolutie hebben deelgenomen zich voorgesteld hadden. De religieuze klasse werd tussen 1979 en 1981 politiek. In 1979 kaapten de ayatollahs de revolutie die het Sjah-regime had omvergeworpen en vooral door anderen was gemaakt. Als Saddam Hussein het jaar erop Iran niet was binnengevallen waardoor het hele land (inclusief de vijanden van Khomeini) zich mobiliseerde zou de islamitische republiek waarschijnlijk zijn ingestort.

De oorlog met Irak en de permanente dreigingen met militaire aanvallen door de Verenigde Staten werden door de islamitische staat gebruikt om de seculiere en linkse oppositie te vervolgen. Het was de periode waarin de Pasdaran (Revolutionaire Garde) en de Basij-milities (zedenpolitie) de straten afschuimden om erop toe te zien dat de islamitische kledingvoorschriften en gedragscodes werden gerespecteerd. De macht van Khomeini, de ayatollahs, de militaire en veiligheidsdiensten kon zich dank zij die oorlog diep verankeren in de Iraanse maatschappij. De corrosie van de revolutie was al snel begonnen.

Aan het einde van de oorlog in 1988 zat Iran financieel aan de grond. Het onvermijdelijke IMF werd binnengehaald en een nieuw tijdperk werd ingeluid. Een tijdperk van een neoliberaal beleid. Weliswaar overgoten met een islamitisch sausje. De door de IMF voorgestelde ‘oplossingen’ waren in Iran echter dezelfde als die in andere, niet-islamitische, landen toegepast werden. IMF-leningen dicteerden privatiseringen en herstructureringen die massale werkloosheid en de afbraak van de basisrechten van werknemers met zich meebrachten. De tegenstrijdige maar effectieve co-existentie van het wereldwijde kapitaal en de sjiitische islam was een realiteit. Die verwoestende neoliberale economische politiek die onder de opeenvolgende presidenten Hashemi Rafsanjani, Mohammad Khatami en Mahmoud Ahmadinejad werd gevoerd wordt tot op vandaag onder Hassan Rohani verdergezet.

De recessie die Iran kende kort voor zijn aantreden heeft president Hassan Rohani weliswaar in economische groei veranderd maar die is vooral te danken aan de olie-export, die verdubbeld is sinds de ondertekening van de nucleaire overeenkomst in juli 2015. Zijn aanhangers worden het niet beu om de stijging van het bruto binnenlands product (BBP) en de strijd tegen de inflatie als economische successen van Rohani te bestempelen. Maar zoals gezegd, de BBP-groei is het resultaat van de grotere olie-export. Het brengt wel geld binnen maar de groei op zich schept daarom nog geen banen.

Meer zelfs, wat betekent economische groei als die niet gepaard gaat met wat in het Nederlands zo mooi ‘inclusieve groei’ heet? Met meer woorden: economische groei die niet alleen ten goede komt aan de elite maar rechtvaardig verdeeld wordt over alle lagen van de bevolking. Nu is het net daar dat Rohani en zijn technocratenregering falen. Een studie van de Wereldbank van september 2016 stelt dat de ongelijkheid in armoede en inkomens sinds Rohani president werd, toegenomen is. Aan de andere kant profiteerde bijna uitsluitend de overheid zelf van de heropleving van de handel met het buitenland. In januari 2017 publiceerde Reuters een rapport waaruit bleek dat van de na de nucleaire deal afgesloten 110 contracten (met een waarde van 80 miljard dollar) het in 90 gevallen ging om bedrijven die eigendom van of gecontroleerd werden door de Iraanse overheid.

In de media wordt gesuggereerd dat het verlagen van de subsidies voor basisbehoeften de impuls gaf voor de protesten. De prijzen zijn de laatste maanden drastisch gestegen. Het voorbeeld van de eieren die 40 tot 50% meer kosten dan enkele weken terug werd nagenoeg in alle media van de halve planeet vermeld. Het verminderen van de subsidies is echter geen recent fenomeen. Dat proces is begonnen in 2013 toen Rohani zijn eerste ambtstermijn aanvatte. Het was een breuk met het beleid dat door zijn voorganger Mahmoud Ahmadinejad werd gevoerd. De toelagen en subsidies werden geleidelijk aan verminderd en vervangen door een rechtstreekse steun aan arme gezinnen. De voorwaarden om die steun te krijgen worden nu echter verstrengd waardoor veel gezinnen er niet meer voor in aanmerking komen. Tel daarbij dat in sommige grote steden de huurprijzen alleen al tijdens de afgelopen drie jaar met meer dan 80% gestegen zijn en veel publieke scholen geprivatiseerd (en dus duurder) werden.

Niets wijst er echter op dat de besparingen snel opgeborgen zullen worden. Het nieuwe budget voor het volgende fiscale jaar (in Iran loopt dat van 21 maart tot 20 maart) voorziet nog meer snoeiwerk.

Het andere nijpende probleem is de werkloosheid. De officiële statistieken spreken van 12%. Dat cijfer is echter ongeloofwaardig gezien in Iran iedereen die slechts één uur per week werkt tot de beroepsbevolking gerekend wordt en dus niet opgenomen wordt in de werkloosheidscijfers. In sommige streken loopt de werkloosheid zelfs op tot meer dan 45%. Zoals altijd en overal zijn het vooral de vrouwen en de jongeren die daar het grootste slachtoffer van zijn. Een groot probleem in een land waar de mediaan leeftijd 30,1 jaar is, waar meer dan 60% van de bevolking jonger is dan 35 en tussen 60 en 70% van de studenten in exacte wetenschappen en ingenieur vrouwen zijn. Elk jaar komen er 1,2 miljoen werkzoekenden — met en zonder academische opleiding — bij op de arbeidsmarkt. Als de overheid, zoals Rohani begin december 2017 beloofde, volgend jaar 840.000 nieuwe banen creëert zijn dat er nog steeds 360.000 te weinig.

Daarnaast wordt de Iraanse economie nog steeds gedomineerd door openbare en semipublieke ondernemingen, die hun positie tijdens de periode van de sancties verstevigd hebben. Vooral het zakenimperium van de Revolutionaire Garde is dominant. Al naar gelang de bronnen zouden ze een kwart tot de helft van de economie controleren.

Zelf een bedrijf opstarten is Iran is dan weer bijzonder moeilijk en een financiering rondkrijgen via een bank is misschien nog moeilijker omdat die in slechte papieren zitten. Als er al een lening afkan is het minimum te betalen percentage 9%.

Nochtans toen in juli 2015 het nucleaire akkoord werd afgesloten, werd Iran een prachtig sprookje van hoop voor diegenen die vanuit het buitenland de onontgonnen kansen in de Iraanse zon zagen schitteren. De Iraniërs zelf kregen hoop op een betere toekomst, de economie zou gaan groeien en het volk zou er de vruchten van plukken. President Rohani had dan ook de voordelen van de nucleaire overeenkomst vol optimisme verkocht. Hij had immers een sterke populaire basis nodig om de goedkeuring ervan te bekomen van de meest conservatieve en radicale sectoren in het land.

De desillusie

Twee jaar later lijkt de hoop echter plaats te hebben gemaakt voor desillusie. Ook dank zij Trump die in plaats van de uitvoering van de overeenkomst te helpen geen gelegenheid mist om de crisis in stand te houden en aan te wakkeren. Het spook van nieuwe sancties schrikt de toestroom van investeerders naar Iran af. Iraanse banken hebben de afgelopen jaren met strafsancties te kampen gehad en het banksysteem is over het algemeen zwak. Ze hebben moeite om buitenlandse partners te vinden die bereid zijn met hen samen te werken. De meeste grote internationale banken blijven terughoudend uit angst voor overtreding van de resterende Amerikaanse sancties tegen het land, inclusief het verbod van zakendoen met Iran in dollars.

Deze drie factoren, de bezuinigingsmaatregelen, de geslotenheid van de economie en het niet nakomen van de beloften gemaakt na de ondertekening van de overeenkomst lijken de oorzaken te zijn van de ontevredenheid van vandaag. Rohani is een systeemhervormer. Sinds zijn eerste verkiezingen tot president in 2013 voert hij een agenda van politieke, economische en sociale hervormingen door die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van het systeem. Hij is een pragmatische conservatief die de druk tracht te verminderen zodat het bestel niet implodeert. En toch, hoe omzichtig hij en zijn technocratenregering ook mogen zijn, de hervormingsinspanningen van Rohani irriteren het religieus-militaire machtsblok.

In Iran worden degenen die protesteren geconfronteerd met twee componenten, de verkozen republikeinse component vertegenwoordigd door de Rohani-regering en de niet verkozen theocratische component vertegenwoordigd door het blok van religieus-militaire macht, de ware Iraanse ‘deep state’. Beide componenten willen het systeem redden, de enen door er niets aan te veranderen, de anderen door er wat aan te sleutelen.

In december werd de begroting van de Islamitische Republiek voor het volgende jaar gepubliceerd. In een toespraak die live werd uitgezonden door de staatstelevisie, vertelde Rohani dat de begroting zou bijdragen aan volledige werkgelegenheid, het elimineren van armoede en het creëren van sociale rechtvaardigheid. Ongeveer hetzelfde verhaal dat hij ook al vertelde bij de presentatie van de begroting van verleden jaar.

Om bij de recente protesten de gemoederen te kalmeren probeerde Rohani de manifestanten te sussen met de bewering dat armoede, werkloosheid en inflatie niet alleen in Iran voorkomen. Dat zal wel, maar van die diepe wijsheid zullen de ‘vergetenen’, zoals een Irak-Iran oorlogsveteraan zichzelf in een internetfilmpje noemde, geen eieren kunnen kopen.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten