Catalonië in Vlaanderen: rechtse nationalisten en links españolisten

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 7 december 2017 betoogden ongeveer 45.000 Catalanen in Brussel. Ze riepen Europa op om ‘te ontwaken’. Ze wilden dat de Europese instellingen en lidstaten een kritischere houding ten aanzien van Madrid aannamen. Het PP-minderheidskabinet (1) ging zijn boekje te buiten, zo klonk het, door het toepassen van artikel 155 van de Spaanse grondwet die regioregering en dito parlement ontbonden had en het bestuur van Catalonië onder curatele plaatste. De betogers vroegen begrip voor het Catalaanse onafhankelijkheidsproces dat ze zagen als een toepassing van het recht op zelfbeschikking. En velen, niet allen, kwamen ook minister-president Carles Puigdemont een hart onder de riem steken.

Niet weinige N-VA’ers sloofden zich in de voorafgaande dagen uit voor het vinden en voorbereiden van slaapplaatsen en het organiseren van gaarkeukens. Waar men het bestuur in handen had, werd gemeentelijke infrastructuur ter beschikking gesteld. Elders herschikten individuele militanten de eigen woonst om de Catalaanse betogers een verkwikkende nachtrust te gunnen. De N-VA’ers hielden het niet bij die logistieke inspanning. Ze namen ook nog eens actief deel aan de betoging: talrijke leden en – netjes afgewogen weliswaar – een aantal kopstukken onder wie Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement, en de onvermijdelijke Pol Van Den Driesche, in zijn dromen toekomstig burgemeester van Brugge. IJver en overtuiging waren zo groot dat er ook partijoverschrijdend gewerkt werd. N-VA’ers en Vlaams Belangers sloegen in tal van gemeenten de handen in elkaar om de Catalaanse nationalisten zo goed als mogelijk op te vangen. En ja, op de betoging viel ook een sterke Vlaams Belang-delegatie op, aangevoerd door voorzitter Tom Van Grieken.

De houding van de N-VA mocht in vele opzichten verbazen. De rechtse Vlaams-nationalisten waren immers de mening toegedaan dat de betoging een belangrijk feit stelde waar Europa niet zomaar omheen kon. Het middenveld had gesproken, het beleid moest luisteren, of zoiets.

Dat is nochtans helemaal niet wat de N-VA oordeelt wanneer andere bewegingen de straten van Brussel doen vollopen of overgaan tot sociale actie. Neem nu de nationale betogingen van het gemeenschappelijk vakbondsfront. Qua representativiteit moeten die zeker niet onderdoen voor het Catalaanse statement. Hoe vaak brachten de bonden al niet meer dan 100.000 mensen op straat? De enige consistentie in al die gevallen is dat uitgerekend de N-VA zich niet alleen distantieert, maar ook het ‘signaal’ van de vakbonden negeert. Nu niet, dus. Onder N-VA’ers windt men zich – overigens helemaal terecht – op over de opsluiting van de ‘twee Jordi’s’ (Sánchez en Cuixart), beiden voorzitter van een middenveldorganisatie: de ene van de Asamblea Nacional Catalana, de andere van Òmnium Cultural. Maar in eigen land veroordeelt de N-VA syndicale acties ook als ‘politieke’ acties en eist ze dat de slagkracht van syndicale organisaties aan banden wordt gelegd: met dwangsommen, met rechtspersoonlijkheid, met de invoering van minimale dienstverlening tijdens acties bij de openbare diensten… Want staken in openbare diensten noemt ze ‘gijzelen’. Alle middelen lijken goed om de slagkracht van het middenveld te beknotten. In beide gevallen gaat het om het saboteren van dat middenveld, alleen zijn de rechtse Spanjaarden wat drastischer dan hun collega’s, de rechtse Vlamingen.

Uiteindelijk komt de Catalaanse passie bij de N-VA-top neer op compensatiegedrag. Ik verduidelijk. Essentieel voor de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd – zo men zich in het kamp van de indepes wil situeren – is een erkenning vanwege de Europese instellingen en – er onlosmakelijk mee verbonden – een kritiek of veroordeling van die instellingen aan het adres van de Spaanse centrale regering. Laat nu de N-VA de enige partij zijn die daar nu eens wat kan aan doen, die – zo ze wil – de pro-Spaanse Europese unanimiteit kan doorbreken. De N-VA heeft op dat vlak zelfs de keuze. Ze kan dat doen door, als grootste federale partij, België een pro-Catalaans standpunt te doen innemen. Ze kan dat doen door, als grootste Vlaamse partij, de Vlaamse regering een pro-Catalaans standpunt te doen innemen. Dàt zou pas de benarde, zeg maar uitzichtloze situatie van de Catalaanse onafhankelijkheidsgezinden, fundamenteel ten goede kunnen veranderen. Dat één lidstaat, eentje om te beginnen, een dissonante klank zou laten horen op het Europese forum zou pas tellen. Maar dat zou betekenen dat de N-VA beslist om het nationalistisch streven boven de neoliberale politiek te zetten. Dat ze het ervoor over zou hebben dat de Belgische regering in een Europese storm belandt en dat die regering intern op springen komt te staan en zelfs zou kunnen kapzeisen.

Zo ver wil de N-VA het echter in geen enkel geval drijven. De neoliberale politiek – in haar eufemistisch jargon, ‘het herstelbeleid’ – is en blijft prioritair.

Van achter de spreekwoordelijke balustrade, moedigen N-VA-figuren de ‘Catalaanse vrienden’ aan in hun eenzijdige onafhankelijheidsverklaring, maar denken er geen seconde aan zelf zo een roadmap uit te zetten. Die onwil is ingegeven door een mengeling van nuchterheid en opportunisme. De Vlaams-nationalistische partij weet dat ze in Vlaanderen in de verste verte geen meerderheid zou kunnen meekrijgen voor zo een zotte, voluntaristische onderneming die alleen maar door het Vlaams Belang zou gesteund worden. De N-VA opteerde voor de communautaire stand still en voor de neoliberale bezuinigingen, waarmee ze helemaal op dezelfde lijn zit als… het PP-kabinet van Mariano Rajoy.

Anderzijds mag de partij – om haar torenhoge electorale scores te behouden – geen openingen laten die door het Vlaams Belang zouden kunnen opgevuld worden. Het is geen geheim dat beide partijen electoraal deels als communicerende vaten op elkaar inwerken. Eén van de redenen waarom de N-VA electoraal boven het eigen gewicht bokst, heeft te maken met haar capaciteit om het Vlaams Belang electoraal in aanzienlijke mate uitgezogen te hebben. Toch is dat een alles behalve onveranderlijk gegeven. Vele N-VA’ers zijn oprechte volksnationalisten die het ernstig menen met de catalanistische zaak. Ze zitten aan de basis, in het middenkader en ook her en der hogerop en cynisme is hen in deze vreemd. Totaal niet thuisgeven in dit dossier zou wel eens wat militanten kunnen desillusioneren. Een beetje hulpeloos positioneert de Vlaams Belanger Van Grieken zich als grote vriend van de Catalaanse indepes om wat misnoegde N-VA’ers aan te trekken.

Een beetje stouterik zou, na de aankondiging van Trump dat hij Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkent, de N-VA moeten vragen of ze ook gaat vendelzwaaien op een in Brussel georganiseerde betoging van Palestijnen met speeches in het Arabisch en het Frans (zoals de Catalanen ook betoogden en speechten in Catalaans en Frans). Want ook dat is volksnationalisme tegenover een repressieve en autoritaire staat. Tegenover Netanyahu is Rajoy zelfs maar klein bier. Rechtse Vlaams-nationalisten, van N-VA tot Doorbraak, zwijgen echter in alle talen over de Israëlische kolonisatiepolitiek en hebben plots ontdekt dat Madrid een autoritaire, repressieve regering huisvest die betrokken is in corruptieschandalen en zoiets als de muilkorfwet heeft ingevoerd. Dank u, mannen (er zijn bij Doorbraak weinig tot geen vrouwen actief en dat vinden ze zelf geen probleem), maar dat wist iedereen al langer. Alleen werden mensen geviseerd die zich verzetten tegen bijvoorbeeld huisuitzettingen, besparingen op zorg en onderwijs, afdankingen… En dat kon zowel de N-VA als de Doorbrakers geen ene moer schelen. Nee, het enige dat deert is de organisatie van de samenleving op het niveau van de subnatie. Dat is loutere dogmatiek. Of ze nu radicaal, gematigd rechts of links kleurt, het subnationale bestuur moet sowieso nagestreefd worden. Wat daar verder ook inhoudelijk gebeurt, is blijkbaar van ondergeschikte orde. Nochtans is dat het wezenlijke verhaal. Niet zozeer op welk niveau dat je je samenleving bestuurt, maar welk soort beleid je voert en op welk niveau dat op de meest democratische, breedst gedragen manier kan.

Maar ook al is het wat laat en wat selectief, ze zien en herkennen autoritarisme, die Vlaams-nationalisten. Bij een flink deel van links is de aversie voor het Vlaams-nationalisme dan weer zo groot dat menigeen zich aan de zijde van het Spaanse legitimisme meent te moeten scharen. Het is nogal bevreemdend linkse stemmen zich ongerust te horen maken over het imago van België in Spanje of Europa, zonder een woord te reppen over zowel de neoliberale politiek van Rajoy, het rechtse Spaanse nationalisme (er is er geen ander) of de schending van elementaire democratische rechten en vrijheden. Je hoeft als links mens geen aanhanger van het Catalaanse nationalisme te zijn, je mag wel de repressieve aanpak, het neoliberalisme en de corruptie van de Spaanse regering aanklagen. Je mag als links individu toch ook zeggen en schrijven dat de Spaanse grondwet van 1978 aan herziening toe is. Niet alleen inzake de (re)organisatie van territorialiteit en bevoegdheden, maar ook en vooral om er een grotere sociale dimensie in te verankeren. Linkse lui die zich nu – uit afkeer voor het Vlaams-nationalisme – in het españolistische kamp situeren moeten toch wel weten dat de democratisch verkozen republiek gewapenderhand werd verslagen en dat deze grondwet, na vier decennia dictatuur, niet de republiek herstelde maar Franco’s opvolger aan het hoofd van de staat stelde en die staat omdoopte tot monarchie. Selectieve verontwaardiging, het is geen rechts monopolie.

(1) PP = Partido Popular of Volkspartij