Iraanse ‘eierrevolutie’, meer dan een ontlading

Khomeini, vader van de Iraanse theocratie (eigen foto)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Iraniërs hebben het recht om hun ongenoegen kenbaar te maken, zei president Hassan Rohani. Maar als ze dat doen, botsen ze op de gewapende armen van wat al 39 jaar een autoritair obscurantistisch theocratische bewind is. Dat ongenoegen kwam eind vorig jaar op straat, een ontlading van opgekropte frustraties over niet ingeloste beloften voor een beter en normaler dagelijks leven. Tegen de levensduurte, de werkloosheid, de corruptie, de privileges van de heersers, tegen de religieuze verdrukking, tegen de mollahs-zakenlui die de rijkdommen van het land plunderen, tegen president Rohani en tegen de opperste autoriteit, ayatollah Khamenei. Een ontlading die evenwel uiting is van een ernstige crisis. Dit is revolutie, onze eierrevolutie, aldus de manifestanten van wie er 20 omkwamen en 3700 werden  opgepakt.

Mashad

Voor Khamenei was het simpel, dit is het werk van de buitenlandse vijanden. Deze strekking, meestal aangeduid als de conservatieven, ziet hierin het zoveelste bewijs dat men beter geen zaken doet met die vijanden. De steunbetuigingen uit de VS en Israël zijn koren op de molen van die conservatieven.

De eerste dag, donderdag 28 december, leken de conservatieven de eerste betoging goed genegen. Meer zelfs, de clan Raissi (vorig jaar kandidaat-president tegen Rohani) wou met die manifestatie de president ene hak zetten. Die clans zijn woedend omdat Rohani voorzichtig rekenschap vraagt over wat er gebeurt met het vele geld dat “religieuze stichtingen” uit de staatskas krijgen. De mensen die in Mashad, in het oosten, op straat kwamen, iepen leuzen tegen de president. Die had kort daarvoor de begroting voor komend jaar bekendgemaakt, met onder meer hogere benzineprijzen. De opbrengst daarvan is o.m. bestemd voor religieuze stichtingen. De betogers lieten het daar niet bij, ze klaagden ook de hogere eierprijzen aan en in eenzelfde elan de mollahs die zich intussen verrijken.

Mashad staat bekend als een bolwerk van de conservatieve clerus; het is samen met Qom, even ten zuiden van Teheran , het belangrijkste centrum van de Iraanse sjiieten. De imam van het vrijdaggebed, Ahmad Alamolhoda, steunde het protest. Hij is onder meer leider van de Stichting Imam Reza die meer dan 15 miljard euro beheert. Hij verpersoonlijkt de clerus die zichzelf danig verrijkt in een land waar het dagelijks leven voor zeer velen heel hard is. Nochtans hadden de mollahs in 1978-79 beweerd dat de revolutie tegen de sjah een  revolutie was voor de ‘motazafin’, de bezitslozen. Maar de mollahs waren vooral meegestapt in de opstand tegen de sjah omdat deze laatste hun enorme bezittingen wou aantasten. De mollahs hebben die revolutie toen gekaapt. Kort nadat de sjah verjaagd was, begon al de repressie tegen al wat links was, zoals de linkse ‘fedayin’ die honderdduizenden mensen op de been hadden gebracht en de communistische Toedeh.

De betogers in Mashad richtten zich ook tegen die roversclerus en tegen Khameni, de ‘velayat faghih’ die boven de president staat: ‘weg met de dictator’ luidde het tot verrassing van Alamolhoda en zijn omgeving. Er was iets veranderd in Mashad, de arbeiders en middengroepen die de basis van de conservatieven waren, keren zich nu tegen de geprivilegieerden die pronken met villa’s en dure wagens.

Teleurgesteld

Rohani had in zijn campagne in 2013 beloofd dat alles beter zou worden en hij herhaalde dat in mei vorig jaar in de campagne voor zijn herverkiezing. De inflatie werd teruggedrongen van meer dan 40 % tot 10 %. Maar voor de rest werd het een grote ontgoocheling, mede door de sancties tegen Iran die investeerders ook vandaag nog er van weerhouden in Iran te investeren.

Voor veel Iraniërs in de straat betekent dit nog altijd leven aan de rand van of in armoede. Ongeveer een derde van de jongeren is werkloos. De inflatie is wel minder, maar de prijs van een  ei – een basisvoedsel voor velen – is ineens bijna verdubbeld. Er waren de voorbije maanden al verscheidene betogingen. Arbeiders en leerkrachten kwamen op straat omdat ze al weken of maanden geen loon kregen, gepensioneerden betoogden tegen lage en laat uitbetaalde uitkeringen, gedupeerden van failliete banken eisten uitleg over frauduleuze machinaties. Enkele grote corruptieschandalen die recent aan het licht kwamen, goten olie op het vuur.

Tegen oorlog

Sinds Mashad zijn de protesten uitgedeind tot minstens grote en kleine steden. Zowel in Koerdische gebieden als in sjiïtische bolwerken. In religieus centrum Qom waren er leuzen als “Weg met de Islamitische Republiek” , “Dood aan Hezbollah” (de sjiïtische militie uit Libanon) en “Weg uit Syrië”. Hezbollahis heeft wel een dubbele beteken is, het is een scheldwoord voor de medestanders van Khamenei. Ook op andere plekken werden slogans geroepen tegen de Iraanse oorlogsvoering in Syrië. Die is blijkbaar niet zo algemeen populair als het regime voorstelt bij haar huldigingen van oorlogshelden.

Elders werd de militairen gevraagd het Iraanse volk te helpen in plaats van te vechten in Syrië. Er doken ook ronduit racistische leuzen op als “Wij zijn Ariërs, wij aanbidden geen Arabieren”. Het viel me tijdens een reis op hoe sommige Iraniërs beklemtonen “dat ze een hogere cultuur hebben dan de Arabische” waarop ze neerkijken.

Obscurantisme

De eisen zijn dus zeer verscheiden en uiteenlopend, er is voorlopig geen rode draad. Degenen die nu op straat komen, zijn het gewoon beu en vinden dat het zo niet verder kan. Hoge prijzen, werkloosheid, groeiende ongelijkheid, privileges, corruptie, de kosten van de oorlog elders. En velen kunnen niet meer tegen de verstikkende onderdrukking door deze theocratische dictatuur waarin religieuze politie tot in de huiskamers loert. Betogers vielen her en der ook centra aan van de ‘bassidji’, de zedenpolitie die er o.m. over waakt dat de hoofddoek niet te ver naar achter is geschoven.

Veel Iraniërs stelden in 2013 en vorig jaar nog hun hoop op de zogenaamde hervormers, Rohani voorop. Maar het systeem laat dit gewoon niet toe. Er is een klein democratisch luik aan het systeem, met een verkozen president en parlement. Maar vooraleer de kiezers aan het woord zijn, maakt de Raad van Toezicht en  de velayat faghih een preselectie: alleen wie in deze obscurantistische theocratie past, mag kandidaat zijn.

Na verkiezingen behouden die instanties een vetorecht over alles en nog wat, president en parlement blijven aan hen onderworpen en vaak vernederd. Die hoge clerus beschikt bovendien over een zeer sterke gewapende arm, de Revolutionaire Garde, die dan weer een enorme economische en financiële macht heeft.

Crisis

De Iraniërs die nu op straat komen, zijn hun illusies in hervormers kwijt. Ze stellen het systeem zelf in vraag. In dat systeem zitten wel verschillende clans die allen op hun manier zullen proberen de protesten uit te buiten om de concurrentie te verzwakken. Wellicht zal het regime repressie combineren met enkele toegevingen om het protest te doen ophouden. Het systeem wankelt daardoor niet, maar is wel duidelijk in crisis. Door de schuld op buitenlandse vijanden te steken, maakt Khamanei zich gewoon belachelijk.
De protesten brengen het systeem niet in gevaar, er is gebrek aan organisatie en visie waar het naartoe moet. Voorlopig althans, uit die protesten kunnen vormen van georganiseerd verzet komen die ooit een bres kunnen slaan in deze obscurantistische staat.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.