Jemen, terug naar af

Facebooktwittergoogle_plusmail

De corrupte voormalige dictator-president van Jemen Ali Abdullah Saleh is dood.
Jemen torst een beladen geschiedenis mee van burgeroorlogen, chronische politieke instabiliteit en regionale rivaliteiten. Het huidige ‘Jemenitische conflict’ is begonnen als een strijd tussen drie lokale roofdieren, de voormalige president Ali Abdullah Saleh, generaal Ali Mohsen en Sheikh Hamid Al-Ahmar. Die regelden al sinds jaren hun lucratieve zaken in het land onder elkaar. Tot de zogenaamde ‘Arabische Lente’ zich ook in Jemen manifesteerde. Twee van deze drie protagonisten, die beiden banden hebben met de salafisten en de Moslimbroeders, gebruikten de dynamiek van de opstandige jeugd in hun land om de politieke en economische kaarten in hun voordeel te herschikken. President Saleh werd van de macht verdreven en vervangen door zijn vicepresident Abdrabbuh Mansour Hadi.

Daarnaast heeft Jemen ook een lange ‘traditie’ van fysieke uitschakeling van zijn leiders. Saleh werd in juli 1978 president na de moord op president Ahmad Al-Ghashmi, die zelf aan de macht was gekomen na de moord op president Ibrahim Al-Hamdi in oktober 1977.
In 2004 werd in de hoofdstad van Jemen Sana’a Husayn al-Houthi vermoord door aanhangers van president Ali Abdullah Saleh. Husayn al-Houthi was de oprichter en leider van Ansarullah, de beweging van de opstandelingen van het noorden die in het Westen gekend zijn als de Houthi’s. Enkele dagen geleden tenslotte werd dan Ali Abdullah Saleh zelf vermoord door Houthi-militieleden in zijn bolwerk, de hoofdstad Sana’a.

Wraak is het meest geschikte woord om te omschrijven wat er in Sana’a is gebeurd. Wraak voor het vermoorden van al-Houthi en voor de zoveelste wisseling van kamp van de ‘verrader’ Ali Abdullah Saleh.

Maar tussen de moord op al-Houthi in 2004 en de moord op Saleh in 2017 gaapt er een afgrond. En in die afgrond is het ‘Jemenitische conflict’ uitgegroeid tot een conflict met regionale en sektarische eigenschappen.

Het overlopen van de ‘pirouettedanser’ Saleh van het kamp van de Houthi’s naar dat van de Saoedi-Arabische coalitie en zijn voorstel ‘om de bladzijde om te draaien’ had heel misschien een geloofwaardige optie kunnen zijn voor een uitweg uit het conflict met de door de Saoedi’s geleide coalitie. Samen met Saleh verdwijnt ook die optie. De moord kan alleen maar naar een nieuwe golf van haat en geweld leiden. Er is trouwens in zijn politieke omgeving niemand in staat om hem te vervangen. Zijn partij, de GPC (General People’s Congress) is onthoofd. De kansen van zijn zoon Ahmed Ali om hem na een overgangsperiode op te volgen zijn klein. Het gezag van de vader zal ontbreken om de nodige compromissen te sluiten die de machtsverhoudingen tussen de stammen terug in evenwicht kunnen brengen.

Het kan ironisch klinken maar vandaag liggen de kaarten er in Jemen opnieuw bij zoals ze er in 2011 bijlagen. Allen tegen de Houthi’s met de zegen van Saoedi-Arabië en bondgenoten. In feite bestaat het anti-Houthi-front nu uit de GPC-partij, generaal Ali Mohsin al-Ahmar, de huidige vice-president en plaatsvervangend commandant van het leger en de islamitische al-Islah-partij van de machtige al-Ahmar-familie (die niet gerelateerd is aan de generaal). Op papier wordt deze ‘coalitie’ vanuit Saoedi-Arabië geleid door president Hadi. Kortom, dit is precies de samenstelling van het Jemenitische machtsapparaat tot 2011 toen Saleh als president werd afgezet. En paradoxaal genoeg brengt de dood van diezelfde Saleh hen weer samen.

Wat staat er nu te gebeuren?

Er is slechts één enkele zekerheid, Jemen is begonnen aan een nieuwe zwarte bladzijde in zijn tragische geschiedenis. Voor de rest kunnen er alleen maar veronderstellingen geopperd worden. Voorspellingen doen voor Jemen is nagenoeg onmogelijk. Niet alleen Saleh was een pirouettedanser. Hetzelfde kan gezegd worden voor haast alle machthebbers en partijen in het land.

In de eerste plaats is er de ongelooflijk belangrijke stamfactor. De Hashid, de belangrijkste tribale confederatie van Jemen (waarvan de Saleh-clan deel uitmaakt) zullen ongetwijfeld hun leider willen wreken en met de hulp van Saoedi-Arabië een harde strijd tegen de Houthi’s voeren.

President Hadi wordt dan wel erkend door de internationale gemeenschap maar iedereen lijkt unaniem tegen hem te zijn. Zowel een meerderheid van de Jemenitische bevolking als zijn door de Saoedi’s geleide ‘bondgenoten’. Hij is ‘oud’ (72), een hartpatiënt, heeft geen charisma en is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Jemen. Hij heeft dus niet de capaciteit om met de ‘noorderlingen’ die toch de meerderheid van de bevolking vormen te onderhandelen. Hij was 17 jaar lang vicepresident van de vermoorde Saleh maar zal zijn lot niet willen delen en ongetwijfeld ook geen enkel risico willen nemen.

Saleh had net voor zijn dood opgeroepen om de Houthi’s uit de hoofdstad Sana’a te verdrijven. De bedoeling was om de hoofdstad waar bijna twee miljoen mensen wonen terug te winnen op de Houthi’s die haar in september 2014 veroverden. President Hadi heeft nu die oproep, waarschijnlijk op vraag van de Saoedi’s, overgenomen onder de naam ‘Arabian Sana’a’. ‘Arabian’ is niet toevallig gekozen. Het benadrukt een etnisch kenmerk en de Houthi’s zijn weliswaar etnische Arabieren maar voor de Saoedische propaganda zijn ze ‘Perzisch’, gezien ze op de steun kunnen rekenen van Iran, de aartsvijand van Saoedi-Arabië.

Generaal Ali Mohsin onderhoudt sterke banden met de soennitische stammen in het gebied rond Sana’a en zou nu het offensief voorbereiden om vanuit Mareb, 100 km ten oosten van Sana’a, op te rukken om de stad te ‘bevrijden’.

De Houthi’s hebben tijdens de periode van hun bondgenootschap met Saleh contacten met de aan de oud-president loyaal gebleven veiligheidstroepen kunnen leggen. Ze konden daardoor dan ook profiteren van het enorme arsenaal wapens (inclusief Scud-raketten) die die troepen bezaten. Het valt echter sterk te betwijfelen of dat nu nog het geval is. Van de ‘volksopstand’ is er voorlopig nog niet veel te merken. Integendeel, de Houthi’s lijken in de recente dagen hun greep op de stad nog te hebben vergroot. Mocht de opstand alsnog uitbreken en een deel van de stammen die Sana’a omringen de Houthi’s de rug toekeren is het wel de vraag hoe lang die het daar nog kunnen uithouden.

De ‘coalitie’ zet alleszins zijn bombardementen verder. De bedoeling is niet alleen de Houthi”s uit Sana’a te verdrijven maar om hen ook te dwingen zich terug te trekken in hun traditionele gebieden in het noorden van het land. Dat zou het verlenen van de broodnodige humanitaire noodhulp daar waar die het meest nodig is nog moeilijker maken.

Na een brutale oorlog van bijna drie jaar met een zee- en luchtblokkade, slecht gerichte luchtbombardementen, een duidelijke politieke wil om het land en zijn bevolking te ‘straffen’… ontwikkelt er zich in Jemen een enorme humanitaire ramp die het Westen zogezegd nu pas ontdekt. (zoals het Westen nu zogezegd ook pas de slavenhandel in Libië ontdekt – maar dit even terzijde).

Als de regionale situatie, dat wil zeggen de huidige spanning tussen de belangrijkste Arabische staten rond de Perzische Golf en Iran, zouden verminderen of verdwijnen – waar op korte termijn zeker geen kans toe is – kan dat een gunstige invloed hebben om een uitweg te vinden voor de crisissen in Jemen.

Helaas is de huidige trend eerder andersom, de spanningen tussen de regionale machten nemen toe. Er mag dan ook gevreesd worden dat de blokkades zullen blijven bestaan en er in Jemen geen plaats is voor een compromis. De ‘grote mogendheden’, en in het bijzonder de permanente leden van de Veiligheidsraad, van de VN, zijn allen zonder uitzondering min of meer betrokken partij.  De mogelijkheid van de VN om een oplossing te vinden is daarom recht evenredig aan de wil van die ‘internationale gemeenschap’ om tot handelen over te gaan of ‘neutraal’ te blijven.

En wat met het zuiden van het land?

Terwijl de Saoedi-Arabische coalitie haast geen vooruitgang heeft geboekt in Noord-Jemen is het er wel in geslaagd om de noordelijke milities uit het zuiden te verjagen. Miljoenen Jemenieten zijn wanhopig op zoek naar een uitweg uit de schijnbaar eindeloze oorlog en de miserie. De rest van het land verliest zich verder in de chaos van het zoveelste bedrijf van de crisis. Dit kan het project voor onafhankelijkheid van het zuiden wind in de zeilen geven. Voor de gemarginaliseerde Jemenitische separatistische beweging in het zuiden kan dit het juiste moment zijn om de macht te grijpen. Zij beloven de redding in de vorm van onafhankelijkheid voor Zuid-Jemen.

Die onafhankelijkheid wordt nagestreefd door de Overgangsraad van het Zuiden (STC – Southern Transitional Council) van de voormalige gouverneur van Aden, Aidarous al-Zubaidi. Op 14 oktober verklaarde hij dat hij een onafhankelijkheidsreferendum zou organiseren en dat er een eigen parlement zou worden opgericht om de zuidelijke gebieden te besturen.
De Saoedi’s hebben op Saleh gegokt om de patstelling in hun oorlog tegen Jemen te beëindigen. Als die het had overleefd had het een pauze in de oorlog kunnen betekenen en, naar sommigen menen, misschien wel het einde ervan. Riyad zal, ondanks Saleh’s dood proberen zo veel mogelijk voordeel te halen uit de nieuwe situatie die is ontstaan. Met de materiële steun van Washington en andere hypocriete bondgenoten zal het doorgaan met de bombardementen om de nieuwe anti-Houthi’s alliantie te ondersteunen. Ze hebben verloren in Syrië en Irak. In Jemen mag dat niet gebeuren

De Houthi’s hebben vandaag nog steeds de macht in Sana’a. Zij zullen Saoedi-Arabië en de door de Saoedi’s vet betaalde huurlingen in het land blijven bestoken. De laatste pirouette en de dood van Ali Abdullah Saleh zal op lange termijn wel effecten produceren in het gehavende Jemen maar er zal iets anders nodig zijn om de oorlog te stoppen.

Brute pech voor de bevolking. Voorlopig is er voor hen nog geen verlossing uit hun lijden.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten