We moeten kiezen : rechtsorde of kernwapens

(icanw.org)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 10 december ontvangt de beweging tegen kernwapens ‘Ican’ de Nobelprijs voor de vrede. Het Nobelcomité heeft eigenlijk al meerdere malen de prijs overhandigd aan strijders voor het totaal elimineren van het atoomwapen. Zo was Artsen voor Preventie van een Atoomoorlog in 1985 aan de beurt, en later bijvoorbeeld ook nog de atoomdeskundige Joseph Rothblatt, medestichter van de Pugwash groep.
Nochtans geraakt de verspreiding van kernwapens maar niet gestopt.

De Noord-Koreaanse proefnemingen met middellange en langeafstandraketten tonen op schrijnende wijze het niet-bindende karakter van de VN-afspraken over het probleem van de proliferatie van kernwapens. Non-proliferatie betekent dat de landen die nu reeds beschikken over kernwapens en deze die niet over een nucleair wapenarsenaal beschikken, een gemeenschappelijk belang hebben om het aantal kernwapenlanden te beperken. Deze houding is althans in het begin een logisch uitgangspunt. Dit uitgangspunt dat gebaseerd is op het NPV (non-proliferatie verdrag) kan alleen effectief zijn als alle landen, vooral de meest krachtige, de internationale regels respecteren.

Sedert de jaren negentig heeft één land, de Verenigde Staten, deze regels herhaaldelijk genegeerd,  van Kosovo tot Irak, Afghanistan en Libië.
De erosie van de internationale rechtsorde leidt tot grote onzekerheid waarbij de internationale scène steeds meer bepaald wordt door het recht van de sterkste. Gezien deze omstandigheden is het niet verwonderlijk dat sommige landen proberen om ook bruikbare nucleaire bewapening te verwerven. Dit illustreert de samenhang – die veel politici niet willen zien – tussen de erosie van het internationaal recht en de verspreiding van kernwapens. Dat is een bijzonder ernstig probleem dat alleen maar opgelost zal worden als men de kern van het probleem onderkent: de instabiliteit in de internationale betrekkingen is het gevolg van het niet respecteren van de rechtsorde.

India

De verspreiding van kernwapens is toegenomen sinds de jaren 1970 door landen die niet tot de “nucleaire club” behoren, die op zich beperkt is tot de vijf  leden van VN-Veiligheidsraad, de VS, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en China. Het zijn de vijf landen die als kernwapenlanden omschreven worden in het nonproliferatie verdrag. De eerste twee landen die in de feiten de club vervoegden waren Israël en India. In het geval van India was het een kwestie van reageren op de Chinese nucleaire bewapening. India wilde zo in 1974 bewijzen dat het over een nucleaire wapencapaciteit beschikte. India voerde nieuwe kernwapentesten uit op 11 en 13 mei 1998 die duidelijk een militaire doelstelling hadden. Vandaag heeft India volgens een recente raming 30 tot 150 kernkoppen en raketdragers. Als reactie hierop heeft buurland Pakistan in 1998 dan zijn nucleaire wapenprogramma versneld opgestart.

Israël

Sinds het einde van 1950 heeft Israël zich op het pad van nucleaire bewapening begeven met de hulp van Frankrijk, de VS en het apartheidsregime van Zuid-Afrika. Een test werd in 1979 uitgevoerd in Zuid-Afrika in het kader van de samenwerking tussen beide landen. Israël heeft nu volgens een raming 150 tot 400 kernkoppen die vliegtuigen en onderzeeërs en kruisraketten kunnen bewapenen. Binnen de politieke kringen is er een strikte geheimhouding over het Israëlisch nucleair wapenprogramma, ondanks de voor de hand liggende feiten dat Israël een kernwapenarsenaal heeft.

latere nucleaire landen

De landen die het voorbeeld van India volgden zijn Pakistan, Zuid-Afrika en Noord-Korea. Pakistan heeft zijn nucleair programma met de steun van Saoedi-Arabië tot stand gebracht in de nasleep van de Indische kernwapenproeven. Pakistan begon eind 1980 over zijn nucleair wapenprogramma te praten, het resulteerde in een reeks testen in mei 1998. Vandaag heeft Pakistan ongeveer 300 kernkoppen en middellange-afstandsraketten die op India gericht zijn. Het is een publiek geheim dat Saoedi-Arabië voor de financiële steun het recht verwierf om een aantal kernkoppen van Pakistan te krijgen wanneer het erom vraagt.

In samenwerking met Frankrijk en  het toenmalige apartheidsregime van Zuid-Afrika kon Israël zijn kernwapenprogramma ontwikkelen. Later heeft de regering De Klerk het Zuid-Afrikaanse nucleair programma gestaakt. Het fysische materiaal en de bommen zijn naar de VS afgevoerd om daar te worden vernietigd. Zuid-Afrika is momenteel een van de weinige landen die een kernwapenprogramma hebben gestopt. Dat deed het Libië van Gaddafi ook in 2003.

Noord-Korea is gestart met zijn kernwapenprogramma in 1989. Pyongyang stapte in 2003 officieel uit het kernwapenverdrag en startte met nucleaire testen in 2006. Maar het land bleef echter ver onder de mogelijkheden van Israël, Pakistan en India wat het aantal kernkoppen betreft.

Volgens een recente raming beschikt het land over 10 tot 15 kernkoppen maar dit kan in de komende drie jaar stijgen tot 30. Het Noord-Koreaanse programma is duidelijk defensief, het hoofddoel van de Koreaanse regering is om de verdediging van zijn grondgebied te waarborgen. Deze politiek van Pyongyang is duidelijk geworden tijdens de lange vredesonderhandelingen van de jaren 1999 tot 2000. Het mag dus wel enige verbazing wekken dat er zo hard wordt geroepen over de Noord-Koreaanse nucleaire capaciteit, terwijl die zo minimaal is tin vergelijking met de operationele nucleaire capaciteit van de kernmachten.

kettingreactie

Anderen kunnen vandaag of morgen kernwapens verwerven. Dat is duidelijk voor Iran dat zijn huidig civiel nucleair programma in enkele jaren kan omvormen voor militaire doeleinden. Ook, Brazilië en Argentinië of Japan zouden dat kunnen.
Het nucleair probleem moet dus dringend aangepakt worden, het heeft een impact op de internationale situatie van de omliggende landen. Het is duidelijk dar Pakistan gereageerd heeft op de testen van India, die op haar beurt een reactie waren op het Chinese nucleaire wapenprogramma.

Ook de potentiële zoektocht van Iran om kernwapens te verwerven moet uitgelegd worden als een logisch antwoord op de ontwikkeling van het Israëlische en Pakistaanse nucleair wapenprogramma, ook als een element in de afschrikkingsstrijd tussen Iran en Saoedi-Arabië.

Vanuit dit oogpunt betreft het grootste deel van destabilisering niet zozeer de wapenprogramma’s zelf, maar het streven naar behoud van een plaats op de globale kernwapenbühne die op zich dan de positie in het geopolitiek gebeuren versterkt en garandeeert. Wie een kernwapen heeft, telt mee.

Zolang een land bang is om op een dag slachtoffer te worden van het “humanitair kolonialisme” en de daarbij horende “humanitaire oorlog” zal het met alle middelen proberen zich te bewapenen voor de verdediging van zijn integriteit. Dat is in essentie het verhaal van Noord-Korea.

besluit

In werkelijkheid kan het proces van de verdere verspreiding van kernwapens alleen worden gestopt door het beginsel van soevereiniteit te herstellen, zoals vastgelegd in het handvest van de Verenigde Naties van 1945. Het herstel van de absolute voorrang van het international recht is de enige weg naar nucleaire ontwapening.