Togo is Iran niet

Facebooktwittergoogle_plusmail

«Zaterdag 13 januari zijn er opnieuw tienduizenden antiregeringsdemonstranten op straat gekomen in alle steden van het land. Sinds augustus 2017 worden protestdemonstraties gehouden waarbij al meer dan 10 doden (waaronder een kind van 10 jaar) en honderden gewonden vielen. De demonstranten zijn de corruptie zat en eisen het vertrek van de dictator. Het regime heeft de manifestaties verboden, het leger ingezet en de sociale netwerken worden regelmatig platgelegd.»(1)

Dit zou een bericht van een persagentschap over Iran kunnen zijn geweest. Iran was de laatste dagen van vorig jaar en begin dit jaar prominent in het nieuws aanwezig. Je kan het onmogelijk gemist hebben. Alleen, dit bericht gaat niet over Iran maar over Togo. Togo, je weet wel, of niet, een van de kleinste landen van Afrika, dat geklemd ligt tussen Benin en Ghana met nog geen 8 miljoen inwoners. Het is het enige Afrikaanse land dat Trump en Israël steunde bij de VN-stemming over Jeruzalem. Dat intrigeerde mij en dus heb ik wat zitten snuffelen over wat voor een soort land Togo dat eigenlijk is. Ik had al opgevangen dat er sinds augustus massale protestdemonstraties gehouden worden waaraan honderdduizenden mensen deelnemen. Ze willen werk, een beter leven en dat de dictator/president eindelijk opstapt.

De hypocrisie is dat Trump ad nauseam tweette over het protesterende Iraanse volk terwijl er geen halve tweet afkon voor de Togolezen die sinds augustus op straat komen. De VS kijken naar Iran, maar zijn blind voor de mensen in Togo.

Trump is natuurlijk Trump en er is niemand die nog verwonderd is over zijn vooringenomenheid en weinig verfijnde stijl van communicatie maar het probleem is groter dan Trump alleen. Mocht Hillary Clinton de verkiezingen gewonnen hebben dan zou zij ons confronteren met dezelfde hypocrisie. De stijl zou enigszins gesoffistikeerder zijn maar de vooringenomenheid en boodschap zou hetzelfde klinken. Het bewijs daarvoor is Hillary Clintons tweet van 30 december 2017.

«The Iranian people, especially the young, are protesting for the freedom and future they deserve. I hope their government responds preacefully and supports their hopes».

Ook van Clinton geen halve tweet over Togo. Verwonderd moeten we daar eigenlijk niet over zijn. Toen zij als staatssecretaris begin januari 2012 een 2 uur (!) durend bezoek aan Togo bracht repte zij er ook niet over de schendingen van de mensenrechten door de regering van Faure Gnassingbé. Integendeel, ze had het er over dedemocratische verworvenheden‘ die in Togo opbloeien. Lof die enkele maanden later trouwens door Obama werd herhaald.

De realiteit in Togo verdient anders. Faures regering is, net als de regeringen van zijn vader vroeger, dictatoriaal en repressief. Verkiezingen zijn er altijd frauduleus. Als er enige twijfel bestaat over hoe ondemocratisch Togo is, volstaat het te kijken naar het geweld dat wordt gebruikt tegen vreedzame demonstranten. Mensenrechtenorganisaties klagen gevallen van foltering, willekeurige arrestaties en het muilkorven van de pers en de oppositie aan. Maar net zoals Trump vandaag zwijgt over de protesten in Togo, zo zwegen Clinton en Obama toen zij de VS leidden.

Togo is een democratuur

Volgens gegevens van Unicef zal in Togo één op de 10 kinderen geen vijf jaar oud worden en hoewel de cijfers voor de inschrijvingen in het lager onderwijs er hoog zijn, is het aantal kinderen dat afhaakt ook hoog. 30% van de kinderen tussen de 5 en 14 jaar moet er immers werken omdat hun ‘loon’ nodig is om de familie te laten overleven. Twee derde van de mensen leeft van zelfvoorzieningslandbouw en meer dan de helft van minder dan een dollar per dag. Togo is daarmee een van ’s werelds armste landen. De officiële werkloosheidscijfers liggen rond de 8% maar sommige Togolese economen schatten dat het reële cijfer eerder rond de 29% van de actieve bevolking ligt, inclusief een meerderheid van de jongeren.

55 jaar geleden, op 13 januari 1963 werd de enige ooit democratisch verkozen president van het land, Sylvanus Olympio, na een staatsgreep vermoord. Het was de eerste staatsgreep van Gnassingbé Eyadema, vader van de huidige dictator/president. Eerst werd de sergeant van het koloniaal leger stafchef van de strijdkrachten en na een tweede staatsgreep in 1967 werd hij zelf president.

Sindsdien zijn de Togolezen beroofd van hun vrijheid en hebben ze nooit de mogelijkheid gehad om onder voor iedereen aanvaardbare geloofwaardige omstandigheden een politieke leider te kiezen. In Togo wordt immers met alles geknoeid. De verkiezingen worden vervalst en overheidsbudgetten geplunderd, corruptie is er de norm. Togo is een democratuur.

Democratuur is een neologisme dat de beroemde Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano enkele decennia geleden bedacht. Het verwees naar bepaalde regimes van de jaren zestig, zeventig of tachtig in Latijns-Amerika die, hoewel ze geen openlijk militaire dictaturen waren, de oppositie op een oligarchische, militaristische en repressieve manier benaderden.. Kortom een regime dat onder het mom van een democratie feitelijk functioneert als een dictatuur. Er is een grondwet, er worden regelmatig verkiezingen gehouden, de vrijheid van meningsuiting wordt in wetteksten gegarandeerd maar het is allemaal schijn. De machthebbers manipuleren alles zodanig dat ze hun privileges en de macht in handen kunnen houden.

Huidig Togolees president Faure Gnassingbé. is de telg van een van Afrika’s langst regerende dynastieën. Zijn vader Gnassingbé Eyadema moest de macht na 38 jaar noodgedwongen afgeven doordat hij in 2005 stierf. Hij had echter de weg voor zijn zoon vrijgemaakt. In 2003 werd zoonlief tot parlementslid en minister van mijnbouw, infrastructuur en telecommunicatie gebombardeerd. Een strategische positie in Togo waar mijnbouw en industrie 20% van het bruto binnenlands product vertegenwoordigen. Daarnaast kreeg hij ook de sector van de fosfaten en de olie-exploratie onder zijn hoede. De opbrengst van die sectoren werd geschat op enkele miljarden CFA-franken(2). Niet dat de bevolking ooit enig baat van die miljarden heeft gehad.

Dank zij een staatsgreep, de appel valt niet ver van de boom, werd zoon Faure Gnassingbé president. Of hoe noem je verkiezingen waarbij militairen de stembussen stelen en Faure dan uitroepen tot winnaar met 60% van de stemmen?

Tien dagen na de stembusgang bevestigt het Hooggerechtshof echter de resultaten en kan Faure Gnassingbé de eed afleggen als president. Tot tevredenheid van Frankrijk. Togo maakt deel uit van wat men la Françafrique(3) noemt. Het regime behartigt er naast de belangen van een kaste en het leger de zakenbelangen van Frankrijk. De meeste grote bedrijven en KMO’s van de MEDEFI (Mouvement des entreprises de France – International)(4) en de CIAN (Conseil d’Investisseurs Français en Afrique Raad van Franse investeerders in Afrika) zijn er goed vertegenwoordigd, met name op de markt van de openbare werken en de exploitatie van fosfaten.

In Togo zelf breken er echter protesten uit waarbij volgens de VN tussen de 400 en 500 doden vallen en meer dan 18.000 mensen op de vlucht slaan naar de buurlanden. Dat is nu meer dan 12 jaar geleden maar volgens Amnesty International zijn er sindsdien geen stappen ondernomen om de verantwoordelijken voor de doden te identificeren.

Vandaag oefent Faure Gnassingbé zijn derde ambtstermijn als president uit. In april 2015 ‘won’ hij alweer de verkiezingen met alweer 60% van de stemmen. Die verkiezing werd door waarnemers van de Europese Unie en het Carter Center als ‘frauduleus‘ omschreven.

De Togolezen hebben er genoeg van. De Gnassingbé-dynastie is nu al 50 jaar aan de macht en ze willen hem weg, hun ‘democratisch’ verkozen dictator. De belangrijkste oppositieleider Jean-Pierre Fabre en activisten als Farida Nabourema willen dat de presidentiële ambtstermijn beperkt wordt tot niet meer dan twee. In mei 2015 op een top in Accra waren Togo en Gambia de enige leden van ECOWAS(5) (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten) die het voorstel voor een beperking van het aantal presidentiële mandaten op regionaal niveau afwees

Veertien oppositiepartijen hebben hun krachten verenigd en organiseren sinds half augustus nagenoeg iedere week protestmanifestaties in verschillende steden waar tienduizenden mensen aan deelnemen. Faure staat onder druk en zegt nu dat hij open staat voor een verandering van de grondwet in die zin. De terugwerkende kracht van die voorwaarde is hij echter niet zo genegen. Dat betekent dat hij zich in 2020 en 2025 weer kandidaat zou kunnen stellen en dus nog zo’n 12 jaar aan de macht wil blijven. Voor de oppositie is dat reden genoeg om te blijven demonstreren. Faure is echter geen dilettant. Hij kent de tactieken die zijn vader ook al gebruikte tegen opposanten. De manifestaties zullen doorgaan en waarschijnlijk ook steeds gewelddadiger worden maar gezien het leger eigenlijk de privémilitie van Faure is, zullen die protesten alleen waarschijnlijk niet leiden tot zijn afzetting.

Er zal regionale steun nodig zijn maar afgezien van enkele gepensioneerde staatshoofden zoals de Nigeriaanse Olusegun Obasanjo en de Ghanese Jerry Rawlings die hun steun aan de Togolese bevolking hebben betoond is het oorverdovend stil in de regio. ‘Radiostilte’, zegt Comi Toulabor, onderzoeksdirecteur bij LAM (Les Afriques dans le Monde) bij Sciencespo Bordeaux. ‘Zijn buren sluiten hun ogen omdat voor velen de veiligheidsproblemen en het terroristische risico belangrijker zijn dan al het andere’.

Faure Gnassingbé probeert zich ook internationaal te profileren en steun te vinden. Hij is de huidige voorzitter van ECOWAS en organiseert zoveel mogelijk internationale topbijeenkomsten, zoals die van de Afrikaanse Unie inzake maritieme veiligheid in oktober 2016, het jaarlijkse AGOA-forum (African Growth and Opportunity Act) in augustus 2017 en ten slotte ook de Afrika-Israël top die gepland stond voor oktober maar in september sine die is uitgesteld. Het moment kwam niet goed uit. In Togo waren er die voortdurende manifestaties en in Israël had de procureur-generaal Sara Netanyahu, Benyamins vrouw, laten weten dat zij waarschijnlijk voor fraude zou worden aangeklaagd.

Togo heeft de afgelopen jaren grote openbare infrastructuurprojecten uitgevoerd, Met de bouw van een diepzeehaven en een nieuwe internationale luchthaven droomt Faure ervan om van Togo een regionaal commercieel en transportcentrum te maken en buitenlandse investeerders aan te trekken. Ondertussen heeft nog geen 30% van het platteland toegang tot het elektriciteitsnet en nagenoeg 40 % niet tot zuiver water.

Macht opgeven is toch zo moeilijk

In de buurt van Togo hebben de laatste jaren al twee dictators moeten opkrassen.

Yahya Jammeh die sinds 1996 dictator/president van Gambia was verloor de verkiezingen van december 2016 en accepteerde in eerste instantie de uitslag. Een week later had hij zich bedacht en eiste nieuwe verkiezingen. Uiteindelijk verliet hij onder internationale druk (militairen uit diverse West-Afrikaanse landen waren de grens al overgestoken) op 21 januari 2017 het land. Maar niet nadat hij de schatkist geplunderd had.

In 2014 werd Blaise Compaoré, dictator/president van Burkina Faso afgezet. Hoewel niet zonder moeite. Compaoré wilde de grondwet aanpassen zodat hij na 27 jaar aan de macht te zijn geweest er nog maar eens een ambtstermijn kon aanbreien. De Burkinabezen waren hem echter meer dan zat. In oktober 2014 kwamen zij in opstand. De demonstraties en onlusten verspreidden zich snel naar steeds meer steden. Na een tumultueuze 30 oktober waarbij het parlement en de zetel van de regerende partij van Compaoré in brand werden gestoken ontsloeg Compaoré de regering en vluchtte hij naar Ivoorkust. Maar het is pas de volgende dag dat hij eindelijk ontslag nam. Sindsdien zijn er in het land al zeven verschillende presidenten geweest. Vijf van hen waren dat slechts voor een periode tussen 1 dag en 3 maanden. Op het ogenblik is er een waar debat in het land over een nieuwe grondwet waar die twee presidentstermijnen in verankerd zijn. Of die termijnen elkaar opvolgen of niet is onbelangrijk: twee is twee. Bovendien stelt een ander artikel in het voorstel van grondwet dat iedere toekomstige grondwetsverandering onmogelijk is als die twee termijnen opnieuw in vraag worden gesteld.

Met het verdwijnen van Yahya Jammeh en Blaise Compaoré is Togo momenteel nog het enige West-Afrikaanse land waar een (familiaal) dictatoriaal regime al decennia aan de macht is. Dit zou een reden voor Faure Gnassingbé moeten zijn om zich zorgen te maken, het bestaande regionale geopolitieke klimaat lijkt diegenen die verandering willen gunstig gezind te zijn. Of misschien moeten we, zoals in Zimbabwe, wachten op een ‘legitieme’ staatsgreep van een of andere ontevreden legercommandant.

Noten

(1) Even terzijde. Het afsluiten van het internet blijkt ook wel positieve effecten te hebben. Lees maar: “Toen jongeren online begonnen te mobiliseren tegen de president van Togo, schakelde de staat het internet uit. In de week die volgde, praatten mensen meer, werkten harder en hadden minder seks – en dat bleek allemaal slecht nieuws voor de overheid.(Engelse tekst)

(2) 1000 CFA is ongeveer 1,52 euro waard

(3) De uitdrukking “Françafrique” wordt meestal in een pejoratieve zin gebruikt om de speciale relatie tussen Frankrijk en zijn voormalige kolonies en protectoraten in sub-Sahara Afrika aan te duiden. Die relatie wordt ook wel eens als neokoloniaal omschreven. De speciale band wordt immers gekenmerkt door de rol die extra diplomatieke Franse netwerken (inlichtingendiensten, bedrijven, enz.) in die landen spelen, de rechtstreekse bemoeienis van de Franse autoriteiten in de binnenlandse aangelegenheden en de monetaire afhankelijk van de CFA waarvan de koers aan de euro gelinkt is.

(4) Je zou de MEDEF kunnen vergelijken met het Belgische VBO of Nederlandse VNO-NCW)

(5) De Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) is een regionale groep van 15 landen in West-Afrika. Het doel is de economische integratie bevorderen. Benin, Burkina Faso, De Kaapverdische Eilanden, Ivoorkust, Gambia, Guinea, Guine-Bissau, Liberia, Mali, Niger, Nigeria, Senegal, Sierra Leone en Togo zijn er lid van.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten