Meer ongelijkheid dan ooit in de VS

(foto mSeattle)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Eind 2017 brachten de economen Thomas Piketty, Emanuel Saez en Gabriel Zucman – belangrijke experts op het gebied van ongelijkheid – een baanbrekende studie uit over de groei van inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten voor de periode 1946-2016.

Eerdere studies richtten zich reeds op het documenteren van ongelijkheid in de Verenigde Staten, het meest ongelijke ontwikkeld land ter wereld. Maar dit is het eerste onderzoek dat beweert dat het een 100-procent-beeld van het nationaal inkomen schetst, inclusief de impact van belastingen, sociale programma’s zoals medicaid, inkomsten uit meerwaarde. Het resultaat is dus een vollediger beeld van de sociale ongelijkheid in de Verenigde Staten. De conclusies zijn onthutsend. Ze onthullen dat in de voorbije decennia zich een van de snelste opwaartse inkomensherverdelingen in de moderne geschiedenis heeft voltrokken.

rijken rijker

De bovenvermelde economen ontdekten dat het deel van het totale nationale inkomen vóór belastingen voor de onderste helft van de Amerikaanse burgers sinds 1980 bijna gehalveerd is van 20 naar 12 procent. Terwijl het inkomen van de bovenste procenten quasi verdubbelde van 12 naar 20 procent. Acht punten ten opzichte van het nationaal inkomen werden dus overgebracht van de onderste 50 procent naar de absolute toplaag.

De studie documenteert een scherpe breuk  tussen de periode 1946-1980 en die van 1980 tot op heden. In de eerste periode zijn de inkomsten vóór belastingen van de onderste 50 procent van de verdiener iets meer dan verdubbeld, nl met 102 procent, terwijl het inkomen van de 1 procent slechts met 47 procent steeg en de ultratop van de 1 per duizend met 57 procent.

Sinds 1980 echter stegen de inkomens van de onderste 50 procent van de verdieners met slechts ongeveer 16.000 dollar (in huidige dollarkoers), terwijl het inkomen van de top steeg met 636 procent. Nadat de bovenvermelde experts de impact van verschillende belastingkredieten en sociale programma’s hadden verrekend, ontdekten ze dat de inkomsten van de onderst helft van de inkomensgroepen in de jaren tachtig ook met 21 procent waren gestegen, maar merkten echter op dat deze stijging niet het besteedbare inkomen betrof. Ze was praktisch volledig het gevolg van hogere tussenkomsten in de gezondheidszorg van Medicare, die eenvoudigweg werden geabsorbeerd door de farmaceutische reuzen en verzekeringsmaatschappijen in de gezondheidszorg.

belastingen

Gedurende de volgende periode  hebben de kapitalistische bedrijven de hele verzorgingsstaat gestaag ontmanteld. De periode van 1970 tot 2017wordt gekenmerkt door verschuiving naar een beleid van regressieve belastingen (lager percentage naargelang hoger belastbaar bedrag), dalende lonen en groei van bedrijfswinsten. De voorbije decennia worden ook gekenmerkt door meerdere Amerikaanse regionale oorlogen, vermindering of  afschaffing van welzijnsprogramma’s, een enorme toename qua binnenlandse onveiligheid enverslechtering van de gezondheid.

De belangrijkste factor in de stijging van de inkomensongelijkheid was vooral sinds 2000 de groei van kapitaalinkomen, dat wil zeggen de aandelenmarkt. De inflatie aan zeepbellen op de aandelenmarkt is de primaire manier geweest waarop de heersende klasse en  haar politieke vertegenwoordigers, een enorme overdracht van rijkdom hebben bewerkstelligd.

De cijfers in het rapport van Piketty, Saez en Zucman weerspiegelen een historische transformatie in de structuur van het kapitalisme en de klassenrelatie in de VS. De kolossale groei van sociale ongelijkheid hangt samen met een verval van het Amerikaanse kapitalisme en een achteruitgang van zijn economische wereldpositie.
Historici hebben vaak opgemerkt dat de VS in haar begindagen de meest egalitaire regio van de wereld was. De groei van monopolisering en financieringskapitaal in de laatste periode van de 19de eeuw veranderde Amerika in een land van ‘roofbarons’. Maar samen met deze processen kwam de groei van de arbeidersbeweging, die grotendeels door inspanningen van socialisten vocht om de Amerikaanse arbeidersklasse en zijn talloze etnische, religieuze regionale bestanddelen te organiseren. De Russische revolutie van 1917 gaf een nieuwe impuls aan deze strijd, inclusief de militante arbeidersactie van de jaren 1930 die leidde tot de vorming van industrievakbonden.

New Deal

De Amerikaanse heersende klasse, die bevreesd was voor het vooruitzicht dat de Amerikaanse arbeiders het voorbeeld van de bolsjewieken zouden volgen – en die aldus over de economische macht van de meest geavanceerde industriële economie ter wereld zouden beschikken –,  begon aan een programma van sociale hervormingen. Zo introduceerde de New Deal van president Franklin Roosevelt, een vorm van sociale zekerheid die de ergste mistoestanden van Wall Street moest beteugelen. De New Deal creëerde verbeteringen, maar consolideerde de arbeidersinvloed op geen enkel niveau. Het heersende Amerikaanse kapitalistische management behield, en behoud nog steeds, de controle over de werkplek en productielocatie van bedrijven, consolideerde haar strategische controle over de arbeidsverhoudingen. Binnenlandse arbeid werd en wordt nu uitgebuit om overzeese oorlogen te financieren. In plaats van welzijn wordt ingezet op goedkope arbeid. De armsten en meest kwetsbaren worden verder geëxploiteerd. Toekomstige generaties worden tot armoede veroordeeld.

De Verenigde Staten kwam uit de Tweede Oorlog als de dominante wereldmacht die meer dan 50 procent van de wereldwijde economische output voor zijn rekening nam. Tegen het einde van de jaren zestig begon de economische overheersing van het Amerikaans kapitalisme echter af te nemen, terwijl de economieën van Europa en Azië werden heropgebouwd. Een reeks economische crisissen culmineerde in de combinatie van economische stagnatie en inflatie in de jaren zeventig. De Amerikaanse heersende klasse reageerde met een beleid van klassenoorlog, de-industrialisatie en financialisering. Met Jimmy Carter als president en Paul Volcker om de Federal Reserve te leiden, gooide de Amerikaanse Centrale Bank de VS in een gefabriceerde recessie. Nadat hij in 1981 aan de macht kwam lanceerde Reagan een grootschalige sociale contrarevolutie, die startte met het breken van de staking van de luchtverkeersleiders en het opstellen van zwarte lijsten van stakers. Hetzelfde beleid werd door de heersende klasse over de hele wereld nagebootst.

De Amerikaanse vakbonden en ook sommige westerse vakbonden speelden een cruciale rol bij het faciliteren van dit offensief, het isoleren en ontraden van elke poging tot verzet van de arbeidersklasse gedurende de jaren tachtig, en het opnemen en integreren van zichzelf in de structuur van het bedrijfsmanagement en de staat. Tegen het einde van het decennium hadden de VS-vakbonden zich omgevormd tot dienaars van bedrijven en overheid. De bureaucratische elites die hen domineren wijden al hun inspanningen aan het onderdrukken en saboteren van de arbeidersstrijd.

verdere ongelijkheid

Elke volgende VS-regering, zowel Democratisch als Republikeins, heeft een beleid gevoerd dat de sociale ongelijkheid heeft bevorderd, met inbegrip van opeenvolgende ronden van financiële deregulering, herhaalde belastingverlagingen voor de bedrijven en de hogere inkomstengroep, het wegsnijden van sociale bescherming op de werkplek.

Na de financiële crisis van 2008 heeft de Obama-regering deze processen versneld. Het Witte Huis ging door met het bankbeslag van de Bush administratie. Hielp het doorspelen van biljoenen dollars naar Wall Street via ‘kwalitatieve’ versoepeling programma’s van de Federal Reserve – zeg maar bijdrukken van dollars –, terwijl ze werkten aan de verlaging van de lonen. Obama heeft 2 miljoen dollar overgedragen aan de belangrijkste en grootste bankiers van Wall Street en een biljoen dollar aan het Pentagon. De electorale ‘donors’ en de generaals verscheepten twee biljoen dollar belastinggeld naar buitenlandse belastingparadijzen. De lachende Nobelprijswinnaar voor de vrede ging door met wanhopige vluchtelingen te creêren die vervolgens Europa ‘overspoelen’.

Trump

Onder het omstreden Trump bestuur zal het offensief tegen de arbeidersklasse sterk toenemen. De verkiezing van Trump maakt de zaken nog duidelijker: hij stelde zijn regering samen met miljardairs, extreemrechtse pro-business ideologen en generaals, die allemaal ijveren voor verdere geschenken aan de superrijke elite. Hun beleid wil de Amerikaanse arbeidersklasse verarmen en het volksverzet met gewelddadige onderdrukking fnuiken.

Maar Trump’s verkiezing komt niet uit het niets, ze is geen aberratie. Ze is het logisch gevolg van veertig veertig jaar antiwelzijnsbeleid en pro-business maatregelen. Het presidentschap van Trump vormt het schandelijke hoogtepunt van het verval van het Amerikaanse kapitalisme, met een ongekende groei van sociale ongelijkheid en de verdere ontmanteling van de ‘Amerikaanse democratie’. De oorlogseconomie voedt niet langer het maatschappelijk welzijn. De regionale oorlogen van de VS hebben de schatkist uitgeput en het land van productieve investeringen beroofd. Ze openen de deur voor misleiding, populisme en demagogie.

Er zal moeten bespaard worden niet bij de 1 procent maar in de sociale sector.
De nieuwe belastingregeling van december 2017 is zeker ook voor Trump persoonlijk een goede zaak. Men schat dat de inkomsten van de president dit jaar ongeveer 260 miljoen dollar zullen bedragen, dat komt erop neer dat hij 11 tot 15 miljoen minder belasting zal moeten betalen. Ook zijn erfgenamen zullen door de nieuwe erfenisregeling genieten van de verlaagde erfeniskosten, dit bedrag werd opgetrokken van 11,2 naar 22,9 miljoen. Voor de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Paul Ryan, is dat het resultaat van het goede presidentiële beleid. De zogenoemde ‘middenklasse’ zal volgende jaar per aangifte 900 dollar minder belasting moeten betalen, maar voor de rijke bovenlaag gaat dat algauw om 51.000 dollar. Op termijn is dat goed voor 80 procent voordelen voor de rijke 1 procent, volgens Americans For Tax Fairness. Meer dan 90 procent van de Amerikaanse bedrijven genieten ten volle van de nieuwe belastingregeling. Vroeger werd 39,6 procent belasting geheven, nu 29,6.

besluit

Wil men het tij keren dan zal de strijd tegen sociale ongelijkheid ook de opbouw van een nieuw leiderschap vergen. Het kapitalistisch liberaal economisch systeem moet worden vervangen door een samenleving gebaseerd op sociale gelijkheid en controle van de burger.

Bron: Andre Damon – The United State of inequality
Prof.James Petra – Rice ad Decline of the Welfaire US State
The Guardian