EU-bashing en Francken uit de wind?

foto: F. Mestrum
Facebooktwittergoogle_plusmail

Pijnlijk en beschamend is het, de manier waarop 2017 werd uitgewaaid met een politieke ruzie rond Theo Francken, het haantje van de NVA die Soedanese vluchtelingen eerst laat ondervragen door ambtenaren van het door de internationale gemeenschap uitgespuwde regime van Khartoem en ze nadien op een vliegtuig zet richting Soedan. Als even later wordt gezegd dat sommigen bij hun terugkeer zijn gefolterd, liegt Francken het parlement voor en spelt premier Michel de les. De oppositie laat niet los maar Francken zal niet wijken. De coalitiepartners blaffen, maar bijten niet, want, zo wordt gezegd, niemand wil de regering laten vallen en een verkiezingsstrijd beginnen rond het thema migratie.

Pijnlijk en beschamend, zonder meer. Het is politiek gekibbel in de hoogste graad rond een thema dat vooraan op de agenda zou moeten staan van elk ‘beschaafd’ regime: mensenrechten. Het hoge woord werd hier en daar wel gebruikt, maar enkel bij de oppositie. Voor de regeringspartijen gaat het vooral over hoe het hachje redden.

Trouwe media

Gelukkig zijn er altijd media die klaar staan om gevallen engelen te redden. In dit geval Rik Van Cauwelaert in De Tijd die op 31 december zijn best doet om alle verantwoordelijkheid af te schuiven naar de Europese Unie en de oppositie er van langs geeft dat ze nooit geprotesteerd heeft tegen de Europese regels.

Niet dat Van Cauwelaert helemaal ongelijk heeft, daarover straks meer, maar een en ander mag toch worden verduidelijkt want Francken gaat helemaal niet vrijuit.

Het ziet er naar uit dat Francken de Europese regels niet heeft geschonden, en dat zegt natuurlijk al veel over wat en hoe die regels zijn.

De hele procedure kadert in de terecht verguisde wetgeving van 2014 op de terugkeer van asielzoekers en de zogenaamde ‘Totaalaanpak van migratie en mobiliteit’ van 2016.

Voor de samenwerking met Afrikaanse landen werd in 2006 al het ‘Rabat proces’ opgezet, een samenwerkingsverband tussen 55 landen van de EU en Noord-, West- en Centraal Afrika.

In 2014 werd op een ministervergadering de ‘Verklaring van Rome’ aangenomen, het sleuteldocument voor wat het ‘Khartoem proces’ wordt genoemd, een samenwerkingsverband rond legale en illegale migratie vooral gericht op de landen rond de Hoorn van Afrika. Het Khartoem-proces is dus geen specifiek akkoord met Soedan, zoals RvC het laat uitschijnen, maar een regionaal akkoord.

Het zijn die twee processen die behandeld worden in de zogenaamde ‘Dialoog’ rond Migratie en Mobiliteit.

In Valletta, Malta, werd in november 2015 dan een politieke verklaring en een actieplan aangenomen en werd een trust fund opgezet om het beleid te financieren. De principes ervan klinken goed: de echte oorzaken van migratie aanpakken, de diaspora helpen, armoede uitroeien, geldtransfers van migranten goedkoper maken en de Afrikaanse landen helpen om hun grenscontroles te verbeteren en de migratiestromen beter te beheren.

Daarnaast kreeg de Commissie van de Europese Raad een mandaat om terugame-akkoorden af te sluiten met zendlanden. In het Cotonou-akkoord voor ontwikkelingssamenwerking worden in art. 13 trouwens alle landen opgeroepen om zo’n akkoorden af te sluiten, maar de Afrikaanse landen zijn helemaal niet happig om ook gedwongen terugkeer te aanvaarden.

Nationale beslissingen

Wat hieruit blijkt, eens te meer, is dat dit hele proces wordt gestuurd door de Raad en door nationale ministers. Terugname-akkoorden moeten wel worden geratificeerd door het Europees Parlement, maar dat heeft een rechtse meerderheid. In tegenstelling tot wat De Tijd schrijft wordt het EP hierdoor niet ‘tot zijn ware, onbeduidende proportie herleid’, maar wordt gewoon bevestigd wat uit alle stemmingen over delicate onderwerpen blijkt. De meerderheid is rechts, en zeker over thema’s als migratie en asiel kan weinig weerwerk verwacht worden.

Dat weerwerk komt er wel van het hele Europese middenveld dat tot in den treure herhaalt dat de terugname-akkoorden geen garanties bieden voor het respect van mensenrechten en bovendien vaak in strijd zijn met het internationale recht.

Het hele beleid van de EU – gemaakt door onze nationale regeringen – is erop gericht zoveel mogelijk migranten tegen te houden. Steun gaat vooral naar technische middelen om de grenscontroles te verbeteren en nee, men is niet kieskeurig wat de regimes betreft waarmee wordt samengewerkt. De Belgische regering, inclusief premier Michel en Staatssecretaris Francken zijn dus volledig verantwoordelijk voor alle regels en akkoorden die sinds oktober 2014 zijn afgesloten. Zij zijn ‘de bollebozen’, dixit RvC, van de EU.

Verantwoordelijkheid

Gérard Deprez, Hervé Hasquin en Karel De Gucht moeten niet met de vinger worden gewezen. Van hen kan niet worden verwacht dat ze frontaal ingaan tegen regeringsbeslissingen. Overigens, in deze hele zaak wordt té veel gekibbeld in functie van regeringsbelangen. De grote principes – onze normen en waarden – worden nauwelijks verdedigd. Wat in Europa en elders in de wereld met migranten en vluchtelingen gebeurt is wraakroepend en immoreel.

Francken heeft ongelijk zijn verantwoordelijkheid te ontlopen. Premier Michel is mee-verantwoordelijk voor de akkoorden die op Europees niveau zijn afgesloten. Het Europees Parlement dat deze terugname-akkoorden goedkeurt, maakt zich mee schuldig aan schendingen van de mensenrechten.

En uiteraard, niet te vergeten: het Federale en de regionale parlementen doen of hun neus bloedt, misschien zijn zij het wel die tot hun ‘onbeduidende proportie’ worden herleid. Controle op hoe het Europees beleid vorm krijgt, is er nauwelijks.

Tenslotte gaan ook de media niet vrijuit. Is het zoveel werk om elke dag de lijst van de persverklaringen van de Europese Commissie of de Raad en het Parlement door te nemen? Of is dat niet interessant genoeg? Had De Tijd al eerder kritiek op het Khartoem proces?

Het Europese middenveld blijft zijn rol naar behoren spelen. Maar wie luistert er? Waar zijn onze ‘normen en waarden’?

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.